RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 12291237 \ CV EXPL 26-2136
Vonnis van 18 augustus 2026
in de zaak van
THEMAR INVESTMENTS B.V.,
te Winterswijk,
eisende partij,
hierna te noemen: Themar B.V.,
gemachtigde: [gemachtigde],
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
De zaak in het kort
Themar B.V. verhuurt een woning aan [gedaagde], die een aanzienlijke huurachterstand heeft laten ontstaan. Themar B.V. vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van de achterstand. De kantonrechter oordeelt dat de huurachterstand wel betaald moet worden, maar ontbindt de huurovereenkomst niet. Themar B.V. heeft namelijk artikel 2 van Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening (Hierna: Bgs) niet tijdig nageleefd, waardoor de huurachterstand onnodig hoog is opgelopen. Onder de gegeven omstandigheden is de huurachterstand van onvoldoende gewicht om de gevorderde ontbinding en ontruiming te rechtvaardigen. De vordering tot betaling van de huurachterstand zal wel worden toegewezen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 18 juni 2026
- de e-mail van [gedaagde] van 27 juni 2026- de conclusie van antwoord van 30 juni 2026- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald
- de akte van Themar B.V. van 9 juli 2026
- de e-mail van [gedaagde] van 9 juli 2026
- de e-mail van 13 juli 2026 van [naam], schuldhulpverlening Deventer
- de mondelinge behandeling van 21 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt. Op de mondelinge behandeling heeft de gemachtigde van Themar B.V. een actueel overzicht van de huurachterstand overgelegd.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
[gedaagde] huurt met ingang van 1 december 2024 de woning aan de [adres], nummer [adres] in [woonplaats] (hierna: het gehuurde). Themar B.V. heeft op 28 februari 2025 deze woning aangekocht en de huurovereenkomst voortgezet. De huur bedraagt € 1.024,24 per maand en is bij vooruitbetaling verschuldigd. Op deze huurovereenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing.
[gedaagde] heeft vanaf april 2025 (met uitzondering van een bedrag in februari 2026) de huur niet meer betaald. Themar B.V. heeft [gedaagde] op 10 maart 2026 aangemaand om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen en hem schriftelijk gewezen op de mogelijkheid van schuldhulpverlening bij betalingsachterstanden. [gedaagde] heeft daarop niet afwijzend gereageerd. Themar B.V. heeft [gedaagde] daarna op 20 maart 2026 bij de gemeente aangemeld in het kader van vroegsignalering.
Vervolgens is hulpverlening op gang gekomen. [gedaagde] heeft met ingang van 14 september 2026 een baan gevonden. In juli 2026 heeft [gedaagde] het (oude) huurbedrag overgemaakt.
3. Het geschil
Themar B.V. vordert na vermeerdering van eis – samengevat – ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde en betaling van € 18.230,76. Dit bedrag bestaat uit de gestelde huurachterstand tot en met 30 juni 2026, servicekosten en stookkosten, rente tot 9 juli 2026 en incassokosten. Daarnaast vordert Themar B.V. de wettelijke rente over € 16.644,55 vanaf 9 juli 2026 en betaling van de lopende huur.
Themar B.V. legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde] is in zijn verplichtingen als huurder tekortgeschoten, door niet (volledig) aan zijn betalingsverplichting te voldoen. De hoogte van de huurachterstand rechtvaardigt volgens Themar B.V. de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde.
[gedaagde] erkent dat sprake is van een huurachterstand, maar wenst de woning te behouden en met Themar B.V. een betalingsregeling te treffen. De huurachterstand is ontstaan vanwege ernstige problemen met zijn gezondheid en verslaving. Hierdoor is [gedaagde] zijn baan in 2025 kwijtgeraakt. Inmiddels heeft [gedaagde] zich aangemeld bij de schuldhulpverlening, bij Tactus en heeft hij een psycholoog. Ook start [gedaagde] in september 2026 met een nieuwe baan in Deventer met een goed inkomen. [gedaagde] heeft vanwege de persoonlijke omstandigheden en zijn baan veel belang bij zijn woning en ziet kans om de huurachterstand volledig in te lopen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
4. De beoordeling
De ontbinding en ontruiming
Over de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde overweegt de kantonrechter als volgt. De huurder is verplicht om de huur op tijd en volledig te betalen. Iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen geeft aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. De kantonrechter wijst een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst alleen toe als de huurachterstand ernstig genoeg is om de huurovereenkomst te beëindigen. Vaak zal een achterstand van meer dan drie maanden genoeg zijn, maar de kantonrechter moet alle omstandigheden afwegen. Van belang is bijvoorbeeld ook of de huur weer wordt betaald en of de achterstand (deels) is ingelopen.
Op het moment van dagvaarden bedroeg de huurachterstand 14 maanden. De huurachterstand is in beginsel ernstig genoeg om de huurovereenkomst te ontbinden.
Themar B.V. heeft verklaard te hebben voldaan aan de informatieplicht en de meldplicht als bedoeld in artikel 2 Besluit gemeentelijke schuldhulpverlening (Bgs). Dit artikel luidt als volgt:
“Artikel 2. Gegevensverstrekking huurachterstand
De verhuurder van een tot bewoning bestemde onroerende zaak verstrekt als er achterstand is in het betalen van de huur de contactgegevens van de huurder en de hoogte van de huurachterstand aan het college voor schuldhulpverlening, als hij:
inspanning heeft geleverd om in persoonlijk contact te treden met de huurder om deze te wijzen op de mogelijkheden om betalingsachterstanden te voorkomen en te beëindigen;
de huurder gewezen heeft op de mogelijkheden voor schuldhulpverlening;
de huurder tenminste eenmaal een schriftelijke herinnering heeft gestuurd over de betalingsachterstand; en
bij die schriftelijke herinnering heeft aangeboden om met schriftelijke toestemming van de huurder zijn contactgegevens aan het college te verstrekken en de huurder daarop niet afwijzend heeft gereageerd.”
Uit de Nota van Toelichting volgt dat er voor is gekozen om geen onderscheid te maken tussen woningcorporaties en particuliere verhuurders, omdat van alle verhuurders mag worden verwacht dat zij sociaal incasseren en huurders met financiële problemen overal kunnen voorkomen.
Eén van de doelen van het Bgs is om door vroegsignalering ontruiming van woningen als gevolg van schulden te voorkomen. In het Bgs is geen sanctie opgenomen op het niet melden, maar dat laat onverlet dat de rechter de vroegsignalering van schulden kan betrekken bij de afweging of ontbinding en ontruiming te rechtvaardigen is.
Naar het oordeel van de kantonrechter staat in dit geval vast dat Themar B.V. het bepaalde in artikel 2 van het Bgs niet goed heeft nageleefd. Themar B.V. heeft [gedaagde] pas op 10 maart 2026 gewezen op de mogelijkheid van gemeentelijke schuldhulpverlening terwijl [gedaagde] bijna een jaar eerder al was gestopt het met betalen van zijn huur. De kantonrechter zal deze omstandigheid meewegen bij de beoordeling van de vordering tot ontruiming.
Bij de beoordeling hoeveel gewicht dit in de schaal legt, acht de kantonrechter het volgende van belang. Nadat de melding is gedaan heeft [gedaagde] zich in maart 2026 aangemeld voor schuldhulpverlening, waarna hij verdere stappen heeft gezet door aanmelding bij Tactus en een psycholoog. Uit de brief van de schuldhulpverlener van [gedaagde] blijkt dat er budgetbeheer op korte termijn zal worden opgestart, dat vanuit het budgetbeheer de maandelijkse huur rechtstreeks zal worden voldaan en dat er op toe zal worden gezien dat alle vaste lasten tijdig zullen worden betaald. [gedaagde] heeft Themar B.V. een betalingsregeling voorgesteld, maar deze heeft Themar B.V. heeft geweigerd op de grond dat de huurachterstand te hoog zou zijn. [gedaagde] heeft in juli 2026 een betaling van het (oude) huurbedrag gedaan. Verder heeft hij per september 2026 een baan gevonden. Gelet op deze omstandigheden heeft [gedaagde] laten zien gemotiveerd te zijn voor hulpverlening en dat hij lijkt te profiteren van de aan hem geboden hulp.
Themar B.V. heeft zich ter zitting laten vertegenwoordigen door de deurwaarder en desgevraagd niet kunnen toelichten waarom zij pas in maart 2026 is overgegaan tot sommatie aan [gedaagde] en vervolgens melding heeft gedaan in het kader van artikel 2 Bgs. Daarmee heeft zij niet voldaan aan het gestelde in artikel 2 Bgs. Van vroegsignalering is immers geen sprake geweest. Verder is gesteld noch gebleken dat Themar B.V. op enig moment daarvoor persoonlijk contact heeft gezocht met [gedaagde]. Door de late sommatie en melding door Themar c.s. is het oplopen van de huurachterstand niet tot staan gebracht en is de schuldhulpverlening pas laat op gang gekomen. Themar B.V. heeft daarmee bijgedragen aan de hoogte van de huurachterstand die zij in deze procedure aan [gedaagde] verwijt. Indien Themar B.V. eerder actie had ondernomen en de melding tijdig had gedaan had deze procedure mogelijk voorkomen kunnen worden.
Gelet op de voorgaande omstandigheden acht de kantonrechter het feit dat Themar B.V. de melding in een buitengewoon laat stadium heeft gedaan een zwaarwegende omstandigheid die toe te rekenen valt aan Themar B.V. en die niet ten nadele van [gedaagde] mag komen. [gedaagde] heeft inmiddels goede stappen ondernomen om zijn persoonlijke en financiële situatie te stabiliseren. Hij krijgt hulp op diverse vlakken en start binnenkort met een nieuwe baan, waarmee hij een relevante aflossingscapaciteit zal verkrijgen. Het belang voor [gedaagde] bij voortzetting van de huurovereenkomst is daarmee gegeven. Het belang van Themar B.V. bij ontbinding en ontruiming weegt daar onder de gegeven omstandigheden niet tegenop. Themar B.V. heeft aan haar vorderingen geen andere tekortkomingen van [gedaagde] in de nakoming van de huurovereenkomst ten grondslag gelegd, die de kantonrechter moet meewegen bij de vraag of in dit geval ontbinding van de huurovereenkomst gerechtvaardigd is.
Het voorgaande betekent dat de kantonrechter de vorderingen tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde zal afwijzen, en ook de daarmee samenhangende vordering tot betaling van de gebruiksvergoeding tot de datum van ontruiming.
De lopende huur is verschuldigd op grond van de huurovereenkomst. Het spreekt voor zich dat het voor [gedaagde] de komende periode van groot belang blijft dat de lopende huur betaald wordt en dat hij in contact blijft met Themar B.V. of haar gemachtigde over het aflossen van de huurachterstand. Bij een eventuele nieuwe tekortkoming van [gedaagde] kan Themar B.V. namelijk een nieuwe procedure starten.
De huurachterstand
Omdat [gedaagde] heeft erkend dat hij de huurachterstand moet betalen, kan de vordering tot betaling daarvan worden toegewezen. Ter zitting heeft Themar B.V. een actueel overzicht van de huurachterstand overgelegd (inclusief afrekening stookkosten en servicekosten en de betaling door [gedaagde]) waaruit blijkt dat die € 15.650,75 bedraagt, berekend tot en met juli 2026. De kantonrechter zal daarom dit bedrag toewijzen.
De buitengerechtelijke incassokosten en rente
De huurovereenkomst is gesloten met een consument. Daarom moet ambtshalve worden getoetst aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht, met name aan Richtlijn 93/13/EEG (de Richtlijn oneerlijke bedingen). De voor de vordering relevante bedingen in artikel 25 van de Algemene Huurvoorwaarden zijn getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Themar B.V. vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] een consument is (een natuurlijk persoon die niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf). Daarom moet de kantonrechter controleren of is voldaan aan de dan geldende extra eisen voor de verschuldigdheid van buitengerechtelijke incassokosten. Themar B.V. heeft aan [gedaagde] een of meer aanmaningen gestuurd die voldoen aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. Daarom zal het gevorderde bedrag van € 1.078,16 (inclusief BTW) worden toegewezen.
[gedaagde] is te laat met het betalen van de verschillende huurtermijnen en dus zal de gevorderde wettelijke rente van € 508,05 berekend tot 9 juli 2026 worden toegewezen. De verdere wettelijke rente zal worden toegewezen over € 15.650,75 vanaf 9 juli 2026 tot de dag van volledige betaling.
De proceskosten
De kantonrechter ziet gelet op de uitkomst van deze procedure aanleiding om de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.
5. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om te betalen aan Themar B.V.:
- € 15.650,75 aan achterstallige huur tot en met juli 2026,te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 9 juli 2026 2026 tot de dag van volledige betaling,
- € 508,05 aan wettelijke rente,
- € 1.078,16 aan buitengerechtelijke incassokosten,
compenseert de proceskosten in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
verklaart 5.1 uitvoerbaar bij voorraad,
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.N. Bartels en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2026. (jjm)