RECHTBANK Overijssel
Civiel recht
Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer / rekestnummer: C/08/345535 / HA RK 26-29
Aanvullende beschikking van 24 augustus 2026
in de zaak van
[verzoeker] ,
te [woonplaats 1] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoeker] ,
advocaat: mr. L.W. van de Wetering,
tegen
1. [verweerder 1] ,
te [woonplaats 2] ,2. [verweerder 2],
te [woonplaats 3] ,
verwerende partijen,
hierna samen te noemen: [verweerders] ,
advocaat: mr. P.M.F. Mulder.
1. De procedure
In deze procedure zijn na de beschikking van de rechtbank van 29 juni 2026 de volgende stukken gewisseld:
de akte uitlaten bezwaar vragen deskundige van [verweerders] ;
de akte uitlating van [verzoeker] .
De onderhavige beschikking vloeit voort uit hetgeen in de beschikking van 29 juni 2026 is beslist.
2. De verdere beoordeling
Bij beschikking van 29 juni 2026 heeft de rechtbank een voorlopig deskundigenbericht bevolen. De rechtbank heeft partijen bij deze beschikking in de gelegenheid gesteld (eventueel) bezwaar te maken tegen de onder rechtsoverweging 4.2. van deze beschikking opgenomen vraagstelling aan de deskundige, het voornemen om
dhr. ing. J.C. Kok tot deskundige te benoemen en tegen de hoogte van het voorschot.
[verweerders] heeft bij akte bezwaar gemaakt tegen de vragen aan de deskundige. Hierop heeft [verzoeker] bij akte gereageerd. De rechtbank heeft rekening houdend met de opmerkingen en wensen van partijen een definitieve vraagstelling vastgesteld zoals hieronder onder rechtsoverweging 3.1. opgenomen. Deze vragen zullen aan de deskundige worden voorgelegd.
Verder merkt de rechtbank op dat partijen geen bezwaar hebben gemaakt om
de heer ing. J.C. Kok als deskundige te benoemen en eveneens geen bezwaar hebben gemaakt tegen de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige. Gelet hierop zal de rechtbank in aanvulling op haar beschikking van 29 juni 2026 de heer ing. J.C. Kok, verbonden aan Kode Consult, benoemen als deskundige en de hoogte van het voorschot vaststellen op € 8.954,00 inclusief BTW.
3. De beslissing
De rechtbank
legt de volgende vragen aan de deskundige voor:
Vraag A.
Is het juist dat de harde ondergrond aan de achterkant tussen de berging en de garage waarover de deurwaarder in zijn proces-verbaal rapporteert, fundering is? En treft u verder nog restanten aan van fundering?
Als het antwoord op deze vragen ja is:
Is dit funderingsbeton een restant van de voormalige fundering van de berging van [verweerders] ?
Is deze fundering losgekoppeld van de fundering van [verzoeker] ?
Op welke diepte t.o.v. het maaiveld ligt deze fundering?
Wilt u bij beantwoording van deze vraag kennis nemen van (i) de bouwtekening en bouwvergunning van 21 september 1981, waaruit een funderingsdiepte blijkt van 80 cm, en (ii) de door de deurwaarder op 1 oktober 2025 verrichte proefboring en de daarbij gerezen methodologische kanttekeningen (boordiepte 1,05 m op 16 cm horizontale afstand van de erfgrens, zonder waarneembare kalkzandsteenstof-ontwikkeling) (zie productie 5 van het verzoekschrift) en in uw schriftelijk bericht vermelden of en in hoeverre deze gegevens tot een ander of bevestigend inzicht leiden?
Vraag B.
Zijn er nadelen verbonden aan het feit dat de privémuur van [verzoeker] onder het maaiveld voor een klein deel nog verbonden is met de fundering van [verweerders] ?
Zo ja, kan deze fundering van [verweerders] verwijderd of losgekoppeld worden van de fundering van [verzoeker] zonder dat de privémuur van [verzoeker] instort of omvalt?
Zo ja, zijn er maatregelen nodig om instorten/omvallen te voorkomen? Welke kosten zijn daarmee naar verwachting mee gemoeid?
Vraag C.
1. Tussen de privémuur en de garage van [verzoeker] is een scheur geconstateerd. Wat zijn de mogelijke oorzaken van deze scheur? Daarbij wordt u uitdrukkelijk verzocht in ieder geval te beoordelen in hoeverre onderstaande mogelijke oorzaken de scheur veroorzaakt kunnen hebben. Daarbij wordt aan u gevraagd aan te geven of het zeer waarschijnlijk, waarschijnlijk of onwaarschijnlijk is dat dit de oorzaak is van de scheur:
1. De verbouwings-sloopwerkzaamheden van [verweerders] , zoals:
a. Het slopen van het carpotdak met gebruik van een sloophamer;
b. Het losslijpen van de muur van de berging van [verweerders] van de privémuur van [verzoeker] .
2. De afwatering van de privémuur van [verzoeker] .
3. Andere mogelijke oorzaken, zo ja welke.
2. Als de afwatering van de privémuur van [verzoeker] waarschijnlijk of zeer waarschijnlijk de oorzaak is: klopt het dat het afwateringsprobleem niet zou zijn ontstaan als het gedeelte boven de privémuur niet zou zijn gesloopt of op de juiste wijze zou zijn hersteld?
3. Kan er, ongeacht de oorzaak, nog meer schade ontstaan aan de fundering van de privémuur van [verzoeker] , bijvoorbeeld:
Kan de fundering van de privémuur door de afwatering en vochtbelasting verzakken en kunnen scheuren verergeren tussen de privémuur en de garagemuur van [verzoeker] ?
Kan de fundering van de privémuur van [verzoeker] verzakken en kunnen scheuren verergeren doordat de fundering van privémuur van [verzoeker] nog steeds verbonden is met de fundering van de berging van [verweerders] ?
Andere oorzaken, zo ja welke?
4. Hoe kan verdere schade voorkomen worden en wat zijn de kosten voor het herstel van de muur?
Vraag D.
Is er sprake van contactgeluid tussen de beide woningen?
Zo ja:
Wordt dit veroorzaakt doordat de funderingen eventueel nog aan elkaar zijn verbonden en kan dit worden opgelost door de funderingen van elkaar te scheiden?
Hoe verhoudt het contactgeluid zich tot de daarvoor geldende normen?
Vraag E.
Is de garagemuur van [verzoeker] recent beschadigd?
Zo ja:
1. Acht u het aannemelijk dat deze beschadiging is ontstaan door de recente sloopwerkzaamheden met gebruik van een boorhamer door [verweerders] ?
a. Zo niet, kunt u een andere oorzaak vaststellen?
2. Op welke manier kan dit worden hersteld?
3. Welke kosten brengt dat met zich mee?
Vraag F.
Zijn er nog andere punten die naar de mening van de deskundige van belang
zijn om te weten in verband met het geschil tussen partijen? Heeft de
deskundige bijvoorbeeld ter plaatse iets gezien of opgemerkt dat partijen
moeten weten?
benoemt als deskundige:
dhr. ing. J.C. Kok, verbonden aan Kode Consult, gevestigd te 3811 JJ Amersfoort, Pothstraat 7D, telefoonnummers: [telefoonnummer 1] / [telefoonnummer 2] ,
e-mailadres: [email].,
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op het bedrag van € 8.954,00, (inclusief BTW) en bepaalt dat [verzoeker] dit bedrag dient te voldoen binnen twee weken nadat van het Landelijk Dienstencentrum voor de Rechtspraak (LDCR) een nota is ontvangen;
draagt de griffier op om de deskundige onmiddellijk in kennis te stellen van de betaling van het voorschot;
bepaalt dat de griffier een kopie van deze beschikking aan de deskundige zal toezenden.
Deze beschikking is gegeven door mr. U. van Houten en in het openbaar uitgesproken op
24 augustus 2026. (ak)