ECLI:NL:RBOVE:2026:5187

ECLI:NL:RBOVE:2026:5187

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 25-08-2026
Datum publicatie 25-08-2026
Zaaknummer 08.120584.26 (P)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt een 59-jarige man tot een taakstraf van 200 uren en een voorwaardelijke ontzegging van zijn bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor een jaar. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan zeer gevaarlijk rijgedrag en heeft daardoor een ernstig ongeval veroorzaakt met grote gevolgen. Het slachtoffer heeft zwaar lichamelijk letsel opgelopen en is haar ongeboren kindje van 17 weken verloren.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.120584.26 (P)

Datum vonnis: 25 augustus 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1967 op [geboorteplaats] ,

wonende aan [adres] .

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 11 augustus 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. R.P. Eefting, advocaat in Assen, naar voren is gebracht.

Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van de door [slachtoffer] voorgedragen slachtofferverklaring.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 28 oktober 2025 in Hasselt:

primair: een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft veroorzaakt, waardoor [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht;

subsidiair: de verkeersregels in ernstige mate heeft geschonden en door zijn rijgedrag

gevaar op de weg heeft veroorzaakt;

meer subsidiair: niet zoveel mogelijk rechts heeft gehouden, waardoor letsel aan personen is ontstaan.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij op of omstreeks 28 oktober 2025 te Hasselt, gemeente Zwartewaterland als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), daarmee rijdende op de weg, de Vaartweg/N377, zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl er ter plaatste sprake was van (hevige) regenval,- zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of- heeft gereden met een snelheid van 80 km/uur, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de aldaar voor hem geldende maximumsnelheid van 50 km/uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of- in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden en/of- in strijd met het gestelde in artikel 76 van het voornoemd reglement de (dubbele) doorgetrokken strepen, die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevonden, heeft overschreden en/ofzich met het door hem bestuurde voertuig geheel of gedeeltelijk links van die doorgetrokken strepen, -welke strepen op die weg (de Vaartweg/N377) waren aangebracht tussen de rijstroken, met verkeer in beide richting-, heeft bevonden en/of- in strijd met artikel 62 van voormeld reglement een vluchtheuvel en/of de borden D2 aan de linkerzijde voorbij is gereden en/of- in strijd met artikel 19 van voormeld reglement zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of- op de rijbaan van tegengesteld verkeer is gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met een vanuit tegengestelde richting dicht genaderd zijnde ander voertuig (personenauto),en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (te weten [slachtoffer] ) zwaar lichamelijk letsel of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 oktober 2025 te Hasselt, gemeente Zwartewaterland als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), daarmee rijdende op de weg, de Vaartweg/N377, terwijl er ter plaatste sprake was van (hevige) regenval,- zijn aandacht gedurende enige tijd niet, althans in onvoldoende mate, op het overige verkeer en/of de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of- heeft gereden met een snelheid van 80 km/uur, althans met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de aldaar voor hem geldende maximumsnelheid van 50 km/uur, in elk geval met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan die voor een veilig verkeer ter plaatse geboden was en/of- in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden en/of- in strijd met het gestelde in artikel 76 van het voornoemd reglement de (dubbele) doorgetrokken strepen, die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevonden, heeft overschreden en/ofzich met het door hem bestuurde voertuig geheel of gedeeltelijk links van die doorgetrokken strepen, -welke strepen op die weg (de Vaartweg/N377) waren aangebracht tussen de rijstroken, met verkeer in beide richting-, heeft bevonden en/of- in strijd met artikel 62 van voormeld reglement een vluchtheuvel en/of de borden D2 aan de linkerzijde voorbij is gereden en/of- in strijd met artikel 19 van voormeld reglement zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of- op de rijbaan van tegengesteld verkeer is gebotst tegen, althans in aanrijding gekomen met een vanuit tegengestelde richting dicht genaderd zijnde ander voertuig (personenauto), door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd;

meer subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 oktober 2025 te Hasselt, gemeente Zwartewaterland als bestuurder van een bedrijfsauto op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Vaartweg/N377, niet zoveel mogelijk rechts heeft gehouden, waarbij letsel aan personen is ontstaan of schade aan goederen is toegebracht;

3. De bewijsmotivering

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen kan worden. Het verkeersgedrag van verdachte kan worden bestempeld als zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam, waardoor verdachte in een zeer ernstige mate schuld heeft aan het ongeval in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW 1994).

Het standpunt van de verdediging

De raadsman stelt zich op het standpunt dat verdachte dient te worden vrijgesproken van het primair ten laste gelegde, nu sprake was van een kortdurend inschattingsverlies bij de nadering van een middengeleider. De raadsman refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van een bewezenverklaring van het subsidiair of meer subsidiair ten laste gelegde.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte bekent dat hij het verkeersongeval heeft veroorzaakt. De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden of sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994 en zo ja, in welke mate.

Om tot het oordeel te komen dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994 moet in ieder geval sprake zijn van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid, onoplettendheid dan wel onachtzaamheid van verdachte. Daarbij komt het aan op het geheel van de gedragingen van de verdachte, de aard en de ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Daarbij geldt dat niet enkel uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, kan worden afgeleid dat sprake is van schuld in eerder genoemde zin.

De rechtbank stelt op basis van het dossier de volgende feiten en omstandigheden vast.

Verdachte reed op 28 oktober 2025 omstreeks 6:47 uur als bestuurder van een Peugeot Expert bedrijfsbus over de Vaartweg en naderde daarbij de verhoogde middengeleider ter hoogte van het kruispunt met de Zandvoortweg. Verdachte is over – dan wel links langs – de verhoogde middengeleider gereden en is vervolgens op de rijbaan van het tegemoetkomende verkeer terechtgekomen. Ter hoogte van het kruispunt is verdachte frontaal gebotst tegen de voorzijde van de Toyota Aygo van [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ).

Verdachte reed vanuit de richting van de Lichtmis over de Vaartweg in de richting van Hasselt. Bij het binnenrijden van de bebouwde kom van Hasselt, ongeveer 90 meter vóór de plaats van het verkeersongeval, was een komgrens gesitueerd met dubbele wit gearceerde lengtemarkering, waarbij ook meermaals een zichtbare markering van ‘50’ was aangebracht op het wegdek. Op deze plek veranderde de ter plaatse toegestane maximumsnelheid van 80 km/h naar 50 km/h. Bovendien waren op 100 meter voor deze komgrens dwarsmarkeringen op het asfalt aangebracht.

Het ongeval vond plaats net na een middengeleider in de bebouwde kom. De middengeleider heeft een afwijkende rode kleur en valt op ten opzichte van de rest van het wegdek. Vlak voor de middengeleider bevindt zich op de rijbaan van verdachte een flauwe bocht naar rechts welke wordt geleid door, aan de linkerzijde een duidelijk zichtbaar wit geaccentueerde en ononderbroken enkele asstreep en aan de rechterzijde een betonnen opsluitband. Hierbij is op de voorzijde van de middengeleider ook een verkeersbord met een verplichte rijrichting gepositioneerd.

Op basis van beschikbare camerabeelden en het verrichte onderzoek blijkt dat verdachte met een berekende indicatieve snelheid van ongeveer 74 km/h binnen de bebouwde kom van Hasselt reed. Uit de EDR-registratie van het voertuig van verdachte, dat is weergegeven in een vertragingsgrafiek, blijkt dat verdachte tot ongeveer anderhalve seconde voor het botsingsmoment een snelheid registreerde van 80 km/h en dat vervolgens de vertragingswaarden opliepen naar waarden die duiden op een noodremming. Het voertuig had volgens de EDR-registratie een botssnelheid van ongeveer 56 km/h.

Voorts volgt uit het onderzoek ter plaatse dat het nog donker was op het tijdstip van het verkeersongeval en dat sprake was van een hevige regenbui, waardoor het zicht beperkt werd.

Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij op 28 oktober 2025 over de Vaartweg richting Hasselt reed en dat een donkergekleurde bedrijfsbus achter hem reed, die hem vervolgens inhaalde. Later zag hij dat diezelfde bus opnieuw naar links ging en mogelijk een auto wilde inhalen of links de middengeleider wilde passeren om een aantal auto’s in te halen. Even later zag hij diezelfde bus op de linker weghelft staan en zag hij dat deze een aanrijding had gehad met een andere auto.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij het bord van Hasselt heeft gezien, wist dat hij de bebouwde kom binnenreed en vanaf dat punt zijn gas heeft losgelaten. Verder heeft hij verklaard dat hij doordat het donker was, in combinatie met de regen en de ruitenwissers een beperkter zicht had en daardoor de verkeersaanwijzingen van het verlagen van de snelheid naar 50km/h niet heeft gezien. Hij heeft verklaard dat hij de middengeleider twintig tot dertig meter ervoor heeft gezien, maar niet weet hoe hij aan de linkerzijde van deze verhoging terecht is gekomen. Hij zag opeens twee koplampen en vrijwel direct daarna vond de aanrijding plaats.

Schuld

Vaststaat dat verdachte op de Vaartweg de bebouwde kom van Hasselt binnenreed, dat daar een maximale snelheid van 50 km/h geldt en dat het zicht beperkt was omdat het donker was en (hevig) regende. Verdachte reed op deze weg met een fors hogere snelheid dan was toegestaan en gaf geen opvolging aan de daar ter plaatse geldende verkeersaanwijzingen. Hij reed met een snelheid van 74km/h (indicatieve snelheid) - dan wel 80km/h (EDR-registratie) - en volgde bij de middengeleider de verplichte rijrichting niet op, waardoor hij over - dan wel links langs - de middengeleider is gereden. Hierbij heeft hij de enkele ononderbroken asstreep volledig overschreden en kwam hij op de rijbaan van het tegemoetkomende verkeer terecht. Deze opeenstapeling van risicovolle handelingen wijzen naar het oordeel van de rechtbank op onoplettend en onvoorzichtig verkeersgedrag. Temeer nu hij binnen de bebouwde kom reed, een middengeleider met kruispunt naderde en de weersomstandigheden donker en regenachtig waren, diende hij zijn bijzondere zorgplicht in het verkeer in acht te nemen. Verdachte behoorde extra aandacht te hebben voor de weginrichting, de overige verkeersdeelnemers en had zijn snelheid zodanig moeten minderen dat hij in staat was te anticiperen en te reageren op ander verkeer.

Gelet op het geheel van de gedragingen van verdachte, de aard en de ernst daarvan en de omstandigheden waaronder die gedragingen hebben plaatsgevonden, is de rechtbank van oordeel dat het verkeersongeval aan de schuld van verdachte te wijten is in de zin van artikel 6 WVW 1994.

Mate van schuld

Het geheel aan gedragingen van verdachte en de omstandigheden waaronder die gedragingen hebben plaatsgevonden overziend, acht de rechtbank bewezen dat sprake is van een ernstige mate van schuld in de zin van artikel 6 WVW 1994. De rechtbank is van oordeel dat het rijgedrag van verdachte, in de hiervoor geschetste feitelijke situatie, zeer onoplettend, onvoorzichtig en onachtzaam is geweest.

Zwaar lichamelijk letsel

Uit de medische rapporten volgt dat [slachtoffer] na de aanrijding naar het [ziekenhuis] in [plaats] is gebracht. Als gevolg van het ongeval heeft zij onder meer zeven gebroken ribben, een bovenbeen- en arm breuk, meerdere littekens op haar buik door de gordel en twee verloren tanden opgelopen. Bovendien was [slachtoffer] op dat moment 17 weken zwanger van een ongeboren kindje, [naam] , en is het kindje door het ongeval overleden. Op 28 oktober 2025 is [slachtoffer] geopereerd aan een scheur in de baarmoederwand, waarbij onder meer het ongeboren kindje is verwijderd uit haar lichaam. Op 29 oktober 2025 is [slachtoffer] geopereerd aan meerdere bot- en peesletsels. Verder heeft ze een kies-sparende ingreep bij de kaakchirurg moeten ondergaan. [slachtoffer] is twee weken opgenomen geweest op de Intensive Care en afdeling ortho/trauma in het ziekenhuis, waarna zij vier weken op een revalidatieafdeling van de Vogellanden heeft verbleven.

[slachtoffer] heeft op 28 februari 2026 verklaard dat zij driemaal per week een afspraak heeft voor de revalidatie. Ter zitting heeft zij verklaard dat ze nog steeds afspraken heeft bij de fysiotherapeut, de osteopaat en het ziekenhuis, maar dat zij inmiddels wel weer een aantal uren per week aan het werk is.

De rechtbank is van oordeel dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer] , gelet op de aard van het genoemde letsel, het feit dat meermaals medisch ingrijpen noodzakelijk was, het feit dat zij een lange revalidatieperiode heeft ondergaan én dat zij nog niet volledig hersteld is en mogelijk blijvende littekens overhoudt.

Conclusie

De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend is bewezen.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij op 28 oktober 2025 te Hasselt, gemeente Zwartewaterland als bestuurder van een voertuig (bedrijfsauto), daarmee rijdende op de weg, de Vaartweg/N377, zeer onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, terwijl er ter plaatste sprake was van hevige regenval,

- zijn aandacht gedurende enige tijd in onvoldoende mate, op het overige verkeer en de (verkeers)situatie ter plaatse heeft gericht en/of

- heeft gereden met een (aanzienlijk) hogere snelheid dan de aldaar voor hem geldende maximumsnelheid van 50 km/uur en

- in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn verplichting heeft voldaan zoveel mogelijk rechts te houden en

- in strijd met het gestelde in artikel 76 van het voornoemd reglement de doorgetrokken streep, die zich niet langs de rand van de rijbaanverharding bevonden, heeft overschreden en

zich met het door hem bestuurde voertuig geheel links van die doorgetrokken strepen, -welke strepen op die weg (de Vaartweg/N377) waren aangebracht tussen de rijstroken, met verkeer in beide richting-, heeft bevonden en

- in strijd met artikel 62 van voormeld reglement een vluchtheuvel en de borden D2 aan de linkerzijde voorbij is gereden en

- in strijd met artikel 19 van voormeld reglement zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in staat was om zijn voertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was en/of

- op de rijbaan van tegengesteld verkeer in aanrijding is gekomen met een vanuit tegengestelde richting dicht genaderd zijnde ander voertuig (personenauto),

en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor [slachtoffer] zwaar lichamelijk letsel werd toegebracht;

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 6 jo. 175 WVW 1994. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:

primair:

het misdrijf: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezen verklaarde feit.

6. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert verdachte voor het primair ten laste gelegde feit, waarbij hij uitgaat van een zeer ernstige mate van schuld, te veroordelen tot een taakstraf van 240 uren (bij niet verrichten te vervangen door 120 dagen hechtenis) en een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van één jaar.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman verzoekt om aan verdachte een taakstraf op te leggen in combinatie met een voorwaardelijke rijontzegging. Daarbij verzoekt hij rekening te houden met het feit dat verdachte alleenstaand is en dat zijn rijbewijs noodzakelijk is voor zijn werk.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

De aard en ernst van het feit

Verdachte heeft zich op 28 oktober 2025 op de Vaartweg schuldig gemaakt aan zeer gevaarlijk rijgedrag en heeft daardoor een ernstig ongeval veroorzaakt met grote gevolgen. Verdachte is op de tegemoetkomende rijbaan terechtgekomen en is met zijn bedrijfsbus frontaal tegen de auto van [slachtoffer] aangereden, waardoor zij beklemd in de auto heeft vastgezeten en zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen.

De 33-jarige [slachtoffer] heeft onder meer verschillende bot- en peesletsels en blijvende littekens opgelopen. Daarbij is zij haar ongeboren kindje [naam] van 17 weken verloren. Ter zitting heeft [slachtoffer] naar voren gebracht dat zij tien maanden later nog steeds pijn en ongemakken ervaart door haar letsel en daarvoor nog steeds behandelingen bij de fysiotherapeut, de osteopaat en het ziekenhuis ondergaat. Verder heeft zij invoelbaar verteld over het verdriet dat zij, haar gezin en familie hebben om het verlies van [naam] . De rechtbank begrijpt dat een strafoplegging in welke vorm dan ook, dit leed niet ongedaan kan maken.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel van het strafblad van verdachte van 1 juli 2026. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit. Verdachte wordt daarom door de rechtbank als ‘first offender’ beschouwd.

De rechtbank neemt verder in ogenschouw dat het ongeval ook op verdachte een grote impact heeft en dat hij meermaals zijn spijt heeft betuigd. Verder houdt de rechtbank ook rekening met het feit dat het rijbewijs voor verdachte noodzakelijk is voor het behouden van zijn werk.

De strafoplegging

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank de landelijke oriëntatiepunten voor overtreding van artikel 6 WVW 1994 tot uitgangspunt genomen. Indien sprake is van ernstige schuld aan een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg, zonder dat de bestuurder alcohol heeft gebruikt, is het oriëntatiepunt een taakstraf van 160 uren in combinatie met een onvoorwaardelijke rijontzegging van één jaar.

De rechtbank ziet in het hiervoor overwogene aanleiding om af te wijken van het oriëntatiepunt en acht alles afwegende een taakstraf van 200 uren, bij niet verrichten te vervangen door 100 dagen hechtenis, passend en geboden.

Naast deze taakstraf legt de rechtbank aan verdachte een ontzegging van de rijbevoegdheid op voor de duur van één jaar. De rechtbank kiest ervoor deze rijontzegging geheel voorwaardelijk op te leggen met een proeftijd van drie jaren, aangezien aannemelijk is geworden dat verdachte van het ongeval heeft geleerd en verdachte zijn rijbewijs nodig heeft om zijn werk te kunnen uitoefenen.

7. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en artikel 179 WVW 1994.

8. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

primair:

het misdrijf: overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het primair bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 200 (tweehonderd) uren;

- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 100 (honderd) dagen;

- ontzegt verdachte de bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigen voor de duur van 1 (één) jaar);

- bepaalt dat de bijkomende straf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte zich voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door mr. G.H. Meijer, voorzitter, mr. S.H. Peper en mr. J.G.M. Fluttert, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A.N. Sjerps, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 25 augustus 2026.

Buiten staat

Mr. Fluttert is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand