ECLI:NL:RBOVE:2026:5479

ECLI:NL:RBOVE:2026:5479

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 10-09-2026
Datum publicatie 10-09-2026
Zaaknummer 08-044355-26 (P)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt een 34-jarige man tot een taakstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden. Daarnaast krijgt de verdachte een contactverbod met het slachtoffer en moet hij een schadevergoeding van € 1.000,00 betalen. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan aanranding van een 15-jarige meisje.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08-044355-26 (P)

Datum vonnis: 10 september 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1992 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] .

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 27 augustus 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. G.J. van Oosten, advocaat in Amsterdam, naar voren is gebracht.

Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van de door [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) voorgedragen slachtofferverklaring en van wat namens haar door [aangever] is aangevoerd.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte [slachtoffer] , die toen nog geen zestien jaar was, heeft aangerand.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

hij in of omstreeks de nacht van 18 op 19 oktober 2024 te Den Ham, gemeente Twenterand (telkens) met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten dat hij, verdachte,

- een arm om haar middel heeft geslagen,

- over haar buik heeft gewreven,

- zijn hand achter haar broek en/of tegen haar onderbroek (string) en/of tegen haar lies heeft gebracht en/of

- haar borst(en), bil(len) en/of heup heeft aangeraakt en/of betast.

3. De bewijsvraag

Inleiding

Verdachte was lid van [vereniging] in [plaats] . Binnen de vereniging was hij gedurende lange tijd leider van een groep jongeren, waaronder de 15-jarige [slachtoffer] .

In de nacht van 18 op 19 oktober 2024 vond in [plaats] een zogenoemde “Jota-Joti” plaats, waarbij leden gedurende de avond en nacht konden gamen. Zowel verdachte als [slachtoffer] waren hierbij aanwezig. Verdachte is die nacht op enig moment naast [slachtoffer] op een slaapmat gaan liggen. Verdachte heeft [slachtoffer] vervolgens ongewenst betast.

Verdachte erkent dat hij een arm om [slachtoffer] haar middel/heup heeft geslagen. Hij ontkent de overige ten laste gelegde (seksuele) handelingen te hebben verricht.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard, omdat de aangifte betrouwbaar is en voldoende steun vindt in de getuigenverklaringen van [getuige 2] en [getuige 1] .

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit verdachte vrij te spreken van het ten laste gelegde nu de onder gedachtestreepjes één en twee beschreven handelingen niet als seksuele handelingen kunnen worden aangemerkt en het dossier onvoldoende bewijs bevat voor de overige ten laste gelegde seksuele handelingen.

Het oordeel van de rechtbank

De verklaring van [slachtoffer] en de betrouwbaarheid daarvan

[slachtoffer] heeft bij de politie verklaard dat zij die nacht op enig moment alleen met verdachte in een ruimte was en dat verdachte toen naast haar op de slaapmat is komen liggen. Verdachte sloeg vervolgens een arm om haar heen, waarbij zijn arm over haar buik lag. Daarna ging hij met zijn hand in haar pyjamabroek en raakte hij haar over haar string heen aan. Zij voelde zijn hand ook bij haar lies. [slachtoffer] draaide zich daarop van verdachte weg, waardoor zijn hand uit haar broek ging. Daarna pakte verdachte [slachtoffer] stevig vast en raakte en betastte hij haar borsten. Ook pakte verdachte haar met een hand bij haar billen vast en kietelde hij haar met zijn andere hand over haar billen.

