RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 12288327 \ CV EXPL 26-2156
Vonnis in kort geding van 27 augustus 2026
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
REAL EAST B.V.,
gevestigd te Enschede,
eisende partij, hierna: Real East,
gemachtigde: mr. H.J.G.M. te Woerd,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij, hierna: [gedaagde],
niet verschenen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de dagvaarding, en
de mondelinge behandeling van 13 augustus 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
Tegen [gedaagde] is verstek verleend.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De zaak in het kort
[gedaagde] huurt sinds november 2025 een woning van Real East. Er is al snel een huurachterstand ontstaan en daarom vordert Real East dat [gedaagde] de woning moet ontruimen en de achterstallige huur en proceskosten moet betalen.
De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat [gedaagde] de woning moet ontruimen en de huurachterstand en bijkomende kosten moet betalen. De huurachterstand is inmiddels zeven maanden en niet gebleken is dat die achterstand is ontstaan door bijzondere omstandigheden. [gedaagde] is namelijk niet in deze procedure verschenen en tegen hem is verstek verleend.
3. De feiten
Real East en [gedaagde] hebben op 1 november 2025 een huurovereenkomst gesloten met betrekking tot de woonruimte aan de [adres] te [woonplaats]. De overeenkomst is aangegaan voor onbepaalde tijd. De huurprijs bedraagt € 1.350,– per maand.
[gedaagde] heeft de huurtermijnen vanaf januari 2026 – met uitzondering van de maand maart 2026 – tot op heden niet betaald. De makelaar van Real East heeft bij de gemeente Enschede gemeld dat [gedaagde] een forse huurachterstand heeft laten ontstaan.
4. Het geschil
De vorderingen
Real East vordert – kort samengevat – veroordeling van [gedaagde] om binnen 48 uur na betekening van dit vonnis de woning te ontruimen en te verlaten. Ook vordert Real East dat [gedaagde] de huurachterstand moet betalen, alsmede een vergoeding voor voortgezet gebruik vanaf 1 juli 2026 tot de dag van ontruiming.
Real East legt aan het gevorderde ten grondslag dat [gedaagde] een forse huurachterstand heeft laten ontstaan en daarmee is sprake van een tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst.
5. De beoordeling
Spoedeisendheid
Het spoedeisend belang volgt naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende uit de stellingen van Real East.
Beoordelingskader
Een bij een voorlopige voorziening uitgesproken veroordeling tot ontruiming is een ingrijpende en meestal onomkeerbare maatregel. Gezien de ernst van de gevolgen voor de huurder kan een gevorderde ontruiming bij wijze van voorlopige voorziening daarom alleen worden toegewezen indien voldoende aannemelijk is dat de rechter in een bodemprocedure de huurovereenkomst zou ontbinden en de huurder ook tot ontruiming zou veroordelen.
Huurachterstand
In de dagvaarding staat dat een betalingsachterstand van € 6.750,– (een huurachterstand van vijf maanden) is ontstaan. [gedaagde] heeft deze achterstand niet betwist en daarom is het gevorderde bedrag toewijsbaar. [gedaagde] moet ook wettelijke rente betalen over deze achterstand. De wettelijke rente tot en met 4 mei 2026 bedraagt € 57,40.
Ontruiming
[gedaagde] moet zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst nakomen en dus de huurprijs tijdig betalen. Vast staat dat [gedaagde] vanaf januari 2026 (behoudens de huur over de maand maart 2026) geen huur heeft betaald. Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat de huurachterstand inmiddels zeven maanden is.
Vast staat dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van zijn verplichtingen uit de huurovereenkomst en nog steeds tekort schiet door de huurachterstand steeds verder te laten oplopen. Op grond van artikel 6:265 BW geeft elke tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen, niet rechtvaardigt.
De voorzieningenrechter acht het zeer waarschijnlijk dat de kantonrechter in een bodemprocedure bij deze stand van zaken zal oordelen dat toewijzing van de vordering tot ontruiming gegrond en gerechtvaardigd is. [gedaagde] is niet verschenen en van bijzondere omstandigheden is niet gebleken. Real East en haar gemachtigde hebben [gedaagde] vaak aangeschreven over de betalingsachterstand en er is een betalingsregeling aangeboden en geaccepteerd, maar die regeling is [gedaagde] vervolgens niet nagekomen. Ook heeft Real East een vroegmelding gedaan bij de gemeente Enschede over de ontstane huurschuld, die door de gemeente in behandeling is genomen.
Een ontruimingstermijn van 48 uur acht de voorzieningenrechter echter te kort, een ontruimingstermijn van twee weken is redelijk.
De huur vanaf juli 2026 tot aan ontruiming
Tijdens de mondelinge behandeling bleek dat [gedaagde] de huurtermijnen over de maanden juli 2026 en augustus 2026 ook niet heeft betaald. De vordering om [gedaagde] te veroordelen om aan Real East de gebruiksvergoeding/de nog te verschijnen huurtermijnen te voldoen totdat de woning is ontruimd, wordt toegewezen.
Incassokosten
Real East heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat diverse incassowerkzaamheden zijn verricht, waaronder het versturen van een veertiendagenbrief. De gevorderde incassokosten van € 645,– worden daarom toegewezen.
Proceskosten
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Real East worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
126,46
- griffierecht
€
559,00
- salaris gemachtigde
€
577,00
- nakosten
€
144,00
Totaal
€
1.406,46
6. De beslissing
De voorzieningenrechter:
veroordeelt [gedaagde] om binnen twee weken na betekening van dit vonnis de onroerende zaak aan het adres [adres] te [postcode] [woonplaats], met aanhorigheden en met de al daarin aanwezige personen en zaken te ontruimen en te verlaten en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking aan Real East;
bepaalt dat voornoemde veroordeling tot ontruiming tot één jaar na de dag waartegen deze ontruiming is bevolen, ten uitvoer kan worden gelegd tegen eenieder die ten tijde van de tenuitvoerlegging zich in het pand bevindt of daar binnen treedt en telkens wanneer zich dat voordoet;
veroordeelt [gedaagde] om tegen deugdelijk bewijs van kwijting aan Real East te betalen een bedrag van € 7.452,40, vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 6.750,– vanaf 5 mei 2026 tot de dag van gehele voldoening;
veroordeelt [gedaagde] om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan Real East te betalen een bedrag van € 1.350,– per maand als vergoeding voor voortgezet gebruik, gelijk aan de thans geldende huurprijs c.q. gebruiksvergoeding, gerekend vanaf 1 juli 2026 tot aan het tijdstip waarop [gedaagde] met de zijnen en het zijne de onderhavige woonruimte aan het adres [adres] te [postcode] [woonplaats] daadwerkelijk heeft verlaten c.q. ontruimd, een gedeelte van de maand voor een volle maand te rekenen, één en ander vermeerderd met de wettelijke rente over nadien door [gedaagde] per de respectievelijke vervaldata onbetaald gelaten termijnen, tot de dag van gehele voldoening;
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.406,46, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
veroordeelt [gedaagde] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan;
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.B. de Groot en in het openbaar uitgesproken door
mr. A.M.S. Kuipers op 27 augustus 2026.