ECLI:NL:RBOVE:2026:5245

ECLI:NL:RBOVE:2026:5245

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 20-08-2026
Datum publicatie 31-08-2026
Zaaknummer 12250973 \ EJ VERZ 26-97
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

In deze zaak verzoekt verzoekster om betaling van de transitievergoeding en achterstallig salaris, vakantiegeld en eindejaarsuitkering, te vermeerderen met wettelijke verhoging en rente. Daarnaast vraagt verzoekster dat Timing wordt veroordeeld tot het verstrekken van salarisspecificaties en betaling van de eigen bijdrage van de toevoeging. De kantonrechter wijst de verzoeken van verzoekster toe, met uitzondering van de eindejaarsuitkering.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer / rekestnummer: 12250973 \ EJ VERZ 26-97

Beschikking van 6 augustus 2026

in de zaak van

[verzoekster] ,

wonende te [woonplaats] ,

verzoekende partij,

hierna te noemen: [verzoekster] ,

gemachtigde: mr. M.A.C. Backx,

tegen

TIMING FLEXGROEP B.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

verwerende partij,

hierna te noemen: Timing,

procederend in persoon.

1. De zaak in het kort

In deze zaak verzoekt [verzoekster] om betaling van de transitievergoeding en achterstallig salaris, vakantiegeld en eindejaarsuitkering, te vermeerderen met wettelijke verhoging en rente. Daarnaast vraagt [verzoekster] dat Timing wordt veroordeeld tot het verstrekken van salarisspecificaties en betaling van de eigen bijdrage van de toevoeging. De kantonrechter wijst de verzoeken van [verzoekster] toe, met uitzondering van de eindejaarsuitkering.

2. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het verzoekschrift van [verzoekster] met producties 1 tot en met 22,

- het verweerschrift van Timing,

- de pleitnota van de gemachtigde van [verzoekster] ,

- de mondelinge behandeling van 23 juli 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

De beschikking is bepaald op vandaag.

3. De feiten

[verzoekster] is (met inachtneming van opvolgend werkgeverschap) sinds 28 februari 2022 voor bepaalde tijd als uitzendkracht in dienst bij Timing. Het overeengekomen salaris bedraagt € 15,35 bruto per uur. Op de arbeidsovereenkomst is de ABU-cao versie juli 2024 (hierna te noemen: de ABU-cao) van toepassing. [verzoekster] werd tewerkgesteld bij inlener Vivera B.V. te Holten.

De arbeidsovereenkomst van [verzoekster] is op 22 juni 2025 van rechtswege geëindigd. Via een Whatsapp bericht van 7 mei 2025 heeft mevrouw [naam] namens Timing aan [verzoekster] laten weten dat de arbeidsovereenkomst niet zal worden verlengd.

Op 21 mei 2025 heeft Timing [verzoekster] een aanbod gedaan om tewerkgesteld te worden als [functie] bij PreZero B.V. in Zwolle voor 38 uur per week tegen een salaris van € 16,03 bruto per uur. [verzoekster] heeft dit aanbod niet geaccepteerd, omdat zij niet beschikt over een auto en de bereikbaarheid van de locatie met het openbaar vervoer op de tijdstippen van de ploegendiensten vanuit Holten beperkt is.

Bij e-mails van 23 juni 2025 en 1 augustus 2025 heeft [verzoekster] Timing verzocht om betaling van de transitievergoeding. Bij e-mails van 19 september 2025 en 29 september 2025 heeft de gemachtigde van [verzoekster] Timing nogmaals verzocht om een bevestiging dat de transitievergoeding zal worden betaald. Op 7 oktober 2025 heeft Timing de gemachtigde van [verzoekster] geschreven dat de transitievergoeding niet verschuldigd is, omdat zij een passend aanbod heeft gedaan en [verzoekster] dit aanbod heeft geweigerd.

Op 23 november 2025 heeft [verzoekster] Timing bericht dat haar is gebleken dat werknemers van Vivera met terugwerkende kracht een loonsverhoging hebben gekregen van 3,5% met ingang van 1 april 2025 en dat zij daarvan geen nabetaling heeft ontvangen. Over deze loonsverhoging hebben vakbonden en betrokken werkgevers op 17 oktober 2025 een akkoord bereikt.

