Uitspraak
7. De rechter verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen gelijk.
Motivering
8. De rechter motiveert de uitspraak als volgt.
Het gaat erom of sprake is van zeer dringende redenen zoals bedoeld in artikel 16 van de Participatiewet (PW). Daar is rechtspraak over. Uit die rechtspraak volgt dat er sprake moet zijn van zeer dringende redenen bij zeer uitzonderlijke omstandigheden. Er wordt ook wel gesproken over een acute noodsituatie en zeer behoeftige omstandigheden, die het onvermijdelijk maken dat het college een bijstandsuitkering blijft verstrekken.
De rechter is het met het college eens dat die zeer dringende redenen er in de omstandigheden van eiser niet zijn, hoezeer begrip bestaat voor zijn behoefte om naar Turkije te gaan als hij zich daar beter voelt. Maar er is geen sprake van zo’n noodsituatie dat het college bijstand moet blijven uitkeren. Er is ook geen concreet behandelplan om het beoogde doel te bereiken en het einde van de termijn in het buitenland is niet te overzien. Het is niet duidelijk hoelang het duurt.
Eiser krijgt geen toestemming om met behoud van de bijstandsuitkering langer dan 28 dagen per jaar naar Turkije te gaan. Als eiser langer dan 28 dagen in Turkije blijft dan stopt het college de bijstandsuitkering.
9. Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 28 januari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.