RECHTBANK OVERIJSSEL
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[verzoekster] , uit [woonplaats] , (hierna: [verzoekster] ),
Argonaut Advies B.V., (hierna: Argonaut)
Samenvatting
Zittingsplaats Almelo
Bestuursrecht
zaaknummer: ZWO 25/3895
gemachtigde: mr. L. de Widt,
en
gemachtigde: [gemachtigde] .
Deze uitspraak gaat over de door Argonaut afgewezen aanvraag van [verzoekster] om een Hoog Persoonlijk Kilometer Budget (Hoog PKB). [verzoekster] is het niet eens met de afwijzing en voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het beroep van [verzoekster] .
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat Argonaut de aanvraag terecht heeft afgewezen. [verzoekster] krijgt dus geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Procesverloop
1. [verzoekster] heeft 13 augustus 2025 een aanvraag ingediend. Met het besluit van
9 september 2025 heeft Argonaut de aanvraag afgewezen.
Met het bestreden besluit van 1 december 2025 op het bezwaar van [verzoekster] is Argonaut bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
[verzoekster] heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Argonaut heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
De rechtbank heeft het beroep op 25 juni 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: [verzoekster] , haar gemachtigde, de gemachtigde van Argonaut en [verzekeringsarts] , verzekeringsarts.
Totstandkoming van het bestreden besluit
2. [verzoekster] heeft bij de aanvraag vermeld dat zij beschikt over een Valyspas met een standaard kilometerbudget en gebruik maakt van een scootmobiel en rollator. Zij heeft aangegeven dat zij onder andere lijdt aan dystrofie in het laatste stadium, psoriasis, reumatoïde artritis, polyneuropathie, implantaten in de ogen, pijn in de benen en armen, kapotte pezen en spieren, een bestralingsplek aan het been, littekens op het been, fibromyalgie, hoofd-, nek-, en schouderklachten, en een permanente ruis in het hoofd. [verzoekster] heeft daarbij 85 pagina’s aan medische informatie overgelegd.
Met het besluit van 9 september 2025 heeft Argonaut de aanvraag afgewezen onder verwijzing naar het adviesrapport van diezelfde dag. Hierin is vermeld dat het op grond van de aanvraag en de aangeleverde medische informatie voorstelbaar is dat zelfstandig reizen moeilijk is voor [verzoekster] , maar dat zij eventueel onder begeleiding en met zo nodig gebruik van hulpmiddelen zoals een handbewogen rolstoel, in de trein kan komen en in de trein kan verblijven en dus met de trein kan reizen.
[verzoekster] heeft hiertegen bezwaar gemaakt en er heeft vervolgens op 3 november 2025
een hoorzitting plaatsgevonden. Daarbij was ook een arts aanwezig was. Met het bestreden besluit van 1 december 2025 heeft Argonaut het bezwaar ongegrond verklaard, onder verwijzing naar het adviesrapport van de arts. Hierin is de conclusie gehandhaafd dat [verzoekster] ondanks haar verminderde mobiliteit, vanuit strikt medisch optiek wel in staat is om onder begeleiding en met zo nodig gebruik van een hulpmiddel zoals een scootmobiel of rolstoel in de trein en/of het treinportaal te komen en te verblijven gedurende de treinreis. Het feit dat het reizen per trein meer reistijd kost en [verzoekster] aantal keer moet overstappen, het feit dat haar familie (en sociale contacten) ver weg woont en het feit dat het aantal kilometers van haar standaardbudget niet voldoende is om te voorzien in haar vervoersbehoefte, zijn geen bijzondere omstandigheden die afwijken van het protocol rechtvaardigen.
Beroepsgronden
3. [verzoekster] stelt dat haar vervoersbehoefte vanwege haar sociale afspraken en medische behandelingen groter is dan het standaard kilometerbudget. Anders dan voorheen hebben haar familieleden ook niet altijd meer de tijd en mogelijkheid om haar ergens naartoe te brengen. Bovendien zijn haar gezondheidsklachten de afgelopen jaren toegenomen. Ook voert [verzoekster] dat uit de adviesrapporten niet blijkt dat de medische informatie is beoordeeld. Zo is niet ingegaan op de brief van 28 juli 2025 van haar cranio-sacraal therapeut
drs. [therapeut] , waarin deze aangeeft dat [verzoekster] door de hypermobiliteit eigenlijk alleen per auto vervoerd kan worden waarbij zij voor de stabiliteit een eigen autostoel zou moeten hebben. Ook staat in de brief van 9 juni 2026 van [therapeut] dat reizen per regulier openbaar vervoer (zoals de trein), al dan niet onder begeleiding, medisch niet verantwoord is. In de brief van 22 oktober 2015 van [therapeut] staat dat zijn behandelingen zien op bestrijding van hoofdpijn, vermoeidheid en cognitieve stoornissen. Deze diagnoses zijn niet benoemd en onderzocht terwijl die diagnoses ertoe leiden dat het voor haar niet mogelijk is om heel lang onderweg te zijn met de trein en bus om de therapieën te volgen. Het dagelijks functioneren gaat bij [verzoekster] moeilijk omdat zij last heeft van vermoeidheid, duizelingen door scheefstanden van bij de hersenstam (hoog- cervicale scheefstanden), en hoofdpijn en ook cognitieve stoornissen heeft ten gevolge van haar beperkingen. Die zijn dusdanig dat prikkels in het dagelijkse leven al snel te veel zijn, waardoor het ook niet mogelijk is om te reizen met de trein. [verzoekster] verzoekt de rechtbank om een verzekeringsarts als deskundige te benoemen.
Beoordeling door de rechtbank
4. De rechtbank is van oordeel dat Argonaut de aanvraag van [verzoekster] om een Hoog PKB terecht heeft afgewezen en licht dit als volgt toe.
Toetsingskader
5. Het Valys-systeem houdt – kort samengevat – in dat aan degene die op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 beschikt over een vervoersvoorziening, een rolstoel, een scootmobiel of OV-begeleiderskaart, een zogeheten Valys-pas kan worden verstrekt. De houder van een Valys-pas krijgt de beschikking over een standaard PKB van 700 kilometer per jaar. Voor reizigers die door medische en/of ergonomische beperkingen niet in staat zijn om met de trein te reizen en geen vervoersalternatief hebben kan een Hoog PKB worden toegekend.
Bij de beoordeling van een aanvraag voor een Hoog PKB maakt Argonaut gebruik van het Indicatieprotocol Hoog PKB 2024. De Centrale Raad van Beroep (CRvB), de hoogste rechter in dit soort zaken, heeft uitgemaakt dat de toekenningscriteria uit dit protocol niet onredelijk zijn. Dit betekent dat Argonaut het Indicatieprotocol bij het beoordelen van de aanvraag van [verzoekster] mocht toepassen. De vraag is vervolgens of Argonaut dat op een juiste en redelijke manier heeft gedaan. Volgens dit protocol komt een aanvrager in aanmerking voor een voor een Hoog PKB als wordt voldaan aan de volgende criteria:
1. De aanvrager beschikt over een Valys-vervoerpas of de Valys-toekenningsbrief; en
2. de aanvrager gebruik moet maken van een rolstoel of scootmobiel, waarvan gewicht en/of maatvoering in combinatie met de aanvrager zodanig is dat deze de grenzen van mogelijkheid tot hulpverlening door de NS overschrijden; en/of
3. de aanvrager door persoonsgebonden blijvende mobiliteitsbeperkingen vanuit strikt medische optiek niet in staat is, ook niet met begeleiding, met de trein te reizen.
Onderdeel van de inhoudelijke beoordeling is of sprake is van een uitzonderlijke situatie die afwijking van de criteria in het protocol rechtvaardigt. Het feit dat vrienden familie ver weg wonen is geen bijzondere omstandigheid. Er kan (bijvoorbeeld) sprake zijn van een bijzonder omstandigheid als het dichtstbijzijnde station met NS-assistentie op een dusdanig grote afstand van de woon- of verblijfplaats van aanvrager ligt dat redelijkerwijs niet kan worden gezegd dat het standaard PKB voldoende is.
Beoordeling van de beroepsgronden
6. De rechtbank is van oordeel dat het onderzoek zorgvuldig is geweest en dat de beroepsgronden geen aanleiding geven om te twijfelen aan de beslissing van Argonaut.
De adviesrapporten van 9 september 2025 en 1 december 2025 zijn weliswaar summier onderbouwd, maar [verzoekster] heeft onvoldoende aangevoerd om de conclusies niet te volgen. De informatie van 22 oktober 2015 van [therapeut] is in beide adviesrapporten vermeld. Die informatie is dan ook bij de beoordeling van de adviserend verpleegkundige betrokken en in bezwaar door de arts. De recentere informatie van 28 juli 2025 en 9 juni 2026 van haar therapeut [therapeut] leiden niet tot een ander oordeel, omdat de daarin gegeven conclusies over vervoersmogelijkheden geen steun vinden in andere medische informatie van wel
BIG-geregistreerde en gekwalificeerde medici. Daarnaast heeft Argonaut er in het verweerschrift terecht op gewezen dat een betrokken medisch hulpverlener niet onafhankelijk is en dat het Valys-systeem niet als doel heeft om reizen naar behandelingen te faciliteren. Dat [verzoekster] vanwege haar bezoeken aan vrienden en familie en sociale activiteiten een grotere vervoersbehoefte heeft, maakt dit niet anders. Een grotere vervoersbehoefte om die redenen kan op zichzelf namelijk geen rol spelen bij het beoordelingskader van het Indicatieprotocol. Dat [verzoekster] anders dan voorheen minder gemakkelijk om hulp van familieleden kan vragen is voorstelbaar, maar geeft om dezelfde reden ook geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen. De rechtbank is ook niet gebleken dat sprake is van een uitzonderlijke situatie. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank dan ook geen reden om een deskundige te benoemen. Concluderend betekent dit dat Argonaut de aanvraag om een Hoog PKB terecht heeft afgewezen.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en [verzoekster] dus geen gelijk krijgt. [verzoekster] krijgt het betaalde griffierecht niet terug en geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.T. de Kwaasteniet, rechter, in aanwezigheid van
J.T. Boddeüs, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.