Bij e-mail van 3 februari 2026 heeft de gemachtigde van [verzoekster] Timing verzocht om te bevestigen dat zij de transitievergoeding en de nabetaling van de salarisverhoging van 3,5% zal voldoen. Timing heeft niet toegezegd en niet betaald.

4. Het verzoek en het verweer

[verzoekster] verzoekt de kantonrechter om:

Primair:

Timing te veroordelen tot betaling van 3,5% over het brutosalaris inclusief vakantiegeld en eindejaarsuitkering, vanaf 1-4-2025 tot het moment waarop de arbeidsovereenkomst tussen partijen van rechtswege op 22-6-2025 is geëindigd, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% ex artikel 7:625 BW;

Timing te veroordelen tot het opstellen van een deugdelijke eindafrekening, waaronder begrepen het resterende vakantiegeld en eindejaarsuitkering op grond van de hiervoor bedoelde verhoging, alsmede het verstrekken van een specificatie van het uitbetaalde achterstallig salaris op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of een gedeelte daarvan, dat Timing in gebreke blijft;

Timing te veroordelen tot betaling van het bedrag voortvloeiende uit de onder b) genoemde eindafrekening, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50% ex artikel 7:625 BW;

Timing te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding aan [verzoekster] met te berekenen inachtneming van de loonsverhoging van 3,5%, dan wel een door de kantonrechter te bepalen vergoeding;

Subsidiair:

Timing te veroordelen tot betaling van de transitievergoeding aan werkneemster zonder inachtneming van de loonsverhoging van 3,5%, dan wel een door u edelachtbare te bepalen vergoeding;

Primair en subsidiair:

Timing te veroordelen tot de betaling van de eigen bijdrage van de toevoeging aan werkneemster zoals vermeld onder punt 6.5 van dit verzoekschrift;

Timing te veroordelen tot betaling aan werkneemster van de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van de hiervoor onder a tot en met f genoemde bedragen tot aan de dag der algehele voldoening;

Timing te veroordelen om binnen twee dagen na betekening van de door u te wijzen beschikking, aan werkneemster de salarisspecificatie(s) te verstrekken met betrekking op de onder a tot en met f genoemde bedragen, op straffe van een dwangsom van € 500,00 per dag of een gedeelte daarvan, dat Timing in gebreke blijft;

Timing te veroordelen in de kosten van de onderhavige procedure, het salaris van de gemachtigde en de nakosten daaronder begrepen, vermeerderd met de wettelijke rente.

Timing voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. Timing voert ‑ samengevat ‑ aan dat [verzoekster] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard, omdat de vordering van [verzoekster] betrekking heeft op achterstallig loon en zij daarvoor een dagvaarding dient uit te brengen. Verder voert Timing aan dat de vorderingen moeten worden afgewezen omdat [verzoekster] geen recht heeft op de transitievergoeding, aangezien de aanspraak van [verzoekster] op de transitievergoeding is komen te vervallen en omdat [verzoekster] een aanbod van passend arbeid van Timing heeft geweigerd. Ten aanzien van het achterstallige salaris vanwege de loonsverhoging met terugwerkende kracht voert Timing aan dat de berekening niet juist is omdat [verzoekster] geen recht heeft op een eindejaarsuitkering en dat zij tevens niet tijdig heeft geklaagd, waardoor haar recht om nakoming te vorderen is komen te vervallen.

5. De beoordeling

Verzoekschrift of dagvaarding

De eerste vraag die de kantonrechter dient te beantwoorden, is of [verzoekster] ontvankelijk is in haar verzoeken. Timing heeft aangevoerd dat dit niet het geval is, aangezien [verzoekster] deze procedure heeft ingeleid met een verzoekschrift in plaats van een dagvaarding, terwijl er zij (ook) een loonvordering heeft ingesteld.

Op grond van artikel 7:686a lid 3 BW kan een verzoeker in een verzoekschriftprocedure ook met de verzoeken verband houdende andere vorderingen indienen. De wetgever heeft met deze bepaling beoogd om te voorkomen dat meerdere procedures moeten worden gevoerd over onderwerpen die met dezelfde arbeidsovereenkomst te maken hebben. Daarbij is niet bepalend in welke volgorde de verzoeker haar vorderingen formuleert. Op grond van artikel 7:686a lid 2 BW moest [verzoekster] haar verzoek tot betaling van de transitievergoeding bij verzoekschrift inleiden. Zij mocht daarom haar op de arbeidsovereenkomst gebaseerde vorderingen ook bij verzoekschrift aanhangig maken. De kantonrechter is daarom van oordeel dat [verzoekster] ontvankelijk is in haar verzoeken en zal overgaan tot de inhoudelijke beoordeling daarvan.

Vervaltermijn

Het gaat in deze zaak allereerst om de vraag of het recht van [verzoekster] om aanspraak te maken op de transitievergoeding is komen te vervallen door het verstrijken van de vervaltermijn. De kantonrechter overweegt daarover als volgt.

Op grond van artikel 7:686a lid 4 sub b BW vervalt de bevoegdheid om bij verzoekschrift aanspraak te maken van de transitievergoeding drie maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd. Omdat de arbeidsovereenkomst van [verzoekster] op 22 juni 2025 is geëindigd is haar recht om een verzoekschrift in te dienen tot betaling van de transitievergoeding op 23 september 2025 komen te vervallen. Aangezien zij haar verzoekschrift op 27 mei 2026 heeft ingediend, is zij daarmee in beginsel te laat.

In artikel 15 lid 8 van de ABU-cao is echter het volgende bepaald:

“"Ten aanzien van de transitievergoeding geldt het volgende.

a. indien en voor zover de uitzendkracht overeenkomstig artikel 7:673 BW recht heeft

op een transitievergoeding en de uitzendonderneming deze transitievergoeding niet of

niet volledig heeft betaald, kan de uitzendkracht betaling van de transitievergoeding

vorderen. Dit dient hij te doen binnen twaalf maanden na de dag waarop de

uitzendovereenkomst is geëindigd.

b. indien de uitzendkracht binnen die periode van twaalf maanden wordt

geconfronteerd met de wettelijke vervaltermijn van drie maanden (artikelT:686a lid 4

BW), heeft de uitzendkracht tot twaalf maanden na de dag waarop de

uitzendovereenkomst is geëindigd aanspraak op een vergoeding gelijk aan het bedrag

van die transitievergoeding, waar hij recht op had gehad als hij zijn vordering wel

binnen de wettelijke vervaltermijn had ingesteld."

Volgens vaste rechtspraak geldt voor de uitleg van een bepaling van een cao de zogeheten CAO-norm. Deze houdt in dat aan een bepaling van een cao een uitleg naar objectieve maatstaven moet worden gegeven. Bij deze uitleg kan onder meer acht worden geslagen op de elders in de cao gebruikte formuleringen en op de aannemelijkheid van de rechtsgevolgen waartoe de onderscheiden, op zichzelf mogelijke tekstinterpretaties zouden leiden. (Vgl. HR 24 februari 2012, ECLI:NL:HR:2012:BU9889, NJ 2012/142).

De kantonrechter is van oordeel dat de tekst van artikel 15 lid 8 ABU-cao niet goed te begrijpen valt en tegenstrijdigheden bevat, maar duidelijk is wel dat het doel van de bepaling is dat een werknemer gedurende negen maanden na het vervallen van het recht om de transitievergoeding te vorderen alsnog aanspraak kan maken op een vergoeding gelijk aan de transitievergoeding. [verzoekster] heeft haar verzoekschrift binnen deze termijn van negen maanden ingediend en heeft daarmee tijdig aanspraak gemaakt op de vergoeding gelijk aan de transitievergoeding. Dat [verzoekster] niet met zoveel woorden heeft gezegd dat zij aanspraak maakt op de gelijkgestelde vergoeding , maakt dat niet anders. Het recht van [verzoekster] om een vergoeding gelijk aan de transitievergoeding te vorderen is daarom niet komen te vervallen.

Recht op transitievergoeding

Timing heeft verder aangevoerd dat [verzoekster] geen recht heeft op betaling van de transitievergoeding, omdat zij [verzoekster] vóór de einddatum van de arbeidsovereenkomst een passend voorstel heeft gedaan om arbeid te verrichten bij een andere inlener en [verzoekster] dit voorstel heeft geweigerd.

Bepalend voor de beantwoording van de vraag of een werknemer recht heeft op de transitievergoeding is of de arbeidsovereenkomst na een einde van rechtswege op initiatief van de werkgever niet is voortgezet (artikel 7:673 lid 1 sub a onder 3 BW). Tussen partijen staat vast dat Timing op 7 mei 2025 heeft aangezegd dat de arbeidsovereenkomst op 22 juni 2025 zal eindigen. Pas daarna, namelijk op 21 mei 2025, heeft Timing [verzoekster] bericht dat zij bij een andere inlener in [plaats] te werk kan worden gesteld. De kantonrechter is van oordeel dat, ongeacht de vraag of dit voorstel passend is of niet, Timing door de aanzegging de transitievergoeding verschuldigd is. De wetgever heeft met het verplichten van een aanzegging immers beoogd om de werknemer tijdig duidelijkheid te verschaffen. Dat heeft Timing gedaan door [verzoekster] er op 7 mei 2025 op te wijzen dat er voor haar geen toekomst was bij Timing. [verzoekster] mocht en moest zich daarop dus instellen. Als een werkgever na de aanzegging door het alsnog doen van een aanbod onder de aanspraak van de werknemer op transitievergoeding uit zou kunnen komen, zou van de met de aanzegging beoogde duidelijkheid niets verblijven. Dat het voorstel is gedaan vóór het eindigen van de arbeidsovereenkomst, maakt het oordeel daarom ook niet anders. Dit betekent dat Timing de transitievergoeding aan [verzoekster] verschuldigd is.

Salaris en klachtplicht

De volgende vraag die de kantonrechter dient te beantwoorden, is of [verzoekster] recht heeft op de loonsverhoging van 3,5%, hetgeen invloed heeft op de hoogte van de verschuldigde transitievergoeding en de juistheid van de door Timing reeds opgestelde en betaalde eindafrekening. Partijen zijn het er (inmiddels) over eens dat er een loonsverhoging is geweest met terugwerkende kracht vanaf 1 april 2025 en dat deze loonsverhoging ook voor [verzoekster] geldt. Timing voert echter aan dat [verzoekster] niet tijdig heeft geklaagd over dit achterstallige salaris. De kantonrechter overweegt daarover als volgt.

Op grond van vaste jurisprudentie is de klachtplicht van art. 6:89 BW in beginsel van toepassing op alle verbintenissen, waaronder (ook) die uit hoofde van een arbeidsovereenkomst. Daarbij zijn de aard en inhoud van de rechtsverhouding en de aard en inhoud van de prestatie relevant bij de beoordeling of de schuldeiser aan zijn klachtplicht heeft voldaan. Gelet op de verjaringstermijn van vijf jaar (artikel 3:307 BW) en de beschermingsgedachte van de werknemer zal van een schending van de klachtplicht door de werknemer slechts in uitzonderlijke gevallen sprake zijn. Hier is geen sprake van een uitzonderlijk geval, omdat het akkoord over de loonsverhoging op 17 oktober 2025 is bereikt en [verzoekster] op 23 november 2025 al voor het eerst heeft geklaagd. Het verweer van Timing dat [verzoekster] haar klachtplicht heeft geschonden slaagt daarom niet. [verzoekster] heeft dan ook met terugwerkende kracht recht op de loonsverhoging van 3,5% van 1 april 2025 tot en met de einddatum van haar arbeidsovereenkomst, te weten 22 juni 2025.

De hoogte van de bedragen

Ten aanzien van de hoogte van het achterstallige salaris, stelt de kantonrechter voorop dat tussen partijen vaststaat dat [verzoekster] in de periode van 29 december 2024 tot en met 26 juni 2025 in totaal € 14.625,80 bruto heeft ontvangen in 26 periodes. Het gemiddelde salaris bedraagt daarom € 562,53 bruto per week. Verder staat vast dat er vakantiegeld is uitbetaald ter hoogte van € 2.162,95 bruto, zijnde € 41,60 bruto per week. [verzoekster] stelt dat hierbij ook de eindejaarsuitkering dient te worden berekend, maar Timing heeft gemotiveerd betwist dat [verzoekster] recht heeft op een eindejaarsuitkering en [verzoekster] heeft haar stelling niet nader gemotiveerd. De kantonrechter neemt de gestelde eindejaarsuitkering daarom niet mee in de berekening, Het wekelijkse salaris inclusief vakantiegeld bedraagt daarom € 604,13 bruto per week, hetgeen neerkomt op € 2.665,78 bruto per maand. Voor de periode van 1 april 2025 tot en met 22 juni 2025 komt dat neer op € 7.286,47 bruto (zijnde € 5.331,56 voor april en mei en € 1.954,91 restant juni). Dat bedrag zal daarom worden toegewezen. De transitievergoeding beloopt met de dit bruto maandsalaris € 2.951,23 bruto en zal ook worden toegewezen.

Wettelijke verhoging en rente

De gevorderde wettelijke verhoging is in het kader van deze procedure beperkt toewijsbaar. In beginsel bedraagt de wettelijke verhoging maximaal 50% over het achterstallige loon, als bedoeld in art. 7: 625 BW, maar de rechter is bevoegd om te matigen gelet op de omstandigheden van het geval. In dit geval is de te late betaling niet te wijten aan bewuste of opzettelijke wanbetaling door Timing, waardoor de kantonrechter een matiging tot 25% redelijk acht. De gevorderde wettelijke rente is eveneens toewijsbaar, aangezien dat het wettelijke gevolg van het feit dat later betaald is dan had gemoeten.

Eindafrekening en salarisspecificaties

De vordering tot het verstrekken van een deugdelijke eindafrekening en salarisspecifcaties op straffe van een dwangsom zal eveneens worden toegewezen, waarbij de kantonrechter Timing een termijn zal geven van veertien dagen na dagtekening van deze beschikking. De kantonrechter ziet aanleiding om de gevorderde dwangsommen te matigen tot€ 200,00 per dag dat Timing in gebreke blijft, met een maximum van € 4.000,00.

Proceskosten

De proceskosten komen voor rekening van Timing, omdat Timing overwegend ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verzoekster] worden begroot op € 1.102,00 (€ 93,00 aan griffierecht, € 865,00 aan salaris gemachtigde en € 144,00 aan nakosten). De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

De vordering van [verzoekster] om Timing te veroordelen het bedrag van de eigen bijdrage voor de door de Raad van Rechtsbijstand aan [verzoekster] verstrekte toevoeging ad € 951,00 te vergoeden, wordt afgewezen. Timing wordt reeds in de proceskosten veroordeeld, waardoor er geen aanleiding bestaat om haar ook te veroordelen ook de eigen bijdrage van [verzoekster] te voldoen.

6. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt Timing tot betaling van 3,5% over het brutosalaris inclusief vakantiegeld van 1 april 2025 tot 22 juni 2025, zijnde € 7.286,47 bruto,

veroordeelt Timing tot het binnen veertien dagen na deze beschikking verstrekken van een deugdelijke eindafrekening, waaronder begrepen het resterende vakantiegeld op grond van de loonsverhoging van 3,5%, alsmede het verstrekken van een specificatie van het uitbetaalde achterstallig salaris op straffe van een dwangsom van € 200,00 per dag of een gedeelte daarvan, dat Timing in gebreke blijft, met een maximum van € 4.000,00,

veroordeelt Timing tot betaling van de wettelijke verhoging van 25% over het achterstallige salaris en vakantiegeld,

veroordeelt Timing tot betaling van de transitievergoeding aan [verzoekster] van € 2.951,23 bruto,

veroordeelt Timing tot betaling van de wettelijke rente aan [verzoekster] vanaf het tijdstip van de opeisbaarheid van de in rechtsoverweging 6.1. tot en met 6.4. genoemde bedragen tot aan de dag der algehele voldoening,

veroordeelt Timing om binnen twee dagen na betekening van deze beschikking aan [verzoekster] de salarisspecificatie(s) te verstrekken met betrekking op de in rechtsoverweging 6.1. tot en met 6.4. genoemde bedragen, op straffe van een dwangsom van € 200,00 per dag of een gedeelte daarvan, dat Timing in gebreke blijft, met een maximum van € 4.000,00,

veroordeelt Timing in de proceskosten van € 1.102,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,

veroordeelt Timing tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op

6 augustus 2026.

!

!

EA

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand