RECHTBANK OVERIJSSEL
Familie- en Jeugdrecht
Locatie Almelo
Zaaknummer: C/08/349227 / FA RK 26-1561 en C/08/349769 / FA RK 26-1721
Datum uitspraak: 8 september 2026
Beschikking kinderalimentatie
in de zaak van
Stadsbank Oost Nederland,
hierna: de bewindvoerder,
gevestigd in Enschede,
bewindvoerder over de onder bewind gestelde goederen van:
[de man] ,
hierna: de man,
wonend op een geheim adres,
advocaat mr. T.J.H. Zwiers uit Hardenberg,
en
[de vrouw] ,
hierna te noemen: de vrouw,
belanghebbende/verweerder in de zaak C/08/349227 / FA RK 26-1561,
wonend op een geheim adres
en
[de jongmeerderjarige] ,
hierna te noemen: de jongmeerderjarige,
belanghebbende/verweerder in de zaak C/08/349769 / FA RK 26-1721,
wonend op een geheim adres.
1. Het verloop van de procedure
De rechtbank neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
het verzoekschrift van de man met bijlage(n), ontvangen op 24 juni 2026;
het op 8 juli 2026 binnengekomen aangepaste verzoekschrift, en
de op 13 juli 2026 binnengekomen aanvullende bescheiden.
De vrouw en de jongmeerderjarige hebben geen verweerschrift ingediend binnen de termijn die daarvoor staat.
Een zitting heeft niet plaatsgevonden.
2. Wat vaststaat
Partijen hebben met elkaar een relatie gehad.
Het minderjarige kind van partijen is [minderjarige] (verder te noemen: [minderjarige]) geboren op [geboortedatum 1] 2010 in [geboorteplaats]. Het kind woont bij de vrouw. De man heeft [minderjarige] erkend.
De jongmeerderjarige is ook een kind van de man en de vrouw. De jongmeerderjarige is geboren op [geboortedatum 2] 2007.
Deze rechtbank heeft bij beschikking van 30 augustus 2021 beslist dat de man vanaf 30 augustus 2021 een bedrag van € 250,- per kind per maand aan kinderalimentatie aan de vrouw moet betalen. Deze bijdrage gaat op grond van artikel 1:395b Burgerlijk Wetboek (BW) per datum meerderjarigheid, te weten 30 oktober 2025, van rechtswege over op de jongmeerderjarige.
Bij beschikking van de kantonrechter van deze rechtbank van 25 april 2025 is wegens verkwisting of het hebben van problematische schulden van de man een bewind ingesteld over alle goederen die (zullen) toebehoren aan de man met benoeming van Stadsbank Oost Nederland te Enschede tot bewindvoerder.
3. De beoordeling
Formele procespartij
De goederen die aan de man (zullen) toebehoren zijn onder bewind gesteld.
Blijkens artikel 1:441 Burgerlijk Wetboek (BW) vertegenwoordigt de bewindvoerder bij de vervulling van zijn taak de rechthebbende in en buiten rechte. Dit betekent dat de bewindvoerder in zaken die het onder bewind gestelde vermogen betreffen, als formele procespartij wordt aangemerkt.
De rechtbank zal Stadsbank Oost Nederland als formele procespartij van de man in deze zaak aanmerken.
De ontvankelijkheid
Nu de man onweersproken stelt dat sprake is van een wijziging van omstandigheden die een hernieuwd onderzoek naar de behoefte en de draagkracht noodzakelijk en gerechtvaardigd maakt, kan de man in zijn verzoek worden ontvangen.
Kinderalimentatie
De man verzoekt de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding voor [minderjarige] c.q. vanaf 30 oktober 2025 de bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie voor de jongmeerderjarige te wijzigen door deze op nihil te stellen vanaf 30 augustus 2021. De vrouw en de jongmeerderjarige voeren geen verweer.
Gelet op het feit dat de man een Participatiewet-uitkering heeft en (zijn goederen) onder bewind staan, gaat de rechtbank ervan uit dat hij zolang het bewind duurt geen draagkracht heeft. Gesteld noch gebleken is dat dit uitgangspunt in dit geval niet van toepassing is. Het verzoek wordt als volgt toegewezen: de kinderalimentatie wordt voor de duur van het bewind op nihil gesteld. Dat betekent dat zodra het bewind wordt opgeheven de beschikking van 30 augustus 2021 (zie 2.4) en de op grond daarvan geldende kinderalimentatie inclusief wettelijke verhogingen (artikel 1:402a BW) vanaf dat moment verschuldigd is. Uit het verzoekschrift volgt niet dat dit onredelijk is.
Uitvoerbaar bij voorraad
De man verzoekt de rechtbank de beschikking voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Dat betekent dat deze blijft gelden, ook als iemand het er niet mee eens is en in hoger beroep gaat. De rechtbank wijst het verzoek toe.
4. De beslissing
De rechtbank:
Inzake C/08/349227 / FA RK 26-1561:
wijzigt de door de man aan de vrouw te betalen kinderalimentatie, zoals die is vastgesteld in de beschikking van deze rechtbank van 30 augustus 2021, als volgt:
bepaalt de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding voor [minderjarige] vanaf heden tot de dag dat de onderbewindstelling eindigt op nihil;
stelt de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding voor [minderjarige] voor de periode vanaf 30 augustus 2021 tot heden vast op hetgeen is betaald of verhaald;
stelt de bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding voor de jongmeerderjarige voor de periode vanaf 30 augustus 2021 tot 30 oktober 2025 vast op hetgeen is betaald of verhaald;
Inzake C/08/349769 / FA RK 26-1721:
wijzigt de door de man aan de jongmeerderjarige te betalen kinderalimentatie, zoals die is vastgesteld in de beschikking van deze rechtbank van 30 augustus 2021, als volgt:
bepaalt de bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie voor de jongmeerderjarige vanaf heden tot de dag dat de onderbewindstelling eindigt op nihil;
stelt de bijdrage in de kosten van levensonderhoud en studie voor de jongmeerderjarige voor de periode vanaf 30 oktober 2025 tot heden vast op het hetgeen is betaald of verhaald;
In beide zaken:
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.B. de Groot, (kinder)rechter en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier op 8 september 2026.
Tegen de eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
- degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.