ECLI:NL:RBOVE:2026:5114

ECLI:NL:RBOVE:2026:5114

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 21-08-2026
Datum publicatie 21-08-2026
Zaaknummer AK_26_1852
Rechtsgebied Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Verzoek om voorlopige voorziening De korpschef heeft de toestemmingen op grond van artikel 7 lid 2 Wpbr ingetrokken. Voorlopige rechtmatigheidstoets. Motiveringsgebreken. Onvoldoende gemotiveerd waarom verlenen toestemmingen en positief advies kenbare fouten zijn. Openbaar dronkenschap geseponeerd vanwege gebrek aan bewijs. Schorsing.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[verzoeker], uit [woonplaats], verzoeker,

de korpschef van politie

Samenvatting

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: ZWO 26/1852

(gemachtigde: mr. B. Çiçek), hierna [verzoeker]

en

(gemachtigde: mr. S. Schiphorst), hierna de korpschef.

1. Deze uitspraak gaat over de weigering van de korpschef om aan NSSO B.V. te Deventer toestemming te verlenen om [verzoeker] beveiligingswerkzaamheden als bedoeld in artikel 7, tweede lid van de Wet particuliere beveiligingswerkzaamheden en recherchebureaus (Wpbr) te laten verrichten en over de intrekking van de aan Bravo Beveiliging B.V. te Almelo en TP Security te Zwolle verleende toestemming om [verzoeker] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten.

De korpschef heeft de aangevraagde toestemming geweigerd en de verleende toestemmingen ingetrokken omdat [verzoeker] niet beschikt over de voor het werk als beveiliger benodigde betrouwbaarheid.

[verzoeker] is het daar niet mee eens en vindt dat het oordeel van de korpschef onvoldoende is gemotiveerd. Ook zijn de gevolgen van de weigering/intrekking van de toestemming onevenredig in verhouding tot de met de weigering van de toestemming te dienen doelen.

[verzoeker] heeft daarom bezwaar gemaakt en verzocht om een voorlopige voorziening zodat hij

zijn werkzaamheden als beveiliger kan voortzetten totdat op het bezwaar is beslist.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe ten aanzien van de intrekking van de verleende toestemmingen op grond van een voorlopige rechtmatigheidstoets.

Naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft de korpschef onvoldoende gemotiveerd waarom de verleende toestemmingen en het positieve advies van de korpschef kunnen worden aangemerkt als kennelijke fouten.

Ook heeft de korpschef onvoldoende gemotiveerd waarom zo’n zwaar gewicht wordt toegekend aan het openbaar dronkenschap tijdens Koningsnacht 2025 ten aanzien waarvan [verzoeker] vanwege gebrek aan bewijs niet is vervolgd.

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening ten aanzien van de geweigerde toestemming af omdat dat dit verzoek in het kader van deze procedure te verstrekkend is.

Inleiding: feiten en procesverloop

Op 16 mei 2023 heeft de korpschef toestemming verleend aan [verzoeker] om beveiligingswerkzaamheden te verrichten voor Kiezsecurity Deventer (van rechtswege vervallen op 14 juni 2026).

Bij besluit van 16 juli 2024 heeft de korpschef besloten de aan [verzoeker] verleende toestemming voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden voor Kiezsecurity ondanks een daartoe strekkend voornemen toch niet in te trekken.

Op 8 mei 2025 heeft de korpschef aan [verzoeker] toestemming verleend om beveiligingswerkzaamheden te verrichten voor Bravo Beveiliging BV te Almelo.

Op 2 juli 2025 heeft de korpschef aan [verzoeker] toestemming verleend om beveiligingswerkzaamheden te verrichten voor TP-Security Zwolle.

Op 5 januari 2026 is na een positief advies van de korpschef door de minister van Justitie en Veiligheid een vergunning verleend voor het in stand houden van een particuliere beveiligingsorganisatie Karemi Security en is aan [verzoeker] toestemming verleend om leiding te geven aan deze organisatie.

Op 10 maart 2026 heeft NSSO B.V. te Deventer een aanvraag ingediend om toestemming voor [verzoeker] om beveiligingswerkzaamheden voor haar te verrichten.

Met het besluit van 24 juni 2026 heeft de korpschef toestemming geweigerd aan NSSO B.V. om [verzoeker] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten en heeft de verleende toestemming aan TP-Security Zwolle en Bravo Beveiliging B.V. te Almelo om [verzoeker] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten, ingetrokken.

[verzoeker] heeft bezwaar gemaakt tegen het bestreden besluit en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 10 augustus 2026 op zitting. [verzoeker] heeft digitaal deelgenomen. Verder zijn verschenen de gemachtigde van [verzoeker] en namens de korpschef S. Schiphorst en [naam].

Beoordeling door de voorzieningenrechter

Heeft verzoeker een spoedeisend belang?

Een procedure bij de voorzieningenrechter is een spoedprocedure. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen als er een spoedeisend belang is, waardoor iemand niet kan wachten op een beslissing op zijn bezwaar- of beroepschrift.

De voorzieningenrechter dient eerst te bepalen of er sprake is van een spoedeisend belang, voordat de zaak inhoudelijk kan worden beoordeeld.

Door [verzoeker] is naar voren gebracht dat hij als gevolg van het bestreden besluit niet langer inkomsten uit arbeid heeft, dat hij kostwinner is voor zijn gezin

en hij door zijn fysieke klachten (waaronder een versleten knie) wordt beperkt in het vinden van een andere baan en in ieder geval niet, zoals de korpschef stelt, terug kan naar zijn vorige baan bij een carwashbedrijf.

Vanwege zijn fysieke klachten en de eerder verleend toestemmingen en de positieve beoordeling van 5 januari 2026 heeft [verzoeker] zijn vaste baan bij een carwashbedrijf per

1 februari 2026 opgezegd na een dienstverband van 24 jaar.

De voorzieningenrechter vindt dat het spoedeisend belang voldoende aannemelijk is.

De voorlopige voorzieningenprocedure als bedoeld in artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), is bedoeld om in afwachting van de uitkomst van een bezwaar- of beroepsprocedure een voorlopige maatregel te treffen. Voor zover [verzoeker] ten aanzien van de geweigerde toestemming heeft bedoeld te verzoeken om de voorziening te treffen dat hij gedurende de bezwaarperiode wordt behandeld als ware hij in het bezit van de door hem gevraagde toestemming, overweegt de voorzieningenrechter, zoals zij dat ook op de zitting heeft besproken, dat het treffen van een dergelijke voorziening te verstrekkend is. Dit deel van het verzoek zal dan ook worden afgewezen.

De voorzieningenrechter zal daarom uitsluitend het verzoek om voorlopige voorziening, voor zover dat ziet op de ingetrokken toestemming aan TP-Security Zwolle en aan Bravo Beveiliging B.V. om [verzoeker] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten, inhoudelijk beoordelen.

Waarom heeft de korpschef de toestemmingen ingetrokken

De korpschef legt aan de intrekkingen van de toestemmingen de volgende feiten ten grondslag

Op 19 juni 2022 is naar aanleiding van een conflict in een horecagelegenheid [verzoeker] identiteitsbewijs gevorderd. [verzoeker] kon of wilde geen identiteitsbewijs overleggen en hij is daarom geverbaliseerd.

Op 7 juni 2023 is [verzoeker] geverbaliseerd nadat hij met een motorvoertuig de doorgetrokken streep naar rechts overschreed en vervolgens een ander motorvoertuig rechts inhaalde. [verzoeker] heeft hier destijds tegenover de verbalisanten verklaard dat hij dat deed omdat hij snel thuis wilde zijn.

Deze overtredingen zijn door de korpschef op zichzelf staand niet voldoende geacht om te kunnen concluderen dat [verzoeker] niet voldoet aan de eis van betrouwbaarheid. Dit maakt dat er op 16 mei 2023 toestemming is verleend aan Kiessecurity om [verzoeker] voor haar beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten.

[verzoeker] is op 17 januari 2024 staande gehouden voor een controle op basis van de Wegenverkeerswet. Hieruit is gebleken dat er 26 microgram per liter cannabis in zijn

bloed is aangetroffen, waar de grenswaarde is vastgesteld op 3 microgram per liter bloed. Dit betekent dat er sprake was van een overschrijding van meer dan 8,5 keer. Dit leidde tot een veroordeling op 21 mei 2024 tot het betalen van een geldboete.

Met het besluit van 16 juli 2024 heeft de korpschef besloten de aan [verzoeker] verleende toestemming voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden voor Kiezsecurity ondanks een daartoe strekkend voornemen op grond van bovengenoemde feiten toch niet in te trekken. Hierbij is onder meer het volgende overwogen.

De voorliggende feiten gaven volgens de korpschef voldoende reden om tot de conclusie te komen dat ten aanzien van verzoeker niet van zijn betrouwbaarheid kon worden uitgegaan. Op basis van de evenredigheid heeft de korpschef toch afgezien van intrekking. Dit was gelegen in het feit dat [verzoeker] kon aantonen dat hij in een bijzondere periode van zijn leven zat en door lichamelijke klachten geen ander werk kon uitoefenen en eveneens geen andere opleidingen had.

Op 20 november 2025 is de verdenking tegen [verzoeker] vanwege openbare dronkenschap tijdens Koningsnacht 2025 (26/27 april) in het uitgaansgebied van Zwolle geseponeerd vanwege gebrek aan bewijs.

Volgens de korpschef bevond [verzoeker] zich op 26 april 2025 in het uitgaansgebied van Zwolle en werd door politieagenten getroffen terwijl hij in discussie was met beveiligers van een uitgaansgelegenheid.

De politieagenten kregen te horen dat [verzoeker] bedreigingen uitte tegen de beveiligers en agressief zou zijn geweest. [verzoeker] kwam erg onder invloed over en wilde de betreffende horecagelegenheid in omdat zijn collega’s ook binnen waren. [verzoeker] was het hier niet mee eens. Tegen [verzoeker] is proces-verbaal opgemaakt voor openbare dronkenschap, waarin aangegeven werd dat hij wankelde, onsamenhangend sprak, bloeddoorlopen ogen had en dat zijn adem rook naar inwendig gebruik van alcoholhoudende drank. Ook is vastgelegd dat [verzoeker] de beveiliging bedreigd heeft. Verder kon [verzoeker] geen identiteitsbewijs overleggen en is hij gevorderd te vertrekken. Later die nacht kwamen de

desbetreffende politieagenten [verzoeker], ondanks de vordering te vertrekken, opnieuw tegen in de betreffende straat en is hij onder lichte dwang opnieuw de straat uitgezet.

Gronden van [verzoeker]

[verzoeker] stelt dat het bestreden besluit in overwegende mate is gebaseerd op de verdenking van openbaar dronkenschap tijdens Koningsnacht 2025. Eerdere feiten waren al bekend en zijn eerder beoordeeld. De zaak (verdenking van overtreding van artikel 426, lid 1 Sr openbaar dronkenschap) is geseponeerd vanwege onvoldoende bewijs.

Zonder dat incident resteert na het besluit van 16 juli 2024 slechts de waarschuwing van 14 januari 2025 wegens het negeren van een verplichte rijrichting. Die waarschuwing kan afzonderlijk of in samenhang met een technisch geseponeerd incident de zeer verstrekkende maatregel van intrekking en weigering niet dragen.

Na het incident van 26/27 april 2025 heeft [verzoeker] meerdere positieve beslissingen ontvangen (toestemming Bravo Beveiliging, toestemming TP-Security en toestemming voor (het leidinggeven aan) Karemi Security en mocht er daarom gerechtvaardigd op vertrouwen dat hij geacht werd te voldoen aan de eisen van betrouwbaarheid.

De korpschef erkent dit vertrouwen maar schuift dat terzijde met de overweging dat een bestuursorgaan een gemaakte fout niet hoeft te herhalen. Niet is inzichtelijk gemaakt waarom de eerdere positieve beoordelingen onjuist waren en waarom het belang van de rechtszekerheid en gewekt vertrouwen hier volledig moet wijken. Het gaat bovendien niet om één incidentele vergissing maar om meerdere positieve beslissingen en een adviestraject waarbij juist de betrouwbaarheid van [verzoeker] belanghebbende is beoordeeld.

De gevolgen van het bestreden besluit zijn financieel, persoonlijk en emotioneel bijzonder zwaar voor verzoeker om te dragen. [verzoeker] heeft na het besluit van 16 juli 2024 geen strafbare feiten meer gepleegd. Het zwaarst meegewogen incident heeft meer dan

1 jaar geleden plaatsgevonden en is geseponeerd vanwege gebrek aan bewijs. Verder wijst verzoeker op een verklaring van T. Kooistra van TP-Security waarin wordt aangegeven dat men zeer tevreden is over [verzoeker]. Het besluit is niet voldoende gemotiveerd, niet noodzakelijk omdat volstaan had kunnen worden met een waarschuwing en niet evenwichtig.

Beoordeling van de voorzieningenrechter

Op grond van artikel 7, tweede lid, van de Wpbr stelt een beveiligingsorganisatie of recherchebureau als bedoeld in het eerste lid geen personen te werk die belast zullen worden met werkzaamheden, anders dan bedoeld in het eerste lid, dan nadat voor hen toestemming is verkregen van de korpschef. (…).

Ingevolge het vierde lid wordt de toestemming, bedoeld in het tweede lid, onthouden indien de desbetreffende persoon niet beschikt over de bekwaamheid en betrouwbaarheid die nodig zijn voor het te verrichten werk. (…).

Ingevolge het vijfde lid kan de toestemming, bedoeld in het tweede lid worden ingetrokken indien zich omstandigheden voordoen of feiten bekend worden op grond waarvan de toestemming niet zou zijn verleend, indien zij zich hadden voorgedaan of bekend waren geweest op het tijdstip waarop de toestemming werd verleend.

Uit vaste rechtspraak van de Afdeling volgt dat de korpschef bij de beantwoording van de vraag of iemand voldoende betrouwbaar is, beoordelingsruimte heeft. Aan medewerkers in de beveiligingsbranche mogen, gelet op de aard van deze branche, hogere eisen worden gesteld dan aan medewerkers in willekeurige andere betrekkingen. Dit betekent dat de korpschef als beoordelingsmaatstaf mag hanteren dat de betrouwbaarheid en integriteit van beveiligingsmedewerkers boven iedere twijfel verheven moeten zijn. Bij deze toets maakt de korpschef gebruik van de Beleidsregels en moet hij artikel 4:84 van de Awb toepassen. Daarbij mag hij alleen omstandigheden betrekken die relevant zijn voor het oordeel of de betrokkene al dan niet bekwaam of betrouwbaar is.

Uit vaste rechtspraak volgt ook dat artikel 7, vijfde lid, van de Wpbr gelet op de bewoordingen ervan, geen dwingendrechtelijk karakter heeft. Dit verplicht de korpschef daarom niet om, als zich omstandigheden voordoen of feiten bekend worden op grond waarvan de toestemming niet zou zijn verleend, de toestemming voor tewerkstelling bij een beveiligingsorganisatie in te trekken. Bij deze beoordeling bestaat dus ruimte voor een belangenafweging.

De voorzieningenrechter stelt vast de korpschef in juni 2024 voornemens was de toen aan [verzoeker] verleende toestemmingen in te trekken vanwege de onbetrouwbaarheid van [verzoeker] voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden. Op de zitting is van de zijde van de korpschef aangegeven dat de veroordeling vanwege het rijden onder invloed van cannabis daarin doorslaggevend is geweest. Desalniettemin is afgezien van intrekking van de verleende toestemmingen bij besluit van 16 juli 2024. Hierbij zijn de privéomstandigheden van [verzoeker] betrokken omdat hij kon aantonen dat hij in een bijzondere (moeilijke) periode van zijn leven zat en door lichamelijke klachten geen ander werk kon uitoefenen en eveneens geen andere opleidingen had. [verzoeker] zelf heeft de belofte gedaan: “u zult nooit meer iets van mij horen”.De korpschef heeft toen overwogen dat de onbetrouwbaarheid van [verzoeker] voor de beveiligingswerkzaamheden blijft staan. Verzoeker is door de korpschef gewaarschuwd dat hij zich niet meer schuldig mag maken aan nieuwe feiten en dat nieuwe feiten tot intrekking of weigering van toestemming tot het verrichten van beveiligingswerkzaamheden kunnen leiden.Met andere woorden: [verzoeker] was een gewaarschuwd man.

De voorzieningenrechter stelt op basis van de overgelegde stukken vast dat ten aanzien van [verzoeker] in de Koningsnacht van 2025 een incident heeft voorgedaan. Vooralsnog ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om hieraan te twijfelen en de enkele ontkenning van [verzoeker] is hiervoor onvoldoende.

Verder stelt de voorzieningenrechter vast dat de korpschef de intrekking van de toestemmingen van 18 mei 2025 en 2 juli 2025 gedeeltelijk baseert op feiten die al bekend waren dan wel bekend hadden kunnen zijn bij het verlenen van deze toestemmingen. De voorzieningenrechter heeft dan ook ernstige twijfels of de korpschef aan de intrekkingen artikel 7, vijfde lid, van de Wpbr ten grondslag mocht leggen.

In de Awb is geen algemene bevoegdheidsgrondslag opgenomen voor het intrekken van besluiten. Uit vaste rechtspraak blijkt dat een bestuursorgaan een onjuist besluit kan intrekken als de aard van het besluit en de inhoud van de wettelijke regeling zich daar niet tegen verzetten.

Deze intrekkingsbevoegdheid wordt begrensd door algemene beginselen van behoorlijk bestuur, met name het legaliteitsbeginsel, het vertrouwensbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel. Intrekking van een voor de aanvrager begunstigend besluit is toegestaan in het geval een aanvrager onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt, het besluit op een kenbare fout berust of het besluit berust op een vergissing die onverwijld en onmiskenbaar is herroepen en de belanghebbende in die korte tijd niet iets heeft gedaan of nagelaten dat niet meer zonder nadeel kan worden hersteld.

De korpschef stelt zich op het standpunt dat het verlenen van de toestemmingen berust op een kenbare fout. Artikel 7, vierde lid van de Wpbr bepaalt immers dat toestemming moet worden geweigerd indien blijkt dat betrokkene niet voldoet aan de eis van betrouwbaarheid en in het besluit van 16 juli 2024 is gemotiveerd dat de feiten die toen ter tafel lagen wel maken dat [verzoeker] onvoldoende betrouwbaar was voor het verrichten van beveiligingswerkzaamheden.

Hiermee heeft de korpschef naar oordeel van de voorzieningenrechter niet voldoende draagkrachtig gemotiveerd dat sprake was van een kenbare fout.

De korpschef heeft na het incident tot twee keer toe ten aanzien van [verzoeker] toestemming verleend voor het laten verrichten van beveiligingswerkzaamheden, te weten op 18 mei 2025 en 2 juli 2025. Bovendien heeft de korpschef begin 2026 een positief advies afgegeven over de betrouwbaarheid van [verzoeker] aan de Minister van Justitie en Veiligheid omtrent het verlenen van een vergunning aan Karemi Security en waarmee aan [verzoeker] toestemming is verleend om met de leiding van deze particuliere beveiligingsorganisatie te worden belast. Op de zitting kon van de zijde van de korpschef geen toelichting worden gegeven waarom een positief advies is uitgebracht.

Nu de gestelde fout niet een eenmalige kenbare fout is geweest, maar daarna nog twee keer is herhaald, kon de korpschef in het besluit niet volstaan met de enkele motivering dat een kennelijke fout mag worden hersteld. Aan het besluit kleeft in zoverre een motiveringsgebrek. Evenmin kan worden gezegd dat de verleende toestemmingen van 18 mei 2025 en 5 juli 2025 berusten op een vergissing die onverwijld en onmiskenbaar zijn herroepen en de belanghebbende in die korte tijd niet iets heeft gedaan of nagelaten dat niet meer zonder nadeel kan worden hersteld.

De voorzieningenrechter stelt verder vast dat het bestreden besluit in beslissende mate, naast het rijden onder invloed van cannabis, gebaseerd is op het incident tijdens Koningsnacht 2025. Eiser wordt in het bestreden besluit zowel openbare dronkenschap alsook bedreigende gedrag naar beveiligers verweten. De voorzieningenrechter stelt vast dat [verzoeker] ten aanzien van het eerste incident (openbare dronkenschap) niet is vervolgd. Vast staat dat de zaak is geseponeerd vanwege gebrek aan bewijs.

Volgens de Beleidsregels particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus 2019, waarin de korpschef een nadere invulling heeft gegeven aan de term betrouwbaarheid,

kunnen sepots een rol spelen bij de beoordeling van de betrouwbaarheid, maar dient daarbij de aard van het sepot in ogenschouw te worden genomen. Een technisch sepot, bijvoorbeeld wegens onvoldoende bewijs, zal bij de beoordeling naar de betrouwbaarheid een minder grote rol spelen dan een sepotbeslissing die op beleidsmatige gronden is genomen.

De korpschef heeft onvoldoende gemotiveerd hoeveel gewicht toekomt aan het technische sepot in de voorliggende zaak. Hierbij komt dat namens de korpschef op de zitting is aangegeven dat de door [verzoeker] gedane bedreigingen in de Koningsnacht 2025 niet langer aan het besluit ten grondslag worden gelegd.

Conclusie en gevolgen

Gelet op al het vorenstaande komt de voorzieningenrechter tot de conclusie dat het bestreden besluit gebreken vertoont waarvan op voorhand niet duidelijk is of die bij de te nemen beslissing op bezwaar kunnen worden hersteld. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat het bestreden besluit wordt geschorst voor zover dat betreft de intrekking van de aan TP-Security Zwolle en aan Bravo Beveiliging BV te Almelo verleende toestemming om [verzoeker] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar. Dit betekent dat [verzoeker] bij de betreffende bedrijven (voorlopig) weer aan de slag kan als beveiliger.

De voorzieningenrechter ziet aanleiding te bepalen dat de korpschef het griffierecht moet vergoeden en dat [verzoeker] ook een vergoeding krijgt van zijn proceskosten omdat het verzoek wordt toegewezen

De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft het verzoekschrift ingediend en aan de zitting deelgenomen. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 934,-. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 1.868,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

- schorst het bestreden besluit voor zover daarbij de aan TP-Security Zwolle en aan Bravo Beveiliging BV te Almelo verleende toestemming om [verzoeker] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten is ingetrokken tot zes weken na bekendmaking van de beslissing op bezwaar;

- wijst het meer of overige verzochte af;

- bepaalt dat de korpschef het griffierecht van € 200,- aan [verzoeker] moet vergoeden;

- veroordeelt de korpschef tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten [verzoeker].

Deze uitspraak is gedaan door mr. A.L.M. Steinebach-de Wit, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Landstra, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A. Landstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand