ECLI:NL:RBOVE:2026:5442

ECLI:NL:RBOVE:2026:5442

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 08-09-2026
Datum publicatie 08-09-2026
Zaaknummer 08-257652-25 (P)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 48 maanden en het betalen van een schadevergoeding. De verdachte is schuldig bevonden aan het seksueel misbruiken van haar minderjarige dochter en het het plegen van ontucht met haar.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08-257652-25 (P)

Datum vonnis: 8 september 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1982 in [geboorteplaats],

wonende aan [woonplaats].

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 07 mei 2026 en 25 augustus 2026.

De rechtbank heeft op 7 mei 2026 kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. J.B.A. Kalk, advocaat in Enschede, naar voren is gebracht.

Ook heeft de rechtbank op 7 mei 2026 kennisgenomen van de door of namens de benadeelde partij [slachtoffer] voorgedragen slachtofferverklaring en van wat namens de benadeelde partij door mr. L. Cassese is aangevoerd.

Ter zitting van 7 mei 2026 heeft de rechtbank het onderzoek ter terechtzitting geschorst om aan het dossier een proces-verbaal van de zitting van 9 januari 2025 van deze rechtbank team Familie- en Jeugdrecht toe te voegen. Verdachte had het besprokene op die zitting, zoals dat was weergegeven in de beschikking van het team Familie- en Jeugdrecht, betwist. Die beschikking bevond zich al wel in het dossier. Bij het plannen van de nadere zitting zijn op 7 mei 2026 diverse opties voorgelegd, maar bij al deze opties heeft mr. Kalk meegedeeld niet beschikbaar te zijn omdat hij van juni tot oktober 2026 afwezig is. De rechtbank heeft na weging van alle belangen, waaronder ook de belangen van het slachtoffer en de voortgang van het strafproces, geoordeeld dat het niet wenselijk is de zitting pas na oktober 2026 te plannen. De rechtbank heeft vervolgens de zaak voor bepaalde tijd aangehouden tot de zitting van 25 augustus 20206, om 9.00 uur. Daarmee had verdachte voldoende tijd om een vervangend of waarnemend advocaat te vinden.

Op 7 mei 2026, na de zitting, heeft mr. Kalk een e-mail gestuurd waarin hij -voor zover van belang- vermeldt dat hij van juni tot en met september 2026 op zeilvakantie is. Voorts vermeldt mr. Kalk dat hij op 25 augustus 2026 “ergens in de Schotse wateren” zit en dat zijn kantoorgenote Weusthof die dag een MK heeft in Zutphen. Verder vermeldt de e-mail dat mr. Kalk zijn cliënt in overweging geeft een vervangend advocaat aan te zoeken.

De rechtbank heeft in dit e-mail bericht geen aanleiding gevonden tot een andere afweging van belangen te komen dat reeds op de zitting van 7 mei 2026 was meegedeeld.

Ter terechtzitting van 25 augustus 2026 is verdachte verschenen zonder advocaat. Verdachte heeft opgemerkt dat hij graag had gewild dat mr. Kalk bij de zitting aanwezig zou zijn, dat hij mr. Kalk heeft gesproken en dat verdachte vindt dat de rechtbank partijdig is.

De rechtbank heeft zich ambtshalve de vraag gesteld of alles overziend sprake kan zijn van schending van een eerlijk proces. De rechtbank overweegt allereerst dat het zedenslachtoffer, de minderjarige dochter van verdachte, een zwaarwegend belang heeft bij een voortvarende voortgang van het strafproces. Dit belang weegt zwaarder dan dat van de afwezigheid van de advocaat vanwege vakantie gedurende drie maanden. Het ligt op de weg van de advocaat om zorg te dragen voor waarneming gedurende zijn verlof. De rechtbank stelt overigens vast dat mr. Weusthof op 25 augustus 2026, eveneens in de ochtend, bij een andere strafzaak wél waarnam voor mr. Kalk.

Voorts geldt dat verdachte de gang van zaken met mr. Kalk heeft besproken. Verdachte heeft vervolgens ter zitting weliswaar geuit dat hij vindt dat de rechtbank partijdig is, maar gebruikt het woord “wraking” niet. Het gaat dan ook om een subjectief gevoelde (schijn van) partijdigheid. Indien verdachte daadwerkelijk vanwege een vermeende objectieve schijn van vooringenomenheid had willen wraken, mag worden verondersteld dat dit met mr. Kalk is besproken en dat hieraan desgewenst uiting was gegeven.

Tot slot heeft de rechtbank het aan het dossier toegevoegde stuk op de zitting van 25 augustus 2026 volledig voorgehouden, wenste verdachte daar niet op te reageren en had de officier van justitie geen behoefte om inhoudelijk haar requisitoir aan te vullen.

De rechtbank is van oordeel dat, voor zover mr. Kalk dit met zijn e-mail heeft willen bepleiten, geen sprake is van schending van een eerlijk proces zoals bedoeld in artikel 6 van het EVRM. Ook de zitting van 25 augustus 2026 maakt dit niet anders.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, na wijziging van de tenlastelegging van 7 mei 2026, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: zijn minderjarige dochter seksueel heeft misbruikt;

feit 2: met zijn minderjarige dochter [slachtoffer] ontucht heeft gepleegd.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1

hij in of omstreeks de periode van 31 juli 2019 tot en met 30 juli 2021 te [plaats], (telkens) met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2009, zijnde verdachtes kind, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten

- het brengen van zijn penis in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen en/of

- het brengen van een vibrator, in elk geval een voorwerp, in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen en/of

- het brengen van zijn tong tussen haar schaamlippen;

2

hij in of omstreeks de periode van 31 juli 2019 tot en met 30 juli 2021 te [plaats]. gemeente Twenteland, (telkens) ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2009, door het houden/drukken van zijn, verdachtes, penis en/of een vibrator, in elk geval een voorwerp, tegen haar vagina en/of

- in tegenwoordigheid van haar te masturberen;

3. De bewijsmotivering

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak bepleit.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de feiten 1 en 2 vanwege de onderlinge samenhang gezamenlijk behandelen.

De redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting het volgende vast.

[slachtoffer] (thans gebruikmakend van de achternaam [slachtoffer] en hierna verder te noemen [slachtoffer]) is de dochter van verdachte. Zij heeft na een informatief gesprek zeden op 23 februari 2024, op 5 maart 2024 aangifte gedaan van seksueel misbruik door haar vader toen zij in groep 7 of 8 van de basisschool zat. Zij was toen 10 of 11 jaar oud. De seksuele handelingen hebben op meerdere momenten in verschillende ruimtes in de woning van verdachte plaatsgevonden. Over de seksuele handelingen heeft [slachtoffer] verklaard dat zij en verdachte bij de eerste keer in de woning van verdachte waren en haar zusje sliep. [slachtoffer] en verdachte waren in de slaapkamer van verdachte waar hij haar uitkleedde en zichzelf ook uitkleedde. Verdachte zei tegen [slachtoffer] dat zij moest liggen waarna hij op zijn knieën voor haar ging zitten en haar geslachtsdeel likte. Hierna legde verdachte zijn geslachtsdeel tegen haar geslachtsdeel aan. Verdachte probeerde zijn geslachtsdeel in haar geslachtsdeel te drukken, maar dat lukte niet. Over de tweede keer heeft [slachtoffer] verklaard dat zij en verdachte op zolder in de slaapkamer waren van haar stiefzus. Verdachte heeft haar uitgekleed en haar op het bed gelegd. Verdachte pakte een vibrator en deed die in haar geslachtsdeel. Over de derde keer heeft [slachtoffer] verklaard dat verdachte op de bank zat, terwijl zij aan de keukentafel zat. Verdachte zei dat hij een stijve had en vroeg of zij wat wilde doen. [slachtoffer] zij ‘nee’, waarna verdachte zichzelf aftrok op de bank in haar bijzijn. Het seksueel misbruik dat in totaal drie keer plaatsvond en vooraf ging door seksueel getinte vragen, stopte toen [slachtoffer] telkens ‘nee’ bleef zeggen.

De betrouwbaarheid van de verklaring van [slachtoffer]

De verklaring van [slachtoffer] tijdens het informatief gesprek zeden komt overeen met de inhoud van haar aangifte. [slachtoffer] heeft tijdens de aangifte een uitgebreide verklaring afgelegd. Tijdens dit verhoor heeft zij gedetailleerd verklaard welke seksuele handelingen zij moest ondergaan en over de verschillende plaatsen in huis waar het seksueel contact heeft plaatsgehad. Ten aanzien van een aantal specifieke seksuele handelingen heeft aangeefster zeer gedetailleerd beschreven waar, wanneer en onder welke omstandigheden deze hebben plaatsgevonden. Over de eerste keer verklaart [slachtoffer] dat verdachte haar uitkleedde en zichzelf ook had uitgekleed Zij lag op bed en verdachte zat op zijn knieën. Hij begon haar te likken bij haar geslachtsdeel en toen legde verdachte zijn geslachtsdeel tegen haar geslachtsdeel aan. Verdachte heeft daar een foto van gemaakt, maar zou die ook weer hebben verwijderd. Het geslachtsdeel van verdachte was stijf, maar ze wist niet hoe deze stijf was geworden. [slachtoffer] verklaart dat zij het vervelend vond en niet wilde, maar dat zij geen nee durfde te zeggen. Ook verklaart [slachtoffer] dat het gebeurde vlak voordat zij door haar moeder werd opgehaald. Over de tweede keer verklaart [slachtoffer] dat verdachte haar vroeg hem te helpen op zolder, op de kamer van haar stiefzus. Verdachte haalde de vibrator tevoorschijn, rood van kleur, een beetje als een lippenstift. Zij lag op bed en wist niet wat ze moest doen en liet het toe. Ze voelde zich ongemakkelijk en ze vond het niet leuk. Verdachte had zijn kleding toen nog aan. Dit soort details maken dat haar verklaring authentiek overkomt. Er zijn ook geen aanwijzingen dat [slachtoffer] de door haar omschreven handelingen heeft aangedikt of een ander motief heeft om een belastende verklaring af te leggen.

[slachtoffer] heeft consistent en gedetailleerd verklaard over de handelingen die verdachte bij haar verrichtte en de omstandigheden waaronder deze plaatsvonden. Ook heeft zij de gebeurtenissen en handelingen steeds in dezelfde volgorde beschreven. De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, de verklaring van [slachtoffer] geloofwaardig, betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs.

De verklaring van [slachtoffer] vormt het uitgangspunt van de bewijsvoering. Het bewijs dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan kan echter niet uitsluitend worden aangenomen op basis van de verklaring van één getuige, in dit geval [slachtoffer]. De rechtbank moet daarom beoordelen of de verklaring van [slachtoffer] voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend, gelet op het volgende.

De moeder van [slachtoffer], [getuige 1], heeft verklaard dat [slachtoffer] nooit naar verdachte wilde toen ze 11 of 12 was. Het was altijd strijd, elk weekend. Volgens haar moeder had [slachtoffer] soms al een week van tevoren stress dat ze naar haar vader moest, en had [slachtoffer] dan buikpijn en moest ze huilen. Als zij terugkwam was ze vaak onhandelbaar en was er veel stress. Verdachte stond een keer aan de deur en [slachtoffer] zat boos op de trap te schreeuwen dat ze niet mee wilde. Haar moeder heeft bovendien verklaard dat [slachtoffer] rond de tijd dat zij in groep 8 zat vertelde dat haar stiefzus een vibrator had. Toen [slachtoffer] op zondagavond 11 februari 2024 thuis kwam van haar vader gaf ze haar moeder en stiefvader een brief waarin zij schreef over het misbruik. [slachtoffer] moest daarna huilen.

De moeder van [slachtoffer] heeft hierna een appje gestuurd naar verdachte waarin ze hem te kennen heeft gegeven dat [slachtoffer] niet meer langskomt en dat er een melding is gedaan bij Veilig Thuis en dat er een politieonderzoek loopt naar aanleiding van grensoverschrijdend seksueel gedrag van verdachte richting [slachtoffer]. Hierop heeft verdachte nooit gereageerd.

De verklaring van [slachtoffer] vindt ook steun in de verklaring van [getuige 2] die verklaart over de emotionele toestand waarin [slachtoffer] verkeerde toen zij haar, als een van de eersten, over het misbruik vertelde. [slachtoffer] vertelde dat ze was verkracht door haar vader en dat hij zich een keer zat af te trekken op de bank. Toen [slachtoffer] het vertelde was zij heel emotioneel en gespannen, radeloos en verdrietig.

De rechtbank stelt vast dat hetgeen deze personen van [slachtoffer] hebben gehoord over het seksueel misbruik consistent is met hetgeen zij ten overstaan van de politie heeft verklaard; onder andere waar het gaat om het moment waarop het misbruik is begonnen, de seksuele handelingen die zij moest plegen dan wel ondergaan en de plaats(en) waar deze handelingen plaatsvonden. De verklaringen van [slachtoffer] vinden daarmee steun in deze bewijsmiddelen.

De melding van Veilig Thuis Twente is ook ondersteunend voor de verklaring van [slachtoffer]. Veilig Thuis heeft op 8 maart 2024 telefonisch contact gezocht met verdachte en aangegeven dat er een melding ligt rondom seksueel grensoverschrijdend gedrag van verdachte richting zijn dochter [slachtoffer]. Verdachte heeft toen gezegd dat hij te ver is gegaan bij [slachtoffer] en dat er twee keer iets gebeurd is en dat hij zich liet meeslepen, het niet goed was en hij zich ervoor schaamt en dat hij hulp wil ontvangen. In het vervolggesprek op 20 maart 2024 op het kantoor van Veilig Thuis heeft verdachte nogmaals gezegd dat hij te ver is gegaan en dat hij wel wat heeft gedaan met [slachtoffer], maar er liever niet over praat.

Verder is de beschikking van de Rechtbank Overijssel, locatie Almelo, team familie- en jeugdrecht van 5 februari 2025 ondersteunend aan de verklaring van [slachtoffer]. In het kader van het verzoek tot beëindiging van de omgangsregeling en het gezag heeft op 9 januari 2025 een zitting plaatsgevonden. Tijdens deze mondelinge behandeling is besproken dat h verdachte de omgang moet worden ontzegd vanwege het seksueel misbruik waarvan [slachtoffer] aangifte heeft gedaan. Tijdens de zitting heeft verdachte ingestemd met de verzoeken. Hij heeft aangegeven dat er iets is gebeurd dat beter niet had kunnen gebeuren, dat het kwalijk is dat het is gebeurd en dat hij begrijpt dat [slachtoffer] daarom geen omgang meer met hem wil.

Naar het oordeel van de rechtbank was zowel tijdens de gesprekken met Veilig Thuis als tijdens de zitting op 9 januari 2025 van het verzoek tot beëindiging van de omgangsregeling en het gezag de context volstrekt duidelijk. Het ging om seksueel grensoverschrijdend gedrag en seksueel misbruik. Verdachte heeft die aantijgingen niet ontkend. Pas tijdens de strafzaak is verdachte gekomen met een andere lezing en dat zijn gedrag grensoverschrijdend was in verband met de wijze waarop hij is omgegaan met het pubergedrag van [slachtoffer] door kwaad te worden, tegen haar te schreeuwen en haar bij de arm te pakken. Verdachte heeft verklaard dat hij uitsluitend in dat licht heeft gezegd dat er iets is gebeurd dat beter niet had kunnen gebeuren. De rechtbank acht die verklaring gelet op de heldere context niet logisch en ook niet geloofwaardig.

De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman dat de gesprekken met Veilig Thuis van het bewijs moeten worden uitgesloten. Veilig Thuis heeft als taak de veiligheid in de thuissituatie te onderzoeken. Uit het dossier blijkt niet dat Veilig Thuis zich tijdens het betreffende gesprek heeft beziggehouden met een onderzoek naar mogelijke strafbare feiten. Dat verdachte tijdens het gesprek uitlatingen heeft gedaan die voor het onderhavige strafrechtelijk onderzoek van belang zijn, maakt dit niet anders. Nu Veilig Thuis geen opsporingsinstantie is en het gesprek niet is gevoerd in het kader van het opsporen van strafbare feiten met het oog op een strafrechtelijke vervolging, vindt het verweer dat de cautie had moeten worden gegeven en dat -bij gebreke daarvan- bewijsuitsluiting moet volgen, geen steun in het recht.

Al het voorgaande overziend, is de rechtbank van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer] op voldoende overtuigende wijze wordt ondersteund door ander bewijsmateriaal. De verklaring van [slachtoffer] staat niet op zichzelf, maar is ingebed in een concrete context die bevestiging vindt in een andere bron.

De rechtbank is van oordeel dat de hiervoor beschreven seksuele handelingen (mede) hebben bestaan uit seksueel binnendringen, als bedoeld in artikel 244 van nhet Wetboek van Strafrecht (Sr) (oud), en dat de seksuele handelingen verricht tussen een vader en dochter, strijdig zijn met de sociaal-ethische norm en daarmee ontuchtig zijn.

De rechtbank is aldus van oordeel dat op grond van voorgaande overwegingen in samenhang bezien met de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1

hij in of omstreeks de periode van 31 juli 2019 tot en met 30 juli 2021 te [plaats], (telkens) met [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2009, zijnde verdachtes kind, die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer], te weten

- het brengen van zijn penis in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen en/of

- het brengen van een vibrator, in elk geval een voorwerp, in haar vagina en/of tussen haar schaamlippen en/of

- het brengen van zijn tong tussen haar schaamlippen;

2

hij in of omstreeks de periode van 31 juli 2019 tot en met 30 juli 2021 te [plaats]. gemeente Twenteland, (telkens) ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarig kind [slachtoffer], geboren op [geboortedatum 2] 2009, door het houden/drukken van zijn, verdachtes, penis en/of een vibrator, in elk geval een voorwerp, tegen haar vagina en/of

- in tegenwoordigheid van haar te masturberen;

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte onder feit 1 en feit 2 meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 244 (oud) en 249 (oud) van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

feit 2

het misdrijf: ontucht plegen met zijn minderjarig kind, meermalen gepleegd;

5. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

6. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden. Daarnaast heeft de officier van justitie oplegging van de vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38v Sr, inhoudende een contactverbod met [slachtoffer], en de dadelijke uitvoerbaarheid van die vrijheidsbeperkende maatregel gevorderd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

De aard en ernst van de feiten

Verdachte heeft zich gedurende een langere periode meermaals schuldig gemaakt aan het seksueel misbruik van zijn destijds minderjarige dochter, waarbij hij op diverse manieren haar lichaam is binnengedrongen. [slachtoffer] was jonger dan twaalf jaar toen het seksueel misbruik begon. Verdachte heeft het vertrouwen dat zijn dochter in hem had ernstig, langdurig en stelselmatig geschonden, kennelijk uitsluitend ter bevrediging van zijn eigen behoeften. Hij heeft, gebruikmakend van zijn overwicht als volwassen man, ernstig misbruik gemaakt van zijn rol als vader. Het misbruik vond thuis plaats, terwijl [slachtoffer] zich juist daar veilig en geborgen had moeten kunnen voelen. Uiteindelijk heeft [slachtoffer] pas na jaren met veel moeite aan haar moeder durven vertellen wat er al die jaren was gebeurd. Het behoeft geen betoog dat deze handelswijze van verdachte als uiterst verwerpelijk moet worden gekwalificeerd en dat dit alles een grote schadelijke invloed op [slachtoffer] heeft gehad.

Verdachte heeft bovendien de (seksuele) ontwikkeling van [slachtoffer] op grove wijze doorkruist. Het is een feit van algemene bekendheid dat de gevolgen van seksueel misbruik lang doorwerken in het leven van slachtoffers. Uit de ter terechtzitting voorgedragen slachtofferverklaring volgt dat de gevolgen voor [slachtoffer] tot op de dag van vandaag erg groot zijn. De rechtbank neemt het verdachte kwalijk dat hij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen. Tegenover zijn dochter heeft hij geen enkel woord van spijt geuit, terwijl hij een groot deel van haar jeugd heeft verwoest. Dit alles weegt in het nadeel van verdachte.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 21 juli 2026. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.

Verder heeft de rechtbank bij haar overwegingen het over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport van 27 april 2026 betrokken. Uit dit rapport volgt dat verdachte de tenlastelegging niet met de reclassering wil bespreken, maar het wil houden bij zijn afgelegde verklaring bij het politieverhoor. Door de proceshouding van verdachte gecombineerd met het feit dat het gaat om een first-offender kunnen er geen delictgerelateerde en risicoverhogende factoren geduid worden. Tot aan onderhavige zaak heeft verdachte een stabiel bestaan geleid zonder noemenswaardige problemen, hetgeen doet vermoeden dat hij in staat is zijn eigen leven vorm te geven. Hoewel de leefgebieden stabiel zijn, is dit onvoldoende om deze als beschermend aan te merken doordat deze stabiliteit hem er niet van heeft weerhouden het delict te plegen. Er is sprake van een laag recidiverisico die is gebaseerd op de huidige beschikbare informatie waarbij verdachte een ontkennende verdachte is. Het risico op recidive, letsel kan niet worden ingeschat. Het risico op onttrekken aan voorwaarden wordt ingeschat als laag. De reclassering kan met de beschikbare informatie niet adviseren of interventies en/of toezicht nodig zijn.

Strafoplegging

Gezien de aard en ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan, kan naar het oordeel van de rechtbank niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een vrijheidsbenemende straf van langere duur.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafmodaliteit rekening gehouden met het advies van de reclassering. Ook is er sprake van tijdsverloop. Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 48 maanden passend en geboden is.

Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat de verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma als bedoeld in artikel 4 van de Penitentiaire beginselenwet.

De rechtbank is van oordeel dat er geen redenen zijn voor oplegging van de gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ex art 38v Sv aangezien niet gebleken is dat dit noodzakelijk is ter beveiliging van de maatschappij of ter voorkoming van strafbare feiten, nu onvoldoende is gebleken dat verdachte contact met zijn dochter zoekt of in de toekomst zal gaan zoeken.

7. De schade van benadeelde

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] ([slachtoffer]) heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen een schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van

€ 17.506.84, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit reiskosten van € 194,84. Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 17.312,00 gevorderd.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht de benadeelde partij in haar vordering niet-ontvankelijk te verklaren.

Het oordeel van de rechtbank

Door de gebezigde bewijsmiddelen en de behandeling op de terechtzitting is komen vast te staan dat verdachte door de bewezen verklaarde feiten rechtstreeks schade heeft toegebracht aan de benadeelde partij.

Materiële schade

De opgevoerde schadepost reiskosten is voldoende onderbouwd en aannemelijk voor zover deze kosten in verband staan met therapie (intake, kennismaking, therapie). De rechtbank zal het gevorderde daarom toewijzen tot een bedrag van € 63,36, te vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente vanaf de datum waarop de schade is ontstaan.

De gevorderde reis- en parkeerkosten ten aanzien van het politiebureau, Veilig Thuis, een gesprek op school, een advies van het juridisch loket, een afspraak met een advocaat in verband met het ouderlijk gezag, de verklaring van moeder, een kindgesprek over ouderlijk gezag en een hoorzitting ouderlijk gezag betreft -zonder nadere onderbouwing die ontbreekt- geen schade die zondermeer rechtstreeks is geleden door het strafbare feit. De rechtbank zal de benadeelde partij daarom in dit deel van de vordering niet-ontvankelijk verklaren en bepalen dat de benadeelde partij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Immateriële schade

Ten aanzien van de gevorderde immateriële schade (smartengeld) is de rechtbank van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het handelen van verdachte immateriële schade heeft geleden. Op grond van artikel 6:106 lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft de benadeelde recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding anders dan vermogensschade als de benadeelde lichamelijk letsel heeft opgelopen, in haar eer of goede naam is geschaad of op andere wijze in haar persoon is aangetast. Hierbij overweegt de rechtbank dat verdachte op grove en indringende wijze inbreuk heeft gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer]. De aard en ernst van de normschending en de gevolgen daarvan voor [slachtoffer] brengen in dit geval mee dat er sprake is van een aantasting in persoon op andere wijze. Uit de onderbouwing van de vordering, daaronder begrepen de bijlagen van de zorgverlener van de benadeelde partij, blijkt dat de gevolgen van het handelen van verdachte voor haar groot zijn. Rekening houdend met de omstandigheden van het geval en de bedragen die Nederlandse rechters in vergelijkbare gevallen plegen toe te kennen, is de rechtbank van oordeel dat een vergoeding van € 10.000,00 billijk is. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij daarom tot dat bedrag toe.

De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk. Voor het overige gedeelte is een namelijk een nadere onderbouwing van de omstandigheden en de gevolgen noodzakelijk. De benadeelde partij krijgt geen gelegenheid om dit gedeelte van de vordering alsnog verder te onderbouwen, omdat dat leidt tot een te grote belasting van deze strafprocedure. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

BEM-clausule

De rechtbank zal bepalen dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2009) te openen bankrekening met een zogenoemde BEM-clausule. Deze clausule is bedoeld ter bescherming van de belangen van de minderjarige. De minderjarige en haar wettelijke vertegenwoordiger kunnen in dat geval - tot de minderjarige de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt - alleen met toestemming van de kantonrechter over het vermogen van de minderjarige beschikken.

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht.

Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met 75 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

9. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op artikel 57 Sr.

10. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder feit 1 en feit 2 bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 48 (achtenveertig) maanden;

schadevergoeding

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer]: van een bedrag van € 10.063,36 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2020);

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat de verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 10.063,36, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 31 juli 2020 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 75 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de aan [slachtoffer] te betalen schadevergoeding van € 10.063,36 zal worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een BEM-clausule.

- bepaalt dat de benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige deel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

Dit vonnis is gewezen door mr. A.F. Germs-de Goede, voorzitter, mr. B.T.C. Jordaans en

mr. E.C. de Bie, rechters, in tegenwoordigheid van H.J.A. Teerlink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026.

Buiten staat

mr. A.F. Germs-de Goede en mr. B.T.C. Jordaans zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2024078882. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1

Het proces-verbaal van bevindingen inhoudende het informatieve gesprek met [slachtoffer] van verbalisant [verbalisant 1] van 23 februari 2024, pagina’s 8 t/m 11, voor zover inhoudende, als bevindingen van verbalisant:

[slachtoffer] vertelde dat haar vader seksuele vragen aan haar had gesteld en dingen met haar had gedaan. De seksuele dingen die hij deed, was toen ze 10 of 11 jaar oud was. Ze moest zich uitkleden en hij maakte foto's van haar met zijn IPhone. Ze zag dat hij deze ook weer verwijderd had. [slachtoffer] ging op bed liggen en haar vader bracht zijn geslacht bij haar geslacht en deed hem er een klein beetje in. Ze vond het vervelend, wilde het niet maar durfde geen nee te zeggen. Het geslachtsdeel van haar vader was stijf maar ze wist niet hoe die stijf was geworden. Op de vraag of haar vader nog andere dingen gedaan had, antwoordde ze dat hij haar ook gebeft had. Haar vader vroeg haar om hem op zolder, de kamer waar haar stiefzus sliep, te helpen. Toen ze op zolder kwam, kleedde haar vader haar uit en haalde een vibrator tevoorschijn. Hij stopte de vibrator in haar geslachtsdeel, dit duurde een kwartier/twintig minuten. [slachtoffer] lag op bed toen dit gebeurde. [slachtoffer] wist niet wat ze moest doen en liet het toe. Haar vader trok zichzelf af toen hij op de bank zat. [slachtoffer] zat aan de eettafel en kon dit zien gebeuren.

2

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 5 maart 2024, pagina’s 13 t/m 20, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van aangeefster:

V: Wanneer is je vader begonnen met seksuele handelingen?

A: Niet veel later, ik denk ook toen ik in groep 7 of 8 zat. Ik was toen denk ik 10

of 11 jaar oud.

V: Vertel eens hoe dat ging?

A: Een keer toen niemand thuis was en mijn zusje op bed lag. Vroeg hij of ik seksuele

dingen met hem wilde doen. Toen durfde ik geen nee te zeggen en toen is dat gebeurd.

V: Wat is er precies gebeurd?

A: Hij kleedde mij uit en had zichzelf ook uitgekleed. Op het bed legde hij zijn

geslachtsdeel tegen mijn geslachtdeel aan. Hij maakte daar ook een foto van, maar

die heeft hij daarna weer verwijderd.

V: Is hij met zijn geslachtdeel tegen jou geslachtdeel gegaan of is hij ook bij jou

naar binnen gegaan?

A: Er tegen aan.

V: Hoe ging dat met het op bed liggen?

A: Ik lag meer en hij zat meer. Hij zei tegen mij: "Ga maar liggen." Ik lag op mijn

rug en hij zat tussen mij benen. Hij zat een beetje op zijn knieën. Hij begon mij te

likken bij mijn geslachtdeel. Toen stopte hij en toen ging hij dat vanzelf doen met

zijn geslachtdeel. Hield hem er toen tegenaan en maakte toen die fot.

V: Hoe lagen jullie dan precies toen hij dat met zijn geslachtdeel deed?

A: Ik lag en hij zat een beetje tussen mijn benen.

V: Wat voelde je aan het geslachtdeel van je vader?

A: Hij was wat harder, hij volgens mij wel stijf. Ik heb dat gezien, ik heb dat niet

gevoeld.

V: Heeft jouw vader nog iets daarover gezegd wat jullie gedaan hadden?

A: Nee, niet echt. Hij vroeg of ik het vaker wilde, maar meer heeft hij er niet over

gezegd.

V: Wat zei jij toen?

A: Ik durfde geen nee te zeggen en daarom zei ik ja.

V: Je verklaarde tijdens het informatieve gesprek dat je op bed ging liggen en dat je

vader zijn geslacht bij jou geslacht bracht en hem er een beetje in deed. Hoe ging

dat?

A: Dat was dezelfde keer. Het ging er niet echt in, maar alleen een beetje de

bovenkant. Hij probeerde het erin te drukken, maar dat lukte niet.

V: Je verklaarde in het ig dat er ook een keer iets is gebeurd op zolder op de

slaapkamer van je stiefzus. Kun je daar meer over vertellen?

A: Er moest wat op zolder worden gemaakt. Mijn vader was hiermee bezig en vroeg of ik

hem wilde helpen om aan te geven. Toen ik kwam was dat niet om hem te helpen, maar

hij haalde een vibrator te voorschijn.

V: En toen?

A: Toen kleedde hij mij uit en legde mij op het bed van mijn zus. Hij ging die

vibrator op mij gebruiken.

v: Hoe deed hij dat?

A: Bij mijn geslachtdeel. Hij hield deze er tegenaan en volgens mij heeft hij hem er

ook een stukje erin gedaan, maar dat weet ik niet zeker.

v: Hoe voelde je toen dat gebeurde, toen jouw vader dat bij jou deed?

A: Ik voelde mij ongemakkelijk en ik vond het ook niet leuk.

V: Zijn er verder nog dingen gebeurd tussen jou en je vader die seksueel getint

waren?

A: Ja, een keer nog. Toen zat hij op de bank. Ik zat aan de keukentafel. Hij zei toen

dat hij een stijve had en vroeg of ik wat wilde doen. Ik had toen nee gezegd en toen

ging hij zichzelf aftrekken op de bank.

V: Hoe vaak is het in totaal gebeurd?

A: Die drie keren.

V: Wanneer is de laatste keer geweest dat er iets dergelijks is gebeurd?

A: Ik denk ongeveer eind groep 8, begin klas 1.

3

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] van 25 maart 2024, pagina’s 25 t/m 32, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven als verklaring van getuige:

V: Hoe kwam de informatie bij jou terecht dat er tussen [slachtoffer] en haar vader iets was

voorgevallen?

A: Dat was op 11 februari 2024 van het weekend van haar vader. Haar vader bracht haar thuis. Toen gooide ze bij ons letterlijk een brief op de salontafel. Toen zei ze:” Ga het maar even lezen.” Toen ik halverwege was kon ik het niet meer doorlezen. Ik was helemaal van de kaart. Ik was echt helemaal perplex, en giftig. Ik heb mijn dochter een knuffel gegeven en verteld dat ik heel erg trots op haar was dat ze dit heeft verteld. Toen moest ze huilen en ik ook. Ik merkte dat het teveel werd voor haar en heb haar even gelaten. In de brief stond onder andere: Papa heeft haar meerdere keren gevraagd om samen rare dingen te doen. zijn drie dingen gebeurd. Dat papa heeft gevraagd of [slachtoffer] zijn geslachtsdeel wilde aanraken. En dat ze daar paniekaanvallen en flashbacks van heeft. En ook dat het heel lang geduurd heeft voordat ze überhaupt die brief heeft durven schrijven en geven. Ik denk dat de brief misschien al langer klaar was en ze hem niet durfde te geven.

V: [slachtoffer] heeft een gesprek gehad toen. Kun je vertellen wat [slachtoffer] daar verteld heeft bij Veilig Thuis? Er zijn drie situaties geweest. Waarvan een op zolder. Een keer was het dat

[slachtoffer] naakt was en dat papa haar een vibrator inbracht. De volgende situatie was dat papa op de bank zat waarbij hij zichzelf aftrok. Mijn dochter zat in dezelfde ruimte maar niet naast hem. En een andere keer was het zo dat [verdachte] naakt op mijn dochter kwam liggen. En de aanraking van zijn geslachtsdeel geloof ik.

V: En hoe ging het daarna verder tussen [slachtoffer] en haar vader?

A: Ze is daar niet meer geweest.

V: Heeft [slachtoffer] al eens eerder aangegeven dat ze niet zo op haar plek was bij haar vader en

stiefmoeder, of heb je eerder al eens vermoedens gehad dat er iets niet klopte?

A: Het was altijd strijd. Elk weekend. Ze wilde nooit naar papa. Zelfs zo dat hij een keer aan de deur stond en ze boos op de trap zat te schreeuwen dat ze niet mee wilde. Ik heb het altijd gelijmd omdat ik vind dat het haar vader is. Maar er was altijd strijd.

V: Heb jij bij het ophalen van [slachtoffer] van haar vader wel eens iets aan [slachtoffer] gemerkt?

A: Ja soms zat ze al een week van tevoren in de stress dat ze weer naar papa moest. Huilen,

buikpijn. En als ze terugkwam was ze vaak onhandelbaar en was er veel stress. Het was altijd

spannend hoe het ging als ze thuiskwam. Dit is niet van alleen de laatste twee jaar.

De GGD weet hier alles van. [naam 1] was onze contactpersoon van de GGD. Toen dit bovenkwam wat er nu speelt heb ik dit ook meteen gedeeld met de [naam 1]. Die zei: Er was altijd iets wat we niet konden plaatsen. Nu valt de puzzel op zijn plaats. Mijn dochter wilde niet meer naar papa toen ze 11 of 12 was. Mijn dochter kwam rond groep 8 bij mij en ze zei dat [naam 2] zelfmoord wilde plegen. Ongeveer in dezelfde periode vertelde [slachtoffer] dat [naam 2] een vibrator had. Ik vond dat twee hele opvallende dingen.

V: Heb je nadat [slachtoffer] dit verteld heeft je ex man [verdachte] nog gesproken hierover?

A: Ik heb een appje gestuurd naar [verdachte]. Ik moest hem op de hoogte brengen van dit hele

gebeuren. En daarna heeft Veilig thuis contact met hem gehad hierover. Ik heb hem een appje gestuurd op 8 maart 2023. Daarin stond het volgende: Vandaag is de dag dat ik je ga vertellen dat [slachtoffer] niet meer komt de komende tijd. Er zijn ons wat dingen ter ore gekomen over jou, en grensoverschrijdend seksueel gedrag naar [slachtoffer] toe in het verleden. De GGD heeft een melding gedaan bij Veilig Thuis, er loopt een politieonderzoek de komende tijd. Vandaar dat er geen omgang plaats mag vinden. Veilig Thuis belt jou nog om verdere

dingen te bespreken, maar als gezaghebbende ouder ben ik verplicht jou dit te vertellen. Verder heb ik niet meer de behoefte om contact te hebben.

V: Heeft hij hierop gereageerd?

A: Nee.

V: Van de drie situaties die [slachtoffer] heeft verteld, weetje waar dat is gebeurd?

A: Alle drie de situaties in de woning van [verdachte] waar hij nu ook verblijft.

4

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], van 2 juli 2024, pagina’s 33 t/m 36, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven als verklaring van getuige:

V: Wat kun jij vertellen over de dag dat [slachtoffer] haar ouders heeft verteld wat er met haar gebeurd is?A: Ze stuurde me een filmpje. Dat ze aan het huilen was. En dat ze heel gestrest was omdat ze niet wist wat ze moest doen. Ik heb met haar gebeld en samen gehuild en erover gepraat. Toen heeft ze de stap gezet om de brief aan haar ouders te geven.V: Wat heeft ze jou verteld over wat er gebeurd is tussen haar en haar vader?A: Ze heeft gezegd dat ze twee keer is verkracht door haar vader. En dat ze daar was en dat haar vader zich een keer zat af te trekken op de bank.V: Hoe was het met [slachtoffer] toen ze dit vertelde?A: [slachtoffer] was heel emotioneel en gespannen. Radeloos en verdrietig.

5.

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2], van 24 mei 2024, met bijlage, pagina 46 en 47, voor zover inhoudende, als bevinden van verbalisant:

Naar aanleiding van de gedane vordering BOB126nf aan Veilig Thuis Twente (VTT) heb ik op 24 mei 2024 het gespreksverslag van hen ontvangen. In dit gespreksverslag blijkt onder andere dat er op het kantoor bij VTT met verdachte [verdachte] een gesprek heeft plaatsgevonden naar aanleiding van een melding rondom seksueel overschrijdend gedrag van verdachte naar dochter [slachtoffer]. Verdachte geeft onder andere in dit gesprek aan dat hij bij dochter [slachtoffer] te ver is gegaan maar wil er liever niet over praten.

6.

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 3], van 14 juli 2025, met bijlage, pagina’s 37 t/m 43, voor zover inhoudende, als bevindingen van verbalisant:

Het onderzoeksteam ontving ongevraagd omstreeks 12 februari 2025 een mail van de moeder van het slachtoffer, [getuige 1], met in de bijlage een beschikking van de Rechtbank Overijssel over het gezag van beide ouders van het slachtoffer Geleste. In deze beschikking staat onder punt 4.2 dat de vader tijdens de zitting heeft erkend dat er dingen tussen hem en [slachtoffer] hebben plaatsgevonden die beter niet hadden kunnen gebeuren.

[Afbeelding]

[Afbeelding]

[Afbeelding]

[Afbeelding]

[Afbeelding]

[Afbeelding]

7.

Een geschrift als bedoeld in artikel 344, eerste lid, onder 5 Sv, zijnde het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 9 januari 2025 van de rechtbank Overijssel, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:

[Afbeelding]

[Afbeelding]

[Afbeelding]

8.

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 2], van 24 mei 2025, pagina’s 46 t/m 47, voor zover inhoudende, als bevindingen van verbalisant:

In dit gespreksverslag blijkt onder andere dat er op het kantoor bij VTT met verdachte [verdachte] een gesprek heeft plaatsgevonden naar aanleiding van een melding rondom seksueel overschrijdend gedrag van verdachte naar dochter [slachtoffer]. Verdachte geeft onder andere in dit gesprek aan dat hij bij dochter [slachtoffer] te ver is gegaan maar wil er liever niet over praten.08-03-2024: Telefonisch contact met [verdachte] :​​​​​​​Aangegeven dat er een melding ligt vanuit de GGD, over zorgen rondom seksueel overschrijdend gedrag van vader naar dochter [slachtoffer]. [slachtoffer] heeft aangifte gedaan en er volgt een onderzoek vanuit politie. Dat dit ook de reden is dat [slachtoffer] in ieder geval de komende tijd niet meer bij hem komt. Vader begrijpt dit en geeft aan dat hij ook te ver is gegaan bij [slachtoffer]. Er zou 2 keer wat gebeurd zijn en vader heeft zich mee laten slepen. Dit was niet goed. Schaamt zich ook voor wat er gebeurd is. Met [naam 3] zou niks gebeurd zijn, en gaat ook niks gebeuren. Wil hierbij ook graag hulp ontvangen.

20-03-204: Gesprek met [verdachte] op kantoor VTT, samen met collega [naam 4] Samen met collega [naam 4] in gesprek met vader op kantoor: Voor het gesprek begint, legt VTT uit dat er natuurlijk beroepsgeheim is, maar onze gespreksverslagen opgevraagd kunnen worden door de zedenpolitie. Vader begrijpt dit, en zou ook eigenlijk wel graag in gesprek willen met de politie. Hij wil ook graag weten waar hij aan toe is. Vader schaamt zich dat er wat gebeurd is met [slachtoffer] en vraagt zich af hoe het met haar gaat. VTT legt uit dat ze nu hulpverlening krijgt. Vader begrijpt dat ze elkaar nu niet zien en vind dat erg jammer. Maar snapt ook dat het nu niet anders is. Vader is bij haar te ver gegaan, VTT vraagt wat hij daarmee bedoeld. Vader verteld dat hij wel wat heeft gedaan met [slachtoffer]. Maar praat er liever niet over. Vader wil graag hulp bij wat er gebeurd is. Hij geeft aan dat hij het niet weer zou doen bij iemand. Maar snapt ook wel dat het handig is om hulp te krijgen bij preventie. VTT twijfelt even of het handig dit nu in te zetten, of te wachten op het proces van de politie. Mogelijk kan er ook wat uitkomen m.b.t. dwangzorg. Dit begrijpt vader. Hij wacht het af. VTT geeft aan dat wij ook zorgen hebben rondom de andere dochter [naam 3]. We weten nu dat vader deze kant heeft, en [naam 3] ook bijna 10/11 jaar is. Vader verteld dat er met haar nooit wat is gebeurd. Ze zijn ook bijna nooit samen thuis.​​​​​​​

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand