ECLI:NL:RBOVE:2026:5532

ECLI:NL:RBOVE:2026:5532

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 14-09-2026
Datum publicatie 15-09-2026
Zaaknummer 84-317855-22 en 84-053772-24
Rechtsgebied Strafrecht; Materieel strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Verdachte heeft meerdere jaren een professionele papegaaienhandel gevoerd. De verdachte is schuldig bevonden aan overtredingen van voorschriften omtrent de natuurbescherming, opzettelijk en meermalen begaan, valsheid in geschrift, meermalen gepleegd, oplichting en overtredingen van voorschriften gesteld bij en krachtens de Wet dieren. De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 3 maanden.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige economische kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummers: 84-317855-22 en 84-053772-24 (gevoegd ter terechtzitting) (P)

Datum vonnis: 14 september 2026

Verstekvonnis in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 1984 in [geboorteplaats] ,

zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 31 augustus 2026.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie.

Ook heeft de rechtbank kennis genomen van wat door de benadeelde partij [slachtoffer] en namens hem door mr. S. Bruggeman is aangevoerd.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

84-053772-24

feit 1: (tezamen en in vereniging met een ander of anderen) in de periode van 15 februari 2021 tot en met 15 april 2023 en op 7 januari 2023 opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de CITES-basisverordening door grijze roodstaart papegaaien, een dubbele geelkop papegaai, een rosé kaketoe, Molukken kaketoes en Nieuw-Guinea Edelpapegaaien te verkopen en/of in bezit te hebben met het oog op verkoop en/of ten verkoop aan te bieden en/of te vervoeren met het oog op verkoop;

feit 2: (tezamen en in vereniging met een ander of anderen) valsheid in geschrift heeft gepleegd in de periode van 15 juni 2022 tot en met 21 januari 2023 door overdrachtsverklaringen Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers (NBvV) valselijk op te maken of te vervalsen met de bedoeling ze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

feit 3: (tezamen en in vereniging met een ander of anderen) [slachtoffer] heeft opgelicht op of omstreeks 7 januari 2023;

feit 4: (tezamen en in vereniging met een ander of anderen) in de periode van 1 januari 2020 tot en met 10 mei 2023 opzettelijk vogels heeft verkocht, ten verkoop in voorraad heeft gehouden, heeft afgeleverd, heeft gehouden ten behoeve van opvang, heeft gefokt ten behoeve van de verkoop en/of aflevering van nakomelingen, terwijl daarbij niet werd voldaan aan paragraaf 2 van hoofdstuk 3 van het Besluit houders van dieren;

feit 5: op of omstreeks 10 mei 2023 als houder van dieren de nodige verzorging heeft onthouden aan vogels.

84-317855-22

feit 1: (tezamen en in vereniging met een ander of anderen) in de periode van 30 oktober 2022 tot en met 23 november 2022 opzettelijk heeft gehandeld in strijd met de CITES-basisverordening door drie dubbele geelkopamazones te verkopen en/of in bezit te hebben met het oog op verkoop en/of ten verkoop aan te bieden en/of te vervoeren met het oog op verkoop;

feit 2: (tezamen en in vereniging met een ander of anderen) valsheid in geschrift heeft gepleegd in de periode van 30 oktober 2022 tot en met 13 november 2022 door overdrachtsverklaringen Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers (NBvV) valselijk op te maken of te vervalsen met de bedoeling ze als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

84-053772-24: 1.hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 februari 2021 tot en met 15 april 2023 in de gemeente(n) Aa en Hunze en/of Assen en/of Leeuwarden, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,al dan niet opzettelijk,heeft gehandeld in strijd met (een) bij de Regeling natuurbescherming aangewezen voorschrift(en) van (een) EU-verordening(en), te weten artikel 8, lid 1 van de Basisverordening (EG) nr. 338/97, gewijzigde Verordening (EG) nr. 101-2012 van 6 februari 2012, en laatstelijk gewijzigd middels Verordening (EG) 2021/2280) en/of de Verordening (EG) 2023/966 van de Commissie van 15 mei 2023,immers heeft hij- in de periode van december 2022 tot en met 23 februari 2023 te Assen, vier (4) grijze roodstaart papegaaien (Psittacus erithacus), (Deelonderzoek 1, Pag. 52, JM30 Pag. 81), en/of- op of omstreeks 2 augustus 2021 te Rolde, één (1) jonge grijze roodstaart papegaai (Psittacus erithacus), (Deelonderzoek 3, [slachtoffer 2] , JM62, Pag. 137), en/of- in de periode van 30 oktober 2022 tot en met 23 november 2022 te Rolde, één (1) dubbele geelkop papegaai (Amazona oratrix) en een rosé kaketoe (Eolophus roseicapilla) (Deelonderzoek 3, [slachtoffer 3] , JM63, Pag. 141), en/of- in de periode van 15 februari 2021 tot en met 8 maart 2021 te Rolde, één (1) grijze roodstaart papegaai (Psittacus erithacus), (Deelonderzoek 3, [slachtoffer 4] , JM66, Pag. 149) en/of- op of omstreeks 15 april 2023, twee (2) Molukken kaketoe’s (Cacatua moluccensis) (Deelonderzoek 5, [slachtoffer 5] , JM67, Pag. 153),althans producten van dieren van de in bijlage A bij deze Verordening(en) genoemde soorten verkocht en/of in bezit gehad met het oog op verkoop en/of tenverkoop aangeboden en/of vervoerd met het oog op verkoop;

en/of

hij op of omstreeks 7 januari 2023 te Mill in de gemeente Land en Cuijk, althans in Nederland, al dan niet opzettelijk,heeft gehandeld in strijd met een) bij de Regeling natuurbescherming aangewezen voorschrift(en) van (een) EU-verordening(en), te weten artikel 8 lid 5 van de Basisverordening (EG) nr. 338/97, gewijzigde Verordening (EG) nr. 101-2012 van 6 februari 2012, en laatstelijk gewijzigd middels Verordening (EG) 2021/2280) en/of de Verordening (EG) 2023/966 van de Commissie van 15 mei 2023,immers heeft hij twee (2) Nieuw- Guinea Edelpapegaaien (Deelonderzoek 2, [slachtoffer] , Pag. 054, JM23 Pag. 69),althans producten van dieren van de in bijlage B bij deze Verordening(en) genoemde soorten verkocht en/of in bezit gehad met het oog op verkoop en/of tenverkoop aangeboden en/of vervoerd met het oog op verkoop;

2hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 15 juni 2022 tot en met 21 januari 2023 in de gemeente(n) Aa en Hunze en/of Land van Cuijk, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,(een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten één of meerdere overdrachtsverklaring(en) Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers (NBvV) valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst,door- (op het overdrachtsverklaring, datum opmaak 07-01-2023, JM23-B01, Pag. 265), onder Ondergetekende 1 (huidige eigenaar/houder) Naam “ [alias] ” in te vullen en onder het Adres “ [adres 1] ” in te vullen en onder woonplaats “ [woonplaats 1] ” in te vullen en/of- (op de overdrachtsverklaring, datum opmaak 02-08-2022, JM42-B06 , Pag. 418), als geboortedatum van de vogel “ [geboortedatum 2] 2020” in te vullen en/of- (op het overdrachtsverklaring, datum opmaak 15/06/2022, ( JM42-B02 , Pag. 307), onder reconnais avoir cédé a (nieuwe eigenaar/ontvanger) “Dhr. [naam 2] ” in te vullen en onder Adresse “ [adres 2] ” in te vullen, en/of- (op het overdrachtsverklaring, datum opmaak 21-01-2023, JM50- B01, Pag. 313), als eigenaar in te vullen [naam 3] en/of een handtekening te zetten die door moet gaan als en/of gelijkend is op de handtekening van [naam 3] ,met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

3hij op of omstreeks 7 januari 2023 in de gemeente(n) Aa en Hunze en/of Land van Cuijk, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,met het oogmerk om zich en/of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels,[slachtoffer] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten (een) papegaai(en) en/of een geldbedrag (€ 200 euro),immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s), met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - onder meer- zich (op Marktplaats en/of op Whatsapp) voorgedaan als [alias] , [adres 1] te [woonplaats 1] en/of één of meer vogels te koop aangeboden en/of- de vogels heeft gebracht naar het huisadres (in [plaats] ) van [slachtoffer] en/of- aan [slachtoffer] verteld dat één van de vogels een chip had en/of op de overdrachtsverklaring NBvB vermeld “garantie goed kweekkoppel, chip word gemailt niet goed worden ze in overleg omgeruild”, (Deelonderzoek 2) waardoor die [slachtoffer] werd(en) bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2020 tot en met 10 mei 2023 te Rolde in de gemeente(n) Aa en Hunze, althans (elders) in Nederland tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, al dan niet opzettelijk,bedrijfsmatig gezelschapsdieren, te weten vogels (papegaaiachtigen), heeft/hebben verkocht en/of ten verkoop in voorraad heeft/hebben gehouden en/of heeft/hebben afgeleverd en/of heeft/hebben gehouden ten behoeve van opvang en/of heeft/hebben gefokt ten behoeve van de verkoop en/of aflevering van nakomingen,terwijl daarbij niet werd voldaan aan één of meerdere bepalingen in Paragraaf 2 van Hoofdstuk 3 van het Besluit houders van dieren,immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s):- in strijd met artikel 3.7, eerste lid en/of 3.8, eerste lid van het Besluit houders van dieren, als degene(n) of als beheerder(s) onder wiens verantwoordelijkheid één of meer activiteiten als bedoeld in artikel 3.6 van voornoemd Besluit, werd(en) verricht met gezelschapsdieren, te weten vogels (papegaaien), in een inrichting gelegen aan de [adres 3] te [woonplaats 2] , terwijl die inrichting niet was aangemeld bij de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, en/of aan die inrichting geen bedrijfsmatig uniek bedrijfsnummer (UBN) was toegekend en/of- in strijd met artikel 3.10, eerste lid van het Besluit houders van dieren, geen deugdelijke administratie van die gezelschapsdieren (vogels), die in zijn en/of hun inrichting verbleven, bijgehouden en/of- was/waren hij, verdachte en/of zijn mededader(s) in strijd met artikel 3.11, eerste lid van het Besluit houders van dieren, als beheerder(s) werkzaam in de inrichting en niet in het bezit van een door Onze Minister erkend bewijs van vakbekwaamheid voor de diergroep (vogels) waarmee activiteiten in de inrichting worden verricht;

5hij op of omstreeks 10 mei 2023 te Rolde in de gemeente Aa en Hunze, als houder van één of meerdere vogel(s), te weten- 2 Grijze Roodstaart papegaaien en/of- 2 Geelnek Amazones en/of- 2 Geeldij Caique en/of- 1 Geelnek Ara en/of- 1 Dwerg Ara en/of- 2 Derby’s Parkieten en/of- 1 Kortstaart papegaai en/of- 2 Geelvoorhoofd Amazones en/of- 2 Triton Kaketoe’s en/of- 1 Roodoor Ara en/of- 4 Dubbele Geelkopamazones- 1 Blauw Gele Ara en/of- 1 Kortstaart Papegaai en/of- 4 Geeldij Caique en/of- 2 Groendij Caique en/of- 2 Geelvoorhoofd Amazonesalthans als houder van (een) dier(en),(telkens) de nodige verzorging aan dat/die dier(en) heeft onthouden, door- geen of onvoldoende (vers) water te geven en/of- geen of onvoldoende (vers en geschikt) voer te geven en/of- (die ziek waren) geen of onvoldoende (diergeneeskundige) verzorging te verstrekken en/of te doen verstrekken en/of- de vogels te houden tussen en/met de stoffelijke resten van doden vogels en/of- de vogels te houden in (zeer) vieze omstandigheden;

84-317855-22: 1hij in of omstreeks de periode 30 oktober 2022 tot en met 23 november 2022 te Rolde, in de gemeente Aa en Hunze, althans in Nederland,tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,al dan niet opzettelijk,heeft gehandeld in strijd met (een) bij de Regeling natuurbescherming aangewezen voorschrift(en) van (een) EU-verordening(en), te weten artikel 8, lid 1 van de Basisverordening (EG) nr. 338/97, (laatstelijk gewijzigd middels Verordening (EU) 2021/2280),immers heeft hij 3, althans één of meerdere dubbele geelkopamazone(s) met ringnummer(s), [ringnummer 1] , [ringnummer 2] , [ringnummer 3] , (Pag. 303 ), althans één of meerdere Amazona(s) oratrix, althans producten van dieren van de in bijlage A bij deze Basisverordening genoemde soorten verkocht en/of in bezit gehad met het oog op verkoop en/of ten verkoop aangeboden en/of vervoerd met het oog op verkoop;

2hij op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 30 oktober 2022 tot en met 13 november 2022 te Rolde in de gemeente Aa en Hunze,tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,(een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te wetenéén of meerdere overdrachtsverklaring(en) Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers (NBvV) valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst,door

(op het overdrachtsverklaring, datum opmaak 3 november 2022, JM02 B03, Pag. 53),- als “wetenschappelijke naam” in te vullen “Amazone ochrocephala tresmariae” en/of(op het overdrachtsverklaring, datum opmaak 30 oktober 2022, JM42 B07, Pag. 264),- onder “aanvullende bepalingen” te vermelden dat “tevens is dit koppel aan [verdachte] verkocht met 3 jonge tres-marias-amazones die uit dit koppel gekweekt zijn met de ringnummers [ringnummer 4] , [ringnummer 3] , [ringnummer 5] ” en/of- een handtekening te zetten die door moet gaan als/ gelijkend is op de handtekening van [naam 4] en/of(op het overdrachtsverklaring, datum opmaak 13 november 2022, JM42 B08, Pag. 265),- als datum opmaak te vermelden “13 november 2022”,​​​​​​met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

