RECHTBANK OVERIJSSEL
Familierecht
locatie Almelo
zaaknummer: C/08/336595 / FA RK 25-1958
Beschikking van de meervoudige kamer van 12 januari 2026
in de zaak van:
[de moeder],
wonende in [woonplaats 1],
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. B.H. van der Zwan,
tegen
[de vader],
wonende in [woonplaats 2],
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. N.A.M. Kienhuis.
1. Het verdere procesverloop
De rechtbank heeft op 21 augustus 2025 een beschikking gegeven in deze zaak waarbij de beslissing op de verzoeken van de vader en de moeder is aangehouden.
De kinderrechter mr. J.L. Souman heeft op 20 november 2025 met [minderjarige 1] gesproken.
Op 24 november 2025 is het verweerschrift op het zelfstandig verzoek met bijlagen bij de griffie binnengekomen.
Op 25 november 2025 zijn aanvullende stukken van de vader bij de griffie binnengekomen.
Op 26 november 2025 zijn aanvullende stukken van de moeder bij de griffie binnengekomen.
De behandeling van de zaak is voortgezet voor de meervoudige kamer met gesloten deuren op 1 december 2025. Ter zitting zijn verschenen:- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;- [naam 1], namens de Raad voor de Kinderbescherming (verder te noemen: de raad).
2. De feiten
Voor de feiten wordt verwezen naar genoemde (tussen)beschikking van 21 augustus 2025.
3. Het verzoek
De moeder verzoekt de rechtbank, bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, zowel als voorlopige voorziening als in de hoofdzaak:
an de moeder vervangende toestemming te verlenen, welke de toestemming van de vader vervangt, om met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verhuizen naar [adres 1] en ook de kinderen daar te laten registeren in de BRP;
aan de moeder vervangende toestemming te verlenen, welke de toestemming van de vader vervangt, om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in te schrijven op de [locatie] school gelegen te [adres 2].
De moeder is van mening dat, gelet op de toetsingscriteria van de Hoge Raad in verhuiszaken, vervangende toestemming aan haar moet worden verleend om met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verhuizen naar [plaats]. Zij stelt dat haar belang bij de verhuizing en haar vrijheid om haar leven na de relatiebreuk opnieuw in te richten zwaarder wegen dan het belang van vader bij weigering om zijn toestemming voor de verhuizing te verlenen. De moeder heeft sinds 2,5 jaren een bestendige relatie en de kinderen hebben een goede band met de nieuwe partner van de moeder. De moeder heeft in [woonplaats 1] een appartement met twee slaapkamers waarbij de kinderen een slaapkamer delen. Gelet op hun leeftijd zorgt dit voor wrijving en onrust. Het lukt de moeder niet om andere woonruimte in [woonplaats 1] te vinden. Ze staat al vier jaren ingeschreven als woningzoekende. In de weekenden verblijft de moeder al vaak met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij haar nieuwe partner in [plaats]. Hij beschikt over een ruime eengezinswoning met een grote tuin. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] krijgen daar ieder hun eigen slaapkamer. De partner van de moeder heeft een stabiel leven in [plaats] en is niet in de gelegenheid om te verhuizen in verband met zijn goede baan als regiomanager. Volgens de moeder kan de huidige zorg- en contactregeling blijven voortduren, waarbij in plaats van het contactmoment op dinsdag de man kan beeldbellen met de kinderen. De moeder is bereid om het vervoer van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] voor de contactmomenten op zich te nemen. Hoewel de moeder geen rijbewijs heeft, wil de partner van de moeder fungeren als chauffeur en ook is de aansluiting met het openbaar vervoer goed geregeld. De contactmomenten tussen de vader en de kinderen zullen daarom niet worden verminderd. Hoewel [minderjarige 1] haar beste vriendinnetje op school erg zal missen, is ze wel enthousiast om te verhuizen. Ook [minderjarige 2] is enthousiast om te verhuizen. Familie van de moeder woont in [woonplaats 1] waardoor ze nog vaak in [woonplaats 1] te vinden is. De verhuizing is door de moeder goed doordacht en de moeder is al sinds 25 juni 2024 met de vader in gesprek gegaan over de verhuizing. De moeder heeft ook een passende school voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in [plaats] gevonden op zeven minuten fietsafstand van de woning van haar partner. Daar vinden veel buitenschoolse activiteiten plaats. Momenteel mist [minderjarige 1] dat op haar huidige school. Ook biedt deze school begeleiding aan kinderen met dyslexie.
Tijdens de mondelinge behandeling benadrukt de moeder dat [minderjarige 1] gezonde spanning heeft om naar een nieuwe plek te verhuizen en om naar een andere school te gaan. Haar enthousiasme om te verhuizen moet zwaarder wegen dan het missen van haar vriendin [naam 2]. De moeder heeft in [plaats] contact met vrienden van haar partner. Zij hebben ook kinderen. Op die manier kan [minderjarige 1] contacten leggen en vriendschappen opbouwen. De moeder verwacht dat [minderjarige 1] kan aarden in [plaats]. De moeder wil niet dat de zorgregeling wordt uitgebreid, zoals door vader is verzocht. Volgens haar ziet de vader de zorgen niet en ook willen de kinderen niet meer altijd naar hun vader. Ze blijft de afspraken die in het convenant zijn vastgelegd nakomen en zal de vader op de hoogte houden van alles. Dat zal niet veranderen. Ze hoopt dat de vader meer interesse gaat tonen en meer actie gaat ondernemen om betrokken te blijven in het leven van de kinderen. Ook hoopt ze dat de vader rekening gaat houden met een gezonde opvoedingsstijl. De moeder is van mening dat de weekendregeling met de vader voorgaat op andere afspraken. Het contactmoment op dinsdag kan na de verhuizing gecompenseerd worden doordat de kinderen op studiedagen en in de vakanties extra naar de vader kunnen. De moeder heeft toegezegd dat als de vervangende toestemming om te verhuizen niet wordt verleend zij in [woonplaats 1] blijft wonen. De moeder is bereid om eventueel samen met hulpverlening te werken aan de onderlinge verstandhouding en communicatie met de vader. De moeder staat achter een raadsonderzoek als er meer informatie nodig is.
4. Het verweer met zelfstandig verzoek
De vader verzoekt de rechtbank bij beschikking, voor zover de wet dit toelaat, uitvoerbaar bij voorraad, de moeder in haar verzoeken niet-ontvankelijk te verklaren dan wel de verzoeken van de moeder af te wijzen met veroordeling van de moeder in de kosten van de procedure, waaronder de nakosten.
Zelfstandig verzoek De vader verzoekt de rechtbank om, voor zover de wet dit toelaat, uitvoerbaar bij voorraad te bepalen:
I. dat de moeder met de kinderen niet mag verhuizen op straffe van een dwangsom van € 500,- per dag dat zij dit overtreedt met een maximum van € 50.000,-;
II. de zorgregeling te wijzigen en te bepalen dat de vader de even weken van maandag na school tot de daarop volgende maandag tot school omgang heeft met de kinderen en in de oneven weken de moeder van maandag na school tot de daarop volgende maandag tot school omgang heeft met de kinderen. De ouder die omgang krijgt, haalt de kinderen maandag op van school en brengt de kinderen die maandag naar school. De vakanties en feestdagen worden bij helfte verdeeld;
III. dat de bijdrage in de kosten voor de kinderen dient te worden gewijzigd en partijen hierover in overleg dienen te treden waarbij de moeder gehouden is om binnen 7 dagen na de beschikking haar financiële gegevens ter beschikking te stellen aan vader;
IV. de moeder te veroordelen in de kosten van deze procedure waaronder begrepen de nakosten.
Voorwaardelijke zelfstandige verzoeken De vader verzoekt de rechtbank om, voor zover de wet dit toelaat, uitvoerbaar bij voorraad te bepalen:
I. indien de rechtbank of de moeder van oordeel is dat zij dient te verhuizen (de rechtbank begrijpt: met de kinderen mag verhuizen) naar [plaats] de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vader te bepalen waarbij tussen de moeder en de kinderen een zorgregeling wordt vastgesteld van een weekend per 14 dagen met veroordeling van moeder in de kosten van onderhavige procedure waaronder begrepen de nakosten.
De vader stelt dat het belang van de moeder bij inrichting van haar eigen leven niet zwaarder weegt dan het belang van de vader om omgang met de kinderen te hebben en er voor ze te zijn. Hij is van mening dat de verhuizing naar een plaats 250 kilometer verderop niet in het belang van de kinderen is. De kinderen hebben daar geen sociaal leven, er woont geen verdere familie en de vader woont er ver vandaan. Volgens de vader zit [minderjarige 1] in een tweestrijd en wil [minderjarige 2] niet verhuizen. De vader ziet geen noodzaak voor de moeder om te verhuizen. Als de maatstaf om te verhuizen is dat de kinderen een eigen slaapkamer moeten hebben dan kunnen de kinderen ook hun hoofdverblijfplaats bij de vader hebben, want de vader heeft voor [minderjarige 1] en [minderjarige 2] een eigen slaapkamer. Een grote tuin en een eigen slaapkamer voor de kinderen willen hebben maakt niet dat er een noodzaak is om te verhuizen naar [plaats]. De moeder heeft volgens de vader nog voldoende mogelijkheden om te zoeken naar een andere woning in [woonplaats 1]. Ook is de vader van mening dat de partner van de moeder niet (economisch) is gebonden aan [plaats]. Dat [minderjarige 1] naar een andere school wil, is de vader onbekend en dat gelooft de vader niet. [minderjarige 1] is een teruggetrokken meisje en zij heeft moeite gehad met het sluiten van vriendschappen. Inmiddels zit ze helemaal op haar plek en heeft ze vriendinnen en een beste vriendin. De verhuizing zal daarom niet ten goede komen aan [minderjarige 1] en ze zal weer helemaal opnieuw moeten beginnen. Van een doordachte en voorbereide verhuizing is daarom geen sprake. Volgens de vader betrekt de moeder hem niet in schoolgerelateerde zaken van de kinderen en hebben zij in juli 2025 een gesprek met elkaar gehad vanwege het gebrek aan informatieverschaffing door de moeder aan de vader. De communicatie tussen de ouders is dus niet optimaal. De moeder heeft zonder overleg met de vader contact gehad met de nieuwe school in [plaats]. Daarin is de vader niet betrokken. De vader vreest dat door de afstand de communicatie tussen de ouders zal gaan verslechteren. Sinds januari 2024 is de zorgregeling uitgebreid met de dinsdag erbij. De vader wil het liefst de regeling nog meer uitbreiden. Ook de kinderen willen vaker naar de vader toe. De moeder acht het van belang dat de regeling zoals opgenomen in het ouderschapsplan doorgang vindt. Dat betekent volgens de vader dat de kinderen op vrijdagmiddag 2 uren en 44 minuten in de auto moeten zitten. Met het openbaar vervoer duurt de reis 4 uren en 30 minuten. De omgangsweekenden met de vader zullen aanzienlijk worden beperkt, omdat de kinderen op vrijdag na school pas kunnen vertrekken en zondag op tijd weer thuis moeten zijn voor hun nachtrust. De moeder komt met geen enkele wijze van compensatie, nog daargelaten dat de kinderen moe zullen zijn van de lange reis en dit niet in hun belang is. Ook vraagt de vader zich af hoe het in de toekomst gaat wanneer de kinderen in het weekend willen sporten.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vader er mee ingestemd dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder is als de moeder in [woonplaats 1] blijft wonen. Hij wil dan wel een uitbreiding van de zorgregeling. De vader is bereid om eventueel samen met hulpverlening te werken aan de onderlinge verstandhouding en communicatie met de moeder. Hij kan niet instemmen met een raadsonderzoek.
5. Het verweer op het zelfstandig verzoek
Naar de mening van de moeder dienen het zelfstandig verzoek en het voorwaardelijk zelfstandig verzoek te worden afgewezen. Zij persisteert voor het overige.
De moeder is van mening dat de vader zijn verzoek niet voldoende heeft doordacht en de belangen van de kinderen niet voorop stelt. Zo is de moeder altijd hoofdopvoeder geweest en heeft [minderjarige 1] te kennen gegeven niet altijd meer naar de vader toe te willen. Ook zitten partijen niet op een lijn over de opvoeding en is de vader niet in staat om de verantwoordelijkheid voor de kinderen op zich te nemen. Zij vindt daarom het voorstel van de vader onrealistisch en niet in het belang van de kinderen.
6. De mening van [minderjarige 1]
heeft aan de kinderrechter verteld dat ze het een beetje lastig vindt om iets over de verhuizing te zeggen. Ze wordt enthousiast van de verhuizing omdat ze een eigen kamer krijgt, maar ze wil niet naar een andere school. [minderjarige 1] heeft genoeg aan haar beste vriendin [naam 2], aan wie ze gehecht is. [minderjarige 1] heeft er nog niet over nagedacht dat de omgangsweekenden anders gaan worden door de eventuele verhuizing. Als ze eraan denkt dat ze haar vader dan minder gaat zien wordt ze verdrietig.
7. Het advies van de raad
De raad vindt het lastig om te adviseren of de verhuizing wel in het belang van de kinderen is. De raad ziet namelijk grote nadelen. Het contact met de vader wordt minder en ook kan de reistijd heel vervelend worden voor de kinderen, zeker met het openbaar vervoer. De afstand is te groot. De positie van de vader zal veranderen waardoor zijn betrokkenheid als vader afneemt. Dat is niet in het belang van de kinderen. De raad wil eventueel een raadsonderzoek uitvoeren als de rechtbank dat nodig acht.
8. De verdere beoordeling
Bij beschikking van 21 augustus 2025 heeft de rechtbank het verzoek van de moeder en de vader tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen. Iedere verdere beslissing is aangehouden en de zaak is verwezen voor de verdere behandeling naar de meervoudige kamer. De rechtbank neemt over wat is overwogen en beslist in voornoemde beschikking.
De vervangende toestemming ten aanzien van de verhuizing
De ouders zijn gezamenlijk met het gezag belast. Dat brengt met zich dat voor het wijzigen van de woonplaats van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in beginsel toestemming van de andere met het gezag belaste ouder vereist is. Als een ouder weigert die toestemming te geven, kan de andere ouder de rechtbank vragen vervangende toestemming te verlenen.
De rechtbank houdt rekening met alle omstandigheden en maakt een belangenafweging. Het belang van het kind staat hierbij voorop, maar afhankelijk van de omstandigheden kunnen andere belangen zwaarder wegen. Volgens de rechtspraak van de Hoge Raad kan een aantal omstandigheden een rol spelen. In deze zaak zijn dat:
- de noodzaak om te verhuizen;
- hoe goed de moeder de verhuizing heeft voorbereid en doordacht;
- de voorstellen die de moeder heeft gedaan om de gevolgen van de verhuizing te verzachten;
- hoe goed de ouders met elkaar kunnen overleggen;
- hoe vaak er contact plaatsvindt tussen de kinderen en de vader voor en na de verhuizing;
- de leeftijd van de kinderen, hun mening en in hoeverre zij zijn gewend aan hun omgeving of juist aan verhuizingen;
- de (extra) kosten van de omgang na de verhuizing.
De rechtbank acht zich op grond van de stukken en de mondelinge behandeling voldoende voorgelicht om een beslissing te kunnen nemen, zodat er geen aanleiding is om een raadsonderzoek te gelasten. Het is in het belang van de kinderen dat er duidelijkheid komt in deze situatie. Een raadsonderzoek - dat tijdrovend zal zijn - draagt daar in dit geval niet aan bij. De raad heeft bovendien tijdens de mondelinge behandeling al een advies gegeven aan de rechtbank.
De rechtbank is van oordeel dat het verzoek van de moeder om haar vervangende toestemming te verlenen om met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar [plaats] te verhuizen moet worden afgewezen. Dat betekent dat de moeder niet met de kinderen naar [plaats] mag verhuizen. De rechtbank zal hieronder uitleggen waarom zij deze beslissing neemt.
Het verzoek van de moeder om te verhuizen is ingegeven door de wens om na haar relatiebreuk met de vader een nieuw leven op te bouwen en een ruimere woning te willen voor de kinderen. Die wens is invoelbaar.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de moeder echter niet aannemelijk gemaakt dat het noodzakelijk is om met de kinderen te verhuizen naar een plaats meer dan 2,5 uur rijden vanaf de plaats waar de kinderen zijn opgegroeid, geworteld zijn en hun sociale leven en hun netwerk hebben. De moeder heeft onvoldoende aangetoond dat zij er alles aan heeft gedaan om een ruimere woning met meerdere slaapkamers te vinden in (de buurt van) [woonplaats 1]. Het enkel als woningzoekende staan ingeschreven is niet voldoende. Dat haar huidige partner een ruime eengezinswoning heeft is een mooie bijkomstigheid, maar dat vormt geen voldoende rechtvaardiging om met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] daar naartoe te verhuizen om samen te gaan wonen met haar partner.
