RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer : 12268865 / EJ VERZ 26-187
Beschikking van de kantonrechter van 7 juli 2026
op een verzoek tot ontheffing van de verplichting tot vereffening volgens de wet
op verzoek van
[bewindvoerder] , handelend onder de naam [bedrijf],
gevestigd te [vestigingsplaats] ,handelend als bewindvoerder van de onder bewind gestelde erfgenaam:
- de heer [erfgenaam], geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] 1953,
in de hierna te noemen nalatenschap,
inzake de nalatenschap van erflater:
[erflater] , geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] 1957 en overleden te [plaats] op [datum] 2025, laatst wonende te [plaats] .
1. De procedure
Op 9 juni 2026 is een verzoekschrift binnengekomen op de griffie van de rechtbank. In het verzoekschrift wordt verzocht om ontheffing van de verplichting om te vereffenen op grond van artikel 4:202 lid 2 Burgerlijk Wetboek (BW).
De kantonrechter heeft afgezien van een mondelinge behandeling, omdat zij vindt dat zij voldoende is geïnformeerd. De beschikking is bepaald op vandaag.
2. De beoordeling
De kantonrechter is relatief bevoegd
De kantonrechter is relatief bevoegd kennis te nemen van het verzoek. Op grond van artikel 268 lid 1 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in zaken van nalatenschappen bevoegd de kantonrechter van de laatste woonplaats van de overledene. Uit de Basisregistratie Personen blijkt dat de laatste woonplaats van erflater [plaats] is. Deze woonplaats ligt in het arrondissement van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle.
Beoordeling verzoek
Blijkens het verzoekschrift is de nalatenschap van genoemde erflater beneficiair aanvaard door één van de erfgenamen: de heer [erfgenaam] . Ingevolge deze beneficiaire aanvaarding zijn volgens artikel 4:202 lid 1 sub a BW de voorschriften inzake de wettelijke vereffening van toepassing.
Door de beneficiaire aanvaarding van de onder bewind gestelde erfgenaam zijn de bepalingen over de wettelijke vereffening van toepassing op de nalatenschap (artikel 4:202 lid 1 sub a BW).
[bewindvoerder] heeft in zijn hoedanigheid van bewindvoerder van de onder bewind gestelde erfgenaam stukken overgelegd. Uit deze stukken blijkt dat de erflater een testament heeft opgemaakt. Volgens [bewindvoerder] is het saldo van de nalatenschap, voor zover hem bekend, positief. Daarnaast heeft de executeur-testamentair een overzicht van de financiële afwikkeling van de nalatenschap aan [bewindvoerder] verstrekt, waaruit blijkt op welke wijze de erfdelen zijn verdeeld. Nu de nalatenschap een positief saldo lijkt te hebben, wordt vereffening als een te zwaar middel beschouwd, hetgeen de gevraagde ontheffing rechtvaardigt. Daarbij komt dat de overige erfgenamen de nalatenschap zuiver hebben aanvaard en daarmee kennelijk niet hebben gekozen voor wettelijke vereffening.
Gezien het voorgaande zal de kantonrechter het verzoek tot ontheffing van de verplichting om te vereffenen toewijzen.
3. De beslissing
De kantonrechter,
verleent de verzochte ontheffing van de vereffening,
bepaalt dat de ontheffing niet hoeft te worden gepubliceerd,
bepaalt dat de griffier zorg zal dragen voor inschrijving van de ontheffing in het boedelregister.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.W. Eshuis, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 7 juli 2026. (jb)
Tegen deze beslissing kan, behoudens berusting, hoger beroep worden ingesteld binnen drie maanden na de dagtekening van deze eindbeschikking door indiening van een beroepschrift (door een advocaat) ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.