RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12225333 \ CV EXPL 26-1420
Vonnis van 18 augustus 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid INFOMEDICS B.V.,
statutair gevestigd en kantoorhoudende te Almere,
eisende partij,
hierna te noemen: Infomedics,
gemachtigde: Yards deurwaardersdiensten b.v.,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1. De zaak in het kort
[gedaagde] heeft in 2025 behandelingen gehad bij [de tandartspraktijk] (hierna: de tandartsenpraktijk). Bij [gedaagde] is een bedrag van € 257,18 in rekening gebracht. De vordering is gecedeerd aan Infomedics Finance B.V. Infomedics heeft van Infomedics Finance B.V., als lastgever, de opdracht gekregen de vorderingen te incasseren. Aangezien [gedaagde] de factuur van 2 december 2025 niet heeft betaald, is Infomedics deze procedure gestart.
De kantonrechter oordeelt dat [gedaagde] € 228,35 van het factuurbedrag aan Infomedics moet betalen. Dit bedrag ziet op alle gefactureerde werkzaamheden, met uitzondering van de periodieke controle van het gebit.
Infomedics krijgt in het kader van (onder meer) de buitengerechtelijke incassokosten en (de ingangsdatum van) de wettelijke rente de gelegenheid te bewijzen dat het systeem van Infomedics zo is ingericht dat als een per e-mail toegezonden rekening of herinnering niet binnen een bepaalde termijn wordt geopend, deze alsnog per post wordt verzonden en dat dit niet gebeurt als de rekening of herinnering wel tijdig is geopend, zodat daaruit kan worden afgeleid of [gedaagde] de factuur en de per e-mail verzonden aanmaningen heeft ontvangen.
2. De procedure 2.1 De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
De beslissing wordt vandaag gegeven en toegelicht in dit vonnis.
3. 3 Het geschil3.1 Infomedics vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van:
Infomedics voert daartoe onder meer aan dat het gevorderde factuurbedrag ziet op behandelingen die de tandartspraktijk bij [gedaagde] heeft uitgevoerd. Het gaat om een consult voor een periodieke controle en het maken en beoordelen van twee röntgenfoto’s op 25 november 2025, en het vullen van een tand/kies op 26 november 2025. [gedaagde] heeft de factuur niet betaald. De factuur en twee herinneringen (van 3 januari 2026 en 19 januari 2026) zijn per e-mail aan [gedaagde] gestuurd. Daarnaast heeft een door Infomedics ingeschakeld incassobureau twee aanmaningen (op 20 februari 2026 en 20 maart 2026) per post aan [gedaagde] gezonden. 3.3 [gedaagde] voert onder meer als verweer dat de kno-arts haar bij een onderzoek in het ziekenhuis had verteld dat haar kies los zat. Vervolgens is zij naar de tandartsenpraktijk gegaan en zijn daar foto’s gemaakt. Na het maken van de foto’s is zij weggestuurd, omdat de tandarts de verwijdering zelf niet zou doen. De volgende dag is de kies in het ziekenhuis getrokken. Verder heeft de tandartsenpraktijk geen werkzaamheden voor haar verricht. De rekening van 2 december 2025 heeft [gedaagde] nooit ontvangen. Ook heeft zij nooit een aanmaning ontvangen. Pas bij dagvaarding werd zij bekend met de factuur. 3.4 Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan. 4 De beoordeling
Ambtshalve toetsing
Infomedics baseert haar vordering(en) op nakoming van de tussen de tandartsenpraktijk en [gedaagde] gesloten behandelingsovereenkomst. [gedaagde] is consument. Nu de onderhavige overeenkomst een geneeskundige behandelingsovereenkomst betreft, hoeft niet te worden getoetst of is voldaan aan de informatieverplichtingen van artikel 6:230l Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) en verder.
De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de overeenkomst en/of de
daarop van toepassing zijnde algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten
aanzien van de gevorderde hoofdsom, gevorderde vergoeding voor gemaakte
buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde rente, die zodanig afwijken van de
wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de
kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.
Factuurbedrag
Op de factuur van 2 december 2025 staan drie werkzaamheden waarvoor bij [gedaagde] een bedrag in rekening wordt gebracht: een consult voor een periodieke controle, het maken en beoordelen van twee foto’s en het vullen van een tand/kies. Deze werkzaamheden worden hieronder afzonderlijk behandeld.
- consult periodieke controle
Infomedics stelt dat [gedaagde] erkent dat een consult heeft plaatsgevonden, maar dit leest de kantonrechter niet in het verweer van [gedaagde]. [gedaagde] heeft juist als verweer aangevoerd dat naast het maken/beoordelen van de foto(‘s) geen andere werkzaamheden door de tandartsenpraktijk zijn verricht. Infomedics heeft – in reactie op het verweer van [gedaagde] – haar stelling dat een consult heeft plaatsgevonden niet nader onderbouwd. Uit de patiëntenkaart van [gedaagde] blijkt ook niet dat – tegelijk met het maken van foto’s – een periodieke controle op de planning stond.
De kantonrechter zal het gevorderde bedrag dat ziet op het consult daarom bij eindvonnis afwijzen.
- röntgenfoto’s
Vaststaat dat [gedaagde] op 25 november 2025 bij de tandartspraktijk is geweest. In eerste instantie heeft [gedaagde] verklaard dat er op dat moment foto’s zijn gemaakt. Uit de aantekeningen van de patiëntenkaart blijkt ook dat de assistente in opdracht van de tandarts twee zogenoemde ‘bitewing foto’s’ zou maken.
In de conclusie van dupliek stelt [gedaagde] dat het om slechts één klik/foto ging. Dit is echter in strijd met haar eerdere verklaring waarin ze heeft gemeld dat er foto’s zijn gemaakt en is ook niet in lijn met de aantekeningen op de patiëntenkaart. De kantonrechter gaat daarom aan dit verweer voorbij en zal het factuurbedrag dat ziet op de röntgenfoto’s bij eindvonnis toewijzen.
- vullen tand
Volgens [gedaagde] is geen tand/kies door de tandartsenpraktijk gevuld. Zij voert aan dat zij bij de tandartsenpraktijk kwam in verband met een losse kies die verwijderd moest worden en dat naar aanleiding daarvan op 25 november 2025 foto’s zijn gemaakt. De dag erna zou de kno-arts de kies hebben getrokken.
Uit de patiëntenkaart blijkt echter dat [gedaagde] niet bij de tandartsenpraktijk kwam in verband met een loszittende kies, maar – zoals Infomedics ook stelt – in verband met een stuk tand dat was afgebroken. In dat kader zouden twee foto’s worden gemaakt en is de tand volgens Infomedics – en blijkens de patiëntenkaart – op 26 november 2025 gevuld.
[gedaagde] lijkt het in haar verweer over een andere kies/tand te hebben. Dit vermoeden wordt gesterkt doordat [gedaagde] in de conclusie van repliek aanvoert dat de kno-arts de betreffende kies op 5 januari 2026 heeft getrokken in plaats van de dag na het bezoek aan de tandartsenpraktijk (op 26 november 2025), zoals zij eerder had verklaard. Op 5 januari 2025 stond in eerste instantie ook een afspraak bij de tandartsenpraktijk gepland. Er lijken dan ook twee verhaallijnen/behandeltrajecten door elkaar te lopen, die van een afgebroken tand en die van een kies die moest worden getrokken.
[gedaagde] heeft onvoldoende (onderbouwd) betwist dat zij – al dan niet naast behandelingen voor de losse kies – behandelingen heeft gehad in verband met een afgebroken tand. De kantonrechter zal bij eindvonnis het factuurbedrag dat ziet op het vullen van de tand toewijzen.
- conclusie: [gedaagde] moet € 228,35 aan factuurbedrag betalen
Gezien het voorgaande zal [gedaagde] bij eindvonnis worden veroordeeld tot het betalen van de factuur, voor zover die ziet op het maken/beoordelen van de foto’s en het vullen van een tand. Dit houdt in dat [gedaagde] een factuurbedrag van € 228,35 aan Infomedics zal moeten betalen.
Buitengerechtelijke incassokosten
Infomedics vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). Onder meer is vereist dat [gedaagde] – als consument – een aanmaning heeft ontvangen, waarin een betalingstermijn van veertien dagen (ingaande op de dag na ontvangst van de aanmaning door [gedaagde]) staat. De per e-mail verzonden aanmaning van 3 januari 2026 voldoet aan deze vereisten.
[gedaagde] betwist echter dat zij de factuur dan wel enige aanmaning/sommatie (waaronder die van 3 januari 2026) heeft ontvangen.
De kantonrechter overweegt dat met toepassing van de zogenoemde ontvangsttheorie, zoals opgenomen in artikel 3:37 lid 3 BW, een tot een bepaalde persoon gerichte verklaring alleen werking heeft wanneer vast staat dat die verklaring de betrokken persoon ook daadwerkelijk heeft bereikt. Met betrekking tot een schriftelijke verklaring geldt als uitgangspunt dat deze de geadresseerde heeft bereikt als zij door hem/haar is ontvangen. Infomedics moet feiten en omstandigheden stellen – en zonodig bewijzen – dat de verklaring door [gedaagde] is ontvangen.
Infomedics stelt dat de factuur en eerste twee aanmaningen (waaronder de zogenoemde veertien-dagenbrief van 3 januari 2026) naar het e-mailadres van [gedaagde] zijn verzonden. Infomedics stelt dat haar systeem zo is ingericht dat als een per e-mail toegezonden rekening of herinnering niet binnen een bepaalde termijn wordt geopend, deze alsnog per post wordt verzonden. Volgens Infomedics zijn de berichten in dit geval wel tijdig geopend en zijn de berichten dus niet per post nagezonden.
Niet betwist is dat het juiste e-mailadres door Infomedics is gebruikt. Infomedics krijgt de gelegenheid te bewijzen dat het systeem op voorgenoemde wijze werkt, zodat daaruit kan worden afgeleid of [gedaagde] (de factuur en onder meer) de e-mail van 3 januari 2026 heeft ontvangen.
Wettelijke rente
De kantonrechter oordeelt dat de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW toewijsbaar is
over de toegewezen hoofdsom van € 228,35.
Het moment vanaf wanneer de wettelijke rente kan worden toegewezen, hangt af van de vraag op welk moment [gedaagde] van de factuur op de hoogte was; bij het ontvangen van de factuur of enige aanmaning/sommatie, of pas bij het ontvangen van de dagvaarding.
Zoals hiervoor aan de orde kwam, krijgt Infomedics hiertoe een bewijsopdracht.
Overig
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.
5. De beslissing
De kantonrechter
draagt Infomedics op te bewijzen dat het systeem van Infomedics zo is ingericht dat
als een per e-mail toegezonden rekening of herinnering niet binnen een bepaalde termijn wordt geopend, deze alsnog per post wordt verzonden en dat dit niet gebeurt als de rekening of herinnering wel tijdig is geopend;
bepaalt dat de zaak weer op de rol komt van 15 september 2026 voor het uitlaten van Infomedics over hetgeen hiervoor onder 5.1 vermeld;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2026. (JK)