RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer: 12180516 \ CV EXPL 26-530
Vonnis van 18 augustus 2026
in de zaak van
BILLINK FINANCE B.V.,
handelende onder de naam Billink,
te Gouda,
eisende partij,
hierna te noemen: Billink,
gemachtigde: Van Lith Gerechtsdeurwaarders en Incasso,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 3 maart 2026 met producties,- de e-mail van [gedaagde] van 8 maart 2026, die is aangemerkte als conclusie van antwoord,- de conclusie van repliek van 16 juni 2026 van Billink.
[gedaagde] heeft hierna, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Het geschil
Waar gaat deze zaak over?
[gedaagde] heeft via de webwinkel Dinoworld (hierna: Dinoworld) een bestelling geplaatst voor € 28,90. Hij heeft bij het bestellen gekozen om achteraf te betalen via Billink. Billink heeft een orderbevestiging en een factuur naar het e-mailadres van [gedaagde] gestuurd. De factuur is onbetaald gebleven.
de vordering
Billink vordert veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 70,80 (dit bedrag bestaat uit de hoofdsom van € 28,90, de incassokosten van € 40,00 en de rente berekend tot 3 maart 2026 van € 1,90), te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van
€ 28,90 vanaf 3 maart 2026 tot de dag van volledige betaling, en tot betaling van de kosten van deze procedure.
Aan haar vorderingen legt Billink ten grondslag dat sprake is van een koopovereenkomst tussen Dinoland en [gedaagde]. Op grond van die koopovereenkomst is [gedaagde] gehouden de koopprijs te betalen voor de door hem geplaatste bestelling. [gedaagde] heeft bij het plaatsen van de bestelling gekozen om achteraf te betalen via Billink waardoor de vordering op [gedaagde] tot betaling van de koopprijs direct door Dinoland in eigendom is overgedragen aan Billink middels cessie. Op 30 december 2024 heeft Billink een factuur aan [gedaagde] gestuurd voor de bestelling bij Dinoland. [gedaagde] heeft deze factuur niet binnen de betalingstermijn voldaan. Billink heeft daarom per e-mail een herinnering gestuurd, maar ook daarna is de factuur onbetaald gebleven.
[gedaagde] heeft niet weersproken dat hij een bestelling heeft geplaatst bij Dinoland, maar hij voert aan dat hij de bestelde producten niet geleverd heeft gekregen.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
3. De beoordeling
[gedaagde] betwist niet dat hij de koopovereenkomst waarop Billink haar vordering baseert, heeft gesloten. Hij voert echter aan dat hij de bestelde producten nooit heeft ontvangen. Uit de stellingen van [gedaagde] begrijpt de kantonrechter dat hij zich op het standpunt stelt dat hij niet hoeft te betalen voor iets dat hij niet heeft ontvangen.
De kantonrechter overweegt als volgt. Op grond van artikel 7:11 BW gaat bij bezorging van zaken het risico op de consument over op het moment dat de consument de zaak heeft ontvangen. Met ‘ontvangen’ wordt bedoeld dat de consument daadwerkelijk de zaak in handen heeft gekregen. De verkoper is dus verantwoordelijk voor het pakket tot de feitelijke aflevering aan de consument. Op Billink rust daarom de bewijslast dat [gedaagde] de bestelling heeft ontvangen. Verder dient op grond van artikel 7:26 lid 2 BW de koopsom in beginsel te worden betaald ten tijde van de aflevering. Nu [gedaagde] betwist dat hij de bestelde producten heeft ontvangen, betwist hij tevens de opeisbaarheid van de koopsom. Het ligt daarom op de weg van Billink om haar stelling dat [gedaagde] de bestelling ontvangen heeft en dat de vordering dus opeisbaar is, nader te onderbouwen. De enkele stelling van Billink dat [gedaagde] de producten geleverd heeft gekregen, zonder enige vorm van onderbouwing en bevestiging van aflevering van de bestelling, is daartoe onvoldoende. Bij repliek heeft Billink de levering niet aannemelijk gemaakt, maar opgemerkt dat zij niet over meer informatie beschikt dan zij bij dagvaarding heeft gegeven. Billink laat dus na te stellen en onderbouwen wanneer aflevering heeft plaatsgevonden en op welke wijze en of zij [gedaagde] daarvan op de hoogte heeft gebracht. Nu Billink kennelijk geen bewijs heeft, laat de kantonrechter haar niet toe tot het leveren van bewijs. De kantonrechter gaat er dus van uit dat Billink niet heeft geleverd. [gedaagde] hoeft daarom niet te betalen. De vordering van Billink zal daarom worden afgewezen.
Proceskosten
Billink is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [gedaagde] zich niet heeft laten bijstaan door een professioneel gemachtigde, en gesteld noch gebleken is dat hij anderszins kosten heeft gemaakt in het kader van deze procedure die voor vergoeding in aanmerking komen, zullen de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] worden vastgesteld op nihil.
4. De beslissing
De kantonrechter
wijst de vordering van Billink af,
veroordeelt Billink in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde] vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op 18 augustus 2026. (ak)