Het belang van de moeder om bij haar partner te wonen weegt naar het oordeel van de rechtbank minder zwaar dan het belang van de kinderen om in hun huidige vertrouwde omgeving te blijven. Op dit moment woont er geen familie van de moeder in of rond [plaats] en bevindt zij zich in de sociale kring van de vrienden van haar partner. De kinderen hebben daar geen vriendjes of vriendinnetjes en het is gebleken dat [minderjarige 1] een teruggetrokken meisje is dat moeite heeft om vriendschappen te sluiten, terwijl zij in [woonplaats 1] in dat opzicht nu juist vaste voet aan de grond lijkt te hebben en een beste vriendin heeft. Met betrekking tot [minderjarige 2] is niet gebleken van een eigen behoefte aan een nieuwe woonomgeving. De rechtbank vindt het daarom niet wenselijk om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uit hun vertrouwde omgeving te halen
De rechtbank heeft verder meegewogen dat de huidige zorgregeling die de vader met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] heeft niet op dezelfde wijze kan worden voortgezet en per saldo minder wordt bij een verhuizing. Gelet op de lange reistijd van [woonplaats 1] naar [plaats] en het feit dat de moeder geen rijbewijs bezit, zal een verhuizing betekenen dat de kinderen minder tijd met de vader hebben. Op dit moment heeft de vader om het weekend en iedere dinsdag de zorg voor de kinderen. Niet alleen het fysieke wekelijkse contactmoment op dinsdag zou na de verhuizing komen te vervallen, ook de omgang in de weekenden wordt verminderd vanwege de reisafstand en de daarmee gepaard gaande reistijd. [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zullen op vrijdag aanmerkelijk later bij hun vader zijn omdat ze om 14.00 uur vrij zijn van school en daarna pas kunnen vertrekken. Op zondag zullen zij een aantal uren eerder bij de vader moeten vertrekken zodat ze op tijd bij de moeder kunnen gaan slapen en weer fit zijn voor de maandag. Deze reistijd is van invloed op het welzijn van de kinderen en de kwaliteit van het contact tussen de kinderen en de vader.
Het lijkt erop dat de moeder het contact tussen de vader en [minderjarige 1] en [minderjarige 2] van ondergeschikt belang vindt nu het contact door de verhuizing een stuk minder zal zijn. De kinderen hebben echter een goede band met hun vader en het is belangrijk dat ze die houden. Het is niet realistisch om te verwachten dat die band tussen de vader en de kinderen op deze grote afstand kan worden onderhouden. De betrokkenheid van de vader in het leven van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] zal verminderen, terwijl de vader de kinderen juist graag vaker zou willen zien. Dit voelt voor de vader als een enorm verlies. Ook [minderjarige 1] heeft gezegd dat ze verdrietig wordt als ze haar vader minder ziet. Verder speelt mee dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ouder worden en in de weekenden in toenemende mate eigen activiteiten zullen ontplooien. Zo zullen ze wellicht willen deelnemen aan sport en/of sociale activiteiten die zich niet goed met de zorgregeling of de structurele aanwezigheid van de vader bij die activiteiten laten combineren. Ook hierdoor komt de weekendregeling tussen de vader en de kinderen onder druk te staan. Op dit moment kunnen de kinderen spontaan op de fiets naar hun vader. Dat zal na de verhuizing van de moeder naar [plaats] niet meer mogelijk zijn. Dit alles is niet in het belang van de kinderen en de vader.
Alles overwegend is de rechtbank van oordeel dat het belang van de moeder en haar recht op een nieuwe start niet zwaarder dienen te wegen dan het belang van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] om hun leven te continueren in een voor hen vertrouwde en prettige leefomgeving met een sociaal netwerk en familie in de nabije omgeving alsmede nauw contact met hun vader.
De communicatie
Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de communicatie tussen de ouders is verslechterd. Volgens de moeder is de communicatie in grote lijnen goed, maar de vader vindt van niet. Zeker bij een verhuizing is het naar het oordeel van de rechtbank noodzakelijk dat de ouders bereid en in staat zijn met elkaar op een normale en constructieve manier te communiceren. Hiervan is momenteel geen sprake. De rechtbank acht het - ook los van de verhuisproblematiek - wenselijk dat de ouders hieraan gaan werken. Dit kan eventueel met ondersteuning van de hulpverlening. De ouders hebben gezegd hiertoe bereid te zijn. Het is belangrijk dat de ouders gezamenlijk naar de kinderen uitstralen dat zij goed met elkaar kunnen communiceren. Hier hebben [minderjarige 2] en vooral [minderjarige 1] baat bij.
De vervangende toestemming met betrekking tot de inschrijving op de school
Nu de rechtbank het verzoek van de moeder om met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar [plaats] te mogen verhuizen afwijst, zal de rechtbank ook het verzoek van de moeder om vervangende toestemming te verlenen om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in te schrijven op de [locatie]-school aan de [adres 2] [plaats] afwijzen. De moeder heeft zonder verhuizing ook geen belang meer bij dit verzoek.
De zorg- en contactregeling
De vader heeft bij zelfstandig verzoek verzocht om de zorgregeling uit te breiden in die zin dat de kinderen in de even weken van maandag na school tot de erop volgende maandag voor school bij hem zijn, waarbij de vader de kinderen dan op die maandagochtend naar school brengt. De moeder heeft de kinderen dan in de oneven weken van maandag na school tot de erop volgende maandag voor school bij zich. De vakanties en de feestdagen worden bij helfte verdeeld.
De moeder voert verweer.
Naar het oordeel van de rechtbank dient het verzoek van de vader om de zorgregeling te wijzigen te worden afgewezen. De rechtbank ziet geen noodzaak om de huidige zorgregeling uit te breiden. De weekendregeling verloopt goed en er bestaat geen aanleiding om daarin in te grijpen. Partijen zijn samen overeengekomen dat vanaf januari 2024 [minderjarige 1] en [minderjarige 2] iedere dinsdag een extra contactmoment hebben met de vader. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de moeder gesteld dat [minderjarige 1] niet meer iedere dinsdag naar de vader wil en dat zij de keuze bij [minderjarige 1] laat of ze wel of niet gaat. Volgens de moeder wil [minderjarige 1] niet naar haar vader, omdat ze het gevoel heeft dat [minderjarige 2] het lievelingskind van de vader is. De rechtbank benadrukt dat het belangrijk is dat de huidige zorg- en contactregeling wordt gecontinueerd en dat het contactmoment op dinsdag niet vrijblijvend is. De ouders zijn dit contactmoment op de dinsdag samen overeengekomen en het is niet aan [minderjarige 1] om te bepalen of zij wel of niet op de dinsdag naar haar vader gaat. De rechtbank hoopt dat de vader het achtergestelde gevoel van [minderjarige 1] kan wegnemen, bijvoorbeeld door ook specifiek samen met haar leuke dingen te gaan doen.
De dwangsom
Zoals hierboven al is geoordeeld wijst de rechtbank het verzoek van de moeder om haar vervangende toestemming te verlenen om met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] te verhuizen naar [plaats] af. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de moeder expliciet en overtuigend toegezegd dat zij in [woonplaats 1] zal blijven wonen en niet zal verhuizen naar [plaats] als de rechtbank haar verzoek afwijst. De rechtbank vertrouwt erop dat de moeder zich hier aan zal houden en ziet daarom geen reden om een dwangsom op te leggen. De rechtbank zal het verzoek van de vader dus afwijzen.
Het voorwaardelijk zelfstandig verzoek van de vader
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de vader er mee ingestemd dat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de moeder blijft (en dat zij dus bij haar ingeschreven blijven) als de moeder niet gaat verhuizen naar [plaats]. Gelet op deze toezegging en omdat het verzoek van de moeder om toestemming om te verhuizen wordt afgewezen, komt de rechtbank niet toe aan het voorwaardelijke verzoek van de vader en zal dit verzoek worden afgewezen.
De kinderalimentatie
De rechtbank zal dit verzoek van de vader om deze bijdrage te wijzigen afwijzen, nu dit verzoek onvoldoende bepaald is en daarnaast niet voldoende is onderbouwd. Een bevel aan de moeder om hierover met de vader in overleg te treden en/of haar financiële gegevens aan hem af te geven is daarom evenmin aan de orde.
De kosten van deze procedure
De rechtbank zal bepalen dat de ouders allebei hun eigen proceskosten moeten dragen, omdat zij geen reden ziet om één van de ouders in de proceskosten te veroordelen.
4. De beslissing
De rechtbank:
wijst alle verzoeken van de moeder en de vader af;
bepaalt dat de ouders allebei hun eigen proceskosten moeten betalen.
Deze beschikking is gegeven door mr. A.M. Koene (voorzitter), mr. M.H. van der Lecq en mr. J.L. Souman, (kinder)rechters, in aanwezigheid van mr. J.J.M. Nijmeijer als griffier en in het openbaar uitgesproken op 12 januari 2026.
De rechtbank stuurt een afschrift van deze beschikking naar de raad voor de kinderbescherming. De raad neemt de gegevens uit deze beschikking op in zijn registratie.
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden:
door verzoeker en door degene(n) aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.