ECLI:NL:RBOVE:2026:3082

ECLI:NL:RBOVE:2026:3082

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 28-04-2026
Datum publicatie 04-06-2026
Zaaknummer 11572946 \ CV EXPL 25-721
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Benoeming deskundige.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 11572946 \ CV EXPL 25-721

Vonnis van 28 april 2026

in de zaak van

1. [eiser 1], 2. [eiser 2],

beiden wonende te [woonplaats],

eisende partijen,

hierna samen te noemen: [eiser 1] en [eiser 2],

gemachtigde: mr. B. Blom,

tegen

[gedaagde] B.V.,

gevestigd te [vestigingsplaats],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 18 november 2025,

- de akte van [eiser 1] en [eiser 2] van 16 december 2025,

- de akte van [gedaagde] van 16 december 2026,- de akte van [eiser 1] en [eiser 2] van 8 januari 2026,- de akte van [gedaagde] van 9 januari 2026,- het bericht van de kantonrechter met een offerte van een door de kantonrechter benaderde deskundige van 16 februari 2026,

- de akte van [eiser 1] en [eiser 2] van 2 maart 2026.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De verdere beoordeling

De kantonrechter neemt hier over hetgeen in het tussenvonnis van 18 november 2025 is overwogen en beslist.

Deskundige

Hoewel partijen in de gelegenheid zijn gesteld om een deskundige voor te dragen, zijn zij er niet in geslaagd om daarover overeenstemming te bereiken. De kantonrechter heeft daarom, gelet op de aard van de door [eiser 1] en [eiser 2] gestelde gebreken, een deskundige met specialistische kennis en ervaring op het gebied van gevels aangezocht en bereid gevonden het onderzoek te verrichten. Deze deskundige heeft verklaard dat hij vrij staat ten opzichte van partijen.

Vragen aan de deskundige

Partijen hebben verklaard geen bezwaar te hebben tegen de door de kantonrechter in het tussenvonnis geformuleerde vragen. [eiser 1] en [eiser 2] hebben verzocht om ook de volgende vragen aan de deskundige te stellen:

Kan de deskundige nagaan of er puinresten in de spouw aanwezig zijn die het gevolg zijn van de herstelwerkzaamheden door [gedaagde] die tot vochtdoorslag kunnen leiden? Indien daarvan sprake is, wordt de deskundige verzocht tevens te adviseren over de wijze van herstel en de kosten daarvan.

Is plaatselijk herstel alleen bij de erfgrens en enkel losse beschadigde stenen bouwkundig en esthetisch gelijkwaardig aan herstel van de oorspronkelijke staat van de gevel?

[gedaagde] heeft verzocht om de volgende vraag aan de deskundige te stellen:

Indien [eiser 1] en [eiser 2] in maart 2024 wel waren ingegaan op de door [gedaagde] voorgestelde preventieve dan wel herstellende maatregelen, zou het gevelherstel dan naar het oordeel van de deskundige hebben geleid tot een acceptabel eindresultaat?

De kantonrechter overweegt daarover als volgt. De gevel van [eiser 1] en [eiser 2] is rond februari/maart 2024 door [gedaagde] hersteld. Zoals de kantonrechter in het tussenvonnis van 18 november 2025 heeft overwogen, hebben [eiser 1] en [eiser 2] weliswaar gesteld dat er mogelijk puinresten in de spouw zijn beland, maar dit is door [gedaagde] gemotiveerd betwist en door [eiser 1] en [eiser 2] toen niet verder onderbouwd. In het door [eiser 1] en [eiser 2] overgelegde deskundigenrapport van Zneb staat enkel vermeld dat aan de deskundige foto’s zijn getoond van de spouw en dat puinresten tot vochtdoorslag kunnen leiden, maar dat is gelet op de gemotiveerde betwisting door [gedaagde] onvoldoende. De kantonrechter heeft deze stelling daarom gepasseerd. [eiser 1] en [eiser 2] hebben nu, ruim twee jaar na de herstelwerkzaamheden, ook niet gesteld dat er sindsdien op enig moment sprake is geweest van vochtdoorslag. [eiser 1] en [eiser 2] hebben na het tussenvonnis weliswaar foto’s overgelegd van de spouw, maar deze foto’s zijn door [gedaagde] gemotiveerd bestreden en hadden naar het oordeel van de kantonrechter ook veel eerder in het geding moeten worden gebracht, zeker nu vaststaat dat deze foto’s al geruime tijd (in ieder geval ten tijde van de dagvaarding) voorhanden waren. De foto’s tonen ook niet aan dat er sprake is van vochtdoorslag ten gevolge van aanwezige puinresten. Tot slot is van belang dat het aan [eiser 1] en [eiser 2] zelf is om te onderbouwen dat sprake is van puinresten in de spouw die tot vochtdoorslag hebben geleid. Het is niet de taak van een te benoemen deskundige om te onderzoeken of er puinresten in de spouw aanwezig zijn. De eerste aanvullende vraag van [eiser 1] en [eiser 2] zal daarom door de kantonrechter worden gepasseerd.

