[verzoekster] uit [woonplaats], verzoekster
en
het college van burgemeester en wethouders van Enschede
gemachtigde: [gemachtigde].
1. Zitting hebben:
- mr. F. Koster, voorzieningenrechter van de rechtbank, bijgestaan door mr. F. Ernens, griffier.
2. Via beeldverbinding zijn aanwezig: verzoekster en de gemachtigde van het college.
3. De voorzieningenrechter opent het onderzoek ter zitting.
4. Het geschil gaat over de toekenning van een traplift in natura op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015. Er is een bodemprocedure bij de rechtbank aanhangig en verzoekster heeft ook een verzoek om een voorlopige voorziening gedaan. De voorzieningenrechter heeft met partijen het verzoekschrift besproken. Partijen hebben vragen van de rechter beantwoord en hun standpunten toegelicht. De griffier heeft hiervan aantekeningen bijgehouden.
5. De voorzieningenrechter heeft daarna het onderzoek ter zitting gesloten en de volgende uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening gedaan.
Beslissing
6. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Motivering
7. Verzoekster heeft om schorsing van het toekenningsbesluit verzocht. Aan dat deel van het verzoek komt het college al tegemoet, omdat er geen traplift zal worden geïnstalleerd tegen de zin van verzoekster in. Verzoekster heeft de voorzieningenrechter ook gevraagd om toekenning van een zorgunit op de begane grond. Ook dat deel van het verzoek kan niet worden toegewezen. Het bestreden besluit gaat over een traplift. In de nog lopende bodemprocedure moet de rechtbank beoordelen of een traplift al dan niet een adequate oplossing biedt voor de ondersteuningsvraag van verzoekster. Als dat niet het geval is, en het beroep van verzoekster dus slaagt, moet het college alsnog op zoek naar een passend en adequaat alternatief voor de hulpvraag van verzoekster. Het is nu onvoldoende zeker dat in dat geval een zorgunit zal worden geplaatst. De voorzieningenrechter kan daarom nu niet bij wijze van voorlopige voorziening al een zorgunit toekennen.
8. Ten behoeve van de beoordeling van de mogelijkheden van een traplift in de bodemprocedure, hebben partijen tijdens de zitting afgesproken dat verzoekster medewerking zal verlenen aan een onderzoek door Otolift Trapliften.
Deze uitspraak is gedaan door mr. F. Koster, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr. F. Ernens, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 31 augustus 2026
Een afschrift van dit proces verbaal van de mondelinge uitspraak is verzonden aan partijen op: