ECLI:NL:RBOVE:2026:378

ECLI:NL:RBOVE:2026:378

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 28-01-2026
Datum publicatie 29-01-2026
Zaaknummer C/08/327006 / HA ZA 25-3
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

Partijen hebben de mogelijkheden verkend om een lange termijn samenwerking aan te gaan waarbij de directeur en enig aandeelhouder van eiser, en definitieve rol in het gedaagde team zou krijgen. Intussen zijn partijen al met elkaar gaan samenwerken. Beoordeeld dient te worden of gedaagde de onderhandelingen heeft mogen afbreken, of dat haar dat niet meer vrij stond omdat eiser erop heeft mogen vertrouwen dat de beoogde lange termijn samenwerking tot stand zou komen of al begonnen was en dat de beloning daarvoor (grotendeels) zou bestaan uit een aandelenpakket in gedaagde. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser daarop niet mogen vertrouwen en stond het gedaagde vrij om de onderhandelingen af te breken zonder schadeplichtig te worden. De door eiser reeds verrichte werkzaamheden zijn naar het oordeel van de rechtbank verricht in het kader van een overeenkomst van opdracht, waarvoor een redelijk loon vastgesteld dient te worden. De rechtbank heeft een passend uurloon vastgesteld. Omdat partijen nog van mening verschillen over het aantal declarabele uren zal eiser in de gelegenheid worden gesteld dat bij akte te onderbouwen, waarop gedaagde vervolgens nog bij akte zal kunnen reageren. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: C/08/327006 / HA ZA 25-3

Vonnis van 28 januari 2026

in de zaak van

[eiser] B.V.,

te [vestigingsplaats 1],

eisende partij,

hierna te noemen: [eiser],

advocaten: mrs. M.Ch. Kaaks en E.H.F. Dings,

tegen

[gedaagde] B.V.,

te [vestigingsplaats 2],

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde],

advocaat: mrs. S. Erkel en R.M.P. Holsbrink.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald

- het bericht van 16 mei 2025 met productie(s) van [eiser]- het bericht van 16 mei 2025 met productie(s) van [gedaagde]- de mondelinge behandeling van 27 mei 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Waar gaat deze zaak over?

Partijen hebben de mogelijkheden verkend om een lange termijn samenwerking aan te gaan waarbij [naam 1], de directeur en enig aandeelhouder van [eiser], en definitieve rol in het [gedaagde] team zou krijgen. Intussen zijn partijen al met elkaar gaan samenwerken. Beoordeeld dient te worden of [gedaagde] de onderhandelingen heeft mogen afbreken, of dat haar dat niet meer vrij stond omdat [eiser] erop heeft mogen vertrouwen dat de beoogde lange termijn samenwerking tot stand zou komen of al begonnen was en dat de beloning daarvoor (grotendeels) zou bestaan uit een aandelenpakket in [gedaagde]. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser] daarop niet mogen vertrouwen en stond het [gedaagde] vrij om de onderhandelingen af te breken zonder schadeplichtig te worden. De door [eiser] reeds verrichte werkzaamheden zijn naar het oordeel van de rechtbank verricht in het kader van een overeenkomst van opdracht, waarvoor een redelijk loon vastgesteld dient te worden. De rechtbank heeft een passend uurloon vastgesteld. Omdat partijen nog van mening verschillen over het aantal declarabele uren zal [eiser] in de gelegenheid worden gesteld dat bij akte te onderbouwen, waarop [gedaagde] vervolgens nog bij akte zal kunnen reageren. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3. De feiten

[gedaagde], een ‘start-up’, is een in 2021 door de heer prof. [naam 2] opgerichte vennootschap die zich ten doel stelt een nieuw type naaldvrije injector met verschillende mogelijke toepassingen (permanente make-up, tatoeages, diergeneeskunde en humane geneesmiddelen) (verder) te ontwikkelen en te vermarkten.

[naam 2] en mevrouw [naam 3] zijn sedert 2015 tezamen met anderen en in samenwerking met de Universiteit Twente bezig met de ontwikkeling van de technologie van naaldloos injecteren. In het kader daarvan is aan [naam 2] in 2020 een zogeheten ‘Take Off Fase 1’ NWO-subsidie toegekend. Na oprichting van [gedaagde] werden 60% van haar aandelen gehouden door Universiteit Twente Holding B.V. (verder: UTH). 40% van de aandelen werden gehouden door de persoonlijke vennootschap van [naam 2], [bedrijf] B.V. (verder: [bedrijf]). Deze vennootschap is tevens bestuurder van [gedaagde].

Directeur en enig aandeelhouder van [eiser] is de heer [naam 1] . [naam 1] is een zelfstandig ondernemer met langjarige ervaring op het gebied van management, strategie en commercie binnen de Life-science-industrie.

In april 2022 heeft [naam 1] contact opgenomen met [naam 2]. Zij en [naam 3] hebben gesproken over een bijdrage die [naam 1] mogelijk kon leveren aan het vermarkten van de door [gedaagde] (verder) te ontwikkelen technologie.

Op 22 juni 2022 sluiten [gedaagde] en [eiser] voor de duur van een jaar een ‘non-disclosure agreement’. Artikel 13 daarvan bepaalt:

“It is understood that both Parties do not intend that any agency or partnership relationship be created between them by this Agreement. Neither Party has any further obligation hereunder to transact any business whatsoever with the other Party.”

Na een gesprek op 27 juni 2022 spreken [naam 2] en [naam 1] onder andere af dat [naam 1] een voorstel zal doen over zijn mogelijke bijdrage, zijn commitment, en de behoeften van [gedaagde]. [naam 1] antwoordt per e-mail onder meer:

“Therefore I would suggest starting collaborating on defining the right Development Partner, before formalising our relationship. This period could be 1 month with a max of 1 day per week.

[…]

During this period we will get a better understanding about the areas where I can contribute and if the collaboration works on both ends. We may agree on compensating the work once certain milestones are reached and funds are received.

If we decide to continue on a long lasting collaboration I would prefer to have a stake in the company combined with a monthly compensation depending on available funds and activities.”

[naam 2] reageert hierop instemmend.

[naam 1] bericht in reactie daarop:

“In terms of compensation it will probably be easier to discuss when we know what is to be compensated. I suggest therefor we discuss this afternoon working together for 2 days [bedoeld is 2 maanden – rechtbank]

In het najaar van 2022 is [gedaagde] bezig met een aanvraag bij het NWO van de zogeheten ‘take off fase 2-lening’ van € 250.000,-. [gedaagde] heeft [eiser] gevraagd verschillende aanvraagdocumenten van commentaar te voorzien. [eiser] heeft aan dat verzoek voldaan. Ook neemt [eiser] deel aan de fysieke presentatie. In de presentatie in het kader van deze aanvraag wordt [naam 1] voorgesteld als ‘CSO’. NWO verbindt als voorwaarde aan dit soort leningen dat de vergoeding van interne medewerkers niet hoger is dan € 35,- per uur. Het door [gedaagde] opgestelde budgetplan vermeldt [naam 2] en [naam 3] als employees van [gedaagde] tegen een bedrag van € 35,- per uur. [naam 1] werd aanvankelijk als ‘external service’ vermeldt tegen een maximum tarief van € 125,- per uur, en een (voor 768 uur) ‘hourly rate’ van € 80,-.

In een later budgetplan is [naam 1] vermeldt als interne medewerker tegen een tarief van € 35,- per uur, voor 1536 uur.

De ‘take off fase 2-lening’ wordt op 22 december 2022 toegekend.

Op 5 november 2022 verzoekt [eiser] om een gesprek met [gedaagde] over onder andere zijn bijdrage aan [gedaagde] en compensatie. Tot een inhoudelijk gesprek komt het niet.

In een gesprek op 23 januari 2023 doet [eiser] het voorstel dat hij 5% van de aandelen verkrijgt en later aanvullend, aan de hand van ‘milestones’ nog eens 10% van de aandelen. [naam 2] geeft aan dat hij in overleg zal treden met UTH.

Op 5 april 2023 e-mailt [eiser] [gedaagde] een ontwerp voor een toekomstige positie van [naam 1] bij [gedaagde]. Op 10 april 2023 antwoordt [gedaagde] dat dit een ‘good starting point’ is en dat om aandelen te verkrijgen duidelijkheid zal moeten bestaan over milestones en een tijdpad. Verder merkt [naam 2] op:

My first impression when reading it was like ‘from the distance I will give some guidance’ …. I do not have experience with how to make it stronger. Do you have ideas on how to make it more concrete, measurable?

Bij e-mail van 20 april 2023 herhaalt [eiser] in haar antwoord op grote lijnen het voorstel over compensatie dat zij op 23 januari 2023 deed en preciseert haar toekomstige rol binnen [gedaagde]:

- Develop and implement an overall strategy for the company's growth and development, with a focus on increasing revenues and profitability

- Develop and implement the company's commercial strategy, including market analysis, competitive positioning, licensing-strategy, and execution. This will involve leading negotiations with third parties, proposing deal structures, and drafting term sheets and licensing contracts.

- Identify new growth opportunities for the platform, build strategic partnerships, and expand our customer base.

- Monitor and analyze market trends and competitive dynamics to identify opportunities and risks, and adjust the company's strategy as needed.

- Build and maintain relationships with key stakeholders, including investors, customers, partners, and employees.

I could start to dedicate 2 full days per week to these activities with the option to expand when required.

Bij e-mail van 22 april 2023 bericht [gedaagde]

I will collect [naam 3]’s and my own story and discuss with the UT people.

In juli 2023 heeft [naam 2] met UTH gesproken. Hoewel de in een aandeelhoudersovereenkomst benoemde milestones niet geheel waren behaald, was UTH bereid 15% van haar aandelen in [gedaagde] aan [bedrijf] over te dragen. Bij e-mail van

5 september 2023 bericht [naam 2] dat de aandelenoverdracht bedoeld is

so that the company “[gedaagde]” could implement a share option

plan, to install a bonus scheme for directors, employees or advisors or to grant

other rights by extension thereof ("ESOP"). A certain percentage of the share

capital of the Company shall be available for the granting of (depositary receipts

of) shares or options thereof to managing directors, employees / or

advisors. Until an external investor steps in with venture capital or another equity

investment of at least € 250,000.00, the realization of an ESOP shall not affect

the share interest of UTH.

In reactie daarop dringt [eiser] om fiscale redenen aan op het definitief vastleggen van afspraken omtrent aandelenoverdracht en zendt zij op 9 september 2023 als voorstel een “Letter of Intent’ met daarin een verder uitgewerkte taakomschrijving. Verder is daarin vermeld:

Regarding compensation, we understand your preference for a model that combines a modest base compensation with equity in [gedaagde]. We are agreeable to your proposal of starting with 5% equity in [gedaagde], with the opportunity to earn an additional 10% equity upon achieving any of the milestones outlined in [gedaagde]' shareholding agreement, see Annex A

Alternatively, we are open to discussing the possibility of your investment in the company to reach a 15% equity stake, subject to a mutually agreeable valuation.

Bij e-mail van 11 september 2023 schrijft [naam 2]:

I have downloaded the letter and will study it, I think it is very valuable as it can also help [naam 3] draft her LOI soon as well.

Maybe today I get a chance with UTH representative during the first annual shareholder meeting to have a first discussion.

Knowing how things work with them, I am not sure it will go as fast as we want, but we will certainly try.

Op 11 september 2023 heeft een aandeelhoudersvergadering van [gedaagde] plaatsgevonden. Het verslag daarvan vermeldt:

Regarding the participation of [naam 3], [naam 1] and [naam 4]. A clear description of milestones compensations for all. A share of 15% seems high in any case unless very well justified. A possibility to have Virtual shares (SARS, stock appreciated: non voting). In all cases, a clear time commitment: for how long, how many hours, what will be done and SMART milestones.

In een e-mail van 28 september 2023 van [naam 2] aan [naam 3] en [naam 1], geeft [naam 2] een overzicht van e-mails die de maanden daarvoor zijn gestuurd over onder meer [gedaagde] en aandelen. Hij verwijst naar de e-mail van 5 september 2023 (zie 3.11) en naar een e-mail van 21 september 2023 waarin aan de orde komt:

Voor hoe lang (1-2 jaren) wil [naam 1]/[naam 3]/[naam 4] zich voor 2/x/5 dagen committeren?

In een e-mail van 9 oktober 2023 schrijft [naam 1] aan [naam 2] en Milovic:

Further to our conversation of last Friday, I have added various objectives to the 5 areas of responsibility mentioned in the draft LOI. I have also added annex A to the LOI with the milestones from the shareholder agreement.

Verder merkt [naam 1] op:

In terms of salary, you received my feedback, and this should not represent a major hurdle. The minimum of 5% equity is important for me to start with.

In een e-mail van 9 november 2023 met als onderwerp ‘The way forward’ schrijft [naam 1] aan [naam 2]:

Consequently I have been holding off on other opportunities with the hope that we can formalise our collaboration. I have shared my conditions and have proposed objectives against which these conditions would materialise. I accept shares without voting rights and - maintaining the same conditions - I have doubled the amount of time that I could dedicate to [gedaagde] to 4 days per week, for at least the next 2 years.

Since the beginning of our collaboration in June 2022, I have contributed to [gedaagde] basically pro bono. I am willing to continue collaborating under the same terms until we secure funding and then post-funding, I propose a reduced rate of 7 KEUR per month (FTE), below the market rate. My proposed objectives are aligned with the milestones agreed with HTT.

5% equity from the start and 10% additional equity after reaching the milestones as described under article 10.2 of the shareholders agreement, making a total of 15% (this was before we knew HTT was agreeable to transfer 15%, giving a majority to [bedrijf]).

Op 14 november 2023 e-mailt [naam 3] aan [naam 1]:

Regarding our presentation for tomorrow with NWO- I was wondering if as discussed you will feel comfortable presentation the slides regarding to the business model, revenue and prognosis (slides 14-16 and slide 19), and elaborate on the prognosis in case we get additional question?

De presentatie voor de tweede tranche van de take off fase 2-lening vindt plaats op 15 november 2023.

Drie dagen later ontvangt [eiser] het bericht dat [gedaagde] ondertussen ook is doorgestoten naar de laatste ronde van de EIC-subsidieaanvraag ter waarde van €2.500.000. [eiser] wordt in dit kader uitgenodigd voor een interview en presentatie met het team en start met de voorbereidingen.

In een Whatsapp-bericht van 6 december 2023 schrijft [naam 1] aan [naam 2]:

Please bear in mind that from the beginning my position has been that our collaboration needs to be formalized before I can dedicate time to raising money. In addition to TO2, I have supported the EIC word expecting that we would have an agreement in place well before a potential EIC interview. Unfortunately the subject was not discussed in depth during my last 2 visits.

It will create additional complexity in case we run out of time before the 13th, as we will then have to agree before the 13th on terms in case we win EIC and have not been able yet to agree on conditions for our long term collaboration.

I had sincerely hoped that we would not reach this time pressure, but for the interest of all, I suggest we get this cleared before the end of this week.

Bij e-mail van 7 december 2023 reageert [naam 2] hierop als volgt:

Independent from when we discuss, I wanted to send updated points that we

discussed last time:

Option A

1. Already receiving 5% of certificate shares (non-voting) as requested and discussed in the LOI (including bad/good leaver provisions, etc.). (see [bestandsnaam])

2. Increasing the value of the milestone against another 5 % of certificate shares pegged to the moment when first value is created: after first revenue flows/licensing deals – to be specified, e.g., milestones/back-front loading (!). Closed by [eiser] for [gedaagde] or one of the Daughter BV companies (Plant, Tattoo, Medical)

3. A competitive salary upon worked hours that will be paid when there are funds available, e.g., raise 1 M Euro (which will include the proposed turnover 250/500k tied to the transfer of shares from UTH).

a. [eiser] proposed a 7k EUR/month during the writing of this letter, to be further discussed : steep as it is 1day/month~1k Euro).

4 An open possibility to participate (get more shares) in daughter companies from [gedaagde].

Option B

1. [eiser], [bedrijf] and [naam 5] can create a working BV with special agreements with [gedaagde].

a. A distribution of shares and functions would be drafted from scratch, aligning better

[eiser]’s ambition, and providing more focus.

b. This option is the original idea, where [gedaagde] is just a patent-holding company.

Points behind the argument/offer:

• [eiser] role as a Strategic advisor for IP:co – addressing all potential markets?

• Or frame it for one specific application in daughter bv …. You could add value there…

• 5-10% in holding, role in daughter bv can lead to other compensation: e.g. gets certificates in

specific bv

• After leaving company, if I generate new IP, no right for that new value added…?

Diezelfde dag neemt [naam 2] contact op met de universiteit in een poging om de volgende dag een moment te plannen om naar aanleiding van wat hij met [naam 1] heeft bespreken wat aspecten duidelijk te krijgen. Dit lukt niet op een zo korte termijn.

Op 10 december 2023 stuurt [naam 1] aan [naam 2] een e-mail met de volgende inhoud:

As requested, due to time constraints preventing the formalisation of a long term agreement, hereby please find a draft agreement that specifically sets out the terms for compensating the work related to the EIC Transition Funding Program.

Normally when I assist companies with funding initiatives, I use a combination of a fixed fee along with a success fee ranging between 10 and 15% of the successfully secured funding. However, just a couple of days before the last round of interviews it seems inappropriate to propose a fixed fee. Therefore you will find a success fee only payable in case we receive the EIC funding and are not able to agree on long term terms and conditions. See here the draft

It is my sincere wish that we will not need this agreement and that we can successfully establish a long-term collaboration. (Which, as I mentioned before, would extend well beyond the next 2 years).

Vervolgens stelt [naam 1] een concept-Funding Succes Fee Agreement tussen [eiser] en [gedaagde] op. Deze luidt - voor zover hier van belang - als volgt:

BACKGROUND:

WHEREAS , since mid-2022, [eiser] has been instrumental in offering strategic business, commercial, legal, and financial support to [gedaagde], significantly contributing to [gedaagde]'s success in securing a favourable loan and advancing to the final round of the EIC Transition funding program the (“Program”);

WHEREAS , [eiser] and [gedaagde] intend to formalize a long-term collaboration, and [eiser] has presented a compensation model for such collaboration to [gedaagde] in early March 2023;

WHEREAS , due to time constraints, the parties wish to establish terms specifically for [eiser]'s compensation in case no long-term agreement is reached before the Program concludes;

WHEREAS, both parties strongly desire to sign a long-term collaboration agreement, including an equity transfer from [gedaagde] to [eiser], considering [eiser]'s contributions to date, rendering this Agreement void upon formalization of such long-term agreement.

NOW, THEREFORE, in consideration of the mutual covenants contained herein and for other good and valuable consideration, the receipt and sufficiency of which are hereby acknowledged, the parties agree as follows:

1. SUCCESS FEE:

If [gedaagde] receives funding from the Program, [eiser] shall be entitled to a success fee equal to 10% of the total amount received by [gedaagde] from the Program (the "Success Fee").

2. PAYMENT:

The Success Fee shall be paid by [gedaagde] to [eiser] within 7 days from the date the funding is received by [gedaagde]. The payment shall be made to an account of [eiser]'s choice, as specified in writing by [eiser].

3. NON-RECEIPT OF FUNDING:

If [gedaagde] does not receive any funding from the Program, [eiser] shall not be entitled to any compensation for the work performed, other than a 35€ hourly compensation as agreed under the Take Off 2 Loan, and no Success Fee shall be payable.

Partijen bereiken hierover geen overeenstemming en de overeenkomst wordt niet ondertekend.

Op 11 december 2023 stuurt [naam 2] aan [naam 1] de volgende e-mail:

Considering the time left, and the importance of the discussions, I put some points in dry sentences (no chance to put legal/contractual terminology now): To reiterate and clarify: [eiser] does not agree with:

1. The idea of giving 5% now, and 5% later of the IP-company with possibility to participate in daughter companies, plus reasonable salary (once cash is not a problem for [gedaagde] to pay).

[gedaagde] does not agree with:

2. Having a success fee based on receiving the EIC transition, at least not in the current offer of 10%.

We propose that:

● [eiser] can skip the presentation.

● We will look for the best ways to compensate for the work done until now, particularly paying for

○ the hours invested in the TO2 preparation at the commercial rate [eiser] lists €275 ex-VAT.

○ the 96hrs hours invested for EIC preparation until the day of presentation at the NWO/hour rate of 35 Euro.

● We can reassess further participation in EIC and/or other activities,

○ ○ This will be made in a clearer Consultancy agreement and according to the interests [eiser] has made clearer for this new phase (e.g., success rates, hourly rates, definition of milestones, etc).

Op 12 december 2023 spreken [naam 2] en [naam 1] elkaar. [naam 1] vat het besproken voorstel diezelfde dag samen in een Whatsapp-bericht van 18.57 uur:

Equity opportunity in [gedaagde]:

5% upon signing and 7,5% based on reaching milestones.

Milestones:

2,5% upon receiving EIC grant.

5% upon reaching UT milestones as described in Annex A of the draft LOI.

In case EIC is not granted: the 2,5% is added to the 5% milestone, making in 7,5% in case

the milestone in Annex A of the LOI draft is reached.

Therefore the total equity opportunity is always 12,5% of which 5% upon signing and 7,5% based on reaching milestones.

All equity is non-voting

Salary only when funding is raised.

[naam 2] reageert daarop een paar minuten later als volgt:

Thanks; let me think about. In the meantime, I wanted to remind that the annex a milestones were defined for the IP company, the 250K Euro as milestone for MB needs to be more ambitious (pegged to a licence agreement/more raised funds – similar to what I wrote yesterday

Later die dag, om 23.43 uur stuurt [naam 2] een e-mail aan [naam 1]:

Thank you for your patience in this negotiation phase.

I also appreciate your flexibility today with the updated 12.5% + three stages. It is not an easy decision, and I have considered the efforts from all sides, looking particularly after the

interests of the company. I truly believe that there are ways to continue collaborating, but not on the conditions discussed until today.

Due to the imminent deadline, and the impossibility from both sides to reach a clear agreement, I conclude that the best will be if you opt out to join tomorrow for the EIC.

This does not mean in any way that we do not want to continue working together. It is just that your presence will make it more difficult to clarify the way forward and any compensation for past and future collaboration.

We can explain that due to unforeseen circumstances you could not attend.

In a separate process, [gedaagde] will make all reasonable effort to compensate for what you have contributed so far. This will be disconnected from the outcome of the EIC. One possibility can be, if EIC is granted, work proposed can be paid at your preferred / commercial rate, besides other agreements laid out with more careful studies.

Another example, as explained in the last few weeks, the original strategy for [gedaagde] was to be an IP holding, and not a working BV.

I trust that with a clearer understanding of your ambitions and hour/success rates, we can draft the letter of intention/Consultancy/Strategy agreement.

I understand this is not the outcome we all desired, but I am sure we can find a proper resolution after tomorrow’s presentation.

[naam 1] is de volgende ochtend wel aanwezig bij de presentatie.

Bij e-mail van 23 december 2023 laat [naam 1] aan Rivas en Milovic weten:

Now that we are close to the end of 2023 I wanted to send an invoice for my contribution during the past period. I have registered in Clockify around 210 hrs since June. The hours before June were not registered. If you agree I would like to make the total 300 hours until end December 2023.

Op 29 december 2023 laat [naam 1] per e-mail aan [naam 2] weten:

Attached you find the updated LOI.

I have tried to include the comments from HTT

Further I have adjusted the structure to 5+5+5% non-voting certificate shares.

You will find that the value for the diluted funding doubled from 500K to 1.000K and from 250K+250K to 500K+500K

The milestone for non-dilutive funding (gross turnover) remains 500K as this is not that easy at the early stage we find ourselves in, and because of its non-dilutive nature.

I have taken out that the management team needs to be agreed by HTT, as I understand that this is the case already. It would be good to receive written confirmation from HTT though.

Following these adjustments I hope we can clarify the way forward soon.

De LOI met daarin in de kantlijn alle op- en aanmerkingen hangt er nog achter. Moet ik daar nog wat van opnemen?

Nog diezelfde dag reageert [naam 2] als volgt:

Thanks for this new version. I have made a cleaner document, removing most comments that have been clarified and trying to have the milestones in one place, without having to move back and forth to Annexes, please double check.

Before you read the new version, I outline here the most important points:

I have put in the milestones defined earlier (regarding revenue/licensing deals). I also removed B2, because that is a milestone between UTH and [gedaagde], and it makes it clearer for [eiser]

It is not modest/compatible to have a commercial fee and having a high percentage value in shares in the company.

It is not clear now how the 2-4 days – range will play out. 2 days for 10-15% is too little time commitment.

Any work done since January 2023 till new project/money comes in, can only be paid with TO2 agreed rates.

Is there anything you want to add for the possibility of investment? Otherwise, it is vague and better to remove; it does not add clarity

The last 5% (after UTH gives the final shares) is not clear against which milestone it would be pegged to.

Do you think we have a chance to clarify it all before CES?

Op 2 januari 2024 deelt [naam 2] per e-mail aan [naam 1] mee:

Thank you once more for your recently updated LOI letter. I have studied it and tried to

clean-up or clarifying all points in the letter-draft. However, after a long attempt, I must

stop. With this email I would like to end the negotiations for the main following reasons:

1. I conclude that your vast experience at the international level and negotiating skills it is not what [gedaagde] needs at this stage. I have realized that it is virtually impossible to balance expectations from both sides. It makes no sense to elaborate on a full list of disadvantages, since we have discussed it several times in emails and video calls.

2. The negotiation process has become an energy drain, instead of a constructive learning experience. In several instances I have noticed that the communication is not optimal and this is a recipe for future problems.

a. I hope that you agree that I have been transparent and did my best to understand your needs.

b. In good faith, I believe that you have also learned a lot and the back and forth reflects what point (1) above stands for: a deep-tech academic startup from The Netherlands is very different from the other reference points you may have.

3. The combination of point 1 and 2 is what has led to a mismanagement of expectations and I think that there is no more elegant way than to try to compensate in the most realistic way [gedaagde] can retribute:

a. Upon receiving the Clockify hours/worked list, I will make the total transfer for hours worked in 2023 based on the hourly rate of the NOW Take-Off Phase 2 budget. If I remember correct you were

planning to send it before December 31ˢᵗ, 2023.

b. One day full pay for your commercial rate (was it 1000 Euro?) for showing up to the EIC interview. For the record, I had asked to better not show up, but I truly appreciate the effort and thus, want to retribute it.

c. If you provide an estimated number of hours you worked in preparation for the Take Off Phase 2 interview, I will study the possibility to pay it at your commercial rate.

I have discussed this situation with [naam 3], and it seems reasonable that you may decide not to go to CES Las Vegas. If you still decide to go, we will prefer that it is not in official representation of [gedaagde].

I believe that there is still room for future collaborations between us, when [gedaagde] is at a more mature level. The advantage would be that we know how it is to work together, and there will be less ‘learning curve’ efforts.

I propose that we plan a call in the upcoming days to ensure a smooth transition and clarify any important issue, e.g., the Microsoft/email FBeams information, etc.

[naam 1] reageert daarop per ommegaande:

This is quite a surprise. It seemed we were close to an agreement after our last telephone call. It is not unusual that negotiations generate some tension as both parties try to find common ground while finding a responsible reward/risk balance.

Conversations have a better chance of creating understanding compared to sending back and forth emails. Would appreciate if we can have a discussion with the 3 of us to try to understand better what has led to your decision and to pave the way for the future.

Partijen spreken elkaar op 4 januari 2024. Op 31 januari 2024 stuurt [naam 2] een e-mail aan [naam 1] en [naam 3]:

I thought that you both had the IP agreement, which is very similar to the

other document you both had before.

We have been discussing that we need to clarify if the UTH will keep 15 % of the shares after the Management agreement/milestones …

Or, as [naam 1] thought, they would ‘disappear’ from the cap table.

After you both have a chance to ‘digest’ this, and the attached corporate structure we got from [naam 7] today, I propose:

1 . to send an email to [naam 6] to help us clarify the [naam 7] + IP question

2. With the clarification, ask UTH for a meeting.

Per e-mail van 4 februari 2024 levert [naam 1] de gevraagde feedback. Vervolgens concludeert hij:

With this interpretation of the different articles, (I am not a certified lawyer) [gedaagde] will be able

to have 100% of the shares before 30 Sept 2026, if we can convince Strategic Partners to pay at least 500K EUR for a license agreement in a well-defined field and territory.

This is the scenario I had in mind when I proposed 5% at start, + 5% reaching certain milestones that would assure the first 300 share transfer from HTT to [gedaagde] against a Royalty Agreement, and then, + 5% when the last remaining shares by HTT would be transferred to [gedaagde], leaving HTT without shares in [gedaagde].

[naam 1] en [naam 2] spreken elkaar op 1 maart 2024. In een e-mail van die dag vat [naam 2] wat hij die dag met [naam 1] heeft besproken:

The idea of having 6% stake options in [gedaagde] (can start trom 1 till 6, or any other way) until the approx... 3 years working with the plan outlined in EIC transition (and salary).

- In the future more shares can be transferred upon negotiation.

Deals as discussed in earlier LOI

- 2 licensing agreement

- Gross turnover 500k Euro before October 2026

- Fundraising/investment - 1 M Euro.

Not related / structure of [gedaagde],etc. should not affect in principle the percentages.

Op 5 april 2024 vindt er een gesprek plaats tussen [naam 2], [naam 3] en [naam 1] dat niet tot een oplossing heeft geleid.

Op 14 april 2024 ontvangt [naam 1] een e-mail van [naam 3]:

As promised, here are my reflections and conclusions after our meeting last April 5th in Enschede.

The goal of our meeting was set to find out any space for us to cooperate within [gedaagde], particularly after our disappointment and trust issues that peaked during December 2023.

The way our conversation unfolded confirms that we cannot find common ground for cooperation and partnership now.share

In my role of [gedaagde]’ CEO, the lack of trust I experience is too dangerous for a startup company’s early and fragile stage.

I leave to [naam 2], as Managing Director of [gedaagde], to define other ways to collaborate in the future.

Please, remember what I said at the beginning of our last conversation: this trust issue has nothing to do with the personal relationship we have had over the last months. I am talking here strictly business.

In een brief van 12 augustus 2024 schetst [naam 1] zijn visie op de gang van zaken en geeft hij te kennen dat hij zich genoodzaakt ziet om een advocaat in te schakelen om tot een oplossing te komen met betrekking tot de door hem geleden schade.

Bij e-mail van 29 augustus 2024 reageert [naam 3] inhoudelijk op de brief van [naam 1] en doet zij namens [gedaagde] een voorstel om tot een afronding van de samenwerking te komen. Bij e-mail van 10 september 2024 laat [naam 1] via zijn advocaat weten dat hij dit voorstel niet accepteert. Nadat de advocaat van [gedaagde] bij e-mail van 12 september 2024 hierop nog heeft gereageerd, heeft [naam 1] op 23 december 2024 [gedaagde] laten dagvaarden.

4. Het geschil

[eiser] vordert - samengevat - dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] zal veroordelen tot betaling aan haar van:

I. een redelijke (schade)vergoeding, nader op te maken bij staat en te vermeerderen met de wettelijke (handels)rente;

II. een bedrag van € 50.000,-, als voorschot op de redelijke (schade)vergoeding, vermeerderd met de wettelijke (handels)rente;

III. de proceskosten, de nakosten en de kosten van de tenuitvoerlegging van dit vonnis.

[eiser] stelt zich op het standpunt dat het de intentie van partijen is geweest om te komen tot een langdurige samenwerking. Daarbij zou de beloning voor [eiser] bestaan uit twee componenten: een aandelenparticipatie van [eiser] in [gedaagde] en een maandelijks salaris zodra de middelen daarvoor beschikbaar zouden komen, aldus nog steeds [eiser]. Vooruitlopend op definitieve afspraken omtrent de beloning (en de te behalen milestones, die bepalend zouden zijn voor de aandelenpakketten) heeft [eiser] aanzienlijke tijd, middelen en expertise geïnvesteerd in [gedaagde]. Na ruim anderhalf jaar heeft [gedaagde] de onderhandelingen over de verdere invulling van de samenwerking, en in het bijzonder over de tegenprestatie en hoogte van de vergoeding die [eiser] zou ontvangen, onverwacht en eenzijdig beëindigd, zonder een passende tegenprestatie te bieden voor de inmiddels geleverde arbeid en knowhow. Volgens [eiser] kwalificeert de samenwerking die partijen zijn aangegaan als een overeenkomst van opdracht waarvan het loon nog moet worden vastgesteld aan de hand van 7:405 lid 2 BW, zodat het op de gebruikelijke wijze berekende loon moet worden vastgesteld, dan wel, indien dat niet mogelijk is, het redelijke loon.

De overeenkomst kan volgens [eiser] ook worden gekwalificeerd als een rompovereenkomst waaraan reeds uitvoering is gegeven en waarbij al over essentiële elementen van de door [eiser] te leveren prestaties overeenstemming was bereikt maar over de tegenprestatie van [gedaagde] nog niet, zodat deze alsnog moet worden vastgesteld. In beide gevallen moet volgens [eiser] aansluiting worden gezocht bij het leerstuk van afgebroken onderhandelingen zoals dat kan worden afgeleid uit het CBB/JPO-arrest. Voor zover niet kan worden aangenomen dat sprake is geweest van een overeenkomst van opdracht of van een rompovereenkomst heeft [eiser] uit hoofde van ongerechtvaardigde verrijking aanspraak (schade)vergoeding ter compensatie van de door haar geleverde diensten. Die (schade)vergoeding dient volgens haar gebaseerd te zijn op de door partijen beoogde aandelenparticipatie in [gedaagde] en een maandelijkse vergoeding.

[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiser], met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.

[gedaagde] betwist dat [naam 1] er gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat partijen overeenstemming zouden bereiken over een lange termijn samenwerking, waarbij [eiser] aandelen zou verkrijgen in [gedaagde]. [gedaagde] betwist eveneens dat [eiser] aanspraak kan maken op (schade)vergoeding of enig loon. Van een overeenkomst van opdracht of van een rompovereenkomst is geen sprake geweest. Evenmin is [gedaagde] ongerechtvaardigd verrijkt.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

5. De beoordeling

De rechtbank is van oordeel dat het leerstuk van afgebroken onderhandelingen, zoals dat kan worden afgeleid uit onder andere het arrest CBB/JPO, niet bepalend is voor de vaststelling van enige vergoeding waarop [eiser] aanspraak kan maken. Redengevend daarvoor is dat – los van het antwoord op de vraag of dat leerstuk een rol kan spelen in het kader van de vaststelling van loon ex 7:405 lid 2 BW of een tegenprestatie voor al onder een rompovereenkomst uitgevoerde werkzaamheden – het [gedaagde] hoe dan ook vrij stond de onderhandelingen af te breken omdat het afbreken niet in verband met bij [eiser] opgewekt vertrouwen of op grond van andere omstandigheden onaanvaardbaar was. De rechtbank legt dat oordeel hierna uit.

Gerechtvaardigd vertrouwd op een rol binnen [gedaagde] beloond met een aandelenpakket?

Uit het arrest CBB/JPO volgt dat als maatstaf voor de beoordeling van de schadevergoedingsplicht bij afgebroken onderhandelingen heeft te gelden dat ieder van de onderhandelende partijen – die verplicht zijn hun gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen – vrij is de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het totstandkomen van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de mate waarin en de wijze waarop de partij die de onderhandelingen afbreekt tot het ontstaan van dat vertrouwen heeft bijgedragen en met de gerechtvaardigde belangen van deze partij. Hierbij kan ook van belang zijn of zich in de loop van de onderhandelingen onvoorziene omstandigheden hebben voorgedaan, terwijl, in het geval onderhandelingen ondanks gewijzigde omstandigheden over een lange tijd worden voortgezet, wat betreft dit vertrouwen doorslaggevend is hoe daaromtrent ten slotte op het moment van afbreken van de onderhandelingen moet worden geoordeeld tegen de achtergrond van het gehele verloop van de onderhandelingen.

Onder verwijzing naar de e-mailcorrespondentie van 29 en 30 juni 2022 stelt [eiser] in dit verband in de eerste plaats dat na het verstrijken van een proefperiode van een maand partijen op 1 augustus 2022 niet meer aan het onderhandelen waren over een hypothetische, toekomstige samenwerking, maar al sprake was van een samenwerking die nog slechts geformaliseerd behoefde te worden en die als onderdeel van de beloning voor [eiser] in ieder geval een aandelenpakket in [gedaagde] zou inhouden. [gedaagde] betwist dit.

De rechtbank volgt [eiser] niet. Niet alleen valt dit niet af te leiden uit de bewuste correspondentie, maar ook vindt dat geen steun in de handelingen van partijen nadien. Daarnaast staat het haaks op de Non Discloser Agreement (NDA) die partijen op 22 juni 2022 hebben gesloten voor de periode juni 2022 tot juni 2023. In de NDA is met zoveel woorden opgenomen dat het (beperkte) doel van de NDA is dat partijen de wenselijkheid en de haalbaarheid van een samenwerking onderzoeken. Uit artikel 10 volgt dat er geen rechten of licenties worden verleend en in artikel 13 is bepaald dat beide partijen niet beogen om met de NDA een agentschap of een partnerschapsrelatie aan te gaan en dat geen van de partijen verplicht is om op grond van de NDA zaken te doen met de andere partij. Uit de e-mailcorrespondentie van eind juni 2022 volgt naar het oordeel van de rechtbank hooguit dat [gedaagde] ermee heeft ingestemd om de mogelijkheid te onderzoeken dat een onderdeel van de beloning voor een toekomstige rol van [eiser] in [gedaagde] zal bestaan uit een aandelenpakket in [gedaagde]. Van belang is dat daarbij onderscheid moet worden gemaakt tussen de onderhandelingen van partijen over een mogelijke toekomstige rol van [eiser] binnen [gedaagde] en de werkzaamheden die [eiser] in overleg met [naam 2], vooruitlopend participatie in [gedaagde] al heeft verricht.

Op 23 januari 2023 stelt [naam 1] namens [eiser] voor dat hij 5% van de aandelen verkrijgt en later aanvullend, aan de hand van ‘milestones’ nog eens 10% van de aandelen. Partijen zijn vervolgens met elkaar in gesprek gegaan over hoe de positie van [naam 1] in [gedaagde] er uit zou moeten komen te zien. [naam 2] vond de eerste door [naam 1] gegeven aanzet niet concreet en niet meetbaar genoeg als het gaat om door [naam 1] te behalen milestones en een tijdpad. Daarna heeft [naam 1] op 20 april 2023 zijn toekomstige rol binnen [gedaagde] gepreciseerd, waarbij hij de formulering zo heeft aanpast dat de nadruk meer is komen te liggen op het uitvoerende deel in plaats van op het adviserende deel van de taken. Deze concretere taakomschrijving, zoals omschreven onder 3.10, maakt ook onderdeel uit van het document dat wordt gebruikt in de bespreking met aandeelhouder UTH. In dat document wordt [naam 1] in het toekomstige managementteam omschreven als Chief Strategy Officer (CSO) met een commitment van 2 á 3 dagen per week. In de op 9 september 2023 door [naam 1] opgestelde concept-Letter of Intent (LOI) is de taakomschrijving die de toekomstige rol van [naam 1] binnen [gedaagde] definieert concreter gemaakt. Op 9 oktober 2023 voegt [naam 1] nog doelstellingen aan de LOI toe, die volgens zijn e-mail van 9 november 2023 in lijn liggen met de door de UTH vereiste milestones. Door [gedaagde] is gesteld en door [eiser] is niet weersproken dat de milestones ‘SMART’ gedefinieerd moesten worden. Dat (de laatste versie) van de taakomschrijving zoals deze door [naam 1] is voorgesteld ‘SMART’ gedefinieerd was, is gesteld noch gebleken.

De beloning die [naam 1] voor ogen stond, onder meer in de vorm van het aandelenpakket en de hoogte van de te bereiken milestones die recht zouden geven op een groter aandelenpakket, zijn met name in december 2023, maar na hervatting van de onderhandelingen ook in 2024, onderwerp van discussie tussen partijen geweest. Aan de orde is geweest wat de milestones zouden moeten, waarbij van de zijde van [gedaagde] wordt opgemerkt dat de milestones genoemd in Annex A zijn opgesteld voor het IP-bedrijf dat [gedaagde] zou worden en niet voor de werkmaatschappij waarvan nu sprake is. [naam 1] heeft aangegeven genoegen te nemen met een aandelenpakket van 12,5% waarvan 7,5% gebaseerd op het bereiken van milestones. Door [gedaagde] is te kennen gegeven dat het niet passend is om naast een groot pakket aandelen in de onderneming ook een commerciële vergoeding te ontvangen. De door [naam 1] voorgestelde succesfee van 10% indien de EIC-financiering wordt ontvangen, is voor [gedaagde] onbespreekbaar.

Naar het oordeel van de rechtbank blijkt hieruit dat partijen tijdens hun onderhandelingen intensief de mogelijkheid hebben verkend om, conform de wens van [naam 1], de beloning voor een toekomstige functie onder meer te laten bestaan uit een aandelenpakket in [gedaagde]. Partijen zijn het echter niet eens geworden over de toekomstige taken van [naam 1] binnen [gedaagde] en evenmin over de vorm en de hoogte van de beloning waarop hij bij het bereiken van milestones aanspraak zou kunnen maken. Over welke milestones gehanteerd dienen te worden zijn partijen ook niet op één lijn gekomen. Partijen hadden bovendien verschillende ideeën over de omvang van dat aandelenpakket. Na de op9 september 2023 gehouden aandeelhoudersvergadering was duidelijk dat de door [naam 1] beoogde 15%, voor aandeelhouder UTH te ver ging. Na de e-mail van [naam 2] van 2 januari 2024 moet het voor [eiser] hoe dan ook duidelijk zijn geweest dat het niet tot definitieve afspraken langs de door [eiser] voorgestelde lijnen zou komen.

Gelet op het onder 5.4 beschreven toetsingskader is ook voorafgaand aan 2 januari 2024 geen moment aan te wijzen dat partijen elkaar zo dicht waren genaderd dat [naam 1] er gerechtvaardigd op heeft mogen vertrouwen dat hij in de toekomst een positie binnen het [gedaagde] team zou gaan vervullen, waarvoor hij primair zou worden beloond met een aandelenpakket in [gedaagde]. [naam 1] heeft dat vertrouwen niet mogen ontlenen aan het feit dat hij aan derden werd voorgesteld als CSO en derhalve als lid van het managementteam van [gedaagde]. In de context van de onderhandelingen tussen partijen over de invulling die partijen aan die functie wilden geven en de beloning die daartegenover zou moeten staan, had het voor [naam 1] duidelijk moeten zijn dat hij nog niet daadwerkelijk CSO was, noch dat zeker was dat partijen overeenstemming over het definitief worden van zijn aanstelling in die functie zouden bereiken. Uit de e-mail van 10 december 2023, waarbij [naam 1] voor het geval partijen er niet in zouden slagen een lange termijn overeenkomst te sluiten een Funding Succes Fee Agreement voorstelt, blijkt naar het oordeel van de rechtbank dat [naam 1] er zelf ook geen (gerechtvaardigd) vertrouwen in had.

Onder deze omstandigheden is er geen reden om een uitzonderling te maken op het uitgangspunt dat het partijen vrij staat om onderhandelingen af te breken. [gedaagde] heeft de onderhandelingen niet ongeoorloofd afgebroken. Onrechtmatig handelen door [gedaagde] kan dan ook niet worden aangenomen, en in het verlengde daarvan bestaat in verband met de wijze waarop de onderhandelingen zijn geëindigd geen aanspraak op enige vergoeding.

Is er sprake van een overeenkomst van opdracht of een rompovereenkomst?

[eiser] stelt dat de overeenkomst die partijen in juli 2022 zijn aangegaan kwalificeert als een overeenkomst van opdracht. De overeenkomst kan volgens [eiser] mogelijk ook worden beschouwd als een rompovereenkomst waaraan reeds uitvoering is gegeven, omdat er al overeenstemming was bereikt over essentiële elementen van de door [eiser] te leveren prestaties, zoals de aard van de samenwerking, de proefperiode, de onbepaalde duur van de samenwerking etcetera. [gedaagde] betwist dit.

De rechtbank oordeelt als volgt. Vastgesteld kan worden dat [eiser] gedurende dit onderhandelingstraject al werkzaamheden voor [gedaagde] heeft verricht. Ook kan worden vastgesteld dat [eiser] dit deed op verzoek / in opdracht van [gedaagde]. Partijen verkeerden daarbij in de (niet uitgekomen) verwachting dat overeenstemming zou worden bereikt over een beloning/compensatie in de vorm van aandelen (ook) voor deze werkzaamheden. Aangenomen kan worden dat deze beloning niet alleen een tegenprestatie zou vormen voor de toekomstige werkzaamheden die [eiser] zou verrichten, maar ook voor de al verrichte werkzaamheden. Een en ander kwalificeert als overeenkomst(en) van opdracht, zonder dat over de hoogte van het loon overeenstemming is ontstaan en dus met een nog vast te stellen aanspraak op een gebruikelijk of redelijk loon. Bij deze stand van zaken kan de vraag of een en ander (ook) als rompovereenkomst kan worden aangemerkt, worden daargelaten, nu [eiser] niet de stelling heeft betrokken dat dit tot een ander resultaat/andere compensatie leidt.

Geen ongerechtvaardigde verrijking

Als zelfstandige grondslag heeft [eiser] nog betoogd dat sprake is van ongerechtvaardigde verrijking.

De rechtbank volgt [eiser] hierin niet. Uit de hiervoor als vaststaand aangenomen overeenkomst(en) van opdracht volgt dat [eiser] een vorderingsrecht heeft op [gedaagde] ter zake van loon. Tegen deze achtergrond is van een verarming aan de zijde van [eiser] en van een (ongerechtvaardigde) verrijking aan de zijde van [gedaagde] geen sprake.

Redelijk loon

Omdat partijen geen bindende afspraken hebben gemaakt over het verschuldigde loon, geldt dat op grond van artikel 7:405 lid 2 BW het op de gebruikelijke wijze berekende loon of, bij gebreke daarvan, een redelijk loon is verschuldigd. De kosten anders dan loon komen voor vergoeding in aanmerking op basis van artikel 7:406 lid 1 BW. [eiser] heeft geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit kan worden afgeleid op welke wijze het loon op gebruikelijke wijze moet worden vastgesteld. De rechter zal dus schattenderwijs een redelijke beloning moeten vaststellen.

[gedaagde] stelt dat [eiser] heeft aangeboden eerst te laten zien wat hij in huis heeft zonder daar een vergoeding tegenover te stellen. Zij verwijst in dat kader naar de e-mail van 30 juni 2022, waarin [naam 1] schrijft: ‘In terms of compensation it will probably be easier to discuss when we know what is to be compensated’. Anders dan [gedaagde] stelt heeft [naam 1] er niet mee ingestemd pro bono te werken. Dat blijkt niet uit de e-mail van 30 juni 2022 en ook niet uit NDA, waarin enkel sprake is van een lange onderzoeksperiode / proeftijd, maar waarin over compensatie van tijdens de periode uitgevoerde werkzaamheden niets is opgenomen. In zijn e-mail van 9 november 2023 schrijft [naam 1] tot dan toe zo ongeveer pro bono te hebben gewerkt en onder voorwaarden bereid zijn daarmee door te gaan totdat er meer financiering is. De stelling van [naam 1] dat hij hiertoe bereid is geweest in de verwachting dat partijen snel(ler) tot overeenstemming zouden komen over de invulling en beloning van zijn toekomstige functie, is het beeld dat ook uit de stukken naar voren komt. [naam 1] heeft naar het oordeel van de rechtbank niet afgezien van een vergoeding voor de werkzaamheden die hij heeft verricht terwijl partijen aan het onderhandelen waren over de invulling en beloning van de CSO functie. Anders dan [naam 1] stelt heeft [naam 2] in zijn e-mail van 30 juni 2022 niet ingestemd met vergoeding van de kosten van [naam 1] na het verstrijken van een proefperiode van een maand. Het verzoek dat [naam 2] in die e-mail aan [naam 1] doet heeft betrekking op de onderbouwing van de vergoeding van [naam 1] in de functie van CSO die partijen voor ogen stond en niet op een vergoeding voor zijn werkzaamheden in de fase daaraan voorafgaand.

Gelet op wat hiervoor reeds is overwogen is compensatie op basis van een aandelenbelang - zoals [naam 1] wenst - of geen compensatie omdat [naam 1] pro bono zou werken - zoals [gedaagde] voorstaat - niet aan de orde. De rechtbank zal beoordelen of een redelijk loon kan worden gedestilleerd uit de verschillende uurlonen die volgens partijen passend zouden zijn als vergoeding voor de door [naam 1] verrichte werkzaamheden.

[naam 1] verwijst naar het door hem in zijn adviespraktijk gehanteerde commerciële tarief van € 275,- per uur. [gedaagde] heeft aangeboden de werkzaamheden te vergoeden tegen een uurtarief van € 35,- per uur, het tarief dat werd gehanteerd op basis van het budget vanuit de Take Off 2 lening.

De door [gedaagde] voorgestane uurvergoeding staat volgens [naam 1] in geen enkele verhouding tot de aard, intensiteit en strategische waarde van de werkzaamheden die [eiser] heeft geleverd en is ook niet tussen partijen overeengekomen. [naam 1] heeft naar zijn zeggen de ruggengraat van de presentatie voor het laatste EIC-interview ontworpen, vormgegeven en inhoudelijk uitgewerkt. Het interview is volgens [eiser] een cruciaal moment in het aanvraagtraject van [gedaagde]. Dit illustreert niet alleen de actieve betrokkenheid van [eiser], maar ook de

centrale rol die zij heeft gespeeld in de positionering van de propositie richting de

beoordelingscommissie, aldus [eiser]. De presentatie vermeldt [naam 1] expliciet als teamlid in de functie van Chief Strategy Officer (CSO). Een en ander rechtvaardigt volgens [eiser] een uurtarief van € 275,-.

[gedaagde] betwist dat de betrokkenheid van [naam 1] onmisbaar is geweest

voor de toewijzing van de EIC-subsidie en betwist het belang van de werkzaamheden die hij heeft verricht.

Een uurtarief van € 275,- is naar het oordeel van de rechtbank niet redelijk, omdat niet kan worden aangenomen dat alleen een dergelijk vergoeding in verhouding zou staan tot de aard, intensiteit en strategische waarde van de werkzaamheden die [eiser] heeft geleverd. Anders dan [eiser] ingang wil doen vinden, is niet vast komen te staan dat [naam 1] de ruggengraat voor de presentatie van de EIC-aanvraag heeft ontworpen. [gedaagde] heeft er terecht op gewezen dat de presentatie met name steunt op data afkomstig uit het jarenlange onderzoek naar de technologie met betrekking tot naaldloos injecteren. [naam 1] heeft input geleverd op onderdelen van de aanvraag, namelijk op het gebied van het businessmodel en de marktstrategie. Ook heeft [naam 1] op verzoek van [gedaagde] meegewerkt aan 4 van de 33 slides en deze ook gepresenteerd. [naam 1] heeft zijn medewerking verleend aan het opstellen van de financiële prognose, maar heeft dat gedaan in samenwerking met Hezelburcht en de accountant van [gedaagde]. Het feit dat [gedaagde] niet enkel heeft gevaren op de expertise van [naam 1], maar Hezelburcht, een bureau dat is gespecialiseerd in het begeleiden van subsidie-aanvragen heeft ingeschakeld voor het opstellen van de niet-wetenschappelijke tekst voor de aanvraag, plaatst de door [naam 1] geleverde werkzaamheden naar het oordeel van de rechtbank in perspectief. Zijn inbreng bij de aanvraag en de presentatie en zijn (toekomstige) rol als CSO binnen het [gedaagde] team hebben er in een zekere mate aan bijgedragen dat de subsidie-aanvraag succesvol is geweest. De jury was immers van mening: 'The team is of exceptional quality and the applicants form a knowledgeable group with complementary expertise. The high quality of the team is illustrated by the credentials and experience of the participants. [gedaagde] heeft er terecht op gewezen dat het een teamprestatie was en niet de verdienste van enkel [naam 1].

Wat verder aanleiding vormt om van een lager uurtarief uit te gaan is het feit dat [gedaagde] in de periode hier aan de orde een start-up op zoek naar financiering was. In die context ligt het minder voor de hand om aansluiting te zoeken bij het door [eiser] gehanteerde commerciële uurtarief. Anderzijds twijfelt de rechtbank niet aan de stelling van [naam 1] dat hij enkel niet tegen de door [gedaagde] voorstelde vergoeding van € 35,- per uur heeft geprotesteerd omdat dit het uurtarief was waarvoor ook [naam 2] en [naam 3] als personeel van [gedaagde] op papier stonden in het kader van de subsidieaanvraag en er op dat moment nog uitzicht bestond op beloning in de vorm van een aandelenpakket. Dit tarief acht de rechtbank dus ook niet passend nu [naam 1] niet is toegetreden tot het [gedaagde]-team en hij dus als extern ingehuurd moet worden beschouwd. Voor de bepaling van een in die situatie passend uurtarief vindt de rechtbank een aanwijzing in de conceptversie van het budgetplan van [gedaagde] ten behoeve van de NWO TakeOff 2-leningaanvraag. Daarin staat [naam 1] onder de post ‘Other (costs external services, other costs)’ opgenomen voor een uurtarief van € 80,-, waarbij wordt aangetekend dat het maximale uurtarief € 125,- bedraagt. Hoewel [naam 1] stelt hiermee niet te hebben ingestemd, acht de rechtbank in de situatie zoals hier aan de orde een uurtarief van € 105,- (het gemiddelde van € 80,- en € 125,-) voor de door [naam 1] verrichte werkzaamheden een redelijk loon. Daarvan zal de rechtbank bij het bepalen van de vergoeding waarop [naam 1] recht heeft dan ook uitgaan.

Urenomvang

De rechtbank stelt vast dat partijen van mening verschillen over de juistheid van het aantal uren dat [naam 1] heeft gedeclareerd. Vanaf 9 juni 2023 heeft [naam 1] zijn uren bijgehouden in de Clockify-app (210 uren). De vanaf 1 januari 2023 van dat jaar gemaakte uren (123) heeft [naam 1] met terugwerkende kracht in de app gewerkt. In 2024 heeft [naam 1] nog 8 uren geregistreerd. In totaal heeft [naam 1] derhalve 341 Clockify-uren gedeclareerd. Over 2022 was registratie in de app niet mogelijk. [naam 1] schat het aantal gewerkte uren in 2022 op 144 uur, een inschatting die op basis van aantekeningen en correspondentie nader kan worden onderbouwd

[gedaagde] is heeft aangevoerd dat in de overgelegde urenoverzichten vanaf juni 2023 niet alleen tijd is ingevuld die betrekking zou heeft op de EIC aanvraag, maar bijvoorbeeld ook tijd die verband houdt met het opstellen van de LOI. Daarnaast heeft zij achteraf haar uren in- c.q. aangevuld vanaf januari 2023 en los van het feit dat deze geen betrekking hebben op de EIC-aanvraag, zijn ook de nodige vraagtekens bij te stellen bij de juistheid hiervan. [eiser] registreert volgens [gedaagde] meerdere keren 8 uur zonder dat duidelijk is wat hij heeft gedaan. Het valt ook op dat bijvoorbeeld 8 uur op een zaterdag is ingevuld, zoals bijvoorbeeld ten aanzien van 14 januari 2023); Ook zijn er uren 's nachts geschreven, bijvoorbeeld op 27 juli 2023 waarop 4 uur is geschreven tussen 2 en 6 uur 's nachts.

Daarnaast heeft [eiser] per whatsapp van 11 december 2023 (productie 24 dagvaarding) gemeld dat hij 96 uur aan de EIC aanvraag zou hebben besteed: hoe hij nu komt op een veelvoud daarvan, is onbegrijpelijk, zeker aangezien [eiser] stelt de uren vanaf juni 2023 te hebben bijgehouden. Het lijkt er dus op dat [eiser] de bestede tijd achteraf heeft opgehoogd, aldus [gedaagde].

Nu de het aantal uren waarvoor [naam 1] een vergoeding vraagt door [gedaagde] wordt betwist, zal [eiser] in de gelegenheid worden gesteld om bij akte (nader) te onderbouwen:

 dat zij in 2022 144 uren voor [gedaagde] heeft gewerkt

 welke werkzaamheden zij heeft verricht in de uren vermeld in productie 42 bij de dagvaarding, waarvan [gedaagde] stelt dat het haar onduidelijk is wat er in die uren is gebeurd.

Vervolgens zal [gedaagde] in de gelegenheid worden gesteld bij akte op beide punten te reageren.

Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

6. De beslissing

De rechtbank

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van woensdag 25 maart 2026 voor het nemen van een akte door [eiser] over wat is vermeld onder 5.25, waarna de wederpartij op de rol van vier weken daarna een antwoordakte kan nemen,

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.W.G. Wijnands en in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2026

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?