3. De bewijsmotivering

Inleiding

Op 14 november 2022 deed aangeefster, [slachtoffer 6] , een melding bij de politie dat zij met verdachte een rosé kaketoe had geruild tegen een dubbele geelkopamazone papegaai, maar dat aangeefster nooit de vereiste CITES papieren van verdachte had ontvangen. Naar aanleiding van deze melding werd door het Team Milieu het onderzoek Loras gestart. Er stonden meerdere registraties in de politiesystemen waaruit bleek dat verdachte vermoedelijk via onder andere Marktplaats handelde in papegaaien en dat deze papegaaien vermoedelijk niet altijd voorzien waren van de wettelijk vereiste CITES-verklaring. Tijdens dit onderzoek Loras kwam nieuwe informatie naar voren, waarna werd besloten het onderzoek Ros op te starten.

Op 23 november 2022 is ter inbeslagname binnengetreden in de woning van verdachte aan de [adres 3] te [woonplaats 2] . Op 10 mei 2023, tijdens het onderzoek Ros, is wederom binnengetreden ter inbeslagname op dit adres. Toen de politie samen met de NVWA bij de woning van verdachte kwam, zagen zij dat er diverse vogels onder slechte omstandigheden gehuisvest werden. Er werden 20 levende vogels en 10 dode vogels inbeslaggenomen.

Door de NVWA is onderzocht of verdachte bij het houden, te koop aanbieden en verkopen van vogels heeft voldaan aan de regelgeving zoals neergelegd in onder meer de CITES-basisverordening, de Regeling natuurbescherming en het Besluit houders van dieren.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard, met uitzondering van de vier grijze roodstaart papegaaien bij feit 1 onder parketnummer 84.053772.24.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt op basis van het dossier en van hetgeen ter terechtzitting is besproken de volgende feiten en omstandigheden vast.

84-053772-24

Feit 1

Juridisch kader

De (internationale) handel in beschermde dier- en plantensoorten is gereguleerd in de Convention on International Trade in Endangered Species of Wild Fauna and Flora (CITES).

Op grond van artikel 3.37, eerste lid, Wet natuurbescherming (Wnb) is het verboden in strijd te handelen met de bij de ministeriële regeling aangewezen voorschriften van EU-verordeningen. Ingevolge artikel 3.14 van de Regeling natuurbescherming worden onder meer als voorschriften als bedoeld in artikel 3.37, eerste lid, Wnb aangewezen artikel 8, eerste lid, in samenhang met het vijfde lid, van de CITES-basisverordening.

Artikel 8, eerste lid, van de CITES-basisverordening luidt dat de aankoop, het te koop vragen, verwerven voor commerciële doeleinden, het tentoonstellen voor commerciële doeleinden, het gebruik met winstoogmerk en het verkopen, het in bezit hebben met het oog op verkoop, het ten verkoop aanbieden of het vervoeren met het oog op verkoop van specimens van de in bijlage A genoemde soorten, verboden is. In het vijfde lid is bepaald dat de in het eerste lid genoemde verbodsbepalingen ook gelden voor specimens van de soorten genoemd in bijlage B, behalve indien ten genoegen van de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat is aangetoond dat die specimens verkregen werden en, indien zij niet uit de Gemeenschap afkomstig zijn, daarin werden binnengebracht overeenkomstig de geldende wetgeving inzake de instandhouding van de wilde flora en fauna. Een dergelijk verklaring wordt ook aangeduid als EU-certificaat.

In het Besluit natuurbescherming is tevens onder artikel 3.24, tweede lid, het verbod op het onder zich hebben (bezit) van soorten, genoemd in bijlage A, B, C of D bij de CITES-basisverordening opgenomen.

Feiten en omstandigheden

- Vervoer periode december 2022 t/m 23 februari 2023

Verdachte heeft eind december 2022 vier grijze roodstaart papegaaien (Psittacus erithacus) vervoerd naar de volière van [naam 5] , zijn toenmalige schoonmoeder. Op 23 februari 2023 onderzochten de verbalisanten van de NVWA deze papegaaien. Bij de vier grijze roodstaartpapegaaien konden geen EU-certificaten getoond worden en één papegaai was niet voorzien van een naadloos gesloten pootring met wettelijk voorgeschreven opschrift. Verder was deze vogel niet voorzien van een chiptransponder.

- Verkoop op 2 augustus 2021

Verdachte heeft op 2 augustus 2021 een jonge grijze roodstaart papegaai (Psittacus erithacus) verkocht aan [slachtoffer 2] . Op 1 augustus 2021 vroeg [slachtoffer 2] via de chat op Whatsapp naar deze vogels die verdachte op Marktplaats aanbood. [slachtoffer 2] heeft de vogel op 2 augustus 2022 opgehaald bij de woning van verdachte in [woonplaats 2] .

Op het overdrachtsformulier stond “Cites volgt”, maar verdachte heeft de CITES-verklaring nooit opgestuurd.

- Verkoop in de periode van 30 oktober 2022 t/m 23 november 2022

Verdachte heeft eind oktober 2022 een dubbele geelkopamazone (Amazona oratrix) en een rosé kaketoe (Eolophus Roseicapilla) verkocht aan [slachtoffer 3] . [slachtoffer 3] heeft de vogels opgehaald bij de woning van verdachte in [woonplaats 2] . [slachtoffer 3] heeft geen overdrachtsformulieren of andere formulieren ontvangen bij de overdracht van de vogels.

- Verkoop in de periode van 15 februari 2021 t/m 8 maart 2021

Verdachte heeft op 17 februari 2021 een grijze roodstaart papegaai (Psittacus erithacus) verkocht aan [slachtoffer 4] . [slachtoffer 4] kreeg bij de overdracht een geel certificaat mee, maar dit bleek vals te zijn. De vogel bleek niet gechipt te zijn.

- Verkoop op 15 april 2023

Bij twee Molukken kaketoes (Cacatua moluccensis) die bij verdachte werden aangetroffen, waren de pootringen niet meer af te lezen en daarom niet meer te koppelen aan de aanwezige EU-certificaten. Op 13 maart 2023 is aan verdachte medegedeeld dat de EU-certificaten van deze kaketoes ongeldig werden verklaard en werd verdachte medegedeeld dat hij deze dieren niet mocht verhandelen, tot er geldige EU-certificaten zijn. Op 23 augustus 2023 bleek dat er door verdachte geen aanvragen waren ingediend voor nieuwe EU-certificaten ter vervanging van de beschadigde ongeldige EU-certificaten. Verdachte heeft echter wel op 15 april 2023 de twee Molukken kaketoes via Marktplaats verkocht aan [slachtoffer 5] . [slachtoffer 5] haalde de kaketoes op bij verdachte in [woonplaats 2] . Verdachte vertelde dat de kaketoes gechipt waren, maar de nummers heeft [slachtoffer 5] nooit gekregen.

- Verkoop op 7 januari 2023

Verdachte heeft op 7 januari 2023 twee Nieuw-Guinea Edelpapegaaien verkocht aan de heer [slachtoffer] . Eén van deze papegaaien had geen gesloten pootring. Op het overdrachtsformulier had verdachte ingevuld dat deze vogel gechipt was en dat het chip-certificaat nog zou worden opgestuurd. [slachtoffer] heeft nooit aanvullende documenten ontvangen.

Oordeel van de rechtbank

De rechtbank overweegt ten aanzien van de vier grijze roodstaart papegaaien die bij de ouders van de ex-partner van verdachte zijn ondergebracht dat het niet wettig en overtuigend bewezen is dat deze papegaaien ten verkoop zijn aangeboden dan wel zijn vervoerd met het oog op verkoop. De rechtbank zal verdachte daarom van dit gedachtestreepje vrijspreken.

Ten aanzien van de overige papegaaien overweegt de rechtbank als volgt. De grijze roodstaart papegaai, dubbele geelkop amazone, de rosé kaketoe en de Molukken kaketoe zijn vogelsoorten die opgenomen zijn in bijlage A bij de CITES-basisverordening. Handel in dergelijke soorten is op grond van artikel 8, eerste lid, CITES-basisverordening verboden.

De Nieuw-Guinea Edelpapegaai staat vermeld op bijlage B bij de CITES-basisverordening. Handel in deze soort is slechts toegestaan, indien de vogel volgens de geldende wet- en regelgeving naar Nederland is gebracht of in Nederland is verkregen. Uit de hiervoor vastgestelde feiten en omstandigheden blijkt dat daar geen sprake van is. De aangetroffen Nieuw-Guinea Edelpapegaaien droegen pootringen die niet aan de daarvoor gestelde eisen voldeden. Ook is niet komen vast te staan dat de vogels van legale kweek afkomstig zijn.

De rechtbank acht gelet op het voorgaande bewezen dat verdachte heeft gehandeld in strijd met de CITES-basisverordening, door voornoemde vogels te verkopen, te bezitten met het oog op de verkoop, ten verkoop aan te bieden en/of te vervoeren met het oog op verkoop.

Feit 2

Verdachte heeft op 7 januari 2023 twee Nieuw-Guinea Edelpapegaaien verkocht aan de heer [slachtoffer] , terwijl hij hierbij gebruik maakte van een valse naam, een vals adres en een valse woonplaats. Op de overdrachtsverklaring (datum opmaak 07-01-2023) had verdachte namelijk als verkoper de naam ingevuld [alias] , wonende aan de [adres 1] te [woonplaats 1] , terwijl verdachte op dat moment woonachtig was aan de [adres 3] te [woonplaats 2] . Eén van deze papegaaien had geen gesloten pootring. Op het overdrachtsformulier had verdachte ingevuld dat deze vogel gechipt was en dat het chip-certificaat nog zou worden opgestuurd. De heer [slachtoffer] heeft nooit aanvullende documenten ontvangen.

In de onder verdachte in beslag genomen administratie zaten twee overdrachtsformulieren met de nummers JM42-B02 en JM42-B06 .

Het overdrachtsformulier met het nummer JM42-B06 betreft een overdracht van een grijze roodstaart papegaai op 2 augustus 2022 van verdachte aan [slachtoffer 2] . Bij de geboortedatum staat ingevuld “ [geboortedatum 2] 2020”, terwijl dit [geboortedatum 3] 2022 moet zijn.

Het overdrachtsformulier met het nummer JM42-B02 betreft een overdracht op 15 juni 2022 van de heer [naam 10] uit [woonplaats 3] aan de heer [naam 2] , [adres 4] , tel. [telefoonnummer] . Dit telefoonnummer is het telefoonnummer van verdachte. Verdachte heeft tijdens een inspectie in november 2022 verklaard dat hij op het formulier de achternaam van zijn moeder had gebruikt. Het adres wat op het formulier is vermeld betreft het adres van een bedrijf genaamd “ [bedrijf] ”. In de inschrijving van de Kamer van Koophandel staat verdachte niet gemeld bij dit bedrijf.

[naam 11] heeft op 21 januari 2023 een koppel papegaaien gekocht van verdachte. Op het overdrachtsformulier (JM50) staat de naam [naam 3] vermeld. Mevrouw [naam 3] , de ex-partner van verdachte, heeft verklaard dat zij dit formulier niet heeft ingevuld, dat het handschrift op het formulier van verdachte is en dat het niet haar handtekening is, maar die van verdachte.

Oordeel van de rechtbank

Gelet hierop acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk vier overdrachtsverklaringen valselijk heeft opgemaakt, terwijl hij wist dat die verklaringen bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

Feit 3

Verdachte heeft op 7 januari 2023 twee Nieuw-Guinea Edelpapegaaien verkocht aan de heer [slachtoffer] . Verdachte heeft de papegaaien naar de heer [slachtoffer] gebracht in [plaats] . [slachtoffer] heeft hiervoor een papegaai overgedragen en een geldbedrag van € 200,00 betaald. Zoals hiervoor overwogen heeft verdachte bij de verkoop gebruik gemaakt van een valse naam, een vals adres en een valse woonplaats. Op de overdrachtsverklaring had verdachte namelijk als verkoper de naam ingevuld [alias] , wonende aan de [adres 1] te [woonplaats 1] , terwijl verdachte woonachtig was aan de [adres 3] te [woonplaats 2] . Op het overdrachtsformulier stond voorts “garantie goed kweekkoppel chip word gemailt niet goed worden ze in overleg omgeruild”. De heer [slachtoffer] heeft nooit aanvullende documenten ontvangen. Nadat de heer [slachtoffer] ontdekte dat de vogel niet gechipt was en bovendien niet kon vliegen, heeft hij aan verdachte het voorstel gedaan om de ruiling/verkoop ongedaan te maken. Verdachte reageerde aanvankelijk dat hij aan het werk was en later zou reageren, maar reageerde vervolgens in het geheel niet meer.

Verdachte heeft bij de heer [slachtoffer] de indruk gewekt dat hij de papegaaien met garantie kon kopen met inruil van een papegaai en een bijbetaling van € 200,00 en dat verdachte te vertrouwen was. Verdachte heeft dit gedaan door zich op Marktplaats voor te doen als [alias] en hierbij een vals adres op te geven, de papegaaien naar het huisadres van [slachtoffer] te brengen en aan hem verteld dat één van de vogels een chip had en op de overdrachtsverklaring te vermelden “garantie goed kweekkoppel chip word gemailt niet goed worden ze in overleg omgeruild”. Deze manier van handelen maakt – in onderling verband en samenhang gezien – dat er sprake is van het aannemen van een valse naam en een samenweefsel van verdichtsels, waarmee verdachte aangever [slachtoffer] heeft bewogen tot de afgifte van een papegaai en een geldbedrag van € 200,00. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het oplichten van de heer [slachtoffer] .

Feit 4

Juridisch kader

De Wet dieren geeft in artikel 2.7 de mogelijkheid bij of krachtens algemene maatregel van bestuur regels te stellen met betrekking tot de handel in dieren. Artikel 2.7 Wet dieren in samenhang met artikel 3.6 lid 1 van het Besluit houders van dieren verbiedt kort gezegd het (bedrijfsmatig) handelen in en fokken van gezelschapsdieren, tenzij wordt voldaan aan de voorwaarden van hoofdstuk 3, paragraaf 2 van het Besluit houders van dieren. In die paragraaf zijn voorwaarden gesteld aan het bedrijfsmatig handelen in en fokken van gezelschapsdieren. Deze voorwaarden hebben betrekking op onder andere de registratie van de inrichting, vakbekwaamheid, administratieplicht, huisvesting en verzorging. De regels zijn alleen van toepassing ingeval van bedrijfsmatig handelen.

Blijkens de Nota van toelichting bij het Besluit tot wijziging van het Besluit houders van dieren kunnen de hieronder genoemde situaties indicaties zijn dat er sprake is van bedrijfsmatige activiteiten:

gezelschapsdieren worden gefokt anders dan voor uitbreiding van het aantal gezelschapsdieren binnen het eigen huishouden of de directe familie- en vriendenkring;

gezelschapsdieren worden verkocht aan anderen dan familie en vrienden;

gezelschapsdieren worden opgevangen tegen een vergoeding en er worden hiervoor advertenties geplaatst;

ruimtes zijn speciaal ingericht voor de onder dit besluit vallende activiteiten;

registratie van de Kamer van koophandel of het hebben van een BTW-nummer;

adverteren, al dan niet op websites, met gezelschapsdieren;

er wordt gehandeld vanuit een winstoogmerk.

Feiten en omstandigheden

In de periode van 1 januari 2020 tot en met 10 mei 2023 heeft verdachte met zijn Marktplaats-account in totaal 505 advertenties geplaatst waarin papegaaiachtigen te koop werden aangeboden. Hij heeft de vogels derhalve aangeboden aan anderen dan familie en/of vrienden. Gelet hierop en gelet op het grote aantal vogels dat onder verdachte in beslag is genomen en de in beslag genomen administratie is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich bedrijfsmatig bezighield met de handel in vogels.

Voor het bedrijfsmatig houden van huisdieren geldt een aantal voorwaarden. Zo dient de locatie waar de activiteiten worden uitgeoefend, geregistreerd te zijn bij RVO, zoals bedoeld in artikel 3.8 van het Besluit houders van dieren. Na onderzoek door de NVWA is gebleken dat verdachte geen registratie had voor het houden en verhandelen van papegaaien op het adres [adres 3] te [woonplaats 2]. De activiteiten werden derhalve niet in een inrichting verricht die bij de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit was aangemeld.

Verder kon verdachte op het moment van de controle op 16 november 2022 geen bewijs van vakbekwaamheid tonen, wat in strijd is met artikel 3.11 van het Besluit houders van dieren en kwam uit onderzoek door de NVWA naar voren dat de map met documenten onoverzichtelijk was en er geen logische indeling was.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de bepalingen in artikel 3.7, eerste lid, artikel 3.8, eerste lid, artikel 3.10, eerste lid en artikel 3.11 eerste lid van het Besluit houders van dieren heeft overtreden.

Feit 5

Op 10 mei 2023 bevonden verbalisanten van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) zich op de [adres 3] in [woonplaats 2] alwaar verdachte woonachtig was. Verbalisanten zagen dat er in de tuin een tweetal plekken waren waar meerdere volières aanwezig waren.

Op de eerste locatie zagen verbalisanten diverse volières en broedkooien. Ze zagen een emmer die in het midden van het loopgedeelte stond met daarin een dode groene papegaaiachtige. In deze emmer zagen verbalisanten ook resten van zaden en pitten. In de broedkooien zaten dode papegaaien bij levende papegaaien gehuisvest. De bodems van de broedkooien waren volledig bedekt met ontlasting en oude voedselresten. In sommige broedkooien waren bulten van ontlasting van vogels van ongeveer 10 centimeter hoog. De vogels beschikten niet over (vers) drinkwater en geschikt voedsel. In twee volières zagen verbalisanten vier levende papegaaien. De bodems van deze volières waren volledig bedekt met ontlasting en oude voedselresten. De vogels beschikten niet over vers drinkwater en geschikt voedsel.

Op de tweede locatie zagen verbalisanten vijf volières. Hier zaten in totaal zeven levende papegaaien en één dode papegaai. De papegaaien hadden geen toegang tot vers en schoon drinkwater en hadden geen geschikt voer tot hun beschikking. Verder was de ondergrond volledig bedekt met oude voedselresten en ontlasting. Uit het feit dat verschillende dode vogels zijn aangetroffen, volgt naar het oordeel van de rechtbank dat verdachte niet alleen op 10 mei 2022 maar ook in de daaraan voorafgaande dagen, en dus omstreeks 10 mei 2022, onvoldoende zorg heeft gedragen voor deze vogels.

De volgende levende vogels werden in beslaggenomen: twee grijze roodstaartpapegaaien, twee Geelnek Amazones, twee Geeldij caiques, een Geelnek Ara, een Dwerg Ara, twee Derby’s parkieten, een Kortstaart papegaai, twee Geelvoorhoofd Amazones, twee Triton kaketoes, een Roodoor Ara en vier Dubbele geelkopamazones. Verder werden de volgende dode vogels in beslaggenomen: een blauw gele ara, een Kortstaart papegaai, vier Geeldij caiques, twee Groendij caiques en twee Geelvoorhoofd Amazones.

Gelet op de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden, is naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte, als houder van vogels, de nodige verzorging heeft onthouden aan deze dieren op de hiervoor beschreven wijze.

Medeplegen

De rechtbank is van oordeel dat bij de feiten 1 tot en met 5 geen sprake is geweest van een zodanig nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en (een) ander(en), dat sprake is van medeplegen in de zin van artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). De rechtbank zal verdachte hiervan vrijspreken.

84-317855-22

Feit 1

Juridisch kader

Voor het juridisch kader verwijst de rechtbank naar hetgeen onder 84-053772-24 onder 1 is overwogen.

Feiten en omstandigheden

Op 3 november 2022 heeft verdachte een dubbele Geelkopamazone verkocht aan mevrouw [slachtoffer 6] . De papegaai was voorzien van een pootring met het nummer [ringnummer 3] . Ze zijn hierbij overeengekomen dat zij haar rosé Kaketoe zou inruilen met een bijbetaling van 200 euro. De ex-partner van verdachte, gekleed in politiekleding, was bij de overdracht aanwezig en vulde de overdrachtsverklaring in. Op de overdrachtsverklaring stond vermeld dat het vereiste CITES-verklaring werd nagezonden. De Geelkopamazone bleek ziek en via Marktplaats heeft [slachtoffer 6] contact gezocht met verdachte om de koop ongedaan te maken en verzocht zij om de gemaakte kosten te vergoeden.

Naar aanleiding van de melding van mevrouw [slachtoffer 6] op 14 november 2022 gingen verbalisanten van de NVWA op 16 november 2022 naar het huis van verdachte. Tijdens dit bezoek zagen de verbalisanten twee papegaaien die ze herkenden als amazones van het soort oratrix (Amazona oratrix). Verdachte kon hiervan de CITES-documenten niet direct tonen, maar hij zou deze de volgende dag toesturen. Op 23 november 2022 gaf verdachte aan dat hij de EU-certificaten niet had, maar dat dit ook niet nodig was, omdat het om een “bijlage B-vogel” ging, namelijk een Amazone ochrocephala tresmariae en geen Amazone oratrix. Omdat verdachte geen EU-certificaten bij de betreffende vogels kon tonen en de verbalisanten twijfelden aan de legale herkomst van de vogels, werden de vogels inbeslaggenomen.

De twee inbeslaggenomen vogels voorzien van de ringnummers [ringnummer 1] en [ringnummer 2] en de hiervoor genoemde papegaai voorzien van een pootring met het nummer [ringnummer 3] werden onderzocht door een deskundige. Deze deskundige concludeerde dat de drie papegaaien tot de soort Geelkop Amazone (Amazone oratrix) behoren.

Zoals hiervoor is overwogen behoort de dubbele Geelkopamazone tot de vogelsoorten die opgenomen zijn in bijlage A bij de CITES-basisverordening en is handel in dergelijke soorten op grond van artikel 8, eerste lid, CITES-basisverordening verboden.

De rechtbank acht derhalve bewezen dat verdachte heeft gehandeld in strijd met de CITES-basisverordening, door de vogels in zijn bezit te hebben met het oog op verkoop, ten verkoop aan te bieden en te verkopen.

Bij de verkoop van de papegaai aan mevrouw [slachtoffer 6] is de ex-partner van verdachte, mevrouw [naam 3] , aanwezig geweest en heeft de overdrachtsverklaring ingevuld. Gelet daarop is de rechtbank van oordeel dat verdachte de drie papegaaien tezamen en in vereniging met [naam 3] in zijn bezit heeft gehad met het oog op verkoop en ten verkoop heeft aangeboden en de papegaai aan mevrouw [slachtoffer 6] heeft verkocht. De rechtbank overweegt daarbij dat het gekleed zijn in politie-uniform, waarmee een zekere mate van vertrouwen wordt uitgestraald, bijdraagt aan de overtuiging van het medeplegen door de ex-partner van verdachte.

Feit 2

Op 3 november 2022 heeft verdachte een Amazone papegaai verkocht. Op het overdrachtsformulier behorende bij deze verkoop heeft verdachte vermeld dat het een Amazone ochrocephala tresmariae betrof, terwijl dit een Geelkop amazone (Amazone oratrix) was.

Verder staat op een overdrachtsverklaring dat [naam 4] een papegaai van het ras tres-marias-amazone heeft verkocht aan verdachte. Als datum staat op de overdrachtsverklaring 13 november 2022, terwijl de overdracht op 30 oktober 2022 heeft plaatsgevonden. Verbalisanten hebben verder geconstateerd dat de handtekeningen behorende bij Ben Menzain Chaieb verschillend zijn, waardoor zij vermoeden dat verdachte deze handtekening heeft vervalst.

Oordeel van de rechtbank

Gelet hierop acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte opzettelijk drie overdrachtsverklaringen (JM02 B03, JM42 B07 en JM42 B08) valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, terwijl hij wist dat die verklaringen bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

De rechtbank is van oordeel dat bij dit feit geen sprake is geweest van een zodanig nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en (een) ander(en), dat sprake is van medeplegen in de zin van artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). De rechtbank zal verdachte hiervan vrijspreken.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

84-053772-24: 1.hij in de periode van 15 februari 2021 tot en met 15 april 2023 in Nederland, opzettelijk,heeft gehandeld in strijd met (een) bij de Regeling natuurbescherming aangewezen voorschrift(en) van (een) EU-verordening(en), te weten artikel 8, lid 1 van de Basisverordening (EG) nr. 338/97, gewijzigde Verordening (EG) nr. 101-2012 van 6 februari 2012, en laatstelijk gewijzigd middels Verordening (EG) 2021/2280) en/of de Verordening (EG) 2023/966 van de Commissie van 15 mei 2023,immers heeft hij- op 2 augustus 2021 te Rolde, één (1) jonge grijze roodstaart papegaai (Psittacus erithacus), en- in de periode van 30 oktober 2022 tot en met 23 november 2022 te Rolde, één (1) dubbele geelkop papegaai (Amazona oratrix) en een rosé kaketoe (Eolophus roseicapilla), en- in de periode van 15 februari 2021 tot en met 8 maart 2021 te Rolde, één (1) grijze roodstaart papegaai (Psittacus erithacus), en- op 15 april 2023, twee (2) Molukken kaketoe’s (Cacatua moluccensis),van de in bijlage A bij deze Verordening(en) genoemde soorten verkocht en/of in bezit gehad met het oog op verkoop en/of ten verkoop aangeboden en/of vervoerd met het oog op verkoop;

en

hij op 7 januari 2023 in Nederland, opzettelijk,heeft gehandeld in strijd met een) bij de Regeling natuurbescherming aangewezen voorschrift(en) van (een) EU-verordening(en), te weten artikel 8 lid 5 van de Basisverordening (EG) nr. 338/97, gewijzigde Verordening (EG) nr. 101-2012 van 6 februari 2012, en laatstelijk gewijzigd middels Verordening (EG) 2021/2280) en/of de Verordening (EG) 2023/966 van de Commissie van 15 mei 2023,immers heeft hij twee (2) Nieuw-Guinea Edelpapegaaien, van de in bijlage B bij deze Verordening(en) genoemde soorten verkocht en in bezit gehad met het oog op verkoop en ten verkoop aangeboden en vervoerd met het oog op verkoop;

2hij in de periode van 15 juni 2022 tot en met 21 januari 2023 in Nederland,geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten overdrachtsverklaringen Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers (NBvV) valselijk heeft opgemaakt door- op het overdrachtsverklaring, datum opmaak 07-01-2023, onder Ondergetekende 1 (huidige eigenaar/houder) Naam “ [alias] ” in te vullen en onder het Adres “ [adres 1] ” in te vullen en onder woonplaats “ [woonplaats 1] ” in te vullen en- op de overdrachtsverklaring, datum opmaak 02-08-2022, als geboortedatum van de vogel “ [geboortedatum 2] 2020” in te vullen en- op het overdrachtsverklaring, datum opmaak 15/06/2022, onder reconnais avoir cédé a (nieuwe eigenaar/ontvanger) “Dhr. [naam 2] ” in te vullen en onder Adresse “ [adres 2] ” in te vullen, en- op het overdrachtsverklaring, datum opmaak 21-01-2023, als eigenaar in te vullen [naam 3] en een handtekening te zetten die door moet gaan als en/of gelijkend is op de handtekening van [naam 3] ,met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;

3hij op 7 januari 2023 in Nederland, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en door een samenweefsel van verdichtsels,[slachtoffer] heeft bewogen tot de afgifte van enig goed, te weten papegaaien en een geldbedrag (€ 200 euro),immers heeft hij, verdachte met vorenomschreven oogmerk – zakelijk weergegeven - onder meer- zich (op Marktplaats en op Whatsapp) voorgedaan als [alias] , [adres 1] te [woonplaats 1] en één of meer vogels te koop aangeboden en- de vogels heeft gebracht naar het huisadres (in [plaats] ) van [slachtoffer] en- aan [slachtoffer] verteld dat één van de vogels een chip had en op de overdrachtsverklaring NBvB vermeld “garantie goed kweekkoppel, chip word gemailt niet goed worden ze in overleg omgeruild”, waardoor die [slachtoffer] werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

4hij in de periode van 1 januari 2020 tot en met 10 mei 2023 te Rolde in de gemeente(n) Aa en Hunze, opzettelijk, bedrijfsmatig gezelschapsdieren, te weten vogels (papegaaiachtigen), heeft verkocht en ten verkoop in voorraad heeft gehouden en heeft afgeleverd en heeft gehouden ten behoeve van opvang,terwijl daarbij niet werd voldaan aan één of meerdere bepalingen in Paragraaf 2 van Hoofdstuk 3 van het Besluit houders van dieren,immers heeft hij, verdachte:- in strijd met artikel 3.7, eerste lid en/of 3.8, eerste lid van het Besluit houders van dieren, als degene of als beheerder onder wiens verantwoordelijkheid één of meer activiteiten als bedoeld in artikel 3.6 van voornoemd Besluit, werd verricht met gezelschapsdieren, te weten vogels (papegaaien), in een inrichting gelegen aan de [adres 3] te [woonplaats 2] , terwijl die inrichting niet was aangemeld bij de Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, en aan die inrichting geen bedrijfsmatig uniek bedrijfsnummer (UBN) was toegekend en- in strijd met artikel 3.10, eerste lid van het Besluit houders van dieren, geen deugdelijke administratie van die gezelschapsdieren (vogels), die in zijn inrichting verbleven, bijgehouden en- was hij, verdachte in strijd met artikel 3.11, eerste lid van het Besluit houders van dieren, als beheerder werkzaam in de inrichting en niet in het bezit van een door Onze Minister erkend bewijs van vakbekwaamheid voor de diergroep (vogels) waarmee activiteiten in de inrichting worden verricht;

5hij op of omstreeks 10 mei 2023 te Rolde in de gemeente Aa en Hunze, als houder van vogels, te weten- 2 Grijze Roodstaart papegaaien en- 2 Geelnek Amazones en- 2 Geeldij Caique en- 1 Geelnek Ara en- 1 Dwerg Ara en- 2 Derby’s Parkieten en- 1 Kortstaart papegaai en- 2 Geelvoorhoofd Amazones en- 2 Triton Kaketoe’s en- 1 Roodoor Ara en- 4 Dubbele Geelkopamazones en - 1 Blauw Gele Ara en- 1 Kortstaart Papegaai en- 4 Geeldij Caique en- 2 Groendij Caique en- 2 Geelvoorhoofd Amazones,(telkens) de nodige verzorging aan die dieren heeft onthouden, door- geen of onvoldoende (vers) water te geven en- geen of onvoldoende (vers en geschikt) voer te geven en- (die ziek waren) geen of onvoldoende (diergeneeskundige) verzorging te verstrekken en/of te doen verstrekken en- de vogels te houden tussen en/met de stoffelijke resten van doden vogels en- de vogels te houden in (zeer) vieze omstandigheden;

84-317855-22: 1hij in de periode 30 oktober 2022 tot en met 23 november 2022 in Nederland,tezamen en in vereniging met één ander, opzettelijk,heeft gehandeld in strijd met (een) bij de Regeling natuurbescherming aangewezen voorschrift(en) van (een) EU-verordening(en), te weten artikel 8, lid 1 van de Basisverordening (EG) nr. 338/97, (laatstelijk gewijzigd middels Verordening (EU) 2021/2280),immers heeft hij 3 dubbele geelkopamazone(s) met ringnummer(s), [ringnummer 1] , [ringnummer 2] , [ringnummer 3] , van de in bijlage A bij deze Basisverordening genoemde soorten verkocht en in bezit gehad met het oog op verkoop en ten verkoop aangeboden en vervoerd met het oog op verkoop;

2hij in de periode van 30 oktober 2022 tot en met 13 november 2022 te Rolde in de gemeente Aa en Hunze,geschriften die bestemd waren om tot bewijs van enig feit te dienen, te weten meerdere overdrachtsverklaringen Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers (NBvV) valselijk heeft opgemaakt en/of heeft vervalst,door (op de overdrachtsverklaring, datum opmaak 3 november 2022),- als “wetenschappelijke naam” in te vullen “Amazone ochrocephala tresmariae” en(op de overdrachtsverklaring, datum opmaak 30 oktober 2022),- een handtekening te zetten die door moet gaan als/ gelijkend is op de handtekening van [naam 4] en(op de overdrachtsverklaring, datum opmaak 13 november 2022),- als datum opmaak te vermelden “13 november 2022”,​​​​​​met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in:

- de artikelen 57, 225 en 326 van het Wetboek van Strafrecht;

- de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;

- artikel 3.37 van de Wet natuurbescherming;

- artikel 3.14 van de Regeling natuurbescherming;

- artikel 8 van de Basisverordening EG nr. 338/97;

- de artikelen 2.2 en 2.7 van de Wet dieren;

- artikel 3.6 van het Besluit houders van dieren.

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

84-317855-22

feit 1: het misdrijf:

medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 3.37, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, opzettelijk begaan;

feit 2: het misdrijf:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

84.053772.24

feit 1: het misdrijf:

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 3.37, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, opzettelijk begaan

en

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 3.37, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, opzettelijk begaan;

feit 2: het misdrijf:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

feit 3: het misdrijf:

oplichting;

feit 4: het misdrijf:

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 2.7, eerste lid, Wet dieren, opzettelijk begaan;

feit 5: het misdrijf:

zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

6. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte een gevangenisstraf op te leggen voor de duur van 3 maanden met aftrek van voorarrest.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

Verdachte heeft enkele jaren een professionele papegaaienhandel gevoerd. Handel in levende dieren komt met een bepaalde verantwoordelijkheid. Die verantwoordelijkheid richt zich op bescherming van de biodiversiteit, op het welzijn van de dieren die een handelaar in zijn bezit heeft en op het voorkomen van risico’s voor verspreiding van ziekten. Die verantwoordelijkheid dient zich te uiten in het naleven van de regels en het zorgvuldig omgaan met de dieren. Uit het dossier en het verhandelde ter zitting is bij de rechtbank van verdachte het beeld ontstaan van iemand die het belang van deze verantwoordelijkheden onvoldoende inziet.

Verdachte heeft zich bij de handel in papegaaien niet gehouden aan de wettelijke regelingen en hij administreerde deze handel niet correct. Verder heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift, door overdrachtsverklaringen valselijk op te maken, aan oplichting en heeft hij aan de papegaaien de nodige verzorging onthouden, waardoor enkele papegaaien zijn komen te overlijden. Daarmee laat verdachte zien geen enkel respect te hebben voor dierenwelzijn en alleen handelde vanuit een financieel motief, ten koste van dierenliefhebbers. Dat rekent de rechtbank hem zwaar aan.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 31 augustus 2026. Hieruit blijkt dat verdachte niet recentelijk is veroordeeld voor een soortgelijk strafbaar feit.

De rechtbank is – alles afwegende – van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden een passende en geboden straf is.

De inbeslaggenomen voorwerpen

De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat de levende vogels moeten worden onttrokken aan het verkeer, dat de dode vogels moeten worden verbeurd verklaard en dat de inbeslaggenomen administratie moet worden verbeurd verklaard.

De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst vermelde levende en dode vogels, alsmede de administratie moeten worden verbeurdverklaard, omdat het voorwerpen betreffen met betrekking tot welke de feiten zijn begaan.

7. De schade van benadeelden

7.1.1 De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]

heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 700,00 (zevenhonderd euro). De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- waarde van de vogels à € 500,00;

- bijbetaling à € 200,00.

7.1.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering geheel moet worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.1.3 Het oordeel van de rechtbank

De vordering tot materiële schade is voldoende onderbouwd en door/namens verdachte niet betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat deze schade in rechtstreeks verband staat met de onder 1 en 3 bewezenverklaarde feiten (parketnummer 84.053772-24). De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.

7.1.4 De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten is toegebracht.

Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met 7 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

7.2.1 De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5]

heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 324,05 (driehonderdvierentwintig euro en vijf eurocent). De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- dierenartskosten à € 294,05;

- de kosten voor de aanvraag van een Cites-verklaring à € 30,00.

7.2.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering geheel moet worden toegewezen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

7.2.3 Het oordeel van de rechtbank

De vordering tot materiële schade is voldoende onderbouwd en door/namens verdachte niet betwist. Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting kan worden vastgesteld dat deze schade in rechtstreeks verband staat met het onder 1 bewezenverklaarde feit (parketnummer 84.053772-24). De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.

7.2.4 De schadevergoedingsmaatregel

De benadeelde partij heeft verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.

De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partij naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het feit is toegebracht.

Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met 3 dagen gijzeling, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.

7.3.1 De vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 6]

heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 1130,20 (elfhonderddertig euro en twintig eurocent). De gevorderde materiële schade bestaat uit de volgende posten:

- kosten voor de papegaaien à € 800,00;

- dierenartskosten à € 330,20.

7.3.2 Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering niet-ontvankelijk moet worden verklaard, omdat de benadeelde partij al schadeloos is gesteld door de ex-partner van verdachte.

7.3.3 Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank bepaalt dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk is in de vordering, omdat de benadeelde partij volgens informatie van de officier van justitie reeds schadeloos is gesteld. De benadeelde partij kan de vordering aan de burgerlijke rechter voorleggen.

8. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 33 en 33a Sr.

9. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 van parketnummer 84.317855.22 en het onder 1, 2, 3, 4 en 5 van parketnummer 84.053772.24 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

84-317855-22

feit 1: het misdrijf:

medeplegen van overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 3.37, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, opzettelijk begaan;

feit 2: het misdrijf:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

84.053772.24

feit 1: het misdrijf:

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 3.37, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, opzettelijk begaan

en

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 3.37, eerste lid, van de Wet natuurbescherming, opzettelijk begaan;

feit 2: het misdrijf:

valsheid in geschrift, meermalen gepleegd;

feit 3: het misdrijf:

oplichting;

feit 4: het misdrijf:

overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 2.7, eerste lid, Wet dieren, opzettelijk begaan;

feit 5: het misdrijf:

zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2 van parketnummer 84.317855.22 en het onder 1, 2, 3, 4 en 5 van parketnummer 84.053772.24 bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;

- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

schadevergoeding

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] toe tot een bedrag van € 700,00 (bestaande uit materiële schade);

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] (feiten 1 en 3 onder parketnummer 84.053772-24) van een bedrag van € 700,00 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 januari 2023);

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat de verdachte verplicht is ter zake van de onder 1 en 3 bewezenverklaarde feiten (parketnummer 84.053772-24) tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 700,00, (zegge: zevenhonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 januari 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 7 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 5] toe tot een bedrag van € 324,05 (bestaande uit materiële schade);

- veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5] (feit 1 onder parketnummer 84.053772-24) van een bedrag van € 324,05 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 april 2023);

- veroordeelt de verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;

- legt de maatregel op dat de verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 324,05, (zegge: driehonderdvierentwintig euro en vijf eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 april 2023 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 3 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;

- bepaalt dat als de verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van de verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als de verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;

- bepaalt dat de benadeelde partij: [slachtoffer 6] (feit 2 onder parketnummer 84.317855.22): in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen de vordering gemaakt, en begroot deze kosten op nihil;

de in beslag genomen voorwerpen

- verklaart verbeurd de in beslag genomen voorwerpen, te weten (dode en levende) vogels en administratie.

Dit vonnis is gewezen door mr. D. ten Boer, voorzitter, mr. R.P. van Campen en mr. R. ter Haar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C. van Druten, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 14 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. D. ten Boer
  • mr. R.P. van Campen
  • mr. R. ter Haar

Griffier

  • mr. C.C. van Druten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand