ECLI:NL:RBOVE:2026:3099

ECLI:NL:RBOVE:2026:3099

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 03-06-2026
Datum publicatie 04-06-2026
Zaaknummer 08-115559-24, 26-012155
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Raadkamer
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

Bezwaar tegen de tenuitvoerlegging van vervangende hechtenis omdat veroordeelde de taakstraf niet binnen de gestelde termijn heeft verricht. De rechtbank verklaart het bezwaarschrift ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

parketnummer : 08-115559-24

raadkamernummer : 26-012155

Uitspraak van de politierechter op het bezwaar op grond van artikel 6:3:3 en artikel 6:6:23 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[veroordeelde],

geboren op [geboortedatum] 2004 te [geboorteplaats],

wonende op het adres [woonplaats],

bijgestaan door mr. W. Suttorp, advocaat te Rotterdam,

hierna te noemen: de veroordeelde.

1. Het verloop van de procedure

Op 14 april 2026 heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging van 12 dagen vervangende hechtenis bevolen, omdat veroordeelde de taakstraf niet binnen de daartoe gestelde termijn heeft verricht.

De kennisgeving daarvan, met originele verzenddatum 15 april 2026, is niet aan veroordeelde uitgereikt. Op 28 april 2026 is door het CJIB opschorting van de vervangende hechtenis verleend. Het bezwaarschrift tegen dat bevel is op 28 april 2026 op de griffie van de rechtbank ontvangen.

Het bezwaarschrift is behandeld op de openbare terechtzitting van 3 juni 2026. Bij de behandeling zijn de officier van justitie mr. G.J. Jansen, de veroordeelde en haar raadsman gehoord.

De politierechter heeft kennisgenomen van de door de officier van justitie overgelegde relevante stukken met betrekking tot de strafzaak waarin de taakstraf is opgelegd en de stukken die betrekking hebben op de omzetting van de taakstraf in vervangende hechtenis waartegen het bezwaarschrift is gericht.

2. De standpunten van de veroordeelde, de raadsman en de officier van justitie

Standpunt veroordeelde en haar raadsman

De veroordeelde heeft schriftelijk bezwaar gemaakt tegen de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis en verzoekt de politierechter om te bepalen dat zij in de gelegenheid moet worden gesteld de resterende uren taakstraf alsnog uit te voeren. Veroordeelde heeft het grootste gedeelte van de taakstraf al verricht. Zij heeft vanwege haar opleiding en werk de laatste 23 uren nog niet kunnen afronden. Veroordeelde heeft haar leven nu goed op orde en heeft haar eigen woning. Als zij vervangende hechtenis moet ondergaan, verliest zij alles wat zij nu heeft opgebouwd. Ter onderbouwing heeft de raadsman een brief van de begeleider van veroordeelde overgelegd.

Standpunt officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het bezwaarschrift.

3. De ontvankelijkheid

Het bezwaarschrift is tijdig ingediend. De politierechter stelt vast dat het ook overigens ontvankelijk is.

4. De beoordeling

Op grond van de stukken en de behandeling op de zitting stelt de politierechter het volgende vast.

De veroordeelde is bij vonnis van de politierechter in de rechtbank Overijssel, locatie Almelo, op 1 augustus 2024 bij verstek veroordeeld tot het verrichten van een taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.

Uit de stukken is gebleken dat veroordeelde de taakstraf niet volledig heeft uitgevoerd. De officier van justitie heeft in zijn omzettingsbeslissing geconcludeerd dat er thans nog 23 uren aan niet verrichte uren taakstraf openstaan en heeft vervangende hechtenis van 12 dagen bevolen.

De politierechter ziet geen aanleiding veroordeelde opnieuw in de gelegenheid te stellen de taakstraf alsnog te voltooien. De politierechter overweegt daartoe als volgt. Bij uitspraak van de politierechter van 20 augustus 2025 op een eerder bezwaarschrift van veroordeelde in deze zaak heeft veroordeelde van de politierechter nadrukkelijk een allerlaatste kans gekregen om de taakstraf van destijds nog 120 uren te verrichten ondanks het feit dat veroordeelde er destijds ook met de pet naar gegooid had en de reclassering om die reden terecht de taakstraf had geretourneerd.

Deze omstandigheden in aanmerking genomen kan niet van de reclassering gevergd worden, om veroordeelde nogmaals in de gelegenheid te stellen het restant van de laatste 23 uren van de taakstraf alsnog te verrichten.

De politierechter neemt hierbij in ogenschouw dat aan veroordeelde door de reclassering meerdere kansen zijn geboden om te voorkomen dat veroordeelde gedetineerd zou raken, maar dat veroordeelde deze kansen niet heeft aangegrepen.

Het gaat in deze zaak nu ook om de geloofwaardigheid van rechterlijke beslissingen, zeker in het licht van het feit dat veroordeelde van de politierechter op 20 augustus 2025 een allerlaatste kans heeft gekregen om de taakstraf te verrichten en toen ook plechtig heeft beloofd dat naar tevredenheid te zullen doen. Gelet daarop zal het bezwaarschrift ongegrond verklaard worden.

5. De beslissing

De politierechter verklaart het bezwaarschrift ongegrond en stelt het aantal dagen vervangende hechtenis op 12 dagen.

Deze beslissing is genomen door mr. B.W.M. Hendriks, politierechter, in tegenwoordigheid van mr. I.T.H. Praster, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 3 juni 2026.

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. I.T.H. Praster

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand