RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige economische kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 84.135972.22 (P)
Datum vonnis: 4 juni 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte bedrijf],
gevestigd aan de [adres].
1. Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 5 september 2024, 17 april 2025, 13 november 2025, 23 april 2026 en 4 juni 2026.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat namens verdachte door haar (wettelijk) vertegenwoordiger [naam] en haar raadsman mr. S. Arts, advocaat in Breda, naar voren is gebracht.
2. De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 29 september 2021 geschriften valselijk heeft opgemaakt door te vermelden dat het ging om vuurwerk met de categorie aanduiding F1.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
zij op of omstreeks 29 september 2021 in de gemeente Rijssen-Holten, in elk geval in Nederland,
(telkens) één of meerdere meldingen vuurwerk import (in het registratiesysteem
van Inspectie Leefomgeving en Transport),
- ( elk) zijnde een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig feit te dienen –
valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft verdachte toen en daar (telkens)
valselijk
op of omstreeks 29 september 2021, (Pag. 34)
- op/in de melding met artikel Nr. 07844, type fakkel, aantal 720, de categorie
aanduiding soort F1, vermeld en/of
- op/in de melding met artikel Nr. 07841, type fakkel, aantal 720, de categorie
aanduiding soort F1, vermeld,
zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als echt en onvervalst te
gebruiken of door anderen te doen gebruiken.
3. De voorvragen
Geldigheid van de dagvaarding en de bevoegdheid rechtbank
De rechtbank heeft vastgesteld dat de dagvaarding geldig is en dat zij bevoegd is tot kennisneming van deze zaak.
Ontvankelijkheid van de officier van justitie
De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de officier van justitie in de vervolging kan worden ontvangen, nu [verdachte bedrijf] - volgens het uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van Koophandel – uitsluitend een handelsnaam betreft van de vennootschap onder firma [naam V.O.F.] V.O.F.
Volgens de officier van justitie is zij wel ontvankelijk in de vervolging, omdat [verdachte bedrijf] op de pleegdatum in het maatschappelijk verkeer functioneerde als een rechtspersoon en zich als zodanig presenteerde aan bestuurders, publiek en consumenten.
De rechtbank stelt voorop dat volgens artikel 51, eerste lid, Wetboek van Strafrecht (verder Sr) strafbare feiten kunnen worden begaan door natuurlijke personen en rechtspersonen, alsook door de in lid 3 genoemde rechtsvormen die strafrechtelijk met een rechtspersoon worden gelijkgesteld. Dit brengt mee dat de dagvaarding ondubbelzinnig moet luiden ten name van een natuurlijk persoon of een rechtspersoon dan wel van één van de rechtsvormen genoemd in artikel 51 lid 3 Sr.
De rechtbank stelt vast dat de dagvaarding niet luidt ten name van een natuurlijk persoon en evenmin van een rechtspersoon of een daarmee gelijk te stellen rechtsvorm als omschreven in de limitatieve opsomming van het derde lid van artikel 51 Sr. De officier van justitie heeft dus een naar de voorschriften van het (economisch) strafproces strafrechtelijk niet de relevante entiteit gedagvaard en kan derhalve niet worden ontvangen in de strafvervolging. Dit klemt temeer nu in dit geval uit het dossier duidelijk blijkt dat [verdachte bedrijf] al ten tijde van het ten laste gelegde feit geregistreerd stond als handelsnaam van [naam V.O.F.] V.O.F., een op grond van artikel 51 Sr wél te vervolgen entiteit.
4. De beslissing
De rechtbank verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.P. van Campen, voorzitter, en mr. M.B. Werkhoven en mr. M. van Berlo, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M. Broeks, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 4 juni 2026.
Buiten staat
Mr. M.B. Werkhoven is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.