RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 11905981 \ CV EXPL 25-2997
Vonnis van 27 januari 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap UITVAARTVERZORGING VASSE B.V.,
gevestigd in Hardenberg,
eisende partij,
hierna te noemen: Uitvaartverzorging Vasse,
gemachtigde: Smit en Legebeke,
tegen
[gedaagde] ,
wonende in [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1. Waar deze zaak over gaat
[gedaagde] heeft Uitvaartverzorging Vasse opdracht gegeven de uitvaart van zijn moeder te verzorgen. Uitvaartverzorging Vasse heeft [gedaagde] hiervoor een factuur toegestuurd. [gedaagde] heeft deze factuur deels betaald. Uitvaartverzorging Vasse vordert betaling van de gehele factuur. [gedaagde] voert aan dat hij niet tot volledige betaling kan overgaan, omdat de notaris / het bewindskantoor niet meewerken en dat Uitvaartverzorging Vasse zich moet wenden tot de vereffenaar van de nalatenschap of de andere erfgenamen. De kantonrechter gaat niet mee in het verweer van [gedaagde] en wijst de vordering van Uitvaartverzorging Vasse grotendeels toe.
2. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, - de conclusie van antwoord,- de conclusie van repliek,- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
3. De feiten
[gedaagde] heeft Uitvaartverzorging Vasse op 19 januari 2023 opdracht gegeven de uitvaart van zijn moeder te verzorgen.
Uitvaartverzorging Vasse heeft [gedaagde] op 22 maart 2023 een factuur toegestuurd. [gedaagde] heeft deze factuur niet betaald.
Op 10 mei 2023 heeft Uitvaartverzorging Vasse [gedaagde] gesommeerd tot betaling over te gaan en gewezen op buitengerechtelijke incassokosten.
[gedaagde] heeft op 27 februari 2024 een bedrag van € 1.397,40 aan Uitvaartverzorging Vasse betaald. [gedaagde] heeft geen verdere betalingen verricht.
4. Het geschil
Uitvaartverzorging Vasse vordert (samengevat) veroordeling van [gedaagde] tot betaling van de factuur van € 5.587,57, te vermeerderen met 1% contractuele rente per maand tot en met 10 september 2025, in totaal een bedrag van € 1.631,85, 1% contractuele rente per maand over € 4.192,17 vanaf 11 september 2025 en vergoeding van buitengerechtelijk incassokosten.
[gedaagde] voert verweer.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
5. De beoordeling
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] de factuur van Uitvaartverzorging Vasse moet betalen. [gedaagde] heeft aangevoerd dat Uitvaartverzorging Vasse zich moet wenden tot de andere erfgenamen dan wel de vereffenaar van de nalatenschap. Maar dat is niet juist. Want Uitvaartverzorging Vasse de opdracht ontvangen van [gedaagde]. Dit heeft [gedaagde] niet betwist. Als opdrachtgever is [gedaagde] gehouden tot betaling van de werkzaamheden van Uitvaartverzorging Vasse. Dat de notaris/het bewindskantoor volgens [gedaagde] niet meewerken is voor risico van [gedaagde]. [gedaagde] heeft ook aangevoerd dat hij geen betalingsverplichting heeft, omdat zijn moeder het goed had geregeld in haar testament. [gedaagde] heeft dit onvoldoende onderbouwd. Zo heeft [gedaagde] niet uitgelegd wat zijn moeder precies heeft geregeld om [gedaagde] te ontslaan van zijn betalingsverplichting.
De kantonrechter zal ook de vordering tot betaling van de contractuele rente toewijzen met dien verstande dat, rekening houdend met de betaling door [gedaagde], het rentebedrag tot en met 10 september 2025 in totaal € 1.376,07 bedraagt. Namelijk tot en met 26-02-24 (10 maanden en 22 dagen) = 10 x 0,01 x 5587,57 = 558,75 en 22/29 x 0,01 x 5587,57 = 42,38. In totaal dus € 601,13.
En vanaf 27-02-24 tot en met 10-09-25 (18 maanden en 15 dagen) = 18 x 0,01 x 4190,17 = 754,23 en 5/31 x 0,01 x 4190,17 = 6,75 en 10/30 x 0,01 x 4190,17 = 13,96. In totaal dus € 774,94.
De kantonrechter zal ook de contractuele rente over de periode vanaf 10 september 2025 toewijzen voor zover dit, rekening houdend met de betaling door [gedaagde], zal worden berekend over een bedrag van € 4.190,17 (5.587,57 -/- 1.397,40).
De vordering van buitengerechtelijke incassokosten moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is. Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. De overeenkomst bevat het volgende incassokostenbeding:
“9.1 Betaling dient binnen 30 dagen na de factuurdatum netto contant te geschieden, tenzij schriftelijk anders is overeengekomen.
…
Indien een factuur na het verstrijken van de in lid 1 van dit artikel bedoelde termijn niet volledig is betaald:
…
B. zal de wederpartij, na daartoe door de gebruiker te zijn gemaand, ter zake van buitengerechtelijke kosten minimaal verschuldigd zijn 15% van de som van de hoofdsom en de vertragingsrente met een absoluut minimum van € 75,00.”
Het is een beding dat is bedoeld om in meerdere overeenkomsten te worden gebruikt en waarover niet afzonderlijk is onderhandeld. Omdat [gedaagde] een consument is, moet de kantonrechter ambtshalve beoordelen of dit beding oneerlijk is in de zin van Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Het beding wijkt niet ten nadele van de consument af van de wettelijke regeling die zonder dat beding zou gelden. Het beding is daarom niet oneerlijk en staat niet aan toewijzing van incassokosten in de weg. Uitvaartverzorging Vasse heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Uitvaartverzorging Vasse heeft het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten vermeerderd met btw. Omdat Uitvaartverzorging Vasse een van btw vrijgestelde prestatie heeft verricht, wordt de vergoeding verhoogd met btw. Daarom zal een bedrag van € 791,80 worden toegewezen.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag wordt toegewezen:
- hoofdsom
- contractuele rente t/m 10 september 2025
- buitengerechtelijke incassokosten
€
€
€
5.587,57
1.376,07
791,80
+
totaal
€
7.755,44
- betaling
€
1.397,40
-/-
Totaal
€
6.358,04
[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Uitvaartverzorging Vasse worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
146,14
- griffierecht
€
543,00
- salaris gemachtigde
€
678,00
(2 punten × € 339,00)
- nakosten
€
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.502,14
6. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan Uitvaartverzorging Vasse te betalen een bedrag van € 6.358,04, te vermeerderen met de contractuele rente van 1% per maand over € 4.190,17, met ingang van 11 september 2025 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.502,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.F. van Aalst en in het openbaar uitgesproken op 27 januari 2026. (hg)