RECHTBANK OVERIJSSEL
Zittingsplaats Zwolle
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/3058
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
Duka Production B.V., uit Ommen,
hierna: Duka,
en,
De minister van Infrastructuur en Waterstaat,
hierna: de minister
(gemachtigde: dr. P.G. Aubel en mr. I.M. Kops),
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde belanghebbende] BV uit [vestigingsplaats],
hierna: [derde belanghebbende],
(gemachtigde: L.J.L. Heukels).
1. Samenvatting
Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening tijdens de beroepsprocedure van Duka. De minister is voornemens in het kader van de Wet open overheid (hierna: Woo) informatie over Duka openbaar te maken. Het betreft 355 documenten. Duka vindt dat de minister (nog steeds) te veel informatie openbaar wil maken. Op zitting heeft de voorzieningenrechter enkele documenten met partijen besproken. Gebleken is dat daarin informatie staat die weggelakt had moeten worden. De voorzieningenrechter heeft partijen op zitting een afspraak laten maken om gedurende de beroepsprocedure samen te gaan zitten en de documenten door te nemen. De voorzieningenrechter wijst om de genoemde redenen het verzoek toe en schorst de beslissing op bezwaar tot de uitspraak op het beroep.
2. Inleiding: feiten en procesverloop
Op 17 maart 2021 heeft de gemachtigde van [derde belanghebbende] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur bij de Inspectie Leefomgeving en Transport, toezichthouder van de minister, verzocht alle documenten die betrekking hebben op Duka openbaar te maken. Hieronder verstaat [derde belanghebbende] in ieder geval alle correspondentie, rapporten, memo’s, verslagen, besluiten en verweerstukken in de tijdsperiode vanaf 1 januari 2019 tot en met 17 maart 2021, de datum van het verzoek.
Met het besluit van 30 november 2022 heeft de minister het verzoek op grond van de Woo deels toegewezen en besloten 355 documenten gedeeltelijk openbaar te maken. Duka en [derde belanghebbende] hebben daartegen bezwaar gemaakt.
Met het besluit van 22 april 2024 heeft de minister de bezwaren van zowel Duka en [derde belanghebbende] gegrond verklaard. Duka heeft daartegen beroep ingesteld (zaaknummer: ZWO 24/2623) en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen (zaaknummer: ZWO 24/2622).
Met de uitspraak van 3 juli 2024 heeft de voorzieningenrechter het verzoek toegewezen, en bepaald dat de verzochte documenten gedurende de beroepsprocedure niet openbaar worden gemaakt.
Met de uitspraak van 10 april 2025 heeft de rechtbank het beroep van Duka gegrond verklaard en bepaald dat de minister een nieuw besluit op bezwaar moest nemen met inachtneming van wat in de uitspraak is overwogen.
Op 13 oktober 2025 heeft de minister een nieuwe beslissing op bezwaar genomen en het bezwaarschrift van Duka, met intrekking van het besluit van 22 april 2024, gegrond verklaard.
Op 27 oktober 2025 heeft Duka de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Op 10 november 2025 heeft zij tegen het besluit van 13 oktober 2025 beroep ingesteld.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 21 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: Duka, verschenen bij [naam], en de gemachtigden van de minister. Namens [derde belanghebbende] is niemand verschenen.
3. Beoordeling door de voorzieningenrechter
Duka heeft in het kader van de voorlopige voorzieningenprocedure verzocht het besluit tot openbaarmaking te schorsen totdat op het beroepschrift is beslist. Duka wil daarmee voorkomen dat documenten openbaar worden gemaakt die schadelijk zijn voor haar en haar afnemers en relaties. Duka concludeert dat ondanks de uitspraak van de rechtbank van 10 april 2025 opnieuw niet alle door haar aangewezen informatie in de documenten door de minister is weggelakt. Duka heeft bij het beroepschrift een bijlage gevoegd waarin zij verschillende punten heeft vermeld. Volgens haar is op die punten in de documenten ten onrechte geen toepassing gegeven aan de uitzonderingsgronden die volgen uit artikel 5.1, eerste lid aanhef en onder c (vertrouwelijk medegedeelde bedrijfs- en fabricagegegevens) en d, en artikel 5.2, tweede lid, aanhef en onder f (overige bedrijfs- en fabricagegegevens), van de Woo. De voorzieningenrechter leest in het beroep van Duka op de uitzonderingsgrond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder d, van de Woo de toepassing van de uitzonderingsgrond genoemd onder artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e (bescherming van de persoonlijke levenssfeer), van de Woo.
De voorzieningenrechter heeft op de zitting de minister voorgehouden dat uit de uitspraak van deze rechtbank van 10 april 2025 voortvloeide dat de minister op de door Duka opgestelde lijst met, naar haar mening, noodzakelijke aanpassingen, per vermelding een reactie van de minister zou kunnen geven. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat daaraan niet is voldaan. Desgevraagd heeft de minister daarop geantwoord dat hij meerdere pogingen heeft gedaan om met Duka daarover een afspraak te maken en dat dat niet is gelukt. Voor de minister is daarmee onduidelijk gebleven wat Duka met bepaalde vermeldingen bedoelde. Ter zitting heeft Duka vervolgens volstaan met de mededeling dat zij een volgens haar duidelijke lijst had opgesteld en een afspraak daarom niet zinvol vond.
De voorzieningenrechter heeft vervolgens aan partijen voorgelegd dat hij op basis van een steekproef in de openbaar te maken documenten meerdere malen persoonsgegevens en mogelijk vertrouwelijke bedrijfs- fabricagegegevens alsmede gegevens die mogelijk buiten de reikwijdte van het verzoek gaat heeft aangetroffen. De minister heeft op verschillende punten erkend dat de ter zitting besproken gegevens ten onrechte niet zijn weggelakt. Ook heeft de voorzieningenrechter aan Duka voorgelegd dat de door haar genoemde punten, onder meer in de bijlage bij het beroepschrift, voor de minister en ook voor de voorzieningenrechter niet altijd concreet genoeg zijn om te kunnen beoordelen of toepassing moet worden gegeven aan een uitzonderingsgrond. Daarnaast heeft Duka desgevraagd aan de voorzieningenrechter toegelicht dat de bijlage bij het beroepschrift geen complete lijst met verzuimen is, maar dat slechts de hoofdpunten eruit zijn gehaald. Zij heeft verklaard dat het, gelet op de korte tijd die haar was gegeven, voor haar ondoenlijk was om alle documenten te “screenen”.
De voorzieningenrechter heeft daarop partijen ter zitting uitgenodigd om gedurende de beroepsprocedure een afspraak te maken om de documenten en de mogelijke toepassing van uitzonderingsgronden gezamenlijk door te nemen. Partijen hebben van deze mogelijkheid gebruik gemaakt en ter zitting een afspraak gepland op 27 februari 2026, om 10.00 uur.
De voorzieningenrechter heeft om de hiervoor genoemde redenen aanleiding gezien het verzoek toe te wijzen en de beslissing op bezwaar te schorsen tot de uitspraak op het beroep.
4. Conclusie en gevolgen
De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat de beslissing op bezwaar is geschorst tot de uitspraak op het beroep.
De voorzieningenrechter ziet aanleiding te bepalen dat de minister het griffierecht moet vergoeden en dat Duka ook een vergoeding krijgt van haar proceskosten. De minister moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend: reis- en verblijfkosten € 10,08 (uitgaande van 36 kilometer x € 0,28 per kilometer, en verletkosten € 150,- (3 tegen een uurtarief van € 50,-).
Beslissing
De voorzieningenrechter:
- bepaalt dat de door [derde belanghebbende] verzochte documenten (in ieder geval gedurende het beroep) niet openbaar worden gemaakt en schorst daarom het bestreden besluit van 13 oktober 2025;
- bepaalt dat de minister het griffierecht van € 385,- aan Duka moet vergoeden;
- veroordeelt verweerder tot betaling van € 160,08 aan proceskosten aan Duka.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W.M. Bunt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.C. Smitstra, griffier. Uitgesproken in het openbaar op:
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.