ECLI:NL:RBOVE:2026:5475

ECLI:NL:RBOVE:2026:5475

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 08-09-2026
Datum publicatie 10-09-2026
Zaaknummer 08.048532.26 (P)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt een 40-jarige man tot een gevangenisstraf van 18 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren voor het verkrachten en seksueel corrumperen van een twaalfjarig meisje. De rechtbank heeft bij de strafoplegging acht geslagen op de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte en de noodzaak op behandeling.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 08.048532.26 (P)

Datum vonnis: 8 september 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1986 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] ,

nu verblijvende in de P.I. [verblijfsplaats] .

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 11 augustus 2026 en 25 augustus 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. C.A. Boeve, advocaat in Zwolle, naar voren is gebracht.

Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van wat namens de benadeelde partij [slachtoffer] door mr. M.J. Ellenbroek is aangevoerd.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er na wijziging van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van 11 augustus 2026, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: zich schuldig heeft gemaakt aan een gekwalificeerde verkrachting van de twaalfjarige [slachtoffer] in de periode van 14 februari 2026 tot en met 15

februari 2026 in Zwolle en/of Raalte;

feit 2: zich schuldig heeft gemaakt aan het versturen van indringende seksuele berichten aan diezelfde twaalfjarige [slachtoffer] en een ontmoeting heeft geïnitieerd met seksuele doeleinden in de periode van 1 februari 2026 tot en met 15 februari 2026 in Zwolle en/of Raalte.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

feit 1 hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 februari 2026 tot en met 15 februari 2026 te Zwolle en/of Raalte, althans in Nederland, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] , een of meer seksuele handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het (meermalen) seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten - het brengen en/of het heen en weer bewegen van zijn penis en/of een of meer vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] en/of - het betasten van de borsten en/of de vulva van die [slachtoffer] en/of - het die [slachtoffer] laten betasten van zijn penis en/of - het (tong)zoenen van die [slachtoffer] , en welke verkrachting werd voorafgaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging,

door - zich voor te doen als 16-jarige en/of 22-jarige jongen en/of - die [slachtoffer] op te halen met zijn, verdachtes, auto en/of (vervolgens) naar een afgelegen plek te rijden en/of - de kleding van die [slachtoffer] uit te trekken en/of - misbruik te maken van zijn fysieke en/of psychisch overwicht ten opzichte van die [slachtoffer] , bestaande dat overwicht uit het aanzienlijke leeftijdsverschil en/of de (hieruit voortvloeiende) kwetsbaarheid van die [slachtoffer] ; feit 2 hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 februari 2026 tot en met 15 februari 2026 te Zwolle en/of Raalte, althans in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer] indringend mondeling en/of schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren en/of een ontmoeting heeft voorgesteld voor seksuele doeleinden en enige handeling heeft ondernomen tot het verwezenlijken van die ontmoeting, door - via social media (Snapchat en/of WhatsApp) contact te zoeken met die [slachtoffer] en/of tegen die [slachtoffer] te zeggen dat hij, verdachte, 16 jaar oud is en/of - die [slachtoffer] naaktfoto’s aan hem, verdachte, te laten versturen en/of - (onder meer) aan die [slachtoffer] te sturen: “maar laat je tieten es ff zien liefje” en/of “doe jij puntje van tandenborstel in je spleet?” en/of “Wil jij mijn Valentijn zijn bosje roosjes voor je” en/of Maar jij lijkt ouder dan 12 en je komt ook volwassen over dus ik vind jou goed en leuk. Ook al was je 10 of 30 gaat om hoe je bent mijn ex was 28” en/of “Maar met hoeveel jongens heb je echt seks gehad? En hoe oud was de oudste en de jongste? Ik 3 meisjes gehad oudste was 28 jongste 11” en/of “nu naakt liefje, Ga ik je vanavond en morgen verwennen massage kusjes likjes zoentjes plasser likken bij je” en/of “Kwam je toen klaar? Vond je dat lekker? En waar deed je dat? maar mag ik jou plasser likken?” en/of “Wil je keertje afspreken en dan verkering en seksen” en/of “heb jij piemel in jou kont gedaan?” en/of “Maar maak nou tieten helemaal naakt pls dan vertrouw ik je” en/of “Maar maak es filmpje van je lichaam pls, dat alles zie zo kan ik je zeker vertrouwen dat je komt” en/of “Wordt jij wel nat beneden of ben je droog daar? Als we t doen?”, althans woorden van gelijke seksuele aard en/of strekking en/of - met die [slachtoffer] te overleggen en/of af te spreken waar hij, verdachte, die [slachtoffer] moet ophalen en/of het adres van die [slachtoffer] te vragen en/of te vragen of die [slachtoffer] naar de [adres 3] kan komen en/of een foto van een locatie en/of straatnaam (te weten: [adres 4] ) naar die [slachtoffer] te sturen en/of een foto van een personenauto naar die [slachtoffer] te sturen en/of met die [slachtoffer] te bespreken wat die [slachtoffer] tegen haar ouders gaat vertellen en/of tegen die [slachtoffer] te zeggen dat hij haar 's ochtends terugbrengt en/of die [slachtoffer] met de auto op te halen.

3. De bewijsmotivering

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden verklaard.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van feit 1 vrijspraak bepleit van het onderdeel dwang. Voor het overige refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

Inleiding

Verdachte, een 39-jarige man, en de twaalfjarige [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) kwamen begin februari 2026 via Snapchat in contact met elkaar. Verdachte deed zich in die chats voor als een zestienjarige jongen en later als tweeëntwintigjarige jongeman. Verdachte stuurde seksueel getinte berichten naar [slachtoffer] , drong aan op het sturen van naaktfoto’s door haar en initieerde een afspraak om elkaar te ontmoeten en seks te hebben. In de avond van 14 februari 2026 is [slachtoffer] van huis weggelopen en hebben verdachte en zij met elkaar afgesproken. Verdachte is met [slachtoffer] naar een afgelegen plek gereden. In de auto vonden meerdere seksuele handelingen plaats tussen verdachte en [slachtoffer] , waaronder het binnendringen van het lichaam van [slachtoffer] .

Verdachte heeft bekend seksuele handelingen te hebben gepleegd met [slachtoffer] .

De bewijsmiddelen

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten, zoals onder de bewezenverklaring onder 3.4 geduid, uitgezonderd de dwang zoals in feit 1 vermeld, op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin, Sv, zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

feit 1

het proces-verbaal van de zitting van 11 augustus 2026, voor zover inhoudende de (bekennende) verklaring van verdachte;

het proces-verbaal aangifte door [aangever] van 16 februari 2026, pagina 3 tot en met 7;

het proces-verbaal studioverhoor [slachtoffer] van 24 februari 2026, pagina 13 tot en met 32;

het proces-verbaal van bevindingen met nummer 2026074619-7 met bijlagen van 15 februari 2026, pagina 61 tot en met 76;

een schriftelijk bescheid, inhoudende het NFI-rapport van 2 maart 2026 met aanvullend rapport van 27 maart 2026.

feit 2

het proces-verbaal van de zitting van 11 augustus 2026, voor zover inhoudende de (bekennende) verklaring van verdachte;

het proces-verbaal van bevindingen met nummer 2026074619-5 met bijlagen van 15 februari 2026, pagina 33 tot en met 60.

Partiële vrijspraak feit 1

Verdachte wordt verweten dat sprake is geweest van dwang, doordat hij gebruik zou hebben gemaakt van zijn fysieke/psychische overwicht, gelet op het aanzienlijke leeftijdsverschil en de kwetsbaarheid van [slachtoffer] . Verdachte ontkent dat hij dwang heeft uitgeoefend.

De rechtbank acht de ten laste gelegde dwang niet bewezen. Weliswaar is sprake van een fors leeftijdsverschil, waarbij [slachtoffer] een kwetsbaar meisje is van slechts twaalf jaar, en heeft verdachte zich eerst als tiener en daarna als jonge man voorgedaan. De rechtbank acht dit echter in dit geval, gelet op alle omstandigheden in deze zaak, niet voldoende om dwang aan te nemen.

De rechtbank heeft daarbij in het bijzonder gelet op persoonskenmerken van verdachte, zoals deze in de pro Justitia rapportages staan vermeld, de audio-opnames van gesprekken tussen verdachte en [slachtoffer] in de auto die avond en de tussen hen gevoerde chatgesprekken. Uit de rapportages volgt dat verdachte een man is die functioneert op de sociaal-emotionele leeftijd van een kind en dat hij ook handelt op dat niveau. Hij was ten tijde van het tenlastegelegde ontregeld, beïnvloedbaar en niet goed in staat sociale druk te weerstaan. In de gesprekken in de auto en in de chatberichten is niet gebleken van misbruik van de kwetsbare positie van [slachtoffer] door verdachte. Evenmin is gebleken dat het feit dat [slachtoffer] bij verdachte in de auto is gestapt, en zij vervolgens naar een afgelegen plek zijn gereden, op initiatief of aandringen van verdachte heeft plaats gevonden. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van de onder 1 ten laste gelegde dwang.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

feit 1 hij in de periode van 14 februari 2026 tot en met 15 februari 2026 in Nederland, met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] , meer seksuele handelingen die mede bestonden uit het (meermalen) seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten- het brengen en het heen en weer bewegen van zijn penis en een of meer vinger(s) in de vagina en tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] en- het betasten van de borsten en de vulva van die [slachtoffer] en- het die [slachtoffer] laten betasten van zijn penis; feit 2hij op tijdstippen in de periode van 1 februari 2026 tot en met 15 februari 2026 in Nederland, een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer] indringend schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren en een ontmoeting heeft voorgesteld voor seksuele doeleinden en enige handeling heeft ondernomen tot het verwezenlijken van die ontmoeting,door- via social media (Snapchat) contact te zoeken met die [slachtoffer] en tegen die [slachtoffer] te zeggen dat hij, verdachte, 16 jaar oud is en - die [slachtoffer] naaktfoto’s aan hem, verdachte, te laten versturen en - (onder meer) aan die [slachtoffer] te sturen: “maar laat je tieten es ff zien liefje” en “doe jij puntje van tandenborstel in je spleet?” en “Wil jij mijn Valentijn zijn bosje roosjes voor je” en “Maar jij lijkt ouder dan 12 en je komt ook volwassen over dus ik vind jou goed en leuk. Ook al was je 10 of 30 gaat om hoe je bent mijn ex was 28” en “Maar met hoeveel jongens heb je echt seks gehad? En hoe oud was de oudste en de jongste? Ik 3 meisjes gehad oudste was 28 jongste 11” en “nu naakt liefje, Ga ik je vanavond en morgen verwennen massage kusjes likjes zoentjes plasser likken bij je” en “Kwam je toen klaar? Vond je dat lekker? En waar deed je dat? maar mag ik jou plasser likken?” en “Wil je keertje afspreken en dan verkering en seksen” en “heb jij piemel in jou kont gedaan?” en “Maar maak nou tieten helemaal naakt pls dan vertrouw ik je” en “Maar maak es filmpje van je lichaam pls, dat alles zie zo kan ik je zeker vertrouwen dat je komt” en “Wordt jij wel nat beneden of ben je droog daar? Als we t doen?” - met die [slachtoffer] te overleggen en af te spreken waar hij, verdachte, die [slachtoffer] moet ophalen en het adres van die [slachtoffer] te vragen en te vragen of die [slachtoffer] naar de [adres 3] kan komen en een foto van een straatnaam (te weten: [adres 4] ) naar die [slachtoffer] te sturen en een foto van een personenauto naar die [slachtoffer] te sturen en met die [slachtoffer] te bespreken wat die [slachtoffer] tegen haar ouders gaat vertellen en tegen die [slachtoffer] te zeggen dat hij haar 's ochtends terugbrengt en die [slachtoffer] met de auto op te halen.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

4. De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 248 en 251 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezen verklaarde levert op:

feit 1

het misdrijf: verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren;

feit 2

het misdrijf: een kind beneden de leeftijd van zestien jaren indringend schriftelijk seksueel benaderen op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezen verklaarde feiten.

6. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte een gevangenisstraf op te leggen van 36 maanden waarvan 18 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaren, en om aan het voorwaardelijk strafdeel de door reclassering geformuleerde algemene en bijzondere voorwaarden te verbinden. Daarnaast vordert de officier van justitie de oplegging van een gedragsbeïnvloedende maatregel ingevolge artikel 38z Sr.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt aan verdachte een deels voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, waarbij het onvoorwaardelijke gedeelte (nagenoeg) gelijk is aan de reeds ondergane tijd in voorarrest. Aan het voorwaardelijke strafdeel verzoekt de verdediging de door de reclassering geformuleerde voorwaarden te verbinden met een proeftijd van drie jaren. De verdediging verzoekt de rechtbank rekening te houden met de opnameplek bij [locatie] voor een klinische behandeling en geen gedragsbeïnvloedende maatregel op te leggen.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte, zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

Aard en ernst van het feit

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van de twaalfjarige [slachtoffer] en het seksueel corrumperen van [slachtoffer] . Hij heeft haar in de buurt van haar woning opgehaald en is met haar naar een afgelegen plek gereden. In de auto hebben verschillende seksuele handelingen plaatsgevonden tussen verdachte en [slachtoffer] .

Van minderjarigen wordt uitgegaan dat ze in het algemeen niet of onvoldoende in staat zijn hun seksuele integriteit te bewaken. Zij verdienen bescherming. [slachtoffer] was niet alleen een twaalfjarig jarig meisje, maar ook een meisje dat kwetsbaar is. Zij bevond zich nog in haar kindertijd, en was aan het begin van haar lichamelijke en seksuele ontwikkeling. Verdachte heeft desondanks met zijn handelen op grove wijze inbreuk gemaakt op haar lichamelijke en psychische integriteit. Dat verdachte seksuele handelingen met haar heeft verricht wetende dat ze erg jong is, neemt de rechtbank verdachte kwalijk.

De gevolgen van het handelen van verdachte zijn groot. Dat dit soort feiten tot psychische schade kan leiden en dat slachtoffers langdurig de gevolgen (kunnen) meedragen, is algemeen bekend. Dat hiervan ook sprake is bij de [slachtoffer] blijkt uit de toelichting bij de gevorderde schadevergoeding.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van verdachte van 21 mei 2026 waaruit blijkt dat hij niet eerder voor strafbare feiten is veroordeeld.

Daarnaast heeft de rechtbank kennisgenomen van de pro Justitia rapportages van psychiater C.J.F. Kemperman van 2 juni 2026 en psycholoog N. Märker van 5 juni 2026.

De deskundigen stellen vast dat verdachte een kwetsbare man is met een achterstand in de sociaal-emotionele ontwikkeling waarbij onder meer sprake is van magisch denken, angsten en het zien van beelden. Verder is er ook sprake van ASS en PTSS. Verdachte heeft hierdoor een beperkte draagkracht en raakt ontregeld van stress en overvraging. Ten tijde van de ten laste gelegde feiten verkeerde verdachte in een ernstige stressgerelateerde psychische ontregeling, waarbij het realiteitsbesef en de zelfcontrole was verminderd. Hij was hierdoor niet in staat de situatie en de mogelijke gevolgen van zijn handelen te overzien. De deskundigen adviseren om de feiten in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen.

De rechtbank neemt dit advies over. Zowel de psychiater als de psycholoog schatten het risico op herhaling in als laag tot matig, maar zij zien wel de verhoogde kwetsbaarheid en de onderliggende problematiek als risicofactoren. Zij achten een klinische behandeling noodzakelijk, zodat met voldoende tijd en intensiteit gewerkt kan worden aan de complexe problematiek om een gedragsverandering mogelijk te maken. Verder achten zij het van belang dat verdachte daarna langdurig ambulante begeleiding ontvangt op diverse leefgebieden, omdat het voor hem moeilijk is zichzelf zelfstandig staande te houden.

Strafoplegging

De rechtbank is van oordeel dat feiten als de onderhavige in beginsel het opleggen van een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen. Nu de rechtbank verdachte vrijspreekt van het onderdeel dwang, acht zij een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist passend en geboden. De rechtbank zal gelet op hetgeen hiervoor is overwogen bovendien de gevangenisstraf voor een deel voorwaardelijk opleggen, ook gelet op de noodzaak van behandeling.

De rechtbank acht een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden waarvan negen maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren passend en geboden. De rechtbank zal hieraan de algemene en bijzondere voorwaarden verbinden zoals door de reclassering geadviseerd. De rechtbank ziet geen noodzaak tot oplegging van een gedragsbeïnvloedende maatregel als bedoeld in artikel 38z Sr.

7. De schade van benadeelde

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich, middels haar moeder als haar wettelijk vertegenwoordiger, als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 8.339,81 (achtduizend driehonderdnegenendertig euro en eenentachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- reiskosten € 476,59;

- kosten huis Ede in verband met crisisopname € 279,42;

- kleding € 50,00;

- opvragen medische informatie € 33,80.

Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 7.500,00 gevorderd.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vordering voldoende concreet en onderbouwd is en derhalve volledig toegewezen kan worden.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman stelt zich op het standpunt dat de vordering correct is onderbouwd. Verdachte is bereid het gevorderde bedrag te voldoen.

Het oordeel van de rechtbank

Materiële schade

Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door de bewezen verklaarde feiten. De vordering tot vergoeding van de materiële schade is voorts voldoende onderbouwd en namens verdachte niet betwist. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.

Immateriële schade

Ten aanzien van de immateriële schade stelt de rechtbank vast dat vergoeding van immateriële schade op grond van artikel 6:106, sub b, van het Burgerlijk Wetboek mogelijk is als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.

Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. In uitzonderlijke situaties, waarvan in deze zaak sprake is, kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.

De rechtbank is van oordeel dat de gevraagde vergoeding billijk is en wijst de vordering tot vergoeding van de immateriële schade daarom geheel toe.

De wettelijke rente

De rechtbank zal de toegewezen schadebedragen vermeerderen met de verschuldigde wettelijke rente. Voor de immateriële schadevergoeding wordt de wettelijke rente toegewezen vanaf het moment waarop het strafbare feit is gepleegd, te weten 15 februari 2026. Voor de materiële schadevergoeding wordt de wettelijke rente toegewezen vanaf de data waarop de schade door de benadeelde partij is geleden.

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.

Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met 66 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

8. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c en 57 Sr.

9. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1

het misdrijf: verkrachting in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaren;

feit 2

het misdrijf: een kind beneden de leeftijd van zestien jaren indringend schriftelijk seksueel benaderen op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren.

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2 bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 (achttien) maanden;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 9 (negen) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

De rechter kan de tenuitvoerlegging ook gelasten indien verdachte gedurende de

proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende bijzondere voorwaarden niet is nagekomen:

- stelt als bijzondere voorwaarden dat verdachte:

- zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;

- zich tijdens de proeftijd laat opnemen in en behandelen door [locatie] of een soortgelijke zorginstelling, te bepalen door de voor plaatsing verantwoordelijke instantie. De opname start zo spoedig mogelijk nadat de proeftijd is gestart en zodra de plaatsing mogelijk is. De zorginstelling bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op psychische problematiek, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, seksueel grensoverschrijdend gedrag en/of andere problematiek. Verdachte houdt zich aan de huisregels en aanwijzingen van de zorginstelling en de behandelaren. Als de reclassering een overgang naar ambulante zorg of verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang nodig vindt, werkt verdachte mee aan de indicatiestelling en plaatsing;

- zich gedurende de proeftijd, na de klinische behandeling, ambulant laat behandelen door een zorgverlener, te bepalen door de kliniek in overleg met de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De behandeling start na de klinische opname. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op de psychische problematiek, cognitieve vaardigheden, sociale vaardigheden, seksueel grensoverschrijdend gedrag;

- gedurende de proeftijd geen contact zal opnemen, zoeken of hebben -in welke vorm dan ook, ook niet via derden- met de aangeefster, tenzij dit contact plaatsvindt met uitdrukkelijke toestemming van de reclassering en daarbij de aanwijzingen van de reclassering worden opgevolgd. Sociale media zijn hierbij inbegrepen (geen contact via Facebook, Snapchat, WhatsApp of andere online platforms). De politie ziet toe op handhaving van dit contactverbod;

- zich gedurende de proeftijd niet bevindt in een straal van 500 meter om de straat van [slachtoffer] : de [adres 2] ;

- werkt, na het afronden van de klinische behandeling, mee met de ambulante begeleiding door een instantie gericht op LVB, en/of de begeleiding van wijkcoach, te bepalen door de reclassering. De begeleiding duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de begeleiding.

- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

Schadevergoeding [slachtoffer]

- wijst de vordering van de benadeelde partij geheel toe met een bedrag van € 8.339,81 (zegge: achtduizend driehonderdnegenendertig euro en eenentachtig eurocent) (bestaande uit € 839,81 materiële schade en € 7.500, - immateriële schade);

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van een bedrag van € 8.339,81 (te vermeerderen met de wettelijke rente over € 50,00 vanaf

15 februari 2026; over € 476,59 vanaf 15 juli 2026; over €279,42 vanaf 21 februari 2026; over 33,80 vanaf 7 augustus 2026 en over € 7.500,00 vanaf 15 februari 2026);

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging vajun dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van de bewezen verklaarde feiten tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 8.339,81 (zegge: achtduizend driehonderdnegenendertig euro en eenentachtig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente over € 50,00 vanaf 15 februari 2026; over € 476,59 vanaf 15 juli 2026; over €279,42 vanaf 21 februari 2026; over 33,80 vanaf 7 augustus 2026 en over

€ 7.500, - vanaf 15 februari 2026 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 66 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.S. Metgod, voorzitter, mr. A. van Holten en mr. S.H. Peper, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A.N. Sjerps, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 8 september 2026.

Buiten staat

mr. S.H. Peper is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. A.S. Metgod
  • mr. A. van Holten
  • mr. S.H. Peper

Griffier

  • mr. E.A.N. Sjerps

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand