ECLI:NL:RBOVE:2026:5124

ECLI:NL:RBOVE:2026:5124

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 21-08-2026
Datum publicatie 21-08-2026
Zaaknummer C/08/350409 / KG ZA 26-185
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

Bij beschikking van 14 januari 2026 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. In de beschikking is ook de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap tussen partijen vastgesteld. In dat kader wil de man dat de vrouw meewerkt aan de verkoop en levering van de aan de man toebedeelde woning. Daarnaast wil hij dat het de vrouw onder meer wordt verboden executoriaal beslag (op de woning) te leggen. De vrouw wordt – kort gezegd – veroordeeld mee te werken aan de verkoop en de levering van de woning. Daarnaast wordt het haar verboden tot en met 4 september 2026 de echtscheidingsbeschikking ten uitvoer te leggen middels een executoriaal beslag. Na die datum wordt het haar verboden de hiervoor genoemde beschikking met een executoriaal beslag ten uitvoer te leggen zonder rekening te houden met het bedrag van € 60.000,- dat de man als voorschot op de verdeling aan de vrouw heeft betaald. De proceskosten worden gecompenseerd.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: C/08/350409 / KG ZA 26-185

Vonnis in kort geding van 21 augustus 2026

in de zaak van

[de man] ,

wonende te [woonplaats 1],

eisende partij,

hierna te noemen: de man,

advocaat: mr. H. Versluis,

tegen

[de vrouw] ,

wonende te [woonplaats 2],

gedaagde partij,

hierna te noemen: de vrouw,

advocaat: mr. F. Kolkman.

1. De zaak in het kort

Bij beschikking van 14 januari 2026 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. In de beschikking is ook de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap tussen partijen vastgesteld. In dat kader wil de man dat de vrouw meewerkt aan de verkoop en levering van de aan de man toebedeelde woning. Daarnaast wil hij dat het de vrouw onder meer wordt verboden executoriaal beslag (op de woning) te leggen.

De vrouw wordt – kort gezegd – veroordeeld mee te werken aan de verkoop en de levering van de woning. Daarnaast wordt het haar verboden tot en met 4 september 2026 de echtscheidingsbeschikking ten uitvoer te leggen middels een executoriaal beslag. Na die datum wordt het haar verboden de hiervoor genoemde beschikking met een executoriaal beslag ten uitvoer te leggen zonder rekening te houden met het bedrag van € 60.000,- dat de man als voorschot op de verdeling aan de vrouw heeft betaald. De proceskosten worden gecompenseerd.

2. De procedure

De voorzieningenrechter heeft kennisgenomen van de dagvaarding en 33 producties aan de zijde van de man, en drie producties aan de zijde van de vrouw.

Op 13 augustus 2026 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Beide partijen waren daarbij aanwezig met hun advocaat. Beide advocaten hebben spreekaantekeningen overgelegd.

De beslissing wordt vandaag gegeven en toegelicht in dit vonnis.

3. De feiten

Partijen zijn op 23 augustus 2003 met elkaar gehuwd in gemeenschap van goederen.

Per e-mail van 22 augustus 2026 schrijft de voormalig advocaat van de vrouw aan de advocaat van de man:

“Cliënte verzoekt hierbij dan ook om een voorschot op de verdeling van € 60.000, dat te zijner tijd in mindering komt op hetgeen cliënte uiteindelijk in het kader van de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap toekomt. Op deze wijze is er geen enkel risico aan de zijde van uw cliënt (…)”

Per e-mail van 22 augustus 2025 schrijft de advocaat van de man aan de voormalig advocaat van de vrouw:

Hij zal, om zijn goede wil te tonen, maandag a.s. uw cliënte wel een bedrag van € 10.000,00 overmaken, nadrukkelijk ten titel voorschot op de boedelscheiding. Dat bedrag dient te zijner tijd verrekend te worden met wat uiteindelijk uit de boedelverdeling uw cliënte toekomt.”

Per e-mail van 28 augustus 2025 schrijft de advocaat van de man aan de voormalig advocaat van de vrouw:

“(…)bevestig ik dat mijn cliënt bereid is uw cliënte aanvullend een bedrag van € 50.000,- te betalen. Dit als voorschot op hetgeen haar uit de verdeling van de huwelijksgemeenschap uiteindelijk zal toekomen.”

In de spreekaantekeningen van de voormalig advocaat van de vrouw in de echtscheidingsprocedure staat:

“De vrouw heeft een voorschot op de verdeling ontvangen van € 60.000,-. (…).”

Bij beschikking van 14 januari 2026 is tussen partijen de echtscheiding uitgesproken. Op 26 januari 2026 is deze ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand.

In de genoemde beschikking is de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap tussen partijen vastgesteld. Kort gezegd is daarbij onder meer de woning aan de [adres 1] en de daarop rustende hypotheekschuld aan de man toebedeeld en de woning aan de [adres 2] en de daarop rustende hypotheekschuld aan gedaagde. Daarnaast zijn onder meer 8,775327 bitcoins aan de man toebedeeld.

Bij de verdeling is vastgesteld dat de man is overbedeeld, waardoor de man geld aan de vrouw verschuldigd is.

In juni 2026 heeft de man de woning aan de [adres 1] verkocht aan derden. Met de koper is een leveringsdatum van uiterlijk 4 september 2026 overeengekomen.

Per brief van 23 juli 2026 van de advocaat van de vrouw aan de advocaat van de man heeft de vrouw de man verzocht de beschikking volledig uit te voeren. Daarbij is aangekondigd dat als de man daar niet aan voldoet, de beschikking zou worden betekend en de deurwaarder de opdracht zou krijgen over te gaan tot tenuitvoerlegging en executie van de beschikking.

4. Het geschil

De man vordert – kort gezegd – dat:

de vrouw wordt verplicht de koopovereenkomst ten aanzien van de woning aan de [adres 1] te ondertekenen en bij de notaris te verschijnen om de leveringsakte te ondertekenen, althans de man of (de medewerkers van) het notariskantoor te machtigen deze koopovereenkomst en akte mede namens de vrouw te ondertekenen, op straffe van een dwangsom, en met de bepaling dat als de vrouw hier niet aan meewerkt, dit vonnis op grond van artikel 3:300 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) dezelfde kracht heeft als een door de vrouw ondertekende volmacht aan de man of het notariskantoor om deze rechtshandelingen ook namens haar te verrichten;

de vrouw te verbieden de tussen partijen gewezen beschikking ten uitvoer te leggen middels een executoriaal beslag, althans haar te verbieden de beschikking met een executoriaal beslag ten uitvoer te leggen zonder dat rekening wordt gehouden met een door eiser in augustus/september 2025 aan gedaagde betaald voorschotbedrag van € 60.000,-, op straffe van een dwangsom;

de vrouw te verbieden om executoriaal beslag te leggen op de woning [adres 1], op straffe van een dwangsom;

en voorwaardelijk, in het geval de vrouw vanaf de dag van betekening van de dagvaarding in kort geding executoriale beslagen heeft gelegd:

de gelegde beslagen op te heffen;

en tot slot:

de vrouw te veroordelen in de proceskosten.

De man wil dat de vrouw meewerkt aan de verkoop en de levering van de woning aan de [adres 1]. Als de woning niet tijdig wordt geleverd, is de man een contractuele boete van € 36.266,70 aan de koper verschuldigd. De netto-verkoopopbrengst zal aan de vrouw worden uitgekeerd. De man voert daarbij aan dat hij het resterende bedrag dat hij op basis van de echtscheidingsbeschikking aan de vrouw verschuldigd is aan de vrouw zal voldoen, zodra hij is ontslagen uit de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheekschuld die op de woning aan de Markgravenweg rust.

Bij de afwikkeling/executie van echtscheidingsbeschikking moet bovendien rekening worden gehouden met het bedrag van € 60.000,- dat hij als voorschot op de verdeling aan de vrouw heeft betaald. Dat dit bedrag niet in de beschikking wordt genoemd, doet hier niet aan af. De rechtbank heeft in de beschikking alleen de verdeling vastgesteld en niet op welke wijze dient te worden betaald.

De vrouw voert verweer tegen het spoedeisend belang. Daarnaast voert zij als verweer dat zij aan de verkoop en levering wil meewerken als gelijktijdig de echtscheidingsbeschikking integraal wordt afgewikkeld. Als de woning wordt verkocht, kan zij daar geen beslag meer op leggen en beslag leggen op bitcoins is niet eenvoudig. Daarom wil de vrouw dat de man eerst het restantbedrag aan haar betaalt dat hij – naast de verkoopopbrengst van de woning – aan haar verschuldigd is, voordat zij meewerkt aan de verkoop en levering van de woning.

Het door de man aan de vrouw betaalde bedrag van € 60.000,- betrof geen voorschot op de verdeling. Haar vorige advocaat heeft het standpunt van de vrouw niet goed weergegeven. Dit bedrag was een aflossing van een lening die partijen hadden bij de moeder van de vrouw. Daarnaast heeft de voormalig advocaat van de vrouw telkens gemeld dat de alimentatie met het bedrag van € 60.000,- moest worden verrekend tot het door de rechtbank vast te stellen bedrag. Dat is door de beschikking gebeurd. Het bedrag is bovendien ook niet in de echtscheidingsbeschikking opgenomen en het staat partijen niet vrij eigenmachtig van de beschikking af te wijken. Tot slot voert de vrouw verweer tegen de hoogte van de gevorderde dwangsommen.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat de man daarbij een spoedeisend belang heeft. Daarnaast geldt dat de voorzieningenrechter in dit kort geding moet beoordelen of de vorderingen in de bodemprocedure een zodanige kans van slagen hebben, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de man een boete riskeert als hij de woning niet tijdig (uiterlijk 4 september 2026) levert. Daarmee is het spoedeisend belang gegeven.

De stelling van de vrouw dat de zaak zich niet leent voor een kort geding, omdat het gaat om een omvangrijk meningsverschil over de financiële uitvoering van een beschikking, volgt de voorzieningenrechter niet. Weliswaar houdt de vraag welk bedrag de man aan de vrouw moet betalen en op welke wijze de echtscheidingsbeschikking moet worden afgehandeld partijen verdeeld, maar in deze zaak zal daar geen (volledig) antwoord op worden gegeven. Deze zaak is – kort gezegd – afgebakend tot de vraag of de vrouw moet meewerken aan de verkoop en levering van de woning aan de [adres 1] en in hoeverre het haar – mede in dat kader – kan worden verboden executoriaal beslag te leggen ter afhandeling van de echtscheidingsbeschikking.

De voorzieningenrechter gaat daarom over op de inhoudelijke behandeling van de zaak.

Meewerken verkoop/levering woning

De voorzieningenrechter is het met de vrouw eens dat als de man zijn bitcoins had verkocht, hij al eerder het aan haar verschuldigde bedrag had kunnen betalen. Ook ziet de voorzieningenrechter dat op het moment dat de woning is verkocht en de man nog – naast de netto-verkoopopbrengst die de vrouw ontvangt – geld aan de vrouw verschuldigd is, er minder (waardevolle) goederen over blijven waarop gemakkelijk beslag kan worden gelegd. De man heeft weliswaar bitcoins die voldoende geld waard zijn, maar beslag leggen op bitcoins is minder eenvoudig. Dit zijn echter geen geldige argumenten om de verkoop van de woning tegen te houden, en op die manier (een bepaalde wijze van) betaling van de man af te dwingen. De man mag zelf kiezen op welke wijze hij geld liquide wil maken, als hij maar aan zijn verplichtingen voldoet. Dat hij vanwege de huidige koers niet bereid is (een deel van) de bitcoins te verkopen en zodoende niet zijn gehele schuld aan de vrouw te voldoen, siert hem niet. Maar dat de man ervoor kiest een deel van zijn schuld nog niet te betalen, levert voor de vrouw geen geldige reden op om hem te verhinderen het grootste deel van zijn schuld wel te betalen door verkoop van zijn woning. En dat er na die verkoop geen woning meer is om beslag op te leggen, is evenmin een argument: na de verkoop krijgt de vrouw naar het zich laat aanzien meer dan een beslag haar had kunnen opleveren.

De voorzieningenrechter is daarom van oordeel dat de vrouw moet meewerken aan de verkoop en levering van de woning.

Mocht de vrouw daar niet aan meewerken, dan zal worden bepaald dat dit vonnis dezelfde kracht heeft als een door de vrouw ondertekende volmacht aan de man of (de medewerkers van) het notariskantoor om deze rechtshandelingen namens haar te verrichten. Het is in dat kader overbodig daarnaast nog een dwangsom op te leggen. De gevorderde dwangsom wordt daarom afgewezen.

Executoriaal beslag

De voorzieningenrechter zal de vrouw verbieden tot en met 4 september 2026 de echtscheidingsbeschikking te executeren en beslag op de woning te leggen, zodat de verkoop van de woning (en het afdragen van de netto-verkoopopbrengst van de woning aan de vrouw) niet wordt gefrustreerd. Zoals hiervoor ook aan de orde kwam lijkt een executoriaal beslag op de woning overigens ook zinloos te zijn, aangezien tussen partijen vaststaat dat de vrouw de netto-verkoopopbrengst van de woning zal ontvangen en niet is gesteld of gebleken dat de vrouw meer gelden uit een executoriale verkoop van de woning zou halen dan zij nu zal ontvangen.

Los van de vraag voor welk bedrag, staat het de vrouw in algemene zin vrij om na 4 september 2026 executiemaatregelen te treffen om de beschikking te executeren. Daarbij wordt opgemerkt dat daarbij rekening moet worden gehouden met het bedrag van € 60.000,- dat al door de man aan de vrouw is betaald.

Volgens de vrouw was dit bedrag betaald in verband met een bedrag dat partijen aan de moeder van de vrouw verschuldigd zouden zijn, maar dit blijkt nergens uit. In alle stukken van de voormalig advocaat van de vrouw wordt duidelijk gesproken over een voorschot op de verdeling en ook blijkt uit de e-mail van 22 en 28 augustus van de advocaat van de man dat de betalingen in dat kader zijn gedaan. De voorzieningenrechter acht het onwaarschijnlijk dat de bodemrechter hier anders over zal oordelen.

Dat de beschikking niks over dit voorschotbedrag vermeldt, doet niks af aan het voorgaande. In de beschikking gaat het namelijk alleen over de wijze van verdeling en niet over de wijze van betaling.

Het wordt de vrouw aldus verboden tot en met 4 september 2026 executoriaal beslag te leggen. Mocht de vrouw zich hier niet aan houden, dan verbeurt zij een dwangsom van € 36.000,-.

Het wordt de vrouw niet verboden na 4 september 2026 executoriaal beslag te leggen, aangezien de voorzieningenrechter op dit moment geen reden ziet voor een dergelijk algemeen verbod. Wel moet de vrouw met een executoriaal beslag rekening houden met het door de man aan de vrouw betaalde voorschotbedrag van € 60.000,-.

Als de vrouw zich hier niet aan houdt, dan verbeurt zij een dwangsom van € 3.000,- per dag (of deel van een dag) dat zij zich daar niet aan houdt, tot een maximum van € 60.000,- is bereikt.

De vordering onder c) is al in het voorgaande inbegrepen, waardoor dit geen afzonderlijke behandeling behoeft.

Ook de voorwaardelijke vordering onder d) hoeft geen behandeling, omdat de vrouw nog geen executoriale beslagen heeft doen leggen.

Proceskosten

Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

6. De beslissing

De voorzieningenrechter

gebiedt de vrouw om, op eerste verzoek, de koopovereenkomst die de man als verkoper ten aanzien van de woning aan de [adres 1] met de heer [naam] als koper voor een koopprijs van € 362.667,00 k.k. heeft gesloten (mede) te ondertekenen, althans de man of alle medewerkers werkzaam ten kantore van DavidsLucassen notarissen te Almelo, zowel aan ieder van hen afzonderlijk als gezamenlijk, te machtigen deze koopovereenkomst mede namens de vrouw aan te gaan en te ondertekenen, met

bepaling dat als de vrouw op eerste verzoek weigert met het voorgaande mee te werken het vonnis op grond van artikel 3:300 lid 1 BW dezelfde kracht heeft als een door de vrouw ondertekende volmacht aan de man of alle medewerkers werkzaam ten kantore van DavidsLucassen notarissen te Almelo, zowel aan ieder van hen afzonderlijk als gezamenlijk, om deze rechtshandelingen ook namens haar te verrichten;

gebiedt de vrouw om, op eerste verzoek, te verschijnen op een door de koper

aangewezen notaris te bepalen datum en tijdstip, voor de goederenrechtelijke levering aan

de heer [naam] van de woning van partijen aan de [adres 1] en de daartoe

door de notaris opgestelde leveringsakte te ondertekenen, althans de man of alle medewerkers werkzaam ten kantore van DavidsLucassen notarissen te Almelo, zowel aan ieder van hen afzonderlijk als gezamenlijk, te machtigen tot deze ondertekening, met bepaling dat als de vrouw op eerste verzoek weigert mee te werken aan de goederenrechtelijke levering van de woning aan genoemde derde het vonnis op grond van artikel 3:300 lid 1 BW dezelfde kracht heeft als een door de vrouw ondertekende volmacht

aan de man of alle medewerkers werkzaam ten kantore van DavidsLucassen notarissen te

Almelo, zowel aan ieder van hen afzonderlijk als gezamenlijk, om deze rechtshandeling ook

namens haar te verrichten;

verbiedt de vrouw om de tussen partijen gewezen beschikking van 14 januari 2026 van de rechtbank Overijssel, locatie Almelo tot en met 4 september 2026 ten uitvoer te leggen middels een executoriaal beslag, op straffe van een dwangsom van € 36.000,- als de vrouw met de naleving van dit verbod in gebreke is;

verbiedt gedaagde om de hiervoor genoemde beschikking na 4 september 2026 met een executoriaal beslag ten uitvoer te leggen zonder dat rekening wordt gehouden met een door de man in augustus/september 2025 aan gedaagde betaald voorschotbedrag van € 60.000,00, op straffe van een dwangsom van € 3.000,- per dag of deel van een dag dat de vrouw met de naleving van dit verbod in gebreke is, tot een maximum van € 60.000,- is bereikt;

compenseert de kosten van de procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 21 augustus 2026. (JK)

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand