RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer : 12193078 \ RR FORM 26-7
Vonnis van 17 augustus 2026 van de kantonrechter inzake het verzoek ex artikel 96 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering:
in de zaak van
[eiser] ,wonende te [woonplaats 1],
eisende partij, hierna te noemen [eiser],
gemachtigde: [gemachtigde], wonende te [woonplaats 2],
tegen
[gedaagde] , h.o.d.n. [bedrijf],zaakdoende te [vestigingsplaats],
gedaagde partij, hierna te noemen [gedaagde],
niet verschenen, tegen gedaagde is verstek verleend.
1. De procedure
Deze zaak wordt behandeld door de kantonrechter op basis van het Tijdelijk besluit experiment regelrechter (hierna: Besluit).
De regelrechter heeft van [eiser] een aanmeldformulier ontvangen met producties, waaronder een overzicht van ontvangen betalingen, arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, eigen urenregistratie, en screenshots van afspraken via Fresha. Vervolgens heeft de kantonrechter beslist tot een mondelinge behandeling in het gebouw van de rechtbank Overijssel locatie Almelo, gehouden op 22 juni 2026 om 9.30 uur.
Op de mondelinge behandeling is [eiser] verschenen. [gedaagde] is tijdens de mondelinge behandeling niet verschenen. De kantonrechter heeft vervolgens tegen [gedaagde] verstek verleend (artikel 14 lid 1 Besluit).
Hierna heeft de regelrechter de datum voor het vonnis bepaald.
2. De zaak in het kort
[eiser] heeft met ingang van 1 november 2025 op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, voor de duur van zes maanden, in de functie van [functie] gewerkt bij [bedrijf], gevestigd te [vestigingsplaats]. [bedrijf] is de eenmanszaak van [gedaagde].
Het uurloon van [eiser] is € 14,40. [eiser] heeft diverse keren [gedaagde] verzocht om betaling van zijn salaris. [eiser] vordert achterstallig loon. Hij heeft een eigen registratie bijgehouden van de door hem gewerkte uren. [eiser] is in februari 2026 gestopt met werken omdat zijn salaris niet (tijdig) werd betaald en hij geen loonstroken ontving. Bij brief van 27 februari 2026 heeft [eiser] zijn aan [gedaagde] verzocht om het achterstallige loon te betalen.
3. De beoordeling
De kantonrechter moet in deze zaak beoordelen of [eiser] recht heeft op betaling van achterstallig salaris over de periode van 1 november 2025 tot en met 19 februari 2026. De kantonrechter is van oordeel dat [eiser] recht heeft op betaling van achterstallig salaris.
[eiser] vordert een bedrag terzake achterstallig salaris van € 3.432,00 te vermeerderen met het loon over februari 2026. In totaal een bedrag van € 4.527,80 te vermeerderen met een bedrag van € 362,25 terzake 8% vakantietoeslag; aldus opgeteld een bedrag van € 4.890,02 in totaal.
[eiser] heeft de gevorderde bedragen onderbouwd aan de hand van een eigen urenregistratie. Ook heeft hij screenshots gemaakt van de afspraken met cliënten in het systeem Fresha. Daarnaast heeft hij een overzicht van betalingen overgelegd. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft [eiser] zijn vordering voldoende onderbouwd en kan deze worden toegewezen. [gedaagde] heeft de vordering van [eiser] niet betwist.
Het gevorderde komt de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen.
Proceskosten
[gedaagde] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten van deze procedure worden veroordeeld. Op grond van artikel 238 lid 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) zal aan reis-, verblijf-, en verletkosten een bedrag van € 50,00 worden toegekend. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- griffierecht € 93,00
- reis-, verblijf-, en verletkosten € 50,00
Totaal € 143,00
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad
Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
4. De beslissing
De kantonrechter:
Veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 4.890,02.
Veroordeelt [gedaagde] in de kosten van deze procedure tot op heden aan de zijde van [eiser] begroot op € 143,00.
Verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen te Almelo door mr. U. van Houten, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 17 augustus 2026.
Bent u gedaagde en bent u het niet eens met dit vonnis? Dan kunt u in verzet gaan. U moet daarvoor een brief of mail sturen aan de griffier van deze rechtbank. U heeft hiervoor vier weken de tijd. Wanneer die vier weken beginnen staat in artikel 143 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
(JHd(O)