RECHTBANK OVERIJSSEL
Strafrecht
Zittingsplaats Almelo
parketnummer : 08-115559-24
raadkamernummer : 26-012155
Uitspraak van de politierechter op het bezwaar op grond van artikel 6:3:3 en artikel 6:6:23 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[veroordeelde],
geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats],
wonende op het adres [woonplaats],
bijgestaan door mr. W. Suttorp, advocaat te Rotterdam,
hierna te noemen: de veroordeelde.
1. Het verloop van de procedure
Op 14 april 2026 heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging van 12 dagen vervangende hechtenis bevolen, omdat veroordeelde de taakstraf niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft verricht.
De kennisgeving daarvan, met originele verzenddatum 15 april 2026, is niet aan veroordeelde uitgereikt. Op 28 april 2026 is door het CJIB opschorting van de vervangende hechtenis verleend. Het bezwaarschrift tegen dat bevel is op 28 april 2026 op de griffie van de rechtbank ontvangen.
Het bezwaarschrift is behandeld op de openbare terechtzitting van 3 juni 2026. Bij de behandeling zijn de officier van justitie mr. G.J. Jansen, de veroordeelde en haar raadsman gehoord.
De politierechter heeft kennisgenomen van de door de officier van justitie overgelegde relevante stukken met betrekking tot de strafzaak waarin de taakstraf is opgelegd en de stukken die betrekking hebben op de omzetting van de taakstraf in vervangende hechtenis waartegen het bezwaarschrift is gericht.
2. De standpunten van de veroordeelde, de raadsman en de officier van justitie
Standpunt veroordeelde en haar raadsman
De veroordeelde heeft schriftelijk bezwaar gemaakt tegen de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis en verzoekt de politierechter om te bepalen dat zij in de gelegenheid moet worden gesteld de resterende uren taakstraf alsnog uit te voeren. Veroordeelde heeft het grootste gedeelte van de taakstraf al verricht. Zij heeft vanwege haar opleiding en werk de laatste 23 uren nog niet kunnen afronden. Veroordeelde heeft haar leven nu goed op orde en heeft haar eigen woning. Als zij vervangende hechtenis moet ondergaan, verliest zij alles wat zij nu heeft opgebouwd. Ter onderbouwing heeft de raadsman een brief van de begeleider van veroordeelde overgelegd.
Standpunt officier van justitie
De officier van justitie heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het bezwaarschrift.
3. De ontvankelijkheid
Het bezwaarschrift is tijdig ingediend. De politierechter stelt vast dat het ook overigens ontvankelijk is.
4. De beoordeling
Op grond van de stukken en de behandeling op de zitting stelt de politierechter het volgende vast.
De veroordeelde is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, op 1 augustus 2024 bij verstek veroordeeld tot het verrichten van een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.
Uit de stukken is gebleken dat veroordeelde de taakstraf niet volledig heeft uitgevoerd. De officier van justitie heeft in zijn omzettingsbeslissing geconcludeerd dat er thans nog 23 uren aan niet verrichte uren taakstraf openstaan en heeft vervangende hechtenis van 12 dagen bevolen.
De politierechter ziet geen aanleiding veroordeelde opnieuw in de gelegenheid te stellen de taakstraf alsnog te voltooien. De politierechter overweegt daartoe als volgt. Bij uitspraak van de politierechter van 20 augustus 2025 op een eerder bezwaarschrift van veroordeelde in deze zaak heeft veroordeelde van de politierechter nadrukkelijk een allerlaatste kans gekregen om de taakstraf van destijds nog 120 uren te verrichten ondanks het feit dat veroordeelde er destijds ook met de pet naar gegooid had en de reclassering om die reden terecht de taakstraf had geretourneerd.
Deze omstandigheden in aanmerking genomen kan niet van de reclassering gevergd worden, om veroordeelde nogmaals in de gelegenheid te stellen het restant van de laatste 23 uren van de taakstraf alsnog te verrichten.
De politierechter neemt hierbij in ogenschouw dat aan veroordeelde door de reclassering meerdere kansen zijn geboden om te voorkomen dat veroordeelde gedetineerd zou raken, maar dat veroordeelde deze kansen niet heeft aangegrepen.
Het gaat in deze zaak nu ook om de geloofwaardigheid van rechterlijke beslissingen, zeker in het licht van het feit dat veroordeelde van de politierechter op 20 augustus 2025 een allerlaatste kans heeft gekregen om de taakstraf te verrichten en toen ook plechtig heeft beloofd dat naar tevredenheid te zullen doen. Gelet daarop zal het bezwaarschrift ongegrond verklaard worden.
5. De beslissing
De politierechter verklaart het bezwaarschrift ongegrond en stelt het aantal dagen vervangende hechtenis op 12 dagen.
Deze beslissing is genomen door mr. B.W.M. Hendriks, politierechter, in tegenwoordigheid van mr. I.T.H. Praster, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.