RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 11511559 \ CV EXPL 25-153
Vonnis van 13 januari 2026
in de zaak van
1. de vennootschap onder firma [eiser 1] V.O.F.,
gevestigd te [vestigingsplaats],2. [eiser 2],
wonende te [woonplaats 1],3. [eiser 3],
wonende te [woonplaats 2],
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eisers],
gemachtigde: [gemachtigde]
tegen
[gedaagde] ,
handelend onder de naam [bedrijf],
wonende en kantoor houdende te [woonplaats 3],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
gemachtigde: mr. E. Nijhoff.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 18 november 2025- de akte van [eisers] van 16 december 2025- de akte van [gedaagde] van 16 december 2025.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De beoordeling
De kantonrechter heeft partijen in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over een aangekondigd deskundigenonderzoek. Dit deskundigenonderzoek zal in dit vonnis worden bevolen.
Partijen hebben geen bezwaar tegen de benoeming van de heer [naam 1] van Floor Inspector en daarom zal de kantonrechter deze deskundige benoemen.
In het tussenvonnis zijn vragen voor de deskundige geformuleerd. Partijen hebben bij aktes opmerkingen over de vragen gemaakt en gewijzigde en aanvullende vragen voorgesteld. De kantonrechter zal de in het dictum opgenomen vragen aan de deskundige stellen. In dit verband is nog het volgende van belang.
[eisers] hebben aangevoerd dat – zoals ook is vermeld in 4.13 van voormeld tussenvonnis – de gedemonteerde PVC-vloer in het magazijn van [eiser 1] V.O.F. ligt opgeslagen. Zij stellen voor dat de deskundige desgewenst onderzoek kan verrichten aan deze vloer en dat zij hieraan hun medewerking zullen verlenen. [gedaagde] heeft daar tegenin gebracht dat [eisers] de volledige vloer hebben verwijderd zonder eerst de oorzaak van de gebreken vast te (laten) stellen. Hij vindt dat hij hier in zijn verdediging niet door mag worden geschaad en hij heeft daarom twee aanvullende vragen voorgesteld.
Aan de deskundige zal worden overgelaten of hij de gedemonteerde PVC-vloer die in het magazijn van [eiser 1] V.O.F. ligt opgeslagen in zijn onderzoek wil betrekken. Zoals is overwogen in 4.13 van het tussenvonnis wordt tevens aan hem overgelaten of en in hoeverre dit onderzoek van invloed is op zijn bevindingen. In het dictum zijn hiervoor aanvullende vragen opgenomen.
De deskundige heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 1.480,19 (inclusief btw). Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Zij hebben geen bezwaar gemaakt tegen de begroting van het voorschot. De kantonrechter zal het voorschot vaststellen op een bedrag van € 1.480,19 (inclusief btw). In de vorige beslissing is al aangekondigd en toegelicht dat het voorschot op de kosten van de deskundige door partijen ieder voor de helft moet worden betaald.
De kantonrechter wijst erop dat partijen wettelijk verplicht zijn om mee te werken aan het onderzoek door de deskundige. De kantonrechter zal deze verplichting uitwerken zoals hierna onder de beslissing omschreven. Wordt aan een van deze verplichtingen niet voldaan, dan kan de kantonrechter daaraan de gevolgen verbinden die zij geraden acht, ook in het nadeel van de desbetreffende partij.
Als een partij op verzoek van de deskundige of op eigen initiatief schriftelijke opmerkingen en verzoeken aan de deskundige toestuurt, moet zij daarvan direct een afschrift aan de wederpartij verstrekken.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
3. De beslissing
De kantonrechter
beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:
Is er na de verwijdering van de vloer in mei 2023 belangrijke technische informatie verloren gegaan en met welke mate van waarschijnlijkheid kunt u op basis van de nu nog aanwezige informatie de oorzaak aanwijzen?
Als er bij [eisers] een oude vloer aanwezig is, op grond waarvan en met welke mate van waarschijnlijkheid kunt u dan vaststellen of de bij [eisers] aanwezige vloer dezelfde vloer is die bij [naam 2] is vervangen?
Is de door [gedaagde] gebruikte lijm, Uzin-KE-2000 S, een vergelijkbare natte lijm als Uzin-KE-66 of 646 Eurostar Premium, zoals beschreven in de Professionele installatiegids van mFLOR (r.o. 2.11)?
Kunnen de gebreken aan de vloer (mede) zijn ontstaan doordat [gedaagde] de lijm Uzin-KE-2000 S heeft gebruikt?
Kunt u vaststellen of de vloer bij [naam 2] is gewalst?
Kunnen de gebreken aan de vloer (indien vastgesteld) zijn ontstaan doordat [gedaagde] de vloer niet heeft gewalst met een minimaal 50 kg wals zoals voorgeschreven in de Professionele installatiegids van mFLOR (r.o. 2.11)?
Kunnen de gebreken aan de vloer (mede) zijn ontstaan indien [gedaagde] de vloer wel heeft gewalst met een minimaal 50 kg wals zoals voorgeschreven in de Professionele installatiegids van mFLOR (r.o. 2.11)?
Is het opstookprotocol waarnaar in de installatiegids van mFLOR wordt verwezen juist opgevolgd en zo niet, kunnen de gebreken aan de vloer (mede) daardoor zijn ontstaan?
Kan natuurlijke uitzetting/krimp van PVC bij temperatuurverschillen van 5-10 °C togende naden veroorzaken?
Kan een te snelle opwarming of te hoge aanvoer vanuit de verdeler spanning in PVC veroorzaken resulterend in togende naden?
Wilt u per geconstateerd gebrek aangeven aan welke technische normen, fabrieksvoorschriften (zoals de mFLOR-installatiegids) of in het bouwverkeer gebruikelijke eisen u toetst, en of daarvan is afgeweken?
Kunnen er ook andere oorzaken aan de gebreken ten grondslag liggen?
Kunt u aangeven met welke mate van waarschijnlijkheid de door u vastgestelde gebreken zijn veroorzaakt door het handelen of nalaten van [gedaagde]?
Indien het niet volgen van het opstookprotocol (mede) oorzaak is, had [gedaagde] als professioneel vloerenleggen de opdrachtgever daarover uitdrukkelijk moeten waarschuwen?
Had de vloer ook plaatselijk gerepareerd kunnen worden? Was plaatselijk herstel technisch verantwoord en duurzaam mogelijk, is dit nog vast te stellen en zo ja, wat zouden daarvoor de kosten zijn geweest? Indien niet, waarom niet?
Indien de vloer niet plaatselijk gerepareerd had kunnen worden, in hoeverre waren dan de door [eisers]opgevoerde kosten van henzelf en bouwbedrijf De Ruiter noodzakelijk voor de vervanging van de vloer?
Zijn er nog andere punten die u naar voren wilt brengen waarvan de rechter volgens u kennis moet nemen bij de verdere beoordeling?
benoemt tot deskundige:
de heer [naam 1],
verbonden aan Floor Inspector
correspondentieadres: [adres],
telefoon: [telefoonnummer],
e-mailadres: [e-mailadres],
bepaalt dat de griffier een kopie van dit vonnis aan de deskundige zal toezenden,
het voorschot
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 1.480,19 (inclusief btw),
bepaalt dat partijen ieder de helft van het voorschot moeten overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,
het onderzoek
bepaalt dat [eisers] het procesdossier in afschrift aan de deskundige moeten toesturen,
bepaalt dat de deskundige het onderzoek zelfstandig zal instellen op de door de deskundige in overleg met partijen te bepalen tijd en plaats,
wijst de deskundige erop dat:
- de deskundige voor aanvang van het onderzoek kennis moet nemen van de Gedragscode voor gerechtelijk deskundigen in civielrechtelijke en bestuursrechtelijke zaken én van de Leidraad deskundigen in civiele zaken (beide te raadplegen op www.rechtspraak.nl),
- de deskundige het onderzoek pas begint na het bericht van de griffier omtrent betaling van het voorschot,
- de deskundige het onderzoek onmiddellijk staakt en contact opneemt met de griffier, als tijdens de uitvoering van de werkzaamheden het voorschot niet toereikend blijkt te zijn,
en dat uit het rapport moet blijken dat hieraan is voldaan,
- de deskundige bij het onderzoek de partijen in de gelegenheid moet stellen opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het schriftelijk bericht vermeldt of aan dit voorschrift is voldaan, onder vermelding van de eventueel gemaakte opmerkingen en/of gedane verzoeken,
bepaalt dat partijen nadere inlichtingen en gegevens aan de deskundige moeten verstrekken als de deskundige daarom vraagt, de deskundige toegang moeten verschaffen tot voor het onderzoek noodzakelijke plaatsen, en de deskundige ook voor het overige gelegenheid moeten geven om het onderzoek te verrichten,
het schriftelijk rapport
draagt de deskundige op om uiterlijk drie maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de rechtbank in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,
wijst de deskundige erop dat:
- uit het schriftelijk rapport moet blijken op welke stukken het oordeel van de deskundige is gebaseerd,
- de deskundige een concept van het rapport aan partijen moet toezenden, waarna partijen de gelegenheid krijgen om binnen vier weken daarover bij de deskundige opmerkingen te maken en verzoeken te doen, en dat de deskundige in het definitieve rapport de door partijen gemaakte opmerkingen en verzoeken en de reactie van de deskundige daarop moet vermelden,
bepaalt dat partijen bij de deskundige geen gelegenheid hebben om op elkaars opmerkingen en verzoeken naar aanleiding van het concept-rapport te reageren,
overige bepalingen
bepaalt dat de zaak op de rol zal komen van 16 juni 2026,
draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen:
- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating voortprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of
- na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van [eisers] op een termijn van vier weken,
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2026.