Uit het tussenvonnis blijkt ook dat het volledig wegnemen van het kleurverschil niet realistisch is, maar dat het kleurverschil zodanig dient te worden teruggebracht dat esthetisch gezien een aanvaardbaar resultaat wordt bereikt. De tweede door [eiser 1] en [eiser 2] voorgestelde vraag zal daarom eveneens worden gepasseerd.

Aangezien herstel op de destijds door [gedaagde] voorgestelde wijze (namelijk het kleuren van de stenen) vermoedelijk nog steeds mogelijk zal zijn en de kantonrechter al een vraag heeft geformuleerd over de mogelijkheid tot het reinigen en bijkleuren van de gevel, zal ook de voorgestelde vraag van [gedaagde] worden gepasseerd.

De kantonrechter is gelet op het bovenstaande van oordeel dat het onderzoek door de deskundige beperkt kan blijven tot de in het tussenvonnis van 18 november 2025 geformuleerde vragen.

Voorschot

De deskundige heeft het voorschot begroot op een bedrag van € 4.467,93 (inclusief btw). Partijen zijn in de gelegenheid gesteld om hierop te reageren. Zij hebben geen bezwaar gemaakt tegen de begroting van het voorschot. De kantonrechter zal het voorschot vaststellen op een bedrag van € 4.467,93 (inclusief btw). In de vorige beslissing is al aangekondigd en toegelicht door welke partij het voorschot op de kosten van de deskundige moet worden betaald.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3. De beslissing

De kantonrechter

beveelt een onderzoek door een deskundige voor de beantwoording van de volgende vragen:

welke herstelmethode adviseert u om, na het verwijderen van de beschadigde stenen en het inmetselen van nieuwe stenen in de gevel van [eiser 1] en [eiser 2], het kleurverschil tussen de beide gevels tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen?

is het aanbrengen van een dilatatie op de denkbeeldige grens tussen beide gevels mogelijk en noodzakelijk?

indien u adviseert tot het reinigen en/of bijkleuren van de gevel, in hoeverre leidt dat tot een blijvende situatie of zal na verloop van tijd het kleurverschil weer optreden onder invloed van bijvoorbeeld zonlicht, neerslag en veroudering?

kunt u een begroting geven van de door u geadviseerde herstelmethode inclusief het vervangen van de beschadigde stenen in de gevel van [eiser 1] en [eiser 2]?

welke opmerkingen acht u van belang voor een juiste en volledige beoordeling van het geschil?

benoemt tot deskundige:

ir. S.C.M. Segeren,

correspondentieadres: Kalshoven 8, 4825 AM Breda,

telefoon: + 31765879355,

e-mailadres: b.segeren@zneb.nl,

het voorschot

stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 4.467,93 (inclusief btw),

bepaalt dat [eiser 1] en [eiser 2] het voorschot moeten overmaken binnen twee weken na de datum van de nog te ontvangen nota met betaalinstructies van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak,

draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot,

het schriftelijk rapport

draagt de deskundige op om uiterlijk 3 maanden na het schriftelijk bericht van de griffier over de betaling van het voorschot een schriftelijk en ondertekend rapport in drievoud ter griffie van de kantonrechter in te leveren, met een gespecificeerde declaratie,

overige bepalingen

bepaalt dat de zaak op de parkeerrol zal komen van dinsdag 6 oktober 2026,

draagt de griffier op om de zaak op een eerdere rol te plaatsen:

- als het voorschot niet binnen de daarvoor bepaalde (eventueel verlengde) termijn is ontvangen: voor akte uitlating doorprocederen van beide partijen op een termijn van twee weken of

- na ontvangst ter griffie van het rapport: voor conclusie na deskundigenbericht van beide partijen op een termijn van vier weken,

verklaart de beslissing over het voorschot uitvoerbaar bij voorraad;

verwijst voor het overige naar de beslissingen in het tussenvonnis in deze zaak van 18 november 2025,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. C.H. de Haan en in het openbaar uitgesproken op 28 april 2026.

EA

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand