ECLI:NL:RBOVE:2026:5535

ECLI:NL:RBOVE:2026:5535

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 14-09-2026
Datum publicatie 15-09-2026
Zaaknummer 84.080336.25 (P)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden en een taakstraf van 300 uren. De verdachte is schuldig bevonden aan het opzettelijk opslaan en/of voorhanden hebben van grote hoeveelheden professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, en opzettelijk handelingen als bedoeld in artikel 1.2.2 eerste tot en met het vierde lid van het Vuurwerkbesluit voor te bereiden door professioneel vuurwerk te koop aan te bieden aan particulieren.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige economische kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 84.080336.25 (P)

Datum vonnis: 14 september 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1991 in [geboorteplaats],

wonende aan de [woonplaats].

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 31 augustus 2026.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. R.A.C. Frijns, advocaat in [plaats 3], naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

feit 1: op 14 november 2023 opzettelijk professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, in een voertuig heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad;

feit 2: op 13 december 2023 opzettelijk professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, in een zeecontainer heeft opgeslagen en/of voorhanden heeft gehad;

feit 3: in de periode van 1 juli 2021 tot en met 13 december 2023 opzettelijk handelingen als bedoeld in artikel 1.2.2 eerste tot en met het vierde lid van het Vuurwerkbesluit heeft voorbereid en/of bevorderd door via Telegram en/of Facebook Messenger en/of Whatsapp en/of Signal of een andere berichtendienst professioneel vuurwerk te koop aan te bieden aan particulieren.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1

hij op of omstreeks 14 november 2023 in de gemeente [plaats 1], althans in Nederland

opzettelijk,

professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten

- 35, althans één of meerdere stuks Shells (Mortierbom) (4”Chain Shells), (Pag. 49), en/of

- 100, althans één of meerdere stuks Knalvuurwerk (SHOCK BULL DOG), (Pag. 55), en/of

- 8, althans één of meerdere stuks Batterij Enkelschotsbuizen (Diversen), (Pag. 38), en/of

- 6, althans één of meerdere stuks Knalstreng (Pag. 59), en/of

- 2, althans één of meerdere stuks Vuurwerkset (Happy hollidays), (Pag. 62), en/of

- 1920, althans één of meerdere stuks Knalvuurwerk (BOMB), (Pag. 71), en/of

- 46,40 kilogram, althans een hoeveelheid Batterij Enkelschotsbuizen (Flowerbed) (Royal Show), (Pag. 67), en/of

- 41,60 kilogram, althans een hoeveelheid Batterij Enkelschotsbuizen (Flowerbed)

(Gruba Berta), (Pag. 75), en/of

- 0,90 kilogram, althans een hoeveelheid Fontein (Color), (Pag. 78),

heeft opgeslagen (in een voertuig bestelbus Peugeot Boxer met kenteken [kenteken]) en/of voorhanden heeft gehad;

2

hij op of omstreeks 13 december 2023 in de gemeente [plaats 1], althans in Nederland,

opzettelijk,

professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten

- 3, althans één of meerdere stuks Batterij Enkelschotsbuizen (Flowerbed, BS-50 Jorge), (p. 331), en/of

- 1 stuk á 30 kg Batterij Enkelschotsbuis (Flowerbed, APC-02 225S Silver Lion), (p. 334)

- 16, althans één of meerdere stuks Knalvuurwerk (banger/flashbanger, Shock Bull Dog), (p. 336)

- 25.5 kg, althans een hoeveelheid Batterij Enkelschotsbuizen (Big Bum), (p. 321 en 328)

heeft opgeslagen (in een zeecontainer op een bedrijventerrein aan de [adres 1] te [plaats 1]) en/of voorhanden heeft gehad;

3

hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2021 tot en met 13 december 2023,

in de gemeente(n) [plaats 1], althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met een (of meer) ander(en), althans alleen,

opzettelijk,

teneinde, handelingen als bedoeld in artikel 1.2.2 eerste tot en met het vierde lid van het Vuurwerkbesluit, te weten, het voorhanden hebben en/of opslaan en/of aan een ander ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, voor te bereiden en/of te bevorderen, door

- te trachten een ander te bewegen om die handelingen te plegen en/of te doen plegen en/of mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of

- te trachten zich of een ander gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen tot het verrichten van die handelingen te verschaffen, en/of

- voorwerpen en/of voertuigen en/of stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat zij bestemd zijn tot het verrichten van die handelingen,

immers, heeft verdachte en/of zijn mededader(s) in of omstreeks de periode van 1 juli 2021 tot en met 13 december 2023

- bestellijsten voor professioneel vuurwerk voorhanden gehad en/of bestellijsten aan één of meer particulier(en), in ieder geval aan (een) ander(en) dan een persoon met gespecialiseerde kennis ter beschikking gesteld via de applicatie Telegram en/of Facebook Messenger en/of Whatsapp en/of Signal en/of een andere berichtendienst (p. 111, 115, 116, 217), en/of

- aan één of meer particulier(en), in ieder geval aan (een) ander(en) dan een persoon met gespecialiseerde kennis, professioneel vuurwerk te koop aangeboden,

immers heeft hij, verdachte

o aan [betrokkene 1], in of omstreeks de periode van 1 december 2022 tot en met 12 december 2022 te [plaats 1], althans in Nederland, een 100.000 klapper en 150 shots mixed groot (Pag. 124) en/of

o aan [betrokkene 2] ([betrokkene 2]), in of omstreeks de periode van 1 oktober 2023 tot en met 12 november 2023 te [plaats 1], 198 stuks Bomb en/of 15 stuks Shock Bull Dogs (Pag. 124) en/of

o aan [betrokkene 3], in of omstreeks de periode van 31 oktober 2023 tot en met 1 november 2023 bij [locatie] te [plaats 1], 1x 300 shots en 1x 150 shots 1.2 mm, pijlen, fontein en wat klein knal (Pag. 119) en/of

o aan [betrokkene 4] ([betrokkene 4]), in december 2023 te [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of [plaats 1], 5 of 6 pakketten van 200 tot 300 euro per stuk (Pag. 343) en/of

o aan [betrokkene 5] ([betrokkene 5]), op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2021 tot en met 24 oktober 2023 te [plaats 1] en/of [plaats 4], 492 inch potten en/of 495 shots 1,2 inch, 100 shots blok 1,2 inch, lawine pijl Zink 901, Nitraat, Bul Dog Shock en/of 1,2 inch en/of 2 inch blokken en/of knalvuurwerk (Dum Bum) (Pag. 360, chats 372, bestellijsten Pag. 364, 365 en 368), en/of

o aan [betrokkene 6] op één of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van december 2021 en december 2022 te [plaats 5] en/of [plaats 6] en/of [plaats 1] professioneel siervuurwerk en enkele pijlen (pag. 340)

aangeboden.

3. De bewijsmotivering

Inleiding

Op 14 november 2023 troffen verbalisanten op de [adres 2] te [plaats 1] in een bestelbus van verdachte ruim 400 kilogram (bruto gewicht) professioneel vuurwerk aan. Op 13 december 2023 troffen verbalisanten ruim 100 kilogram (bruto gewicht) professioneel vuurwerk aan in een zeecontainer van verdachte. Vervolgens is de mobiele telefoon van verdachte in beslag genomen voor nader onderzoek, waaruit de verdenking is ontstaan dat verdachte handeling heeft verricht ten behoeve van de handel in vuurwerk.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten bewezen kunnen worden verklaard.

De officier van justitie stelt zich ten aanzien van feit 3 – onder verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 21 november 2023 – op het standpunt dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging voor de periode tot 1 januari 2022.

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor feit 3 ten aanzien van het gedachtestreepje dat ziet op de persoon genaamd [betrokkene 6]. Voor het overige heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte de tenlastegelegde feiten heeft begaan, met uitzondering van hetgeen verweten wordt ten aanzien van [betrokkene 6] en zal hem terzake dit onderdeel vrijspreken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.

De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten op grond van de volgende bewijsmiddelen, waarbij de rechtbank - nu verdachte deze feiten heeft bekend en door of namens hem geen vrijspraak is bepleit - conform artikel 359, derde lid, laatste volzin van het Wetboek van Strafvordering (Sv), zal volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.

Feit 1

het proces-verbaal van de zitting van 31 augustus 2026, voor zover inhoudende de (bekennende) verklaring van verdachte;

het proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [verbalisant 1], [verbalisant 2], [verbalisant 3] en [verbalisant 4] van 4 december 2023;

- het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van verbalisant [verbalisant 5] van 18 december 2023 met bijlagen;

Feit 2

het proces-verbaal van de zitting van 31 augustus 2026, voor zover inhoudende de (bekennende) verklaring van verdachte;

de kennisgeving van inbeslagneming van de verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] van 20 december 2023;

- het proces-verbaal van onderzoek aan inbeslaggenomen vuurwerk van verbalisant [verbalisant 8] van 8 februari 2024 met bijlagen.

Feit 3

het proces-verbaal van de zitting van 31 augustus 2026, voor zover inhoudende de (bekennende) verklaring van verdachte;

het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 9] van 11 maart 2025;

- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 9] van 4 december 2023;

- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 10] van 30 januari 2024;

- het proces-verbaal van verhoor van [getuige 1], opgemaakt door verbalisant [verbalisant 11], van 13 december 2023;

- het proces-verbaal van verhoor van [betrokkene 4], opgemaakt door de verbalisanten [verbalisant 9] en [verbalisant 12], van 23 augustus 2024;

- het proces-verbaal van verhoor van [getuige 2], opgemaakt door verbalisant [verbalisant 9], van 10 maart 2025;

- het proces-verbaal van verhoor van [getuige 3], opgemaakt door de verbalisanten [verbalisant 9] en [verbalisant 12], van 3 juli 2024.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de opgegeven bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1

hij op 14 november 2023 in de gemeente [plaats 1], opzettelijk,

professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten

- 35 stuks Shells (Mortierbom) (4”Chain Shells), en

- 100 stuks Knalvuurwerk (SHOCK BULL DOG), en

- 8 stuks Batterij Enkelschotsbuizen (Diversen), en

- 6 stuks Knalstreng, en

- 2 stuks Vuurwerkset (Happy hollidays), en

- 1920 stuks Knalvuurwerk (BOMB), en

- 46,40 kilogram Batterij Enkelschotsbuizen (Flowerbed) (Royal Show), en

- 41,60 kilogram Batterij Enkelschotsbuizen (Flowerbed) (Gruba Berta), en

- 0,90 kilogram Fontein (Color),

heeft opgeslagen (in een voertuig bestelbus Peugeot Boxer met kenteken [kenteken]) en voorhanden heeft gehad;

2

hij op 13 december 2023 in de gemeente [plaats 1], opzettelijk,

professioneel vuurwerk, bestemd voor particulier gebruik, te weten

- 3 stuks Batterij Enkelschotsbuizen (Flowerbed, BS-50 Jorge), en

- 1 stuk à 30 kg Batterij Enkelschotsbuis (Flowerbed, APC-02 225S Silver Lion),

- 16 stuks Knalvuurwerk (banger/flashbanger, Shock Bull Dog),

- 25.5 kg Batterij Enkelschotsbuizen (Big Bum),

heeft opgeslagen (in een zeecontainer op een bedrijventerrein aan de [adres 1] te [plaats 1]) en voorhanden heeft gehad;

3

hij in de periode van 1 juli 2021 tot en met 13 december 2023, in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen,

opzettelijk,

teneinde, handelingen als bedoeld in artikel 1.2.2 eerste tot en met het vierde lid van het Vuurwerkbesluit, te weten, het voorhanden hebben en/of opslaan en/of aan een ander ter beschikking stellen van professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik, voor te bereiden en/of te bevorderen, door

- te trachten een ander te bewegen om die handelingen te plegen en te doen plegen en mede te plegen en om daarbij behulpzaam te zijn en om daartoe gelegenheid en middelen en inlichtingen te verschaffen, en

- te trachten zich of een ander gelegenheid en middelen en inlichtingen tot het verrichten van die handelingen te verschaffen, en

- voorwerpen en een voertuig voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het verrichten van die handelingen,

immers, heeft verdachte en zijn mededader in de periode van 1 juli 2021 tot en met 13 december 2023

- bestellijsten voor professioneel vuurwerk voorhanden gehad en bestellijsten aan particulieren, in ieder geval aan (een) ander(en) dan een persoon met gespecialiseerde kennis ter beschikking gesteld via de applicatie Telegram en Facebook Messenger en Whatsapp en Signal en een andere berichtendienst, en

- aan particulieren, in ieder geval aan (een) ander(en) dan een persoon met gespecialiseerde kennis, professioneel vuurwerk te koop aangeboden,

immers heeft hij, verdachte

o aan [betrokkene 1], in de periode van 1 december 2022 tot en met 12 december 2022 in Nederland, een 100.000 klapper en 150 shots mixed groot en

o aan [betrokkene 2] ([betrokkene 2]), in de periode van 1 oktober 2023 tot en met 12 november 2023 te [plaats 1], 198 stuks Bomb en 15 stuks Shock Bull Dogs en

o aan [betrokkene 3], in de periode van 31 oktober 2023 tot en met 1 november 2023 bij [locatie] te [plaats 1], 1x 300 shots en 1x 150 shots 1.2 mm, pijlen, fontein en wat klein knal en

o aan [betrokkene 4] ([betrokkene 4]), in december 2023 te [plaats 2] en/of [plaats 3] en/of [plaats 1], 5 of 6 pakketten van 200 tot 300 euro per stuk en

o aan [betrokkene 5] ([betrokkene 5]), in de periode van 1 oktober 2021 tot en met 24 oktober 2023 te [plaats 1] en/of [plaats 4], 492 inch potten en 495 shots 1,2 inch, 100 shots blok 1,2 inch, lawine pijl Zink 901, Nitraat, Bul Dog Shock en 1,2 inch en 2 inch blokken en knalvuurwerk (Dum Bum),

aangeboden.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders ten laste is gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

De strafbaarheid van feit 3 (voorbereidingshandelingen met betrekking tot professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik)

Artikel 1.2.2, vijfde lid, van het Vuurwerkbesluit verbiedt onder meer, zakelijk samengevat en voor zover voor de beoordeling van deze zaak van belang, om voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben waarvan men weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat zij bestemd zijn tot (onder andere) het vervaardigen van professioneel vuurwerk bestemd voor particulier gebruik. Het gaat hier om zogenoemde voorbereidingshandelingen.

Artikel 46, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) stelt de voorbereiding van misdrijven waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaar of meer is gesteld strafbaar. Ingevolge het bepaalde in artikel 91 Sr is (onder andere) artikel 46 Sr ook toepasselijk op feiten waarop bij andere wetten (of verordeningen) straf is gesteld, tenzij de wet (lees: de wet in formele zin) anders bepaalt. Uit de tekst van artikel 91 Sr volgt dus reeds dat van de regeling van het strafbaar stellen van voorbereidingshandelingen ex artikel 46 Sr slechts bij wet in formele zin kan worden afgeweken. Daar waar voorbereidingshandelingen strafbaar zijn gesteld in afwijking van deze algemene regeling ten aanzien van strafbare feiten met een lager strafmaximum, geschiedt dat dan ook steeds bij wet in formele zin.

Het Vuurwerkbesluit is geen wet in formele zin maar een Algemene Maatregel van Bestuur (hierna: AMvB) en kan dus geen zelfstandige grondslag bieden voor het als misdrijf strafbaar stellen van voorbereidingshandelingen. De Wet milieubeheer is wel een wet in formele zin. Op grond van artikel 9.2.2.1 van deze wet kunnen bij AMvB regels worden gesteld met betrekking tot het verrichten van handelingen met stoffen, als het vermoeden is gerezen dat daardoor ongewenste effecten voor de gezondheid van de mens of voor het milieu ontstaan.

Op grond van de artikelen 1a onder 10, juncto 2 en 6 van de Wet op de Economische Delicten zijn overtredingen van voorschriften gesteld bij of krachtens (onder meer) artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer misdrijven, voor zover zij opzettelijk zijn begaan. Het strafmaximum van dergelijke misdrijven bedraagt zes jaar gevangenisstraf.

Voorheen stelde artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer noch een andere bepaling van de Wet milieubeheer, in afwijking van artikel 46 juncto 91 Sr, voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 1.2.2, lid 5 van het Vuurwerkbesluit afzonderlijk strafbaar. Uit de jurisprudentie volgde daarom voorheen dat artikel 1.2.2, vijfde lid van het Vuurwerkbesluit, voor het afzonderlijk strafbaar stellen van voorbereidingshandelingen, onverbindend was nu er daarvoor geen toereikende wettelijke grondslag was in artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer.

Op 1 januari 2022 is de Verzamelwet IenW 2020 in werking getreden. Door deze wetswijzigingen is artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer dusdanig aangepast dat dit artikel nu wel een grondslag biedt voor regels met betrekking tot het voorbereiden of het bevorderen van handelingen met stoffen, mengsels of genetisch gemodificeerde organismen, indien een redelijk vermoeden bestaat dat door deze handelingen ongewenste effecten voor de gezondheid van de mens of het milieu zullen ontstaan. In de Memorie van Toelichting wordt buiten twijfel gesteld dat deze wijziging is ingevoerd als gevolg van voornoemde jurisprudentie en dat daarmee wordt beoogd dat artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer een grondslag biedt voor regels met betrekking tot het voorbereiden en het bevorderen van gereguleerde handelingen en derhalve een wettelijke grondslag vormt voor het afzonderlijk strafbaar stellen van voorbereidingshandelingen als bedoeld in artikel 1.2.2, vijfde lid, van het Vuurwerkbesluit.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer vanaf 1 januari 2022 een wettelijke grondslag biedt voor de zelfstandige strafbaarstelling van artikel 1.2.2, vijfde lid, van het Vuurwerkbesluit.

De rechtbank is daarom ten aanzien van feit 3 voor de periode tot 1 januari 2022 van oordeel dat het bewezen verklaarde niet strafbaar was gesteld en daarom geen strafbaar feit oplevert voor deze periode. De verdachte zal worden ontslagen van alle rechtsvervolging ten aanzien van dit feit voor de periode tot 1 januari 2022.

De strafbaarheid van de feiten 1, 2 en 3

Het bewezenverklaarde is (met uitzondering van feit 3 voor de periode tot 1 januari 2022) strafbaar gesteld in artikel 47 Sr, artikel 9.2.2.1 van de Wet Milieubeheer in samenhang met artikel 1.2.2 lid 1 en lid 5 van het Vuurwerkbesluit en de artikelen 1a, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten (voor het overige) uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feiten 1 en 2, telkens:

het misdrijf: overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van

de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;

feit 3:

het misdrijf: medeplegen van een overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

6. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden waarvan 9 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om gelet op wat in vergelijkbare zaken is opgelegd, gelet op de overschrijding van de redelijke termijn en de persoonlijke omstandigheden van verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, maar te volstaan met een andere strafmodaliteit dan door de officier van justitie is gevorderd.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk voorhanden hebben en opslaan van verschillende soorten professioneel vuurwerk (knalvuurwerk, shells, batterijen enkelschotsbuizen, knalstrengen, vuurwerksets en fontein). De hoeveelheid professioneel vuurwerk die werd aangetroffen in zijn bestelbus heeft opgeteld een bruto gewicht van ruim 400 kilogram. De hoeveelheid professioneel vuurwerk aangetroffen in de zeecontainer op een bedrijventerrein heeft opgeteld een bruto gewicht van ruim 100 kilogram. Verder heeft verdachte via het versturen van bestellijsten illegaal vuurwerk te koop aangeboden.

Ongecontroleerd bezit van dergelijk zwaar vuurwerk is levensgevaarlijk. Dat geldt zeker voor professioneel vuurwerk, dat een substantieel zwaardere of explosievere lading bevat dan het vuurwerk dat in Nederland aan consumenten verkocht mag worden. Het afsteken van professioneel vuurwerk door particulieren brengt grote risico’s mee; niet alleen voor degene die het afsteekt, maar ook voor de omstanders. Ernstige gehoorbeschadiging, zwaar lichamelijk letsel of zelfs overlijden kan daarvan het gevolg zijn. Het vuurwerk kan massa-explosief reageren. Dit betekent dat indien één exemplaar in een partij, waarin de artikelen dicht bij elkaar liggen, tot ontbranding komt en explodeert, de kans bestaat dat de hele partij sympathisch mee-explodeert. Met het opslaan en voorhanden hebben van de grote hoeveelheid professioneel vuurwerk en het te koop aanbieden hiervan aan particulieren heeft verdachte de bestaande risico’s van dit zware vuurwerk verder vergroot. De bestelbus met het daarin opgeslagen vuurwerk stond bovendien geparkeerd in een woonwijk op ongeveer 50 meter afstand van een tankstation. Dat hij de daaraan verbonden risico’s voor lief heeft genomen en alleen zijn eigen financiële belangen voor ogen heeft gehad, rekent de rechtbank hem zwaar aan.

Persoon van de verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 3 juni 2026. Hieruit blijkt dat verdachte in het verleden wel eerder is veroordeeld, maar niet voor soortgelijke strafbare feiten.

Overschrijding van de redelijke termijn

De rechtbank is van oordeel dat er rekening mee moet worden gehouden dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens is overschreden. Op 13 december 2023 is verdachte in verzekering gesteld. Op die datum heeft de vervolging van verdachte een aanvang genomen en is de redelijke termijn gaan lopen. Als uitgangspunt geldt dat de behandeling ter terechtzitting moet worden afgerond met een eindvonnis binnen twee jaren nadat de redelijke termijn is aangevangen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden die dergelijke lange duur rechtvaardigen. Bij eindvonnis van heden bedraagt de overschrijding van de redelijke termijn negen maanden. De rechtbank zal deze overschrijding mede compenseren door te kiezen voor een andere strafmodaliteit dan de onvoorwaardelijke gevangenisstraf die de rechtbank zou hebben opgelegd zonder deze termijnoverschrijding.

Op te leggen straf en/of maatregel

Gezien de ernst van de gepleegde feiten kan in beginsel niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Gelet op de persoon van de verdachte en het hiervoor genoemde tijdsverloop sinds de bewezenverklaarde feiten ziet de rechtbank echter geen heil meer in die strafsoort en zal een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen om verdachte ervan te weerhouden zich nogmaals schuldig te maken aan enig strafbaar feit. De rechtbank zal vanwege de ernst van de feiten daarnaast een onvoorwaardelijke taakstraf opleggen.

Nu sprake is van meerdaadse samenloop, is de cumulatie van taakstraffen niet begrensd tot 240 uren. De samenloopregeling van artikel 57 Sr kent geen beperkingen over cumulatie van taakstraffen, terwijl ook titel II (Straffen) van Boek 1 van het Wetboek van Strafrecht geen regels bevat over maximaal op te leggen taakstraf in geval van meerdaadse samenloop.

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren, en een taakstraf voor de duur van 320 uren, passend en geboden is. Vanwege de overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank het aantal uren vaststellen op 300 uur.

De inbeslaggenomen voorwerpen

De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat de op de beslaglijst vermelde telefoon moet worden verbeurdverklaard en dat het in beslag genomen geld moet worden teruggegeven aan verdachte.

De raadsman heeft betoogd dat de inbeslaggenomen telefoon en het inbeslaggenomen geld moeten worden teruggegeven aan verdachte.

De rechtbank is van oordeel dat de op de beslaglijst vermelde telefoon moet worden verbeurdverklaard, omdat het een voorwerp betreft met behulp waarvan het feit is begaan of voorbereid.

De rechtbank zal de teruggave aan de verdachte gelasten van het aan verdachte toebehorende op de beslaglijst vermelde geld, aangezien dit niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.

7. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 33 en 33a Sr.

8. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart dat het onder 3 bewezen verklaarde voor de periode van 1 juli 2021 tot 1 januari 2022 geen strafbaar feit oplevert en ontslaat verdachte op dat onderdeel ten aanzien van die periode van alle rechtsvervolging;

- verklaart het bewezen verklaarde voor het overige strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feiten 1 en 2, telkens:

het misdrijf: overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van

de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;

feit 3:

het misdrijf: medeplegen van een overtreding van een voorschrift, gesteld krachtens artikel 9.2.2.1 van de Wet milieubeheer, opzettelijk begaan;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1, 2 en 3 bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) maanden;

- bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 300 (driehonderd) uren;

- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 150 (honderdvijftig) dagen;

- beveelt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste zestig dagen doorgebracht in verzekering of voorlopige hechtenis, twee uren en voor de resterende dagen één uur per dag aftrek plaatsvindt;

de in beslag genomen voorwerpen

- verklaart verbeurd het in beslag genomen voorwerp, te weten een telefoon (Samsung Galaxy S22; RFCT7169EXP);

- gelast de teruggave van het inbeslaggenomen geld aan verdachte.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.P. van Campen, voorzitter, mr. D. ten Boer en mr. R. ter Haar, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C. van Druten, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 14 september 2026.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. R.P. van Campen
  • mr. D. ten Boer
  • mr. R. ter Haar

Griffier

  • mr. C.C. van Druten

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand