RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: C/08/333234 / HA ZA 25-158
Vonnis van 22 juli 2026
in de zaak van
[eiser] ,
te [woonplaats 1],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. J. Engels,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats 2],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat: mr. H.J.G.M. te Woerd.
1. De samenvatting
In het tussenvonnis van 12 november 2025 heeft de rechtbank [gedaagde] een bewijsopdracht gegeven. [gedaagde] heeft vervolgens een deskundigenrapport op laten stellen en overgelegd. De rechtbank zal in dit eindvonnis tot het oordeel komen dat [gedaagde] in de bewijslevering is geslaagd en zal de vorderingen van [eiser] afwijzen. De rechtbank legt dat oordeel hierna uit.
2. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 12 november 2025,
- de akte van [gedaagde],- de akte van [eiser].
Ten slotte is vonnis bepaald.
3. De verdere beoordeling
Inleiding
In het tussenvonnis van 12 november 2025 heeft de rechtbank vastgesteld dat [gedaagde] tegenover [eiser] heeft verklaard in te stemmen met het kwijtschelden van het deel van de lening van € 200.000,- en met het geven van uitstel voor betaling van het restant van de schuld. [gedaagde] heeft een beroep gedaan op vernietiging van die rechtshandeling op grond van een geestelijke stoornis als bedoeld in artikel 3:34 BW of misbruik van omstandigheden als bedoeld in artikel 3:44 lid 4 BW. Volgens [gedaagde] heeft hij sinds zijn herseninfarcten in 2018 last van cognitieve beperkingen waardoor hij de gevolgen van zijn handelen niet goed kan overzien, en heeft [eiser] hem onder druk gezet om de kwijtschelding te doen en uitstel van betaling te geven. [eiser] heeft de vernietigbaarheid van de rechtshandeling betwist.
De bewijsopdracht
[gedaagde] is in de gelegenheid gesteld om te bewijzen:
a. a) dat toen hij in 2024 aan [eiser] verklaarde dat hij instemde met de kwijtschelding en het uitstel van betaling, hij (1) als gevolg van zijn herseninfarcten kampte met cognitieve beperkingen die een redelijke waardering van zijn belangen beletten, of (2) die verklaring onder invloed van die cognitieve beperkingen is gedaan; of
b) dat hij heeft verklaard in te stemmen met de kwijtschelding en het uitstel van betaling omdat hij door [eiser] onder druk is gezet, hij zich gestrest voelde, en hij, naar [eiser] bekend was, als gevolg van zijn herseninfarcten cognitief beperkt was.
Deskundigenrapport
[gedaagde] heeft bij akte een deskundigenrapport van SMAS Advies B.V. (hierna: SMAS) overgelegd, dat is opgesteld door drs. J.U.R. Niewold, neuroloog (niet-praktiserend). [gedaagde] concludeert met verwijzing naar het deskundigenrapport dat zijn cognitieve beperkingen na 2018 min of meer blijvend aanwezig zijn geweest, dat die cognitieve beperkingen een redelijke waardering van zijn belangen beletten en dat zijn verklaring over de kwijtschelding van een deel van de lening en het uitstel van betaling onder invloed van die cognitieve beperkingen is gedaan.
[eiser] concludeert dat [gedaagde] niet geslaagd is in de bewijslevering. Samengevat voert hij aan dat de deskundige niet voldoende gespecialiseerd is omdat SMAS een medisch adviesbureau is voor slachtoffers, terwijl [gedaagde] geen slachtoffer is, en dat de deskundige ook niet is opgenomen in het VIA Register Wilsbekwaamheid. Verder voert hij aan dat het rapport onzorgvuldig en onvolledig is omdat het rapport voornamelijk gebaseerd is op medische stukken uit 2018, terwijl [gedaagde] zelf niet onderzocht is.
[gedaagde] is geslaagd in de bewijsopdracht
De rechtbank oordeelt dat [gedaagde] er in is geslaagd om te bewijzen dat toen hij in 2024 aan [eiser] verklaarde dat hij instemde met de kwijtschelding en het uitstel van betaling, hij als gevolg van zijn herseninfarcten kampte met cognitieve beperkingen die een redelijke waardering van zijn belangen beletten, en die verklaring onder invloed van die cognitieve beperkingen is gedaan (onderdeel a. van de bewijsopdracht). Dit wordt hierna toegelicht.
In een eerder door [gedaagde] overgelegde brief van Revalidatiecentrum Vogellanden aan zijn huisarts uit augustus 2018, is onder meer het volgende opgenomen:
“patiënt was van 26-04-2018 t/m 24-08-2018 opgenomen in Vogellanden.
(…) Cognitief:
Er werd een neuropsychologisch onderzoek verricht d.d. 29-5 en 4-6-2018 waaruit het volgende naar voren kwam: aanwijzingen voor beperkingen op het gebied van de verdeelde aandacht en de executieve vermogens. Visuele doorstreeptaken laten wisselende resultaten zien. Het verbale werkgeheugen is zeer laag. Ook zijn er beperkingen in de inprenting en reproductie van een grote hoeveelheid verbaal aangeboden informatie. De woordvindproblemen kunnen hiervan de oorzaak zijn. Uit een herkenningstaak blijkt dat patiënt de informatie wel in zijn geheugen heeft weten op te slaan en kan herkennen. De inprenting van herhaaldelijk aangeboden visuele informatie verloopt op gemiddeld niveau waarbij de leerindex laag gemiddeld is, patiënt lijkt te profiteren van herhaling. Na enige tijd is de hoeveelheid visuele informatie die hij uit het geheugen weet op te diepen echter laag. (…)
Huidig niveau van functioneren:
Mentale en cognitieve functies: het ziekte inzicht nam toe, zag in dat er hulp en begeleiding nodig is voor thuis. Ervaart moeite met onthouden van informatie en begrijpen van veel verbaal aangeboden informatie. In het handelen wordt onder andere gezien dat er aanwijzingen zijn voor executieve problemen. Deze problemen kunnen zich uiten in het niet komen tot het oplossen van problemen, impulsief beginnen aan handelingen zonder plan van aanpak. Tevens beperkingen op gebied van overzicht en controle van handelingen. (…) In combinatie met de lichte woordvindproblemen en versprekingen zijn verduidelijkende vragen van de gesprekspartner soms nodig. Lezen van boeken lukt nog niet goed door afasie en neglect.
(…) Samenvatting:
72 jarige man met status na iCVA links dd 26-3-2018 en recidief iCVA links 4-4-2018. (…) Er zijn cognitieve stoornissen op gebied van executieve functie, verdeelde aandacht en geheugen waarbij het ziekte-inzicht niet optimaal is. Het advies vanuit het behandelteam is om niet naar zijn eigen woning terug te keren vanwege de combinatie fysieke en cognitieve beperkingen en het beperkte ziekte inzicht hierin. (…)”
In het deskundigenrapport van SMAS uit maart 2026, schrijft de neuroloog onder meer het volgende:
“Betrokkene heeft op 72-jarige leeftijd een ischaemisch CVA doorgemaakt in de rechterhemisfeer met enkele dagen later een recidief. Op de MRI-scan van de hersenen zijn meerdere infarceringen te zien zowel links frontaal en links temporaal.
Als gevolg daarvan is hij rechts halfzijdig verlamd geraakt met daarbij een neglect voor deze zijde, lichte woordvindproblemen en cognitieve stoornissen op het gebied van de verdeelde aandacht en de executieve vermogens (executieve functies zijn de cognitieve “regiefuncties” van de hersenen, essentieel voor doelgericht gedrag, planning, organisatie, werkgeheugen en emotieregulatie. Ze stellen mensen in staat om complexe taken uit te voeren, impulsen te beheersen en flexibel te reageren op situaties). Ten tijde van de laatste informatie was er nog geen sprake van een medische eindtoestand. Echter wel kan gezegd worden dat de cognitieve stoornissen zoals die bovenstaand zijn aangegeven min of meer wel blijvend aanwezig zullen zijn gebleven met mogelijk een lichte verbetering maar niet zodanig dat betrokkene zonder meer bepaalde minder complexe en complexe vraagstukken goed kan overzien.
Hij wordt daarin enerzijds gehinderd door het moeite hebben met onthouden van dingen en het begrijpen van de informatie met daarbij lichte woordvindstoornissen hetgeen betekent dat hij soms niet de juiste woorden zegt en vaak vervangt door een ander woord. Anderzijds kan hij niet altijd bij min of meer complexere zaken tot een goede oplossing komen. (…)
Duidelijk is dat betrokkene duidelijk minder bekwaam kan worden geacht dan hij normaliter zonder de doorgemaakte CVA’s zou zijn geweest.
(…)
Duidelijk is dat betrokkene na de doorgemaakte CVA’s informatie minder goed begrijpt en het kunnen overdenken van opties minder goed kan doen. Ook kan hij zich minder goed uiten als gevolg van de lichte woordvindstoornissen. Deze problemen kunnen makkelijk toenemen in situaties waarbij betrokkene onder stress wordt gezet.”
Uit het ingebrachte deskundigenrapport van SMAS, in samenhang gezien met de eerdere brief van het revalidatiecentrum uit 2018, kan naar het oordeel van de rechtbank redelijkerwijs worden afgeleid dat [gedaagde] zich in 2024 niet goed rekenschap kon geven van zijn betreffende verklaring aan [eiser], althans de consequenties daarvan onvoldoende kon overzien. Het verzoek om kwijtschelding en uitstel van betaling dat [eiser] in 2024 aan [gedaagde] deed, is complex van aard. Dat wil zeggen: de betekenis en de consequenties van een dergelijk verzoek zijn voor een gemiddeld persoon niet eenvoudig te begrijpen en te overzien. In de brief van het revalidatiecentrum is onderbouwd dat [gedaagde] in 2018 als gevolg van de herseninfarcten kampte met cognitieve stoornissen die maakten dat hij vraagstukken van niet-eenvoudige aard niet goed kon overzien. Het rapport van SMAS maakt voldoende aannemelijk dat deze stoornissen en de daaruit voortvloeiende beperkingen in 2024 ook nog speelden. Uit het rapport kan immers worden afgeleid dat volgens de neuroloog weliswaar enige verbetering kan zijn opgetreden na 2018, maar niet zodanig dat [gedaagde] weer in staat zal zijn om ingewikkelde kwesties, zoals het verzoek van [eiser] om kwijtschelding en uitstel van betaling, goed te kunnen overdenken. Overigens strookt die conclusie ook met de indruk die rechtbank tijdens de zitting heeft gekregen.
[eiser] heeft geen bewijsmiddelen ingebracht die de bovengenoemde bevindingen en conclusies ontkrachten. De eerder door [eiser] overgelegde verklaringen van de beoogde kopers van zijn woning en van zijn huidige partner zijn daarvoor onvoldoende. Zoals in het tussenvonnis al is overwogen, zeggen die verklaringen alleen iets over de indruk van leken, die bovendien niet onafhankelijk zijn (zie 5.10 van het tussenvonnis).
De door [eiser] aangevoerde bezwaren tegen het rapport van SMAS worden verworpen. De rechtbank ziet niet in, en [eiser] heeft ook niet toegelicht, waarom het gegeven dat SMAS gericht is op bijstand aan slachtoffers, afbreuk zou doen aan de deskundigheid van de rapporterende neuroloog. [eiser] heeft ook niet uitgelegd waarom het feit dat deskundige niet is ingeschreven in het VIA Register Wilsbekwaamheid, zou maken dat hij onvoldoende deskundig is op het gebied waarover hij heeft gerapporteerd. Tot slot valt zonder nadere toelichting, die ontbreekt, ook niet in te zien waarom de deskundige niet op zorgvuldige wijze tot zijn conclusies kan zijn gekomen op basis van (enkel) het medische dossier van [gedaagde].
De vorderingen van [eiser] worden afgewezen
Nu [gedaagde] is geslaagd in de bewijsopdracht, moet ervan uit worden gegaan dat [gedaagde] zijn geestesvermogens waren gestoord toen hij aan [eiser] verklaarde in te stemmen met kwijtschelding en uitstel van betaling, en dat hij niet daadwerkelijk kwijtschelding en uitstel van betaling aan [eiser] heeft willen verlenen. Het op artikel 3:34 lid 2 BW gegronde beroep op vernietiging van [gedaagde] slaagt. Daarom bestaat geen grond om [gedaagde] te veroordelen om mee te werken aan uitvoering van de afspraak, en heeft [eiser] geen belang bij de gevorderde verklaring voor recht dat bedoelde afspraak is gemaakt. De vorderingen van [eiser] zullen worden afgewezen.
Proceskosten
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [gedaagde] worden begroot op:
- griffierecht
€
331,00
- salaris advocaat
€
7.212,50
(2,5 punten × € 2.885,00)
- nakosten
€
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
7.732,50
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
[gedaagde] heeft ook gevraagd om hem een vergoeding toe te kennen voor de kosten die hij heeft gemaakt voor de door hem ingeschakelde partijdeskundige. Er bestaat onder de gegeven omstandigheden echter geen grond voor een toewijzing van die kosten (zie Hof 's-Hertogenbosch 04-04-2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:1538).
4. De beslissing
De rechtbank
wijst de vorderingen van [eiser] af,
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 7.732,50, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf veertien dagen na betekening van het vonnis,
verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Berends en in het openbaar uitgesproken op 22 juli 2026.
!