De rechtbank acht de verklaring van [slachtoffer] authentiek. Haar afgelegde verklaring tijdens het studioverhoor komt op essentiële onderdelen overeen met de informatie die zij tijdens haar eerste contact met de politie heeft gegeven. Zij heeft consistent en gedetailleerd verklaard over de handelingen die verdachte bij haar verrichtte en de omstandigheden waaronder deze plaatsvonden. Ook heeft zij de handelingen steeds in dezelfde volgorde beschreven. Zo verklaarde [slachtoffer] dat zij op haar rug lag toen verdachte naast haar kwam liggen, dat hij eerst met zijn hand in haar broekje ging, maar niet in haar onderbroek, en dat hij vervolgens haar borsten en billen over haar kleding heen betastte. Zij verklaarde bovendien dat zijn hand bij het terugtrekken deels achter haar broekje bleef haken. Ook over het moment daarna heeft [slachtoffer] uitgebreid en gedetailleerd verklaard. Zij heeft verklaard dat zij naar het toilet ging om zich voor verdachte te verstoppen en dat verdachte haar volgde en naar haar riep: “zit jij nou met je blote kutje op de wc” en “zal ik anders even over het muurtje heenkomen”. Deze verklaring vindt bevestiging in onder meer de verklaring van verdachte zelf. Verdachte heeft ter zitting immers verklaard dat hij, toen [slachtoffer] op het toilet zat, iets seksueels naar haar heeft geroepen, mogelijk in de trant van “poesje”.

De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, de verklaring van [slachtoffer] geloofwaardig, betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs.

Steunbewijs

De verklaring van [slachtoffer] vormt het uitgangspunt van de bewijsvoering. Het bewijs dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan kan echter niet uitsluitend worden aangenomen op basis van de verklaring van één getuige, in dit geval [slachtoffer] . De rechtbank moet daarom beoordelen of de verklaring van [slachtoffer] voldoende steun vindt in andere bewijsmiddelen. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend, gelet op het volgende.

De rechtbank stelt vast dat [slachtoffer] direct na wat er volgens haar door verdachte was gedaan, hevig geëmotioneerd was en tegen verschillende personen heeft gezegd dat zij door verdachte was aangeraakt op plekken waar ze dat niet wilde. [getuige 1] en [getuige 2] hebben bij de politie verklaard over de emoties die zij bij [slachtoffer] hebben waargenomen direct of kort na het delict. [getuige 1] heeft verklaard dat hij merkte dat toen [slachtoffer] zich die nacht op het toilet bevond zij zich niet op haar gemak voelde en wilde dat verdachte wegging. [slachtoffer] klonk erg oncomfortabel en was zich actief aan het verstoppen op het toilet. [slachtoffer] maakte op dat moment een gestreste indruk op hem. Later vertelde [slachtoffer] hem dat zij zich op het toilet voor verdachte verstopte, omdat zij kort daarvoor door hem ongewenst was aangeraakt. [getuige 2] heeft verklaard dat [slachtoffer] hem die nacht in paniek berichten stuurde. Zij was bang dat verdachte verder aan haar zou zitten en in haar broekje zou gaan. Vlak daarna aan de telefoon vertelde ze hem dat verdachte onder meer aan haar borsten en andere plaatsen op haar lichaam had gezeten en dat zij daarop naar het toilet was gevlucht. Verdachte ging haar achterna en riep of zij nog in haar blote poesje zat en of hij over het hokje of de muur moest klimmen. [getuige 2] heeft verklaard dat [slachtoffer] tijdens dit gesprek gestrest en geschrokken op hem overkwam.

Als seksueel te kwalificeren handelingen

Anders dan de verdediging, acht de rechtbank de onder gedachtestreepjes één en twee beschreven handelingen als seksuele handelingen aan te merken. De rechtbank overweegt daarover het volgende.

Verdachte heeft verklaard dat er die avond/nacht tussen hem en [slachtoffer] een flirterige sfeer hing. Vervolgens is hij, terwijl hij alleen met haar in een ruimte was en zij daar in haar pyjama op een slaapmat lag, naast haar gaan liggen. Hij sloeg een arm om haar heen en raakte haar buik en heup aan. Daarna vonden de overige hiervoor beschreven handelingen plaats. Nadat [slachtoffer] van de situatie was weggelopen en naar het toilet was gegaan, is verdachte haar gevolgd en heeft hij een seksueel getinte opmerking naar haar gemaakt. Gelet op de aard en context van deze gedragingen – die in onderlinge samenhang moeten worden bezien - is de rechtbank van oordeel dat de aanrakingen, naar hun uiterlijke verschijningsvorm, niet anders kunnen worden aangemerkt dan als handelingen bestaande uit op een seksuele beleving gerichte aanrakingen van lichaamsdelen van [slachtoffer] . De rechtbank acht de handelingen dan ook seksueel van aard en verwerpt om die reden het verweer van de verdediging.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

hij in de nacht van 18 op 19 oktober 2024 te Den Ham, gemeente Twenterand (telkens) met een kind in de leeftijd van twaalf tot zestien jaren, te weten [slachtoffer] seksuele handelingen heeft verricht, te weten dat hij, verdachte,

- een arm om haar middel heeft geslagen,

- over haar buik heeft gewreven,

- zijn hand achter haar broek en tegen haar onderbroek (string) en tegen haar lies heeft gebracht en

- haar borsten, billen en heup heeft aangeraakt en/of betast.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 247 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: aanranding in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaar.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezenverklaarde feit.

6. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur zes maanden waarvan drie maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Aan het voorwaardelijk deel dient een contactverbod met [slachtoffer] als bijzondere voorwaarde te worden gekoppeld.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft bepleit om bij een bewezenverklaring primair toepassing te geven aan het bepaalde in artikel 9a Sr en subsidiair een geheel voorwaardelijke (taak)straf op te leggen.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

Aard en ernst van het gepleegde feit

Verdachte, destijds 32 jaar oud, heeft zich schuldig gemaakt aan aanranding van de toen

15-jarige [slachtoffer] . Dit vond plaats tijdens een evenement van de scouting, waar verdachte tot kort daarvoor verantwoordelijk was voor een groep jongeren waarvan [slachtoffer] deel uitmaakte. Verdachte heeft die nacht [slachtoffer] ongewenst aangeraakt en daarmee haar seksuele grenzen overschreden. [slachtoffer] mocht er juist bij verdachte, die zij kende als haar (voormalig) groepsleider en die als volwassene verantwoordelijkheid droeg voor haar veiligheid die avond, op vertrouwen dat haar grenzen zouden worden gerespecteerd. Verdachte heeft dit vertrouwen en het gevoel van veiligheid dat [slachtoffer] bij hem mocht hebben, ernstig beschaamd.

Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dit soort delicten daarvan langdurig de nadelige gevolgen kunnen ondervinden. Dit geldt in het bijzonder wanneer de dader iemand is in wie het slachtgoffer juist vertrouwen stelde. Dat het feit nog steeds ingrijpende gevolgen heeft voor [slachtoffer] , leidt de rechtbank af uit de vordering en de toelichting daarop en uit haar slachtofferverklaring ter zitting. [slachtoffer] heeft verklaard dat zij nog dagelijks wordt geconfronteerd met de gevolgen van wat haar die nacht is overkomen. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft gekeken naar het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte (het strafblad) van 8 juni 2026. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

De reclassering heeft op 21 augustus 2026 een rapport over verdachte opgemaakt. Hieruit volgt dat bij verdachte op alle leefgebieden beschermende factoren aanwezig zijn. Hij heeft een eigen woning, een vaste baan en een relatie. Als gevolg van de verdenking is zijn lidmaatschap beëindigd en is hij niet meer welkom bij Scouting Nederland, waar hij ruim twintig jaar als lid, groepsleider en vrijwilliger actief is geweest. Hoewel hij erkent dat zijn gedrag grensoverschrijdend is geweest, ervaart hij het einde van zijn lidmaatschap bij de scouting als een groot gemis. De reclassering schat het risico op recidive in als laag en adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden. Toezicht of interventies worden niet noodzakelijk geacht.

Op te leggen straf

De rechtbank houdt bij de strafoplegging rekening met de aard en ernst van het feit, in het bijzonder de positie van verdachte ten opzichte van [slachtoffer] (volwassene en groepsleider tegenover een minderjarige) en de ingrijpende gevolgen van het feit voor [slachtoffer] .

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf in dit geval niet passend en geboden. Daarbij neemt de rechtbank de persoon van verdachte en de omstandigheid dat het feit bijna twee jaar geleden heeft plaatsgevonden in aanmerking.

Alles afwegende acht de rechtbank oplegging van een taakstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaren passend en geboden. De rechtbank zal aan het voorwaardelijke strafdeel de bijzondere voorwaarde van een contactverbod met [slachtoffer] verbinden.

7. De schade van de benadeelde partij [slachtoffer]

De vordering van de benadeelde partij

[slachtoffer] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van

€ 3.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde schade bestaat uit immateriële schade.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de gevorderde schade moet worden gematigd.

Het oordeel van de rechtbank

De vordering

De rechtbank acht, gelet op de vordering en de toelichting daarop en uit haar slachtofferverklaring ter zitting, voldoende onderbouwd dat de benadeelde partij immateriële schade heeft geleden. De geleden immateriële schade komt op grond van artikel 6:106, eerste lid, onder b, BW voor vergoeding in aanmerking. Gelet op de aard en de ernst van de normschending - waarbij de rechtbank acht slaat de jeugdige leeftijd van het slachtoffer, de veilige setting die de scouting zou moeten zijn en de impact die de aanranding op haar had en nog steeds heeft (zoals blijkt uit de slachtofferverklaring) - stelt de rechtbank de geleden immateriële schade naar billijkheid vast op een bedrag van € 1.000,-. De rechtbank wijst de vordering van de benadeelde partij daarom gedeeltelijk toe, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2024.

BEM-clausule

De rechtbank zal bepalen dat de als gevolg van deze uitspraak te betalen schadevergoeding zal worden gestort op een ten behoeve van [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2009) te openen bankrekening met een zogenoemde BEM-clausule. Deze clausule is bedoeld ter bescherming van de belangen van de minderjarige. De minderjarige en hun wettelijke vertegenwoordiger kunnen in dat geval - tot de minderjarige de leeftijd van achttien jaren heeft bereikt - alleen met toestemming van de kantonrechter over het vermogen van de minderjarige beschikken.

De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht.

Als door verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met tien dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

8. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 22c, 22d, 14a, 14b en 14c Sr.

9. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

het misdrijf: aanranding in de leeftijdscategorie van twaalf tot zestien jaar;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;

- bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren de navolgende voorwaarden niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte op geen enkele wijze direct of indirect contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer] , geboren op

[geboortedatum 2] 2009;

- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarde en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat verdachte:

- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;

- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de duur van 240 (tweehonderdveertig) uren;

- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderdtwintig) dagen;

schadevergoeding

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] gedeeltelijk toe tot een bedrag van € 1.000,00 (duizend euro) bestaande uit immateriële schade;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij van een bedrag van

€ 1.000,00 (duizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf

19 oktober 2024;

- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit en tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 1.000,00 (duizend euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 oktober 2024 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 10 (tien) dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de aan de benadeelde partij te betalen immateriële schadevergoeding van

€ 1.000,00 (duizend euro) zal worden gestort op een ten behoeve van de benadeelde partij te openen rekening met een BEM-clausule;

- bepaalt dat de benadeelde partij in het overige deel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.C. de Bie, voorzitter, mr. B.T.C. Jordaans en

mr. R.G.J. Gehring, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.R. Kuiper, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 10 september 2026.

Mr. R.G.J. Gehring is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland van het onderzoek “MALFIDUS” met nummer ONRBC25205. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1.

Het proces-verbaal van de terechtzitting van 27 augustus 2026, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

Van 18 op 19 oktober 2024 was ik aanwezig bij de Joti van de scouting in [plaats] . Er hing die avond een flirterige sfeer tussen mij en [slachtoffer] . Ik ben naast [slachtoffer] op de slaapmat gaan liggen. Zij lag op haar rug. Ik heb een arm om haar heen geslagen. Mijn arm lag over haar buik en mijn hand boven op haar heup. Bij het toilet heb ik een seksuele opmerking naar haar gemaakt. Het kan goed zijn dat dit iets met “poesje” was.

2.

Het proces-verbaal van aangifte van verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2]

van 23 december 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina 11 tot en met 17, inclusief bijlage op pagina 19 en 20:

Pleegdatum/tijd: Tussen vrijdag 18 oktober 2024 om 19:30 uur en zaterdag 19 oktober 2024 om 10:00 uur.

A: [verdachte] . Ik ken hem van de Scouting. Hij was leiding van de explorer groep bij onze scouting.

A: We hadden toen een Yoti. Dit was van vrijdag op zaterdag nacht. Dat was in [plaats] .

A: Ik was nog alleen in het lokaal. [verdachte] kwam binnen en sprong bij mij op het matras. Hij ging naast mij liggen en sloeg een arm om mij heen.A: Ik lag recht op mijn rug en [verdachte] lag links naast mij en sloeg een arm om mij heen.A: Hij had de arm over mijn buik heen en de hand aan de andere kant van mijn zij. Toen probeerde hij met zijn hand achter mijn broek te komen. Ik had een pyjamabroekje aan en een oversized t-shirt. Daaronder droeg ik een string en een bh.A: Hij ging met zijn hand achter mijn pyjamabroek over de string. Ik voelde zijn hand op mijn lies, tegen mijn string aan.A: Toen hij met zijn hand achter mijn broekje ging, ging ik met mijn lichaam van hem weg. Hierdoor ging zijn hand achter mijn broekje vandaan. Hij bleef nog iets haken achter mijn broekje. Hij pakte mij stevig vast. Hij raakte mij bij mijn borsten aan.

A: Heupen, benen armen. Mijn hele lichaam. Hij hield mij stevig vast en drukte/kneep in mij.A: Hij trok mij toen op de mat en begon mij weer te kietelen en vast te pakken. Hij pakte mij vast bij mijn heupen, weer bij mijn borsten. Ik stond toen op en zei dat ik naar de wc ging. [verdachte] stapte toen binnen. Hij zei: "zit jij nou met je blote kutje op de wc". Ik zei :" [verdachte] doe normaal". [verdachte] zei: 'zal ik anders even over het muurtje heen komen, zit je nou echt in je blote kutje op de wc

A: Hij zat tijdens het kietelen aan mijn kont. Ik voelde dat hij mijn kont vastpakte met de ene hand en mij op zijn manier kietelde met zijn andere hand. Dat was over de kleren.

[afbeelding]

[afbeelding]

3.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] van verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] van 6 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina 29 tot en met 32:

A: Wij hebben toen samen gebeld en toen heeft [slachtoffer] mij wat verteld.A: Toen legde zij in detail uit wat er gebeurd was. Het begon met een arm om haar heen. Hij heeft geprobeerd om in haar broekje te komen en op andere plekken gezeten. Aan haar borsten gezeten. [slachtoffer] vertelde dat ze naar het toilet gevlucht was. Vervolgens was hij bij de toilet gekomen en heeft [verdachte] over de muur geroepen of ze in haar blote poesje daar zat en of hij over de muur, in het hokje moest komen.V: Hoe klonk [slachtoffer] ?A: In het begin gestrest en in shock

4.

Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] van verbalisant [verbalisant 4] van 30 september 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina 37 tot en met 41:

A: Dat klopt, tijdens een avond van de scouting was dat. [verdachte] stond op het punt om weg te gaan. [slachtoffer] zat toen volgens mij al op de wc. [verdachte] was een gesprek aan het voeren met [slachtoffer] . Op een gegeven moment kreeg ik het gevoel dat [slachtoffer] niet comfortabel was bij haar gesprek met [verdachte] . Het viel mij op dat de toon van [slachtoffer] anders werd.

A: Ik weet wel dat [slachtoffer] zich actief aan het verstoppen was op de WC. Dit hoorde ik later van [slachtoffer] .V: Wat vertelde [slachtoffer] ?A: Ze vertelde dat ze door [verdachte] was aangeraakt op een plek waar ze niet door [verdachte] aangeraakt wilde worden. Ze is zich uiteindelijk in de WC gaan verstoppen totdat [verdachte] weg ging.V: Zag je emotie bij [slachtoffer] ?A: Ja ik zag wel een beetje stress.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand