ECLI:NL:RBOVE:2026:3130

ECLI:NL:RBOVE:2026:3130

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 05-06-2026
Datum publicatie 05-06-2026
Zaaknummer ak_24_4122
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Wajong. Afwijzing laattijdige Wajong-aanvraag. Het UWV heeft in navolging van de verzekeringsarts bezwaar en beroep terecht geconcludeerd dat uit de beschikbare (medische) informatie niet is gebleken dat betrokkene op zijn achttiende verjaardag of in de periode dat hij studerende was sprake was van ziekte en/of gebrek. Beroep ongegrond.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

uitspraak van de enkelvoudige kamer van in de zaak tussen

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: ZWO 24/4122

[eiser] , uit [woonplaats], eiser (hierna: [eiser]),

gemachtigde: mr. V.C.D. Klaassen,

en

gemachtigde: [gemachtigde].

Procesverloop

Bij besluit van 24 november 2023 heeft het UWV [eiser] meegedeeld dat hij geen recht heeft op een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong).

[eiser] heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 23 oktober 2024 op het bezwaar van [eiser] is het UWV bij die afwijzing gebleven.

[eiser] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 17 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van [eiser] en de gemachtigde van het UWV.

Totstandkoming van het bestreden besluit

[eiser], geboren op [geboortedatum] 1982, heeft de basisschool gevolgd (laatste jaren speciaal onderwijs), waarna hij startte op de middelbare school op de IVBO-afdeling waar hij in 1996 van school werd gestuurd. Tijdens jeugddetentie deed hij een vakopleiding voor metselen en tegelen. Na detentie ging hij in 2000 aan het werk bij een aannemersbedrijf en één dag per week naar school bij ROC Haaglanden. Hij heeft de MBO-opleiding bij ROC Haaglanden niet langer dan 1-2 jaar gevolgd. [eiser] heeft in de periode tussen 2000 en 2011 in loondienst gewerkt bij werkgevers voor wisselende periodes.

Op 17 november 2023 heeft [eiser] bij het UWV een Aanvraag beoordeling arbeidsvermogen ingediend. Op de aanvraag is vermeld dat sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis, alcoholgebruik, cannabisgebruik, een vernauwing van de kransslagader, carpaal tunnelsyndroom aan beide polsen, versleten kraakbeen aan de rechterhiel, een verbrijzelde hiel en twee defecte heupen. Op het moment van de aanvraag is [eiser] opgenomen in het kader van een TBS met voorwaarden.

Na verzekeringsgeneeskundig onderzoek heeft besluitvorming plaatsgevonden, zoals vermeld onder ‘Procesverloop’.

Standpunten van partijen

Standpunt van het UWV

3. Het UWV stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat er geen objectieve medische gegevens zijn aangeleverd waaruit blijkt dat er bij [eiser] op zijn achttiende verjaardag op 12 juli 2000 sprake was van ziekte of gebrek leidend tot beperkingen. Hierbij heeft het UWV gewezen op het rapport van 17 oktober 2024 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.

Standpunt van [eiser]

4. Kort samengevat, stelt [eiser] dat de beoordeling van het UWV niet zorgvuldig is geweest. Het UWV is voorbijgegaan aan het feit dat [eiser] pas op latere leeftijd een aanvraag heeft kunnen indienen vanwege de complexiteit van zijn beperkingen.

De aangeleverde medische informatie is onvoldoende gewogen. [eiser] is van mening dat hij met de ingebrachte documenten objectieve medische gegevens beschikbaar heeft gesteld, waaruit blijkt van blijvende fysieke en psychische beperkingen op zijn achttiende verjaardag. De medische geschiedenis van [eiser] maakt reeds vanaf zijn jeugd consistent melding van ernstige beperkingen, waaronder problemen met agressieregulatie, ADHD, narcistische persoonlijkheidsproblematiek en lichamelijke klachten zoals labrumruptuur, carpaal tunnel syndroom en klachten aan de rechterhiel. De medische stukken brengen diverse diagnoses in kaart, waaronder een antisociale persoonlijkheidsstoornis, narcistische persoonlijkheidsstoornis en stoornissen in alcohol- en cannabisgebruik. [eiser] heeft hierbij gewezen op de brief van 6 september 2023 van GGZ Drenthe. Uit aanvullende stukken blijkt dat [eiser] vanaf zijn jeugd te maken had met intensieve behandelingen en begeleiding

Het UWV heeft onvoldoende rekening gehouden met de brede diagnostische

geschiedenis van [eiser], waaronder conclusies uit Pro Justitia rapportages en GGZ-

beoordelingen die duidelijke arbeidsbeperkingen onderbouwen. Gezien de complexiteit van de casus had een multidisciplinaire beoordeling moeten plaatsvinden. Een nauwkeurige analyse van de combinatie van fysieke en psychische beperkingen, die gezamenlijk een zware impact hebben op het arbeidsvermogen, ontbreekt. De inconsistenties en tegenstrijdigheden in de redenering van de verzekeringsarts, evenals het negeren van belangrijke verklaringen van behandelaren en diagnostische rapporten, tonen aan dat het besluit niet voldoet aan de wettelijke zorgvuldigheidsnormen.

In beroep heeft [eiser] het rapport van 2 september 2020 van B.W. Roelofs-Bon, GZ-psycholoog bij Pro Justitia, het rapport van 28 januari 2021 van M.G.H. van Willigenburg, klinisch psycholoog en C.J. Kerssens, psychiater bij het Pieter Baan Centrum en het rapport van 2 september 2022 van L. Beverloo, psychiater bij Pro Justitia in geding gebracht.

Verweer van het UWV

5. Het UWV ziet in het aangevoerde geen aanleiding zijn standpunt te wijzigen. Daarbij heeft het UWV gewezen op het rapport van 3 februari 2025 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.

Beoordeling door de rechtbank

[eiser] heeft de aanvraag om een Wajong-uitkering gedaan na 1 januari 2015. Dat betekent dat in dit geval toepassing moet worden gegeven aan de bepalingen van hoofdstuk 1a van de Wajong 2015.

Op grond van artikel 1a:1, eerste lid, aanhef, van de Wajong 2015 is jonggehandicapte

a. de ingezetene die op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft;

b. na de in onderdeel a bedoelde dag als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en in het jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop dit is ingetreden, gedurende ten minste zes maanden studerende was.

Op grond van het tweede lid wordt de ingezetene die op de dag, bedoeld in onderdeel a of b, beperkingen ondervindt als gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling, maar op grond van het eerste lid niet aangemerkt wordt als jonggehandicapte, alsnog jonggehandicapte indien hij binnen vijf jaar na die dag duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft, indien dit voortkomt uit dezelfde oorzaak als die op grond waarvan hij op eerdergenoemde dag beperkingen als gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling ondervond.

Volgens vaste rechtspraak ligt de bewijslast bij een laattijdige aanvraag bij de aanvrager, omdat het medisch beeld met het verstrijken van de tijd steeds moeilijker is vast te stellen.

In dit geval is in de eerste plaats van belang de (medische) situatie van [eiser] op zijn achttiende verjaardag op 12 juli 2000 of in de periode dat hij studerende was. Ter beoordeling ligt voor of [eiser] op die datum of in die periode beperkingen had ten gevolge van ziekte en/of gebrek.

De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft in zijn rapport van 17 oktober 2024 een gedegen inventarisatie gemaakt van alle relevante (medische) informatie die over [eiser] is ontvangen. Daarbij is aandacht besteed aan de diagnoses antisociale persoonlijkheidsstoornis, narcistische persoonlijkheidsstoornis, stoornis in

alcoholgebruik/cannabisgebruik, Asperger, ADHD, zwakbegaafdheid, vernauwing in de kransslagader, carpaal tunnelsyndroom in beide polsen, versleten kraakbeen

rechterhiel/verbrijzeling rechterhiel en labriumdefect in beide heupen.

In zijn rapport van 3 februari 2025 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep naar aanleiding van de in beroep overgelegde (medische) informatie gemotiveerd waarom deze informatie geen aanleiding geeft zijn eerdere conclusie te wijzigen.

In zijn rapporten van 17 oktober 2024 en 3 februari 2025 heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep voldoende inzichtelijk gemaakt waarom op basis van de beschikbare medische informatie niet kan worden vastgesteld dat bij [eiser] op zijn achttiende verjaardag sprake was van ziekte en/of gebrek. Vastgesteld moet worden dat gegevens, daterend van rond de achttiende verjaardag van [eiser] ontbreken. In de medische informatie worden diagnoses genoemd, maar hieruit blijkt niet dat die diagnoses rond de achttiende verjaardag van [eiser] al aanwezig waren. Daarbij komt dat, ook al zou het mogelijk zijn vast te stellen dat die diagnoses destijds al aanwezig waren, daarmee niet is gezegd of en zo ja, welke beperkingen [eiser] destijds had en of die beperkingen tot het ontbreken van arbeidsvermogen leidden. Hiervoor ontbreken de nodige medische gegevens.

De rechtbank is van oordeel dat het UWV in navolging van de verzekeringsarts bezwaar en beroep op basis van de nu aanwezige informatie terecht heeft vastgesteld dat niet is gebleken dat op zijn achttiende verjaardag of in de periode dat hij studerende was bij [eiser] sprake was van (beperkingen als gevolg van) ziekte en/of gebrek. Aangezien het een laattijdige aanvraag betreft, dient dit voor risico van [eiser] te blijven. De rechtbank volgt [eiser] dus niet in zijn stelling dat het medisch onderzoek onzorgvuldig is geweest. Dit laat onverlet dat nieuwe (medische) informatie wellicht tot een andere conclusie kan leiden. Het is aan [eiser] om die informatie te verstrekken aan het UWV.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft.

8. Omdat het beroep ongegrond is, krijgt [eiser] het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.T. de Kwaasteniet, rechter, in aanwezigheid van

W. Veldman, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand