RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08.333336.25 (P)
Datum vonnis: 17 september 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1997 in [geboorteplaats] (Nigeria),
nu verblijvende in P.I. [locatie].
1. Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van
3 september 2026.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsvrouw mr. J.J.M. Pinners, advocaat in Zwolle, naar voren is gebracht.
Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van de door [slachtoffer 1] voorgedragen slachtofferverklaring en van wat namens haar als de benadeelde partij door mr. L. Cassese is aangevoerd.
2. De tenlastelegging
De verdenking komt er, na nadere omschrijving van de tenlastelegging als bedoeld in artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van 19 maart 2026, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1 primair: heeft geprobeerd met opzet de zeventienjarige [slachtoffer 1] te verkrachten op 4 december 2025 in [plaats], dan wel subsidiair: haar met opzet heeft aangerand;
feit 2 opsporingsambtenaar [slachtoffer 2] heeft mishandeld door hem op 5 december 2025 in Zwolle in zijn arm te bijten.
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
feit 1 hij op of omstreeks 4 december 2025 te [plaats], althans in Nederland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met een persoon, te weten [slachtoffer 1] een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam te verrichten, terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak en deze poging tot opzetverkrachting te doen voorafgaan door, vergezellen van en/of volgen door dwang, geweld en/of bedreiging, - (meermalen) achter die [slachtoffer 1] is aangefietst en/of die [slachtoffer 1] heeft gevolgd en/of naast die [slachtoffer 1] is gaan fietsen en/of - (onder meer) tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: ‘I think you are beautiful’ en/of ‘I will love you, your smile is so beautiful, you are mooi’ en/of ‘I take care of you’, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of - de heupen en/of de billen van die [slachtoffer 1] heeft aangeraakt en/of heeft betast en/of - die [slachtoffer 1] (met kracht) van haar fiets heeft getrokken en/of - die [slachtoffer 1] (meermalen) op de grond heeft geduwd en/of heeft - op die [slachtoffer 1] is gaan liggen en/of - zijn hand op/over de mond en/of neus van die [slachtoffer 1] heeft gedrukt en/of heeft gehouden en/of (waardoor) die [slachtoffer 1] geen en/of moeilijk adem kon halen en/of - de knoop van de broek van die [slachtoffer 1] heeft geprobeerd los te maken en/of - in de vulva van die [slachtoffer 1] heeft geknepen, althans de vulva van die [slachtoffer 1] heeft betast en/of heeft aangeraakt en/of - (meermalen) zijn hand in de broek en/of onder de jas en/of onder het shirt, althans onder de kleding van die [slachtoffer 1] heeft gebracht en/of - (aldus) (meermalen) het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft aangeraakt en/of heeft betast en/of - de wang van die [slachtoffer 1] heeft gelikt en/of heeft gekust en/of - die [slachtoffer 1] heeft geprobeerd te zoenen en/of - (vervolgens) tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: “I will fuck you and then I will let you go”, althans woorden van gelijke dreigende en/of seksuele aard en/of strekking en/of - misbruik heeft gemaakt van zijn fysieke overwicht op die [slachtoffer 1] en/of - (meermalen) voorbij is gegaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet en/of weerstand van die [slachtoffer 1] en/of - (aldus) een bedreigende situatie voor die [slachtoffer 1] heeft doen ontstaan, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 4 december 2025 te [plaats], althans in Nederland, met een persoon, te weten [slachtoffer 1], een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten - het knijpen in de vulva van die [slachtoffer 1], althans het aanraken en/of het betasten van de vulva van die [slachtoffer 1] en/of - het (meermalen) betasten en/of het aanraken van de billen en/of de heupen van die [slachtoffer 1] en/of - het likken en/of het kussen van de wang van die [slachtoffer 1] en/of - het proberen te zoenen van die [slachtoffer 1] en/of - het (meermalen) brengen van zijn hand in de broek en/of onder de jas en/of onder het shirt, althans onder de kleding van die [slachtoffer 1] en/of - (aldus) (meermalen) het lichaam van die [slachtoffer 1] te betasten en/of aan te raken, terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak, en welke opzetaanranding werd voorafgegaan door, vergezeld van en/of gevolgd door dwang, geweld en/of bedreiging, door - (meermalen) achter die [slachtoffer 1] aan te fietsen en/of die [slachtoffer 1] te volgen en/of naast die [slachtoffer 1] te fietsen en/of - (onder meer) tegen die [slachtoffer 1] te zeggen: ‘I think you are beautiful’ en/of ’I will love you, your smile is so beautiful, you are mooi’ en/of ‘I take care of you’, althans woorden van gelijke aard en/of strekking en/of - die [slachtoffer 1] (met kracht) van haar fiets te trekken en/of - die [slachtoffer 1] (meermalen) op de grond te duwen en/of te houden en/of - op die [slachtoffer 1] te gaan liggen en/of - zijn hand op/over de mond en/of neus van die [slachtoffer 1] te drukken en/of te houden en/of (waardoor) die [slachtoffer 1] geen en/of moeilijk adem kon halen en/of - het los proberen te maken van de knoop van de broek van die [slachtoffer 1] en/of - (vervolgens) tegen die [slachtoffer 1] te zeggen: “I will fuck you and then I will let you go”, althans woorden van gelijke dreigende en/of seksuele aard en/of strekking en/of - misbruik te maken van zijn fysieke overwicht op die [slachtoffer 1] en/of - (meermalen) voorbij te gaan aan de verbale en/of non-verbale signalen van verzet en/of weerstand van die [slachtoffer 1] en/of - (aldus) voor die [slachtoffer 1] een bedreigende situatie te doen ontstaan;
feit 2 hij op of omstreeks 5 december 2025 te Zwolle, althans in Nederland, [slachtoffer 2], buitengewoon opsporingsambtenaar bij de eenheid Oost-Nederland, heeft mishandeld, door - die [slachtoffer 2] te bijten en/of - met zijn tanden over de huid van die [slachtoffer 2] te schrapen, terwijl het misdrijf werd gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
3. De bewijsmotivering
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vordert verdachte te veroordelen voor feit 1 primair en feit 2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit van feit 1. Voor feit 2 voert de verdediging aan dat verdachte een beroep op noodweer toekomt, omdat verdachte zich geconfronteerd zag met een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding door de arrestantenverzorgers.
Het oordeel van de rechtbank
feit 1 – poging tot gekwalificeerde opzetverkrachting
Bewijsmiddelen
Bij de beoordeling gaat de rechtbank uit van de volgende bewijsmiddelen.
1. Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] van 5 december 2025, pagina 9 tot en met 20, voor zover inhoudende:
“Op 4 december 2025 ging ik met de trein naar [plaats]. Ik zag een man in de eerste klas zitten. (…) Ik liep de deur uit. (…) Ik pakte toen mijn fiets en ging naar huis fietsen. (…) Toen kwam hij naast mij fietsen en ik keek geschrokken van huh. Hij bleef naast mij fietsen. Ik fietste voorbij mijn huis want ik wilde niet dat hij wist waar ik woonde. (…) Toen zei hij dingen van: “I will love you, your smile is so beautiful, you are mooi”. En hij zei: “I take care of you”. (…) Ik zei: “I go home en wil je alsjeblieft ook weer naar huis gaan” maar dan in het Engels. (…) Ik zei nog: “I have a boyfriend”. Hij wilde mij aanraken. Hij kwam heel dichtbij op een gegeven moment, hij had zijn hand heel dicht bij mij, ik zei toen: “Don’t touch me”. Ik zag dat hij met zijn rechterhand naar mijn linkerhand ging. (…) Hij bleef steeds herhalen dat hij mij mooi vond en een relatie met mij wilde en hij zei steeds: “I will love you”. (…) Toen fietste ik verder. Ik zag dus dat hij nog steeds naast mij fietste. (…) Maar omdat hij naast mij fietste kon ik niet naar links en daarom stopte ik. (…) Toen ging hij eigenlijk de hele tijd door van, I think you are beautiful. Toen raakte hij mij wel aan. Bij mijn heup en kont zeg maar. (…) Ik zei toen: “Don’t touch me”. Toen ging ik dat tussenstraatje in en toen fietste hij achter me aan. (…) Toen zei ik: “Please go home, please don’t follow me”. Ik ging heel hard fietsen. (…) Toen keek ik achter mij en zag ik hem dus. (…) Ter hoogte van dat speeltuintje kwam hij weer naast mij fietsen. Ik stopte toen naast dat speeltuintje. Ik zei: “Please go away, I will go to my family”. (…) Hij vroeg me of ik al een keer eerder seks had gehad. (…) Ik zag toen dat hij me weer wilde aanraken en hij hield mijn stuur vast of mijn arm vlakbij mijn stuur. (…) Toen trok hij me van me fiets af. Toen ging het heel erg wild. Ik wilde alleen maar opstaan. Hij zat aan mij en lag op mij. Hij probeerde elke keer met zijn hand in mijn broek te komen. Dit probeerde hij vaker. (…) Ik dacht dat ik doodging. (…) Hij zat aan me en hij ging ook in mijn jas bij mijn hemdje. Hij kneep me ook in mijn kruis. Hij drukte mij stevig tegen de grond, ik kon heel moeilijk ademen. Want hij had zand aan zijn handen en hij drukte een hand op mijn neus en mond, waardoor ik niet door mijn neus en mond kon ademen. (…) Eén keer was het gelukt om hem van me af te krijgen. Toen wilde ik opstaan en hij greep me weer vast. Hij probeerde me te zoenen, maar ik deed mijn hoofd weg en toen likte en kuste hij mij ook nog op mijn wang. (…) Ik schreeuwde heel hard om hulp. (…) Toen zei hij: “I will fuck you and then I will let you go”. Ik schreeuwde: “Please let me go”. Daarop zei hij dat dus. Daarna ging het heel wild verder hij lag bovenop mij en ik probeerde steeds om weg te komen. (…) Ik moest soms weer op ademen komen. Als dat gebeurde voelde ik gelijk dat hij weer probeerde met zijn hand in mijn broek te komen. Het leek erop alsof hij mijn broek naar beneden te doen. Hij zat mijn zijn hand bij mijn broeksband en hij deed steeds mijn jas omhoog. Ik probeerde dit te voorkomen door met mijn lichaam weg te draaien.”
“V: Aan de voorkant, waar kwam hij bij met zijn hand jouw broek?
A: Op mijn ondergoed, onder mijn broek, aan mijn rechterkant. Links weet ik niet zeker. Hij ging er vaker in. Ik weet niet hoe vaak dat was. Ik heb ook nu een blauwe plek op mijn rechterheup. Mijn vader heeft daar al een foto van heeft gemaakt.
V: Jij vertelde ook nog dat hij met zijn hand onder je jas trui en hemd zat, wat deed hij toen?
A: (…) Het was op mijn hemdje onder mijn trui en jas. Als het goed is heeft hij niet mijn huid aangeraakt, maar ik probeerde gewoon weg te komen.
V: Je zei dat hij jouw knoop probeerde los te maken, hoe merkte je dat?
A: Omdat hij steeds met zijn hand bij mijn knoop ging. Ik probeerde met mijn buik tegen de grond te drukken zodat hij er niet bij kon komen.
(…)
V: Jij zei, dat je bang was dat je dood zou gaan, vertel daar eens meer over?
A: Omdat hij zijn hand bij mijn mond had waardoor ik niet kon ademen.”
2. Het Forensisch Geneeskundige Letselbeschrijving van 22 december 2025, pagina 137 tot en met 139, voor zover inhoudende:
Datum onderzoek: 9 december 2025
Betrokkene: [slachtoffer 1]
Geboortedatum: [geboortedatum 2]-2008
Lichaamsdeel (uitwendig):
Letsel 1:
Op de achterzijde van de rechterschouder, net naast de wervelkolom en boven het schouderblad, bevinden zich 3 dwars verlopende, parallelle, gebogen lijnvormige, onscherp begrensde roze huidverkleuringen van ca 4,5cm lang. De breedte varieert van ca 0,1 (middelste) tot ca 0,4cm (onderste).
Letsel 2:
Op het bekken, aan de rechterzijde, halverwege tussen het voorste bekkenboten de rechter lies, bevindt zich een schuin verlopende, onscherp begrensde, ovale, gele huidverkleuring van ca 58 x 1,7cm.
Soort verwonding (beoordeling):
Letsel 1 is roodheid van de huid. Dit kan ontstaan door irritatie ten gevolge van een mechanische, chemische en/of thermische invloed.
Letsel 2 is een bloeduitstorting. Bloeduitstortingen ontstaan door de inwerking van stomp uitwendig geweld, zoals slaan, schoppen, samendrukken of stoten. Het dateren van bloeduitstortingen is omstreden. Bij gele verkleuring (door bilirubine) is de bloeduitstorting minstens 18-24 uur oud.
3. Het NFI Rapport ‘Onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een melding van een seksueel misdrijf in [plaats] op 4 december 2025’, pagina 146 tot en met 155, van 9 december 2025, voor zover inhoudende:
In het onderzoek is de rechterwang van [slachtoffer 1] bemonsterd en als [code 1] #01, en #02 veiliggesteld voor een DNA-onderzoek.
[code 1] #01
Rechterwang nat
DNA kan afkomstig zijn van:
minimaal twee personen:
- Verdachte [verdachte]
- Slachtoffer [slachtoffer 1]
Bewijskracht:
- Meer dan 1 miljard
- Niet berekend
[code 1] #02
Rechterwang droog
DNA kan afkomstig zijn van:
minimaal twee personen:
- Verdachte [verdachte]
- Slachtoffer [slachtoffer 1]
Bewijskracht:
- Niet berekend vanwege resultaat [code 1] #01
- Niet berekend
Het DNA-profiel [code 1] #01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van slachtoffer [slachtoffer 1] en verdachte [verdachte], dan wanneer het DNA afkomstig is van slachtoffer [slachtoffer 1] en een willekeurige, onbekende persoon.
4. Het NFI Rapport ‘Onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een melding van een seksueel misdrijf in [plaats] op 4 december 2025’, pagina 157 tot en met 161, van 13 januari 2026, voor zover inhoudende:
In het onderzoek is de bemonsteringen [code 1] #01 en #02 van slachtoffer [slachtoffer 1] onderworpen aan een RNA-celtypering waarbij, onder andere, de aanwezigheid van speeksel is onderzocht.
[code 1] #01
Rechterwang nat
Type celmateriaal:
- Bloed
- Speeksel
Resultaat/Bewijskracht:
- Aanwijzing
- Veel waarschijnlijker
[code 1] #02
Rechterwang droog
Type celmateriaal:
- Bloed
- Speeksel
Resultaat/Bewijskracht:
- Aanwijzing
- Veel waarschijnlijker
Voor deze bemonsteringen is het resultaat van de RNA-celtypering ten aanzien van speeksel geëvalueerd:
Het resultaat van het RNA-onderzoek aan bemonstering [code 1]#0l en #02 is beschouwd onder het volgende hypothesepaar.
Hypothese 1: De bemonstering bevat speeksel en mogelijk andere type(n) cellen.
Hypothese 2: De bemonstering bevat geen speeksel maar wel andere type(n) cellen.
Het resultaat van het RNA-onderzoek aan elk van de bemonsteringen [code 1] #01 en #02 is veel waarschijnlijker wanneer hypothese 1 waar is dan wanneer hypothese 2 waar is.
Dit betekent dat het resultaat van het RNA-onderzoek veel waarschijnlijker is wanneer bemonstering [code 1]#Ol en #02 speeksel bevat, dan wanneer de betreffende bemonstering alleen andere typen cellen bevat.
5. Het NFI Rapport ‘Onderzoek naar biologische sporen en DNA-onderzoek naar aanleiding van een melding van een seksueel misdrijf in [plaats] op 4 december 2025’, pagina 162 tot en met 161, van 13 februari 2026, voor zover inhoudende:
Het onderzoeksmateriaal betreft een broek en een bloedspoor op de capuchon van de jas van [slachtoffer 1]. Het bloedspoor op de jas is bemonsterd en als [code 2] #01 veiliggesteld voor DNA-onderzoek. Voorts is de broek aan zowel de binnen- als buitenzijde ter hoogte van de linker- en rechterbil, tailleband, kruis en opening bemonsterd en veiliggesteld als [code 3] #01 tot en met #10.
Bemonstering [code 3] - Broek
[code 3] #03
Buitenzijde tailleband achterpand
DNA kan afkomstig zijn van:
minimaal twee personen:
- Verdachte [verdachte]
- Minimaal één onbekende persoon
Bewijskracht:
- Niet berekend
- Niet van toepassing
[code 3] #04
Buitenzijde opening broek inclusief knoop
DNA kan afkomstig zijn van:
minimaal één personen:
- Verdachte [verdachte]
Bewijskracht:
- Niet berekend
Bemonstering [code 2] - Jas
[code 2] #01
Bloed op capuchon jas slachtoffer
DNA kan afkomstig zijn van:
minimaal twee personen:
- Verdachte [verdachte]
- Slachtoffer [slachtoffer 1]
Bewijskracht:
- Meer dan 1 miljard
- Niet berekend
[code 2] #01 (bloed op capuchon jas slachtoffer)
Het DNA-mengprofiel [code 2] #01 is meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker wanneer het DNA afkomstig is van verdachte [verdachte] en slachtoffer [slachtoffer 1], dan wanneer het DNA afkomstig is van een willekeurige, onbekende persoon en slachtoffer [slachtoffer 1].
Bewijsoverweging
De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte de persoon is geweest die [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1]) op 4 december 2025 heeft achtervolgd en heeft aangeraakt. De rechtbank heeft ook de overtuiging dat verdachte die persoon is geweest. Uit de bemonsteringen van de wang en de jas van [slachtoffer 1] is een DNA-mengprofiel verkregen, waarbij DNA afkomstig kan zijn van verdachte. De bewijskracht voor aanwezigheid van DNA van verdachte is berekend. De bemonsteringen bevatten DNA van minimaal twee personen en daarbij is het meer dan 1 miljard keer waarschijnlijker dat DNA afkomstig is van [slachtoffer 1] en verdachte, dan wanneer het DNA afkomstig is van [slachtoffer 1] en een willekeurig onbekende persoon. De rechtbank concludeert hieruit, met inachtneming van de rest van het dossier, dat verdachte donor is van het celmateriaal dat is aangetroffen.
Het dossier bevat voor het overige voldoende bewijsmiddelen die de verklaring van [slachtoffer 1], die de rechtbank concreet en consistent vindt, ondersteunen. Zo wordt haar verklaring ondersteund door het geconstateerde letsel en de resultaten van het DNA-onderzoek aan de broek van [slachtoffer 1], die bevestigen dat verdachte haar achterkant heeft aangeraakt en heeft geprobeerd haar broek open te krijgen.
Is er sprake van een poging tot gekwalificeerde opzetverkrachting?
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat verdachte [slachtoffer 1] meermalen heeft achtervolgd, van de fiets afgetrokken, vastgehouden en bovenop haar is gaan liggen. Hij heeft met zijn hand op haar mond en neus gedrukt en heeft geprobeerd om de broek van [slachtoffer 1] open te maken. Verdachte heeft daarbij meerdere keren zijn hand in haar broek gebracht. Daarbij heeft verdachte gezegd seks met [slachtoffer 1] te willen en dat hij haar na de seks zou laten gaan. Dit alles, terwijl [slachtoffer 1] zich hevig heeft verzet en geschreeuwd en zowel verbaal en non-verbaal te kennen heeft gegeven dat zij geen seks met verdachte wilde. Verdachte heeft als reactie hierop dwang en geweld uitgeoefend.
De rechtbank is van oordeel dat deze gedragingen van verdachte onmiskenbaar een seksuele intentie hadden en naar hun uiterlijke verschijningsvorm gericht waren op het seksueel binnendringen van het lichaam van [slachtoffer 1]. Dat voornemen heeft zich door een begin van uitvoering geopenbaard.
Gelet hierop acht de rechtbank de primair ten laste gelegde poging tot gekwalificeerde opzetverkrachting wettig en overtuigend bewezen.
feit 2 – mishandeling van een opsporingsambtenaar
Bewijsmiddelen
Bij de beoordeling gaat de rechtbank uit van de volgende bewijsmiddelen.
1. Het aanvullend proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] van 5 februari 2025, pagina 173, voor zover inhoudende:
"Op 5 december 2025 was ik, [slachtoffer 2], werkzaam als arrestantenverzorger in de late dienst op de cellengang van het politiebureau Zwolle. Verdachte [verdachte] zat vast in cel 16. (…) Verdachte [verdachte] werkte niet echt mee en keerde zich met zijn hoofd naar de muur. (…) Tijdens de poging hem te boeien verzette verdachte [verdachte] zich. Bij het fixeren zag [verdachte] kans om in mijn linker bovenarm te bijten. (…) Eenmaal terug op de cellengang, schoof ik de mouw van mijn shirt omhoog en zag ik een wond op mijn bovenarm die groter was dan ik had gedacht. Ik zag dat de huid kapot was en de tandafdruk was duidelijk zichtbaar.”
2. Het proces-verbaal van verhoor verdachte van 12 februari 2026, pagina 265, voor zover inhoudende:
“Ik heb jouw collega gebeten.”
Bewijsoverweging
De rechtbank acht op basis van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2]) op 5 december 2025 heeft mishandeld door in zijn linker bovenarm te bijten.
De rechtbank acht de feiten en omstandigheden die de verdediging aan het noodweer verweer ten grondslag heeft gelegd, niet aannemelijk geworden. Verdachte werd voor zijn eigen veiligheid overgeplaatst naar een soft cel en heeft zich hierbij hevig verzet tegen de arrestantenverzorgers. Naar het oordeel van de rechtbank is verdachte de agressor in deze situatie en is van enige dreiging waartegen verdachte zich moest verdedigen niet gebleken. Het beroep op noodweer verwerpt de rechtbank daarom.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:
feit 1
hij op 4 december 2025 te [plaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met [slachtoffer 1] seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam te verrichten, terwijl hij, verdachte, wist dat bij die [slachtoffer 1] daartoe de wil ontbrak en deze poging tot opzetverkrachting te doen voorafgaan door en vergezellen van dwang en geweld,- meermalen achter die [slachtoffer 1] is aangefietst en die [slachtoffer 1] heeft gevolgd en naast die [slachtoffer 1] is gaan fietsen en - tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: ‘I think you are beautiful’ en ‘I will love you, your smile is so beautiful, you are mooi’ en ‘I take care of you’, en - de heupen en de billen van die [slachtoffer 1] heeft aangeraakt en - die [slachtoffer 1] van haar fiets heeft getrokken en - die [slachtoffer 1] meermalen op de grond heeft geduwd en - op die [slachtoffer 1] is gaan liggen en - zijn hand op de mond en neus van die [slachtoffer 1] heeft gedrukt en heeft gehouden waardoor die [slachtoffer 1] moeilijk adem kon halen en- de knoop van de broek van die [slachtoffer 1] heeft geprobeerd los te maken en- in de vulva van die [slachtoffer 1] heeft geknepen en - meermalen zijn hand in de broek en onder de jas en onder het shirt, heeft gebracht en - meermalen het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft aangeraakt en - de wang van die [slachtoffer 1] heeft gelikt en heeft gekust en- die [slachtoffer 1] heeft geprobeerd te zoenen en- tegen die [slachtoffer 1] heeft gezegd: “I will fuck you and then I will let you go” en - meermalen voorbij is gegaan aan de verbale en non-verbale signalen van verzet van die [slachtoffer 1] en - een bedreigende situatie voor die [slachtoffer 1] heeft doen ontstaan,terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 2 hij op 5 december 2025 te Zwolle, [slachtoffer 2], buitengewoon opsporingsambtenaar bij de eenheid Oost-Nederland, heeft mishandeld, door- die [slachtoffer 2] te bijten,terwijl het misdrijf werd gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten zijn verbeterd in de bewezenverklaring. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.
4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 45 jo. 243 en 300 jo. 304 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
feit 1, primair:
het misdrijf: poging tot gekwalificeerde opzetverkrachting;
feit 2
het misdrijf: mishandeling, gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening.
5. De strafbaarheid van verdachte
De verdediging heeft bepleit dat verdachte ten aanzien van feit 2 een beroep op noodweerexces toekomt.
Aangezien de rechtbank heeft vastgesteld dat er geen sprake was van een noodweersituatie kan het beroep op noodweerexces ook niet slagen, zodat de rechtbank dat beroep verwerpt.
Verder zijn er geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.
6. De op te leggen straf of maatregel
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte een gevangenisstraf van vier jaren op te leggen met aftrek van het reeds ondergane voorarrest. Daarnaast vordert de officier van justitie de oplegging van een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel ingevolge artikel 38z Sr.
Het standpunt van de verdediging
In het geval de rechtbank aan een bewezenverklaring toekomt, verzoekt de verdediging rekening te houden met de inhoud van het pro Justitia rapport en aan de straf een voorwaardelijk deel met bijzondere voorwaarden te verbinden.
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
Aard en ernst van het feit
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot gekwalificeerde opzetverkrachting van de zeventienjarige [slachtoffer 1] en mishandeling van arrestantenverzorger [slachtoffer 2].
[slachtoffer 1] fietste rond 17:00 uur vanaf het treinstation in [plaats] naar huis toe. Verdachte heeft [slachtoffer 1] vanaf het station op zijn fiets achtervolgd en lastiggevallen. Ondanks dat [slachtoffer 1] diverse keren aangaf niet geïnteresseerd te zijn, bleef verdachte naast haar fietsen, tegen haar praten en haar aanraken. In een speeltuin dicht bij het huis van [slachtoffer 1], een plek waar zij zich veilig zou moeten voelen, is zij op enig moment door verdachte van haar fiets getrokken en op de grond geduwd. Verdachte heeft [slachtoffer 1] hardhandig op de grond vastgehouden en daarbij op haar mond en neus gedrukt. Hij heeft haar vervolgens gekust en haar wang gelikt. Hij heeft geprobeerd haar broek los te krijgen om haar te verkrachten. Door het hevige verzet en schreeuwen van [slachtoffer 1] is het bij een poging gebleven.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een zeer ernstig feit. Hij heeft op een grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit en persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1]. Uit de slachtofferverklaring van [slachtoffer 1] blijkt dat deze gebeurtenis zeer beangstigend, ingrijpend en traumatiserend voor haar is geweest. Zij heeft zelfs een moment gedacht dat zij dood zou gaan. [slachtoffer 1] heeft nog dagelijks last van deze gebeurtenis. Zo heeft zij last van herbelevingen en voelt zij zich niet meer veilig in het donker op straat. Naast de gevolgen voor [slachtoffer 1] en haar gezin, hebben dit soort feiten ook gevolgen voor het algemene veiligheidsgevoel. Omdat het feit aan het einde van de middag op straat is gepleegd en verdachte zijn slachtoffer willekeurig lijkt te hebben uitgekozen, is dit feit niet alleen zeer ingrijpend voor [slachtoffer 1], maar veroorzaakt het ook onrust en gevoelens van onveiligheid en angst in de samenleving en in het bijzonder bij vrouwen en meisjes. Dit is namelijk precies waar heel veel vrouwen en meisjes bang voor zijn als zij (in het donker) alleen op straat zijn.
Verdachte heeft naast dit feit ook arrestantenverzorger [slachtoffer 2] mishandeld. Bij het overbrengen naar de soft cel heeft verdachte zich verzet en [slachtoffer 2] in zijn arm gebeten. Dergelijk gedrag is ernstig, niet alleen omdat hiermee het werk van de politie wordt bemoeilijkt, maar ook omdat de desbetreffende ambtenaar hierdoor in zijn gezag en, in dit geval, in de lichamelijke integriteit wordt aangetast. Bovendien getuigt dergelijk gedrag tegen ambtenaren in functie van een gebrek aan respect voor het openbaar gezag.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op het strafblad van verdachte van 9 april 2026 waaruit blijkt dat verdachte in Nederland niet eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Uit het strafblad van 10 december 2025 uit Italië blijkt dat verdachte daar is veroordeeld voor mishandeling, vernieling en verzet tegen politieagenten.
De rechtbank heeft ook acht geslagen op het pro Justitia rapport van psycholoog
N.A. Schoenmaker van 13 april 2026. De deskundige stelt vast dat bij verdachte sprake is van een impulsbeheersingsstoornis, psychosociale problematiek, acculturatieproblematiek en een stoornis in het gebruik van cannabis en alcohol. Hierdoor kan sprake zijn van ontremming in gedrag en emoties. De deskundige adviseert om het onder feit 2 ten laste gelegde feit in licht verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. Wat betreft de toerekenbaarheid van het onder feit 1 ten laste gelegde en het recidiverisico onthoudt de deskundige zich van advies, vanwege onvoldoende informatie over verdachte.
De reclassering onderschrijft in het rapport van 24 augustus 2026 de conclusies van de psycholoog. Zij adviseert om een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.
Strafoplegging
De rechtbank is van oordeel deze feiten, en met name de poging tot opzetverkrachting alleen al, het opleggen van een lange onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigen. Bij de op te leggen straf heeft de rechtbank gekeken naar de Landelijke Oriëntatiepunten voor de Straftoemeting (hierna: LOVS) voor een verkrachting met geweld en ernstig geweld waaruit een bandbreedte van 36 tot 48 maanden gevangenisstraf volgt bij een voltooide verkrachting.
De rechtbank houdt er rekening mee dat het hier om een poging tot opzetverkrachting gaat. Strafverzwarend acht de rechtbank de werkwijze van verdachte en dat het om een minderjarig slachtoffer gaat. Hier komt het feit dat verdachte een opsporingsambtenaar heeft mishandeld nog bij.
De rechtbank acht alles afwegende een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren passend en geboden. De rechtbank zal daarnaast een gedragsbeïnvloedende en vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld in artikel 38z Sr opleggen. De rechtbank acht de oplegging van deze maatregel noodzakelijk ter bescherming van de algemene veiligheid van personen. Aan alle wettelijke vereisten voor oplegging van deze maatregel is voldaan. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat verdachte er geen blijk van heeft gegeven openheid van zaken te willen geven over feit 1 en het seksuele aspect daarvan. Gelet op de vastgestelde problematiek is het naar het oordeel van de rechtbank noodzakelijk dat verdachte langdurig onder toezicht kan worden gesteld en forensisch kan worden gemonitord en ondersteund. Daarbij houdt de rechtbank rekening met de rapporten van de psycholoog en de reclassering.
De tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 Sv.
De inbeslaggenomen voorwerpen
De officier van justitie heeft het standpunt ingenomen dat alle goederen die onder verdachte in beslag zijn genomen teruggegeven kunnen worden.
De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte graag zijn spullen terug wil.
De rechtbank zal de teruggave aan de verdachte gelasten van de aan verdachte toebehorende op de beslaglijst vermelde goederen, aangezien deze niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.
Het betreft de volgende goederen:
1 STK Koptelefoon – voorwerp nr. [nummer 1];
1 STK Koptelefoon – voorwerp nr. [nummer 2];
1 STK Telefoontoestel – voorwerp nr. [nummer 3];
1 STK Telefoontoestel – voorwerp nr. [nummer 4].
7. De schade van benadeelden
De vordering van de benadeelde partijen
[slachtoffer 1] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van
€ 6.740,97 (zesduizend zevenhonderdveertig euro en zevenennegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde materiële schadevergoeding bestaat uit de volgende posten:
- reiskosten behandeling chiropractor € 34,85;
- eigen risico € 336,12;
- kosten behandelingen chiropractor € 370,00.
Ter vergoeding van immateriële schade wordt een bedrag van € 6.000,00 gevorderd.
[slachtoffer 2] heeft zich als benadeelde partij gevoegd in dit strafproces. De benadeelde partij vordert verdachte te veroordelen om schadevergoeding te betalen tot een totaalbedrag van € 600,00 (zeshonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het moment waarop de schade is ontstaan. De gevorderde schadevergoeding bestaat uit immateriële schade.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de vorderingen voldoende concreet en onderbouwd zijn en daarom volledig toegewezen kunnen worden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw refereert zich ten aanzien van de vorderingen tot schadevergoeding.
Het oordeel van de rechtbank
Vordering tot schadevergoeding door [slachtoffer 1]
- Materiële schade
Op grond van het dossier en het onderzoek op de zitting stelt de rechtbank vast dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het onder feit 1 primair bewezen verklaarde feit. De vordering tot vergoeding van materiële schade is voldoende onderbouwd en namens verdachte niet betwist. De rechtbank wijst de vordering tot vergoeding van materiële schade daarom geheel toe.
- Immateriële schade
Ten aanzien van de immateriële schade stelt de rechtbank vast dat vergoeding van immateriële schade op grond van artikel 6:106, sub b, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) mogelijk is als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen, is aangetast in zijn eer en goede naam of ‘op andere wijze’ in zijn persoon is aangetast. De rechtbank begrijpt dat de vordering van de benadeelde partij in dit geval op deze laatste grondslag is gebaseerd.
Uit de rechtspraak van de Hoge Raad blijkt dat van aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ in ieder geval sprake is als het slachtoffer geestelijk letsel (psychische schade) heeft opgelopen. Het bestaan van geestelijk letsel moet naar objectieve maatstaven worden vastgesteld. Als geestelijk letsel niet kan worden vastgesteld, kan de aantasting in de persoon ‘op andere wijze’ volgen uit de aard en de ernst van de normschending (het strafbare feit) en de gevolgen daarvan. De gevolgen moeten met concrete gegevens worden onderbouwd. In uitzonderlijke situaties kunnen de nadelige gevolgen voor het slachtoffer zó voor de hand liggen dat ook zonder nadere onderbouwing kan worden aangenomen dat sprake is van een aantasting in de persoon.
In deze zaak is, ter onderbouwing van het geestelijk letsel, verwezen naar de behandelingen bij een psycholoog naar aanleiding van deze gebeurtenis. Gelet op de aard en ernst van de normschending (poging tot opzetverkrachting) en de gevolgen daarvan voor de benadeelde, is de rechtbank van oordeel dat [slachtoffer 1] door het strafbare feit op andere wijze in haar persoon is aangetast.
Bij het bepalen van de hoogte van de schadevergoeding zal de rechtbank de aanbevelingen gebaseerd op de Rotterdamse Schaal betrekken. De rechtbank heeft, omdat het om een poging tot verkrachting gaat, aansluiting gezocht bij de categorie aanranding. De bandbreedte in de subcategorie ‘ernstig’ is € 1.000,00 tot € 5.000,00. De rechtbank is van oordeel dat, zoals onder 6.3 uiteengezet, het een ernstig zedenfeit met een minderjarig meisje betreft waarbij verdachte geweld heeft toegepast. Gelet hierop acht de rechtbank een bedrag aan de bovenkant van de hierboven genoemde bandbreedte passend. Zij stelt op basis hiervan en de onderbouwing van de schade, het bedrag aan immateriële schade naar billijkheid vast op € 4.000,00 en zal de vordering tot dit bedrag toewijzen. De rechtbank verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk.
Vordering tot schadevergoeding door [slachtoffer 2]
Ten aanzien van de immateriële schade stelt de rechtbank vast dat vergoeding van immateriële schade op grond van art. 6:106 sub b BW onder meer mogelijk als de benadeelde partij lichamelijk letsel heeft opgelopen. In dit geval staat vast dat [slachtoffer 2] lichamelijk letsel heeft opgelopen als gevolg van het door de verdachte onder feit 2 gepleegde strafbare feit. Gelet op de bedragen die in soortgelijke zaken worden toegekend als schadevergoeding, is de rechtbank van oordeel dat de gevraagde vergoeding billijk is en zal zij deze volledig toewijzen.
De schadevergoedingsmaatregel
De benadeelde partijen hebben verzocht en de officier van justitie heeft gevorderd de schadevergoedingsmaatregel op te leggen.
De rechtbank zal de maatregel als bedoeld in artikel 36f Sr opleggen, aangezien verdachte jegens de benadeelde partijen naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de feiten aan [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zijn toegebracht.
Als door de verdachte niet volledig wordt betaald, kan deze verplichting worden aangevuld met 47 dagen gijzeling ten aanzien van feit 1 en zes dagen gijzeling ten aanzien van feit 2, waarbij toepassing van de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft.
8. De toegepaste wettelijke voorschriften
De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op artikel 57 Sr.
9. De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair en feit 2 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
strafbaarheid feiten
- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:
feit 1, primair:
het misdrijf: poging tot gekwalificeerde opzetverkrachting;
feit 2
het misdrijf: mishandeling, gepleegd tegen een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het onder 1 en 2 bewezen verklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 (drie) jaren;
- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
maatregel
- legt aan verdachte op de maatregel strekkende tot gedragsbeïnvloeding en vrijheidsbeperking als bedoeld in artikel 38z Sr;
schadevergoeding [slachtoffer 1]
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] toe tot een bedrag van
€ 4.740,97 (zegge: vierduizend zevenhonderdveertig euro en zevenennegentig eurocent) (bestaande uit € 740,97 materiële schade en € 4.000,00 immateriële schade);
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1) van een bedrag van € 4.740,97 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 december 2025);
- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 4.740,97, (zegge: vierduizend zevenhonderdveertig euro en zevenennegentig eurocent), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 december 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van 47 dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
- bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering, en dat de benadeelde partij de vordering voor dat deel slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
schadevergoeding [slachtoffer 2]
- wijst de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe tot een bedrag van
€ 600,00 (bestaande uit immateriële schade);
- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] (feit 2) van
€ 600,00 (te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 december 2025);
- veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten van het geding door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, alsook in de kosten van betekening van dit vonnis, de in verband met de tenuitvoerlegging van dit vonnis nog te maken kosten en de kosten vallende op de invordering;
- legt de maatregel op dat verdachte verplicht is ter zake van het bewezen verklaarde feit tot betaling aan de Staat der Nederlanden van een bedrag van € 600,00 (zegge: zeshonderd euro), te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 5 december 2025 ten behoeve van de benadeelde, en bepaalt, voor het geval volledig verhaal van het verschuldigde bedrag niet mogelijk blijkt, dat gijzeling voor de duur van zes dagen kan worden toegepast. Tenuitvoerlegging van de gijzeling laat de betalingsverplichting onverlet;
- bepaalt dat als verdachte heeft voldaan aan zijn verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van bedoeld bedrag daarmee de verplichting van verdachte om aan de benadeelde partij het bedrag te betalen, komt te vervallen, en andersom, als verdachte aan de benadeelde partij het verschuldigde bedrag heeft betaald, dat daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat der Nederlanden van dat bedrag komt te vervallen;
in beslag genomen voorwerpen
- gelast de teruggave van onderstaande goederen aan verdachte;
Dit vonnis is gewezen door mr. I.E. Voorberg, voorzitter, mr. J. de Ruiter en mr. J.G.M. Fluttert, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.A.N. Sjerps, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 17 september 2026.
mr. J.G.M. Fluttert is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.