ECLI:NL:RBOVE:2026:5163

ECLI:NL:RBOVE:2026:5163

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 21-08-2026
Datum publicatie 24-08-2026
Zaaknummer 12342855 \ CV EXPL 26-1555
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

loonvordering, geschil over kwalificatie overeenkomst

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: 12342855 \ CV EXPL 26-1555

Vonnis in kort geding van 21 augustus 2026

in de zaak van

[partij A] ,

te [woonplaats] ,

eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie,

hierna te noemen: [partij A] ,

gemachtigde: mr. M.H.J. Booijink,

tegen

[partij B] B.V.,

te [vestigingsplaats] ,

gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,

hierna te noemen: [partij B] ,

gemachtigde: mr. Z. Alkan.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 10, en de in aanvulling daarop overgelegde productie 11,

- de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties,

- de mondelinge behandeling van 14 augustus 2026, waar partijen zijn verschenen, bijgestaan door hun advocaten. Tijdens de mondelinge behandeling hebben partijen hun standpunten toegelicht, waarbij gebruik is gemaakt van pleitaantekeningen. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van de mondelinge behandeling.

Van de zijde van [partij A] zijn op 13 augustus 2026 omstreeks 18.00 uur de producties 12 tot en met 14 bij de griffie ingediend. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de voorzieningenrechter beslist dat deze producties niet bij de beoordeling worden betrokken omdat deze buiten de in het procesreglement vermelde termijn zijn ingediend

Het vonnis is bepaald op vandaag.

2. Samenvatting

Volgens [partij A] heeft [partij B] hem ten onrechte geen, althans te weinig salaris betaald. Volgens [partij B] heeft [partij A] geen recht op salaris, omdat er geen sprake is van een arbeidsovereenkomst. De loonvordering van [partij A] wordt afgewezen, omdat de overeenkomst naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet kan worden gekwalificeerd als arbeidsovereenkomst. De vorderingen van [partij B] worden grotendeels afgewezen. Hieronder wordt uitgelegd waarom.

3. De feiten

[partij A] heeft een eenmanszaak genaamd [eenmanszaak] . Hij verricht vanaf 2016 werkzaamheden voor [partij B] , waarbij hij de door hem gemaakte uren wekelijks in rekening brengt.

[naam 1] (hierna: [naam 1] ) was eigenaar van [partij B] . In [datum] 2025 heeft hij een ongeval gehad, als gevolg waarvan hij is overleden. [naam 1] was getrouwd met [naam 2] (hierna: [naam 2] ). [naam 3] (hierna: [naam 3] ) is hun zoon.

Na het overlijden van [naam 1] heeft [partij A] diens werkzaamheden overgenomen. Ook hebben er gesprekken plaatsgevonden over een mogelijke overname van het bedrijf door [partij A] en [naam 4] (hierna: [naam 4] ). Tot een overname is het niet gekomen.

[bedrijf 1] heeft [partij A] ingeschakeld voor een opdracht op Aruba. In de periode van 26 mei tot en met 11 juni 2026 heeft [partij A] (samen met [naam 4] ) werkzaamheden verricht op Aruba.

Op 29 juni 2026 was er een bijeenkomst bij de accountant van [partij B] , de heer

[naam 5] . Daarbij waren ook aanwezig [naam 4] , [partij A] , [naam 2] en [naam 3] .

Op 30 juni 2026 is [partij A] (samen met [naam 4] ) opnieuw vertrokken naar Aruba om daar tot (en met) 17 juli 2026 werkzaamheden te verrichten.

Bij brief van 9 juli 2026 is [partij A] namens [partij B] verzocht om een aan hem door [partij B] verstrekte lening van € 25.000,- inclusief rente uiterlijk binnen zes weken te voldoen. In reactie daarop heeft [partij A] bij e-mailbericht van 13 juli 2026 aan (de advocaat van) [partij B] meegedeeld dat hij het bedrag van € 25.000,- voor

20 augustus 2026 zal voldoen aan [partij B] .

4. Het geschil in conventie en in reconventie

[partij A] vordert in conventie (kort gezegd) betaling van (1) een bedrag van € 9.443,18 bruto aan achterstallig loon (over de maanden juni en juli 2026) alsmede de wettelijke verhoging daarover en bij niet tijdige betaling de wettelijke rente over deze bedragen, (2) een bedrag van € 1.025,06 aan buitengerechtelijke incassokosten, en de proceskosten.

[partij B] vordert in reconventie (kort gezegd) om [partij A] (1) te veroordelen om haar op 20 augustus 2026 een bedrag van € 25.000,- te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 14 december 2014, (2) te bevelen tot afgifte van alle bedrijfseigen-dommen, waaronder een Jepson zaag met geleider, (3) te bevelen tot medewerking aan de verplichting om [partij B] informatie te verschaffen en rekening en verantwoording af te leggen over de lopende projecten en uitgebrachte offertes van [partij B] (4) te verbieden gebruik te (blijven) maken van vertrouwelijke informatie en/of bedrijfsgeheimen, (5) te gebieden de vertrouwelijke informatie en/of bedrijfsgeheimen die hij of een derde in bezit heeft, al dan niet in het bijzijn van een door [partij B] aan te wijzen onafhankelijke deskundige te vernietigen, en (6) te veroordelen in de proceskosten.

Partijen hebben over en weer verweer gevoerd. Op de stellingen en de verweren van partijen zal hierna, voor zover van belang, nader worden ingegaan

5. De beoordeling

In conventie

Achterstallig loon - arbeidsovereenkomst?

De voorzieningenrechter passeert het verweer van [partij B] dat [partij A] geen spoedeisend belang heeft bij zijn loonvordering. Het is vaste rechtspraak dat, in beginsel en ook in deze zaak, een (gestelde) loonvordering naar zijn aard een spoedeisend karakter draagt.

In deze procedure moet worden beoordeeld of de loonvordering in een eventuele bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat toewijzing gerechtvaardigd is. Gelet op het voorlopige karakter van de kort gedingprocedure past geen uitgebreid onderzoek naar de feiten en is er geen plaats voor nadere bewijsvoering. Er is in dit geval geen reden om van deze regel af te wijken. De voorzieningenrechter baseert de beslissing dan ook op feiten die erkend of onweersproken zijn of die voorshands aannemelijk zijn geworden.

Volgens [partij A] is hij al vanaf 2016 in dienst bij [partij B] , althans is de oorspronkelijke overeenkomst in de loop der tijd gewijzigd in een arbeidsovereenkomst.

Waar hij zich in de begintijd ook nog kon richten op zijn ondernemerschap, werkt hij al jaren alleen voor [partij B] , die als zijn werkgever heeft te gelden. Aan alle elementen van een arbeidsovereenkomst (arbeid, loon en gezagsverhouding) wordt immers voldaan, aldus [partij A] , waarbij hij de gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad is nagelopen.

Een arbeidsovereenkomst is de overeenkomst waarbij de werknemer zich verbindt in dienst van de werkgever tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten (artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek (BW)).

Om te beoordelen of een overeenkomst als arbeidsovereenkomst moet worden aangemerkt, moet door uitleg aan de hand van de zogenaamde Haviltexmaatstaf worden vastgesteld welke rechten en verplichtingen partijen zijn overeengekomen. De overeenkomst is een arbeidsovereenkomst als de rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst. Die beoordeling hangt af van alle omstandigheden van het geval in onderling verband bezien. Van belang kunnen onder meer zijn, aldus de Hoge Raad in voormeld arrest, de aard en duur van de werkzaamheden, de wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald, de inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht, het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren, de wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen is tot stand gekomen, de wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd, de hoogte van deze beloningen, en de vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt. Ook kan van belang zijn of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen, bijvoorbeeld bij het verwerven van een reputatie, bij acquisitie, wat betreft fiscale behandeling, en gelet op het aantal opdrachtgevers voor wie hij werkt of heeft gewerkt en de duur waarvoor hij zich doorgaans aan een bepaalde opdrachtgever verbindt.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is in deze procedure niet aannemelijk geworden dat [partij A] zijn werkzaamheden “in dienst van” [partij B] verrichtte.

Nog daargelaten dat [partij B] , onder verwijzing naar diverse door haar overgelegde verklaringen, heeft betwist dat [partij A] de voorbije jaren alleen voor haar werkzaamheden uitvoerde, geldt dat [partij A] om hem moverende redenen aanleiding heeft gezien om (vanuit zijn eenmanszaak) een omvangrijke klus op Aruba aan te nemen die maakt dat hij daar met tussenpozen telkens een periode van enkele weken werkzaam moet zijn én om op 29 juni 2026 (samen met [naam 4] ) een nieuw bedrijf ( [bedrijf 2] B.V.) op te richten, waarvan zij beiden (middellijk) bestuurder zijn. Daarmee heeft hij zich gedragen als ondernemer, waarbij het door hem aangenomen werk bovendien in de weg staat aan het verrichten van werkzaamheden voor [partij B] . Dat hij hiervoor toestemming heeft gekregen, is wel gesteld, maar niet onderbouwd. Hoe een en ander zich verhoudt tot (het bestaan van) een gezagsverhouding valt niet in te zien.

Dit betekent dat de loonvordering en de daarmee samenhangende vorderingen worden afgewezen.

In reconventie

Lening

[partij B] vordert terugbetaling van een aan [partij A] verstrekte lening van € 25.000,-. Nu [partij A] heeft erkend dat hij dit bedrag heeft geleend en dat hij dit moet terugbetalen, ziet de voorzieningenrechter aanleiding minder hoge eisen te stellen aan het vereiste spoedeisend belang. Daarbij is de gestelde financiële situatie in aanmerking genomen, afgezet tegen de (hiervoor onder 3.4 vermelde) toezegging van [partij A] dat hij zal betalen (welke toezegging hij ter zitting heeft herhaald). De vordering zal dan ook worden toegewezen, evenals de wettelijke rente (met ingang van vandaag), nu is gestteld noch gebleken dat partijen een rente hebben afgesproken.

Afgifte van alle bedrijfseigendommen, waaronder een Jepson zaag met geleider

Deze vordering wordt afgewezen. Nog daargelaten dat [partij B] niet heeft geconcretiseerd om welke bedrijfseigendommen het (buiten de zaag met geleider) gaat, geldt dat zij, onder verwijzing naar aankoopbonnen, heeft gesteld dat zij eigenaar is van die zaken, maar [partij A] – die daarvan houder is, hetgeen het wettelijke vermoeden schept dat hij eigenaar is – deze stelling gemotiveerd heeft betwist door aan te voeren dat [naam 1] deze zaken aan hem heeft geschonken. Zonder nadere bewijslevering, waarvoor in deze procedure geen plaats is, is dan ook niet vast te stellen wie eigenaar is van de zaken.

Bevel tot medewerking aan de verplichting om informatie te verschaffen en rekening en verantwoording af te leggen

De voorzieningenrechter merkt allereerst op dat [partij B] in haar conclusie noch in haar pleitnota deze vordering niet heeft onderbouwd. Uit de producties kan echter worden opgemaakt dat het [partij B] gaat om “opheldering per lopende opdracht”, waarbij zij [partij A] heeft gevraagd de (als productie 14 overgelegde) vragenlijst te voorzien van antwoorden. [partij A] heeft de van zijn commentaar voorziene lijst op 11 augustus 2026 aan [partij B] gemaild. Voor zover [partij B] van mening is dat [partij A] zich hiermee niet aan zijn informatieplicht c.q. plicht tot het afleggen van rekening en verantwoording heeft gehouden, had het op haar weg gelegen een en ander (deugdelijk onderbouwd) te stellen. Nu zij dit niet heeft gedaan, wordt de vordering afgewezen.

Vernietiging in bezit zijnde vertrouwelijke informatie/bedrijfsgeheimen en verbod om daarvan gebruik te (blijven) maken

Volgens [partij B] heeft [partij A] de (concept)jaarrekeningen 2024 en 2025 aan zijn adviseur de heer [naam 6] verstrekt, hetgeen hem niet vrijstond. Zij wil dan ook dat [partij A] wordt geboden haar vertrouwelijke informatie te retourneren dan wel te (laten) vernietigen, met een aan deze veroordeling te verbinden dwangsom.

Nu [partij A] heeft betwist voormelde stukken met [naam 6] te hebben gedeeld en ook heeft betwist daarvan (nog) gebruik te maken, is een en ander niet komen vast te staan. Er is dan ook geen aanleiding het gevorderde toe te wijzen.

In conventie en in reconventie

Hoewel ter zake een aparte veroordeling zou moeten volgen voor de proceskosten in conventie en die in reconventie, ziet de kantonrechter aanleiding de proceskosten van partijen te compenseren. In conventie zou [partij A] , als de in het ongelijk gestelde partij, immers worden veroordeeld in de proceskosten van [partij B] , in reconventie zou [partij B] , als de grotendeels in het ongestelde partij, worden veroordeeld in de proceskosten van [partij A] , waarbij zij aan elkaar eenzelfde forfaitaire vergoeding zouden moeten voldoen (“vestzak-broekzak”).

6. De beslissing

De voorzieningenrechter

in conventie

wijst het gevorderde af,

in reconventie

veroordeelt [partij A] tot betaling van een bedrag van € 25.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf heden tot de dag van volledige betaling,

verklaart onderdeel 6.2. uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af,

in conventie en in reconventie

compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij zijn eigen kosten draagt.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken door mr. H. Bottenberg - van Ommeren op 21 augustus 2026.

!

!

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand