ECLI:NL:RBOVE:2026:5220

ECLI:NL:RBOVE:2026:5220

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 27-08-2026
Datum publicatie 27-08-2026
Zaaknummer ZWO 26/1075
Rechtsgebied Bestuursrecht; Socialezekerheidsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

ZW. Weigering ZW-uitkering. De rechtbank concludeert dat de verzekeringsarts b&b onvoldoende rekening heeft gehouden met de energetische klachten van betrokkene. Het bestreden besluit is in strijd met artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Awb. Beroep gegrond.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser,

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV),

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummer: ZWO 26/1075

gemachtigde: mr. E. Schriemer,

en

gemachtigde: [gemachtigde].

Procesverloop

Bij besluit van 10 september 2025 heeft het UWV eiser meegedeeld dat hij vanaf

15 juli 2025 geen uitkering op grond van de Ziektewet (ZW) krijgt.

Eiser heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van

23 maart 2026 op het bezwaar van eiser is het UWV bij dit besluit gebleven.

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.

De rechtbank heeft het beroep op 30 juli 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en de gemachtigde van het UWV.

Totstandkoming van het bestreden besluit

2. Eiser is werkzaam geweest als [functie] voor 34 uur per week in dienst van Hollands GSM B.V. te Zwolle. Hij heeft zich op 15 juli 2025 ziekgemeld. Na het einde van zijn dienstverband heeft eiser vanaf 1 augustus 2025 een voorschot op een ZW-uitkering ontvangen. Na verzekeringsgeneeskundig onderzoek heeft besluitvorming plaatsgevonden, zoals vermeld onder 'Procesverloop'.

Standpunten van partijen

Het UWV stelt zich in het bestreden besluit op het standpunt dat eiser vanaf 15 juli 2025 arbeidsgeschikt is voor zijn eigen werk. Hij krijgt daarom geen ZW-uitkering. Daarbij heeft het UWV gewezen op het rapport van 16 februari 2026 van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep en het rapport van 23 februari 2026 van de verzekeringsarts bezwaar en beroep.

Eiser stelt dat het medische onderzoek onzorgvuldig is geweest. Het UWV lijkt het ontbreken van intensieve of langdurige behandeling te hebben meegewogen als indicatie dat de klachten niet ernstig of niet plausibel zouden zijn. Praktische en financiële belemmeringen hebben de realisatie van behandeling beperkt. Het ontbreken van een behandeling mag niet tegen eiser worden gebruikt. Er moet worden uitgegaan van stoornissen, symptomen en functionele beperkingen. Niet is gebleken dat het UWV de behandelende artsen actief heeft geraadpleegd of dat de inhoud van verslagen van behandelaars in de beoordeling is betrokken.

Eiser acht zich vanaf 15 juli 2025 niet in staat zijn eigen werk als [functie] voor 34 uur per week te verrichten. Eiser heeft gewezen op het huisartsjournaal. Het dossier bevat meerdere constateringen die wijzen op ernstige slaap- en energietekorten en objectieve bevindingen aan de rug. Desondanks concludeert het UWV dat er geen verstorende vermoeidheid of toereikende medische grondslag is voor een uren- of functiebeperking. Gezien de chronische slaapklachten en de door behandelaars gerapporteerde fysieke beperkingen had het UWV moeten overwegen of een urenbeperking of energetische beperking op zijn plaats was en dit gemotiveerd moeten vastleggen.

Wettelijk kader

Op grond van artikel 19, eerste en vierde lid, van de ZW heeft de verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van zijn arbeid, als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebreken, recht op ziekengeld.

Volgens vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep dient onder ‘zijn arbeid’ in voormelde zin te worden verstaan de laatstelijk voor de ziekmelding feitelijk verrichte arbeid.

Beoordeling door de rechtbank

5. De rechtbank beoordeelt of het UWV de ZW-uitkering van eiser terecht met ingang van 15 juli 2025 heeft beëindigd. Daarvoor moet zij beoordelen of het UWV zich terecht op het standpunt stelt dat eiser, ondanks zijn beperkingen, per 15 juli 2025 in staat is zijn werk als [functie] voor 34 uur per week te verrichten. De rechtbank beoordeelt dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser.

De zorgvuldigheid van het medische onderzoek

6. De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig tot stand is gekomen en onvoldoende is gemotiveerd. De rechtbank overweegt hiertoe als volgt.

De rechtbank concludeert dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep onvoldoende rekening heeft gehouden met energetische problemen die kunnen voortvloeien uit diagnoses die zijn gesteld en die de verzekeringsarts bezwaar en beroep zelf heeft onderkend. De rechtbank acht het te kort door de bocht om vast te stellen dat de verergering van klachten in 2024 en 2025 al speelde en dat eiser daarmee heeft kunnen werken. Daarbij is door (de verzekeringsarts bezwaar en beroep van) het UWV immers geen rekening gehouden met de momenten van ziekteuitval, zoals die blijken uit de e-mail van februari 2026 van de

(ex-)werkgever, genoemd in het rapport van 16 februari 2026 van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep. De (ex-)werkgever heeft geschreven dat eiser met grote zendingen niet meer hielp, omdat het te zwaar voor hem werd. Ook was hij meerdere keren ziek. Hij had meerdere keren afspraken met artsen. Ook is onvoldoende rekening gehouden met het huisartsjournaal, waaruit blijkt dat eiser bij zijn huisarts veelvuldig melding heeft gemaakt van slaapproblematiek. Gelet op die informatie kan niet zonder meer worden geconcludeerd dat eiser, voorafgaand aan de ziekmelding, daadwerkelijk met deze klachten heeft kunnen werken. Uit die informatie lijkt eerder te volgen dat eiser in die periode geprobeerd heeft te blijven werken, dat dit niet haalbaar bleek, en dat daarop zijn ZW-aanvraag volgde. Deze omstandigheden zijn onvoldoende door (de verzekeringsarts bezwaar en beroep van) het UWV in de afweging betrokken.

Ter zitting heeft het UWV erop gewezen dat de huisarts eiser heeft geadviseerd om een bepaald dag- en nachtritme en een bepaalde slaapstructuur aan te houden. Hierover heeft eiser ter zitting echter verklaard dat hij dit heeft geprobeerd, maar dat dit geen effect heeft gehad, doordat hij door pijn lang wakker ligt. Voor zover (de verzekeringsarts bezwaar en beroep van) het UWV twijfelde aan de plausibiliteit van deze klachten, had hij daarover nader uitvraag kunnen doen bij de huisarts. Ook had hij daarbij kunnen vragen naar de interventies die de huisarts heeft ingezet en of deze enig effect hebben gehad. Dit heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep evenwel nagelaten, hetgeen in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel.

Verder is de rechtbank van oordeel dat eiser niet kan worden tegengeworpen dat hij ten tijde van het onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep nog niet bij de fysiotherapeut was geweest. Op zitting heeft eiser verklaard dat hij alleen een basis ziektekostenverkering heeft en dat hij om financiële redenen niet naar de fysiotherapeut is gegaan. Hij heeft ook eerder al aangegeven dat hij onvoldoende draagkrachtig is om de kosten van de fysiotherapeut zelf te betalen. Aangezien algemeen bekend mag worden verondersteld dat de basisverzekering een fysiotherapeut (in beginsel) niet vergoed, is deze uitleg van eiser op zich plausibel. Dit klemt temeer nu eiser niet over een hoog inkomen beschikte.

Voor zover het UWV aan eiser ter zitting heeft tegengeworpen dat eiser in het vooruitzicht van die behandelingen een aanvullende verzekering had kunnen afsluiten, miskent het UWV dat een dergelijke verzekering niet verplicht is gesteld. De wet- en regelgever hebben nu eenmaal de keuze gemaakt om fysiotherapie in beginsel niet onder de basisverzekering te laten vallen. Die keuze van de wet- en regelgever kan dan ook niet voor rekening en risico van een verzekerde komen als hij, als gevolg van die keuze, vervolgens zijn klachten onvoldoende kan laten behandelen omdat hij voor de geadviseerde behandeling niet verzekerd is. Als de wet- en regelgever zouden hebben gewild dat een verzekerde zich in het vooruitzicht van noodzakelijke fysiotherapiebehandelingen een aanvullende verzekering afsluit, dan hadden zij dat in de Zorgverzekeringswet en daarbij behorende regelgeving moeten opnemen. Dat hebben de wet- en regelgever echter nagelaten.

Het voorgaande betekent dat als een verzekerde met beperkingen blijft rondlopen omdat een behandeling hiervan niet uit de basisverzekering wordt vergoed, en hij daardoor aanspraak moet maken op een ZW-uitkering, dat een gevolg is van de keuze van de wet- en regelgever, die ook voor rekening en risico van de Staat en de daartoe behorende uitkeringsinstanties dient te blijven. Dat eiser de voor hem benodigde behandelingen niet heeft gevolgd vanwege het ontbreken van een dekking hiervoor in de basisverzekering, mag dan ook niet aan eiser worden tegengeworpen.

Dat eiser als gevolg van zijn medische conditie belemmeringen heeft en daarvoor op fysiotherapie is aangewezen, wordt verder bevestigd door het gegeven dat eiser – zoals hij ter zitting heeft verklaard – inmiddels bijzondere bijstand voor die behandelingen is toegekend. Uit het gegeven dat eiser die behandelingen is gaan volgen, kan worden afgeleid dat er, anders dan de verzekeringsarts bezwaar en beroep had aangenomen, wel lijdensdruk bij eiser kan worden vastgesteld. In zoverre zijn de klachten die eiser ervaart dus plausibel en dienen de klachten waarvoor hij naar de fysiotherapeut is verwezen integraal door (de verzekeringsarts bezwaar en beroep van) het UWV in de besluitvorming te worden betrokken.

Dat eiser nog naar de sportschool zou gaan, doet aan het voorgaande geen afbreuk. Hoewel de rechtbank onderkent dat het bezoeken van een sportschool iets kan zeggen over de belastbaarheid van een verzekerde, hangt dit wel af van de concrete invulling van het sportschoolbezoek. Zoals de advocaat van eiser terecht heeft gesteld, is de sportschool iets anders dan werk. Het is vrijwillig, op eigen tempo en kan worden onderbroken wanneer het niet gaat. Wanneer een verzekeringsarts sportschoolbezoeken in de beoordeling van de belastbaarheid wil betrekken, dan zal hij dus ook concreet moet uitvragen welke invulling aan die sportschoolbezoeken wordt gegeven. Door de advocaat van eiser is in dit verband toegelicht dat eiser vaak niet ging vanwege zijn beperkingen. Dit wordt ook ondersteund door het medisch onderzoeksverslag van de primaire arts, waarin nog expliciet stond vermeld “hij ging eerder naar de sportschool maar nu niet meer”. De verzekeringsarts bezwaar en beroep had eiser hier dan ook nader op moeten bevragen, bij gebreke waarvan hij het sportschoolbezoek niet zonder meer in de beoordeling ten nadele van eiser mocht betrekken. Ook in zoverre is het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand gekomen.

Conclusie en gevolgen

7. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit in strijd is met artikelen 3:2 en 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

8. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit. De rechtbank ziet geen reden om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten of zelf een beslissing te nemen. Dit omdat nader onderzoek door de verzekeringsarts bezwaar en beroep nodig is.

9. De rechtbank bepaalt daarom met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, van de Awb dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft het UWV hiervoor vier weken. Deze termijn gaat pas lopen als de termijn om hoger beroep in te stellen is verstreken of, als hoger beroep wordt ingesteld, als daarop is beslist.

10. Omdat het beroep gegrond is moet het UWV het griffierecht aan eiser vergoeden en krijgt hij ook een vergoeding van zijn proceskosten. Het UWV moet deze vergoeding betalen. Deze vergoeding bedraagt € 1.868,- omdat de gemachtigde van eiser een beroepschrift heeft ingediend en aan de zitting heeft deelgenomen. Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. De rechtbank acht het aangewezen dat het UWV in het nieuw te nemen besluit op bezwaar tevens opnieuw beslist op het verzoek om vergoeding van de proceskosten in bezwaar.

Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 23 maart 2026;

- draagt het UWV op binnen vier weken na de dag nadat de termijn om hoger beroep in te stellen ongebruikt is verstreken, of als hoger beroep wordt ingesteld, na de dag nadat daarop is beslist, een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;

- bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 54,- aan eiser moet vergoeden;

- veroordeelt het UWV tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.

Deze uitspraak is gedaan door mr. T.J. Thurlings-Rassa, rechter, in aanwezigheid van

W. Veldman, griffier.

Uitgesproken in het openbaar op

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hoger beroepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hoger beroepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.

Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.

Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand