ECLI:NL:RBOVE:2026:5236

ECLI:NL:RBOVE:2026:5236

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 18-08-2026
Datum publicatie 29-08-2026
Zaaknummer 12191369 \ RR FORM 26-23
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Enschede

Samenvatting

Gedaagde heeft een non-conforme auto geleverd en moet daarom schadevergoeding betalen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 12191369 \ RR FORM 26-23

Vonnis van 18 augustus 2026

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats 1],

eisende partij, hierna te noemen: [eiser],

procederend in persoon,

tegen

[gedaagde] , h.o.d.n. [bedrijf 1],

wonende te [woonplaats 2],

gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde],

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het aanvraagformulier met bijlagen van [eiser];

- de reactie van [gedaagde];

- de mondelinge behandeling van 21 juli 2026. [eiser] is – vergezeld door zijn vader – op de mondelinge behandeling verschenen. [gedaagde] was niet bij de mondelinge behandeling aanwezig.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De zaak in het kort

[eiser] heeft een auto gekocht bij [gedaagde]. Kort na aankoop bleek dat er sprake was van een gebrek aan de auto. [eiser] heeft [gedaagde] meerdere keren de mogelijkheid gegeven om het gebrek te herstellen, maar [gedaagde] heeft hier geen gehoor aan gegeven. Daarom mag [eiser] de auto op kosten van [gedaagde] door een derde laten herstellen. [gedaagde] moet het gevorderde bedrag van € 4.000,00 en de proceskosten betalen.

3. De feiten

[gedaagde] handelt in de aankoop en verkoop van auto’[eiser]

[eiser] heeft op 24 januari 2026 een Volkswagen uit 2009 (hierna te noemen: de auto) voor een bedrag van € 4.800,00 gekocht. Op het moment van aankoop stond er ruim 154.000 km op de teller.

Vlak na de aankoop begon het motorstoringslampje te branden. [eiser] heeft de auto daarom laten onderzoeken bij [bedrijf 2]. [bedrijf 2] kwam tot de volgende conclusie:

‘(…)

Motorlampje brand, na uitlezen fout op diverse ontsteekonderdrukkingen.

Na verwijderen bougies met camera in de motor gekeken waarop zuiger- en cilinderwand schade te zien is. Bougies erg oud en versleten, ook veel koolaanslag aanwezig op de bougies.

Gezien de schade aan zuiger en cilinderwand maar ook aan de staat van de bougies zal dit al langere tijd aanwezig geweest zijn.

(…)’

[eiser] heeft [gedaagde] op 10 februari 2026 bezocht en de auto aangeboden voor herstel. [eiser] heeft daarna ook twee keer per brief verzocht om de auto te herstellen. [gedaagde] is niet tot herstel overgegaan.

Per brief van 13 februari 2026 verzocht [eiser] aan [gedaagde] om de auto te herstellen:

‘(…) Op 24 januari 2026 heb ik bij u een Volkswagen Golf met kenteken [kenteken] gekocht. Kort na levering vertoont het voertuig ernstige gebreken, waaronder een aanzienlijk verlies van motorvermogen en het onregelmatig lopen van de motor.

(…)

Verzoek tot herstel Middels deze e-mail stel ik u formeel in de gelegenheid om alsnog zorg te dragen voor een deugdelijk herstel van de geconstateerde gebreken, zonder dat hiervoor kosten aan mij in rekening worden gebracht.

Ik verzoek u vriendelijk om binnen twee weken na dagtekening van deze e-mail de reparatie uit te voeren of met een concreet voorstel voor herstel te komen. (…)’

Op 9 maart 2026 liet [eiser] per brief aan [gedaagde] weten de schade door een andere autogarage te laten herstellen:

‘(…) In mijn schrijven van 13 februari 2026 heb ik u formeel in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van twee weken zorg te dragen voor een deugdelijk herstel. Deze termijn is inmiddels verstreken zonder dat ik een reactie van u heb mogen ontvangen.

Omdat u nog steeds niet aan deze afspraken heeft voldaan, verkeert u in verzuim. Hierbij deel ik u mede dat ik de gebreken laat herstellen bij een andere garage. De volledige kosten die hiermee gemoeid zijn, zal ik conform mijn rechten als consument op u verhalen. (…)’

4. Het geschil

De vordering

[eiser] vordert - samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 4.800,00.

[eiser] legt aan het gevorderde ten grondslag dat de auto al binnen enkele weken na aankoop gebreken vertoonde en dus non-conform is. [eiser] heeft [gedaagde] meerdere keren (schriftelijk) verzocht om de auto te repareren, maar [gedaagde] heeft dit geweigerd. Daarom wil [eiser] de auto door een derde laten herstellen op kosten van [gedaagde].

Het verweer

[gedaagde] voert verweer. Volgens [gedaagde] is de schade ontstaan doordat de auto niet op normale wijze is gebruikt. [gedaagde] heeft de boordcomputer uitgelezen en daaruit blijkt dat [eiser] langere tijd met een snelheid van circa 180 km/u heeft gereden.

5. De beoordeling

Er is sprake van consumentenkoop

De kantonrechter stelt ten eerste vast dat sprake is van consumentenkoop. [eiser] is een natuurlijk persoon die bij de koop van de auto niet heeft gehandeld in de uitoefening van een beroep of bedrijf. [gedaagde] heeft gehandeld in de uitoefening van zijn bedrijf. Dit betekent dat de koopovereenkomst die partijen hebben gesloten, wordt gekwalificeerd als een consumentenkoop (artikel 7:5 BW). Een consumentenkoop brengt met zich mee dat er bijzondere wettelijke bepalingen gelden.

Is de auto non-conform?

[gedaagde] is op grond van artikel 7:17 BW verplicht om een auto te leveren die aan de koopovereenkomst beantwoordt. [eiser] mocht verwachten dat de auto de eigenschappen bezit die voor normaal gebruik daarvan nodig zijn en waarvan hij niet aan de aanwezigheid hoefde te twijfelen.

Een tweedehands auto beantwoordt in beginsel niet aan de overeenkomst, als het gebruik van de auto een gevaar voor de verkeersveiligheid oplevert door een gebrek dat niet eenvoudig kan worden ontdekt en hersteld. [eiser] dient voldoende te stellen en onderbouwen dat sprake is van een gebrek dat non-conformiteit oplevert.

[eiser] heeft gesteld dat de auto momenteel niet gebruikt kan worden. Er is een lampje gaan branden en de auto zakt tijdens het rijden terug in vermogen. [eiser] is met deze klachten met de auto ook teruggegaan naar [gedaagde]. [gedaagde] heeft toen ook zelf de gestelde gebreken waargenomen, maar neemt het standpunt in dat de gebreken na de aankoop zijn ontstaan. [gedaagde] weerspreekt het bestaan van de gebreken dus niet.

[eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling toegelicht dat voor herstel van de gebreken noodzakelijk is dat er vier cilinders vervangen moeten worden. Ook dit heeft [gedaagde] niet weersproken. [eiser] heeft ter onderbouwing van zijn stelling een verklaring van [bedrijf 2] overgelegd. Uit deze verklaring volgt dat er schade aan de zuiger- en cilinderwand zichtbaar is. Duidelijk is dat de auto niet meer veilig aan het verkeer kan deelnemen. Daaruit concludeert de kantonrechter dat de auto non-conform is.

[gedaagde] voert aan dat de gebreken aan de auto pas na de aankoop ontstaan zijn, omdat [eiser] langere tijd te hard heeft gereden. Uit het bewijsvermoeden van artikel 7:18a lid 2 BW volgt echter dat wordt vermoed dat de gebreken die zich binnen een jaar na aankoop voordoen al aanwezig waren ten tijde van de aankoop. [gedaagde] kan tegenbewijs tegens dit bewijsvermoeden leveren. De enkele niet onderbouwde stelling hieromtrent van [gedaagde] is voor het leveren van tegenbewijs onvoldoende. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat het gebrek op het moment van aankoop al aanwezig was.

Herstel door derde

Op grond van artikel 7:21 lid 6 BW mag [eiser] – nu hij [gedaagde] schriftelijk in de gelegenheid heeft gesteld de auto te herstellen en [gedaagde] hier niet op heeft gereageerd – een derde inschakelen voor het herstellen van de auto. [eiser] heeft daarbij niet weersproken gesteld dat de kosten van herstel € 4.000,00 zal zijn (4 cilinders x € 1.000).

[eiser] vordert € 4.800,-. Dat bedrag kan dan niet worden toegewezen. Waar de gevorderde € 800,00 aan schade op ziet is niet gesteld en niet duidelijk. De kantonrechter zal [gedaagde] daarom veroordelen tot betaling van € 4.000,00.

Proceskosten

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten van [eiser] betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op het griffierecht van € 265,00 en de reis- en verletkosten van € 50,00.

6. De beslissing

De regelrechter:

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 4.000,00 aan [eiser];

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten van [eiser], € 315,00;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand