ECLI:NL:RBOVE:2026:5629

ECLI:NL:RBOVE:2026:5629

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 22-09-2026
Datum publicatie 22-09-2026
Zaaknummer 08-077580-24 (P)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 77 dagen, waarvan 60 dagen voorwaardelijk en een taakstraf van 150 uren. De verdachte is schuldig bevonden aan poging tot zware mishandeling, mishandeling, bedreiging, vernieling en diefstal.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08-077580-24 (P)

Datum vonnis: 22 september 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 1972 in [geboorteplaats],

wonende aan de [woonplaats] (Bondsrepubliek Duitsland).

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van

8 september 2026.

De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. R.J.H. van der Wal, advocaat in Hengelo (O), naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op

22 februari 2024 in [plaats]:

feit 1: (primair) heeft geprobeerd [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1]) zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, dan wel (subsidiair) haar heeft mishandeld;

feit 2: [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2]) heeft mishandeld;

feit 3: [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] met de dood heeft bedreigd;

feit 4: een ruit, brievenbus, ringdeurbel en autobanden heeft vernield;

feit 5: de telefoon van [slachtoffer 2] heeft gestolen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

1

hij op of omstreeks 22 februari 2024 te [plaats], gemeente Almelo ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [slachtoffer 1] ten val heeft gebracht en/of (terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag) één of meermalen (krachtig) tegen/op het hoofd, althans het lichaam van die [slachtoffer 1] heeft getrapt en/of geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 22 februari 2024 te [plaats], gemeente Almelo zijn (ex)levensgezel, [slachtoffer 1], heeft mishandeld door

- die [slachtoffer 1] ten val te brengen en/of

- ( terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag) één of meermalen tegen/op het hoofd, althans het lichaam van die [slachtoffer 1] te trappen en/of te schoppen;

2

hij op of omstreeks 22 februari 2024 te [plaats], gemeente Almelo [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2]

- aan de haren te trekken en/of

- in/tegen het gezicht, althans tegen/op het hoofd te slaan en/of te stompen;

3

hij op of omstreeks 22 februari 2024 te [plaats], gemeente Almelo [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door (meermalen) die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "Ik maak jullie dood" en/of "Ik schiet jullie dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4

hij op of omstreeks 22 februari 2024 te [plaats], gemeente Almelo opzettelijk en wederrechtelijk een voordeur met ruit en/of een brievenbus en/of een rindeurbel (van een woning op/aan [adres 1]) en/of één of meer autobanden, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft vernield, beschadigd, onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt;

5

hij op of omstreeks 22 februari 2024 te [plaats], gemeente Almelo een telefoon, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

3. De bewijsmotivering

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het volgende standpunt gesteld. Het onder feit 1 primair, feit 2, feit 3 en feit 5 ten laste gelegde kan wettig en overtuigend bewezen worden verklaard. Ten aanzien van feit 4 kan uitsluitend de vernieling van de ruit van de voordeur worden bewezen. Voor het overige dient verdachte partieel te worden vrijgesproken.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het volgende standpunt gesteld. Verdachte dient te worden vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten. Het bewijs berust voornamelijk op de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]. Deze verklaringen dienen met de nodige terughoudendheid te worden beoordeeld, omdat beide aangeefsters die betreffende nacht alcohol hadden gedronken. Bovendien heeft [slachtoffer 2] haar verklaring ingetrokken. Het dossier bevat geen objectief steunbewijs voor de verklaringen van de aangeefsters.

Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de onderlinge samenhang van de feiten, zal de rechtbank de feiten hieronder gezamenlijk bespreken. Als wordt verwezen naar bewijsmiddelen, dan zijn dit bewijsmiddelen opgenomen in de bijlage bij dit vonnis.

Betrouwbaarheid verklaringen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2]

Anders dan de verdediging acht de rechtbank de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs. De verklaringen zijn uitgebreid, gedetailleerd en onderling consistent. Daarnaast vinden de verklaringen op onderdelen steun in andere bewijsmiddelen in het dossier, waaronder de bij het verhoor van [slachtoffer 1] gevoegde foto’s van het letsel en het proces-verbaal van bevindingen waarin de beelden van de ringdeurbel van de naast [slachtoffer 1] gelegen woning zijn beschreven. Dat de aangeefsters die nacht alcohol hadden gedronken, doet naar het oordeel van de rechtbank niet af aan de betrouwbaarheid van hun verklaringen. Over de opmerking van de raadsman dat aangeefster [slachtoffer 2] haar verklaring heeft ‘ingetrokken’, merkt de rechtbank op dat uit het dossier enkel blijkt dat zij te kennen heeft gegeven niet (meer) achter haar verklaring te staan en zich niet (meer) met de situatie te willen bemoeien.

Feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.

In de nacht van 22 februari 2024 is verdachte naar de woning van [slachtoffer 1] in [plaats] gegaan, waar [slachtoffer 2] op dat moment ook aanwezig was. Hij bonkte hard op de voordeur en schreeuwde dat hij [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] zou doodmaken of doodschieten. [slachtoffer 1] probeerde daarop (tevergeefs) nog snel de voordeur op slot te draaien. Verdachte sloeg vervolgens de ruit van de voordeur kapot en gooide de deur open, waardoor [slachtoffer 1] op de grond viel. Terwijl [slachtoffer 1] op de grond lag, heeft hij haar meerdere keren tegen het hoofd getrapt. Op een later moment heeft verdachte [slachtoffer 1] opnieuw tegen haar hoofd getrapt, terwijl zij op de grond lag en zich niet kon verweren. Als gevolg van het door verdachte uitgeoefende geweld heeft [slachtoffer 1] verdikkingen in haar gezicht opgelopen.

In de tussentijd had verdachte de telefoon van [slachtoffer 2], die op het aanrecht lag, gepakt en bij zich gehouden. [slachtoffer 2] heeft meerdere keren geroepen dat zij haar telefoon terug wilde, maar verdachte weigerde deze terug te geven. Verdachte gaf de telefoon pas aan [slachtoffer 2] terug nadat [slachtoffer 2] een tas van hem had gepakt, waarna zij de tas als ruilmiddel tegen de telefoon inzette. Vervolgens begon verdachte hard tegen [slachtoffer 2] te schreeuwen en trok hij haar hardhandig aan haar haren.

Overwegingen

- feit 1

De rechtbank acht op grond van de verklaring van [slachtoffer 1], die wordt ondersteund door de verklaring van [slachtoffer 2], de waarneming van de verbalisant van het bij [slachtoffer 1] geconstateerde letsel en de daarvan gemaakte foto wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair ten laste gelegde, de poging tot zware mishandeling, heeft begaan. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.

Verdachte heeft [slachtoffer 1] meerdere keren met kracht tegen haar hoofd getrapt, terwijl zij op de grond lag en zich niet of nauwelijks kon verweren. Dat verdachte daarbij met kracht heeft getrapt, leidt de rechtbank af uit de omstandigheden waaronder het geweld heeft plaatsgevonden. Verdachte is schreeuwend en scheldend (bedreigingen) de woning binnengedrongen, waarbij hij zich toegang had verschaft door de ruit van de voordeur in te slaan. Hieruit blijkt reeds dat verdachte zich zeer agressief gedroeg. Verder neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte gelet op zijn postuur fysiek sterk is. Naar het oordeel van de rechtbank levert het meermalen met kracht trappen tegen het hoofd terwijl iemand op de grond ligt en zich niet of nauwelijks kan verweren, de aanmerkelijke kans op dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel oploopt. Het hoofd is een kwetsbaar onderdeel van het lichaam en een van buitenkomende kracht tegen het hoofd kan ernstige gevolgen hebben, zoals oogletsel en/of botbreuken in het gezicht waarvoor medisch ingrijpen noodzakelijk is en/of (volledig) herstel langdurig. Het trappen tegen het hoofd op de wijze zoals verdachte heeft gedaan kan naar de uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel, dat de rechtbank – bij het ontbreken van contra-indicaties – vaststelt dat verdachte de aanmerkelijke kans op het intreden van zwaar lichamelijk letsel bewust heeft aanvaard. Daarmee heeft verdachte voorwaardelijk opzet gehad om aan [slachtoffer 1] zwaar lichamelijk letsel toe te brengen.

- feit 2

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij [slachtoffer 2] aan de haren heeft getrokken. Dat verdachte de hiervoor beschreven geweldshandeling heeft verricht baseert de rechtbank op de verklaring van [slachtoffer 2], die wordt ondersteund door de verklaring van getuige [getuige] en de beschrijving van de beelden van de ringdeurbel van de naast [slachtoffer 1] gelegen woning. De rechtbank acht op grond van het dossier niet bewezen dat verdachte [slachtoffer 2] in het gezicht heeft geslagen of gestompt en spreekt hem van dit onderdeel van de tenlastelegging vrij.

- feit 3

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] met de dood heeft bedreigd. De rechtbank gaat hierbij uit van de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], nu zij deze op dit punt betrouwbaar acht. Voor de motivering hiervan verwijst de rechtbank naar hetgeen hiervoor onder 3.3.1 is overwogen.

- feit 4

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 4 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat hij de ruit van de voordeur heeft vernield. De rechtbank baseert dit oordeel op de verklaringen van [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], die worden ondersteund door de foto’s van de vernielde ruit, de verklaring van getuige [getuige] en de beschrijving van de beelden, inclusief geluid, van de ringdeurbel van de naast [slachtoffer 1] gelegen woning. De stelling van de verdediging dat verdachte de deur hard heeft dichtgegooid, waardoor de ruit is gebroken, vindt geen enkele steun in het dossier en acht de rechtbank volstrekt ongeloofwaardig. Uit de bewijsmiddelen blijkt zonder meer dat verdachte de ruit van de voordeur doelbewust heeft ingeslagen.

De rechtbank is, in navolging van het standpunt van de officier van justitie en de verdediging, van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte ook de brievenbus, de ringdeurbel en de autobanden van [slachtoffer 1] heeft vernield. De rechtbank zal verdachte daarom van deze onderdelen van de tenlastelegging vrijspreken.

- feit 5

De rechtbank acht het onder feit 5 ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen, gelet op de verklaring van [slachtoffer 2], de verklaring van [slachtoffer 1] en de beschrijving van de beelden van de ringdeurbel van de naast [slachtoffer 1] gelegen woning. Uit deze bewijsmiddelen volgt dat verdachte de telefoon van [slachtoffer 2] heeft gepakt en weigerde deze aan haar terug te geven. Daarmee heeft [slachtoffer 2] de feitelijke macht over haar telefoon verloren en heeft verdachte zich gedurende die periode als heer en meester over de telefoon kunnen beschikken. Dat deze periode van korte duur was en verdachte de telefoon uiteindelijk heeft teruggegeven, doet daaraan niet af. De diefstal was op dat moment reeds voltooid.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande dat:

1. primair

hij op 22 februari 2024 te [plaats], gemeente Almelo, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [slachtoffer 1] ten val heeft gebracht en terwijl die [slachtoffer 1] op de grond lag meermalen (krachtig) tegen het hoofd van die [slachtoffer 1] heeft getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

2.

hij op 22 februari 2024 te [plaats], gemeente Almelo, [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] aan de haren te trekken;

3.

hij op 22 februari 2024 te [plaats], gemeente Almelo, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, door die [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] dreigend de woorden toe te voegen "Ik maak jullie dood" of "Ik schiet jullie dood";

4.

hij op 22 februari 2024 te [plaats], gemeente Almelo, opzettelijk en wederrechtelijk een voordeur met ruit, die aan [slachtoffer 1] toebehoorde, heeft vernield;

5.

hij op 22 februari 2024 te [plaats], gemeente Almelo, een telefoon die aan [slachtoffer 2] toebehoorde heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in de artikelen 45, 285, 300, 302, 310 en 350 van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

feit 1 primair

het misdrijf: poging tot zware mishandeling;

feit 2

het misdrijf: mishandeling;

feit 3

het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 4

het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;

feit 5

het misdrijf: diefstal.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor de bewezenverklaarde feiten.

6. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft het volgende gevorderd. Verdachte dient te worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 77 dagen waarvan 17 dagen voorwaardelijk en een proeftijd van twee jaren met daaraan verbonden een contactverbod met [slachtoffer 1] en een locatieverbod. De tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, moet worden afgetrokken van het onvoorwaardelijke deel van deze gevangenisstraf. Daarnaast dient aan verdachte een taakstraf van 150 uren te worden opgelegd.

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft verzocht om, in het geval van een bewezenverklaring, aan verdachte een aanmerkelijk lagere straf op te leggen dan door de officier van justitie is gevorderd, zonder onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming die het reeds ondergane voorarrest overstijgt en zonder oplegging van bijzondere voorwaarden en reclasseringstoezicht.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

Ernst van de feiten

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan in totaal vijf strafbare feiten.

Verdachte is midden in de nacht de woning binnengedrongen van [slachtoffer 1], zijn ex-partner. Hij is scheldend (bedreigingen) en schreeuwend de woning binnengedrongen, nadat hij de ruit van de voordeur had ingeslagen. In de woning bevonden zich niet alleen de bewoonster [slachtoffer 1] en haar vriendin [slachtoffer 2], maar lagen ook twee kinderen te slapen. Verdachte heeft midden in de nacht fors geweld toegepast. Niet alleen heeft hij beide vrouwen met de dood bedreigd, de telefoon van [slachtoffer 2] weggenomen en vernielingen aangericht, ook heeft hij [slachtoffer 1] meermalen tegen haar hoofd getrapt en [slachtoffer 2] aan haar haren getrokken. Dit alles zonder dat een directe aanleiding voor zijn gedrag aanwijsbaar is geworden.

Met zijn handelen heeft verdachte een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit, persoonlijke levenssfeer en het gevoel van veiligheid van [slachtoffer 1] en haar vriendin. De woning behoort bij uitstek een veilige en vertrouwde omgeving te zijn. Dat verdachte juist daar op deze wijze is binnengedrongen en zich vervolgens agressief heeft gedragen, getuigt van een grote mate van brutaliteit en een volstrekt gebrek aan respect voor de persoonlijke levenssfeer en veiligheid van de slachtoffers.

De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij met zijn handelen volledig is voorbijgegaan aan de gevoelens van de slachtoffers en zich heeft laten leiden door zijn eigen boosheid en frustratie. Wat dit gedrag nog kwalijker maakt, is dat de kinderen van [slachtoffer 1] op dat moment boven in de woning lagen te slapen. Daarnaast weegt de rechtbank mee dat dergelijke feiten niet alleen gevoelens van angst en onveiligheid bij de directe slachtoffers veroorzaken, maar ook onrust en gevoelens van onveiligheid in de omgeving kunnen teweegbrengen. Dit was hier ook het geval, namelijk bij buurtbewoners die getuige zijn geweest van het incident. De rechtbank rekent verdachte dit alles zwaar aan. De rechtbank rekent het verdachte verder aan dat hij ter terechtzitting geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn handelen. Hij heeft daarmee onvoldoende blijk gegeven van inzicht in de ernst van zijn gedragingen en de gevolgen daarvan voor de slachtoffers.

Persoon van verdachte

De rechtbank heeft kennisgenomen van een uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte van 2 juli 2026. Verdachte heeft een omvangrijk strafblad en is veelvuldig veroordeeld. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij opnieuw strafbare feiten heeft gepleegd.

De rechtbank heeft ook rekening gehouden met het over verdachte opgemaakte reclasseringsrapport van 15 september 2025. De reclassering schat de kans op recidive in als laag, omdat er sinds de verdenking geen contact meer is geweest tussen verdachte en slachtoffer [slachtoffer 1]. Ter terechtzitting heeft verdachte dit bevestigd en verklaard daaraan ook geen behoefte te hebben. De reclassering ziet thans geen andere risicofactoren bij verdachte. De reclassering ziet geen meerwaarde in interventies of toezicht, omdat op dit moment sprake is van stabiliteit op de verschillende leefgebieden van verdachte. De reclassering adviseert om aan verdachte een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen.

Op te leggen straf

De rechtbank is, alles afwegende en mede gelet op het tijdsverloop in deze zaak, van oordeel dat de oplegging van een (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf in combinatie met een taakstraf voor de duur van 150 uren passend is. De duur van de gevangenisstraf wordt bepaald op 77 dagen waarvan 60 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Deze straf is nodig enerzijds om de ernst van de feiten tot uitdrukking te brengen en anderzijds als stok achter de deur om verdachte ervan te weerhouden strafbare feiten te plegen. De rechtbank ziet, anders dan door de officier van justitie is gevorderd, geen aanleiding of noodzaak om aan verdachte een contact- en/of locatieverbod op te leggen.

Voorlopige hechtenis

De rechtbank zal het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis opheffen.

7. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 Sr.

8. De beslissing

De rechtbank:

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het onder feit 1 primair, feit 2, feit 3, feit 4 en feit 5 ten laste gelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd en spreekt hem daarvan vrij;

strafbaarheid feiten

- verklaart het bewezen verklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 primair, het misdrijf: poging tot zware mishandeling;

feit 2, het misdrijf: mishandeling;

feit 3, het misdrijf: bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 4, het misdrijf: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen;

feit 5, het misdrijf: diefstal;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het onder feit 1 primair, feit 2, feit 3, feit 4 en feit 5 bewezen verklaarde;

straf

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 77 (zevenenzeventig) dagen;

- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 60 (zestig) dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien verdachte voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren de algemene voorwaarde niet is nagekomen dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 150 (honderdvijftig) uren;

- beveelt, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 (vijfenzeventig) dagen;

opheffing bevel voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op met ingang van heden.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Venekatte, voorzitter, mr. J. Wentink en mr. P.J. Beker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S.R. Kuiper, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 22 september 2026.

Mr. J. Wentink is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2024083586. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1.

Het proces-verbaal van verhoor verdachte bij de rechter-commissaris van 8 maart 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, als verklaring van verdachte:

Ik ben naar de woning toegegaan. Ik ben naar binnengegaan.

2.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van verbalisant [verbalisant 1] van

22 februari 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina 19 tot en met 21, inclusief fotoblad, op pagina 24, 25, 27 en 28:

Op 22 februari 2024 omstreeks 00:30 uur, was ik samen met een vriendin van mij, [slachtoffer 2] , bij mij thuis. Ik ben woonachtig aan de [adres 1] te [plaats]. Ik hoorde hard gebonk op de voordeur. Ik hoorde een mannenstem zeggen: "Ik schiet jullie dood", Ik herkende deze stem en wist toen dat [verdachte] voor mijn voordeur stond. Ik liep met de sleutel naar de voordeur, op datzelfde moment zag en hoorde ik dat [verdachte] de ruit van mijn voordeur kapot sloeg. Ik zag dat [verdachte] binnenkwam. Ik voelde dat de tussendeur met een harde ruk werd geopend, hierdoor viel ik op de grond. Ik voelde een harde klap tegen de linkerzijde van mijn hoofd. Ik zag dat [verdachte] meerdere keren een trap gaf tegen mijn gezicht. Ik hoorde dat [slachtoffer 2] zei dat ze haar telefoon kwijt was en dat ze tegen [verdachte] zei dat ze haar telefoon terug wilde. Ik weet niet meer goed hoe ik toen weer op de grond terecht ben gekomen. Maar ik voelde wederom weer hard gebonk tegen mijn hoofd, deze keer kon ik mij niet goed verweren. Ik voelde mij erg duizelig en zag allemaal sterretjes. Hierna was ik het verhaal een beetje kwijt. Ik heb een opgezwollen lip, jukbeen en oog.

[Afbeelding]

[Afbeelding]

[Afbeelding]

[Afbeelding]

3.

Het proces-verbaal van aanvullend verhoor aangever [slachtoffer 1] van verbalisant

[verbalisant 2] van 22 februari 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina 33:

Naar aanleiding van de mishandeling heb ik nog steeds pijn boven mijn linker oog.

Opmerking verbalisant: ik zie dat hier een verdikking zit, ook zie nog dat het oog

blauw is.

4.

Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van verbalisant [verbalisant 3] van

22 februari 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina 10 en 11:

Pleegdatum/tijd: 22 februari 2024

Op 22 februari omstreeks 00.35 uur was ik bij mijn vriendin [slachtoffer 1]. [slachtoffer 1] woont op de [adres 1] te [plaats]. Ik hoorde ineens hard geschreeuw vanuit de richting van de voordeur komen. Ik hoorde de stem van [verdachte] . Ik hoorde dat [verdachte] hard op de voordeur bonkte. Ik hoorde hem schreeuwen: "Ik maak jullie dood, ik schiet jullie dood". Ik zag dat hij vervolgens met een hard voorwerp op de deur sloeg. Ik zag dat het raam in de voordeur brak. Ik zag dat het inderdaad [verdachte] was die voor de deur stond. Ik zag dat hij de voordeur opende. [slachtoffer 1] probeerde de keukendeur nog dicht te houden. Dit lukte echter niet. Ik zag dat [verdachte] vervolgens mijn telefoon van het aanrecht af pakte. Ik wilde graag mijn telefoon terug. Ik zag dat er een tas van [verdachte] op de stoel stond. Ik heb deze tas toen gepakt. Ik zei dat hij hem terug kreeg als ik mijn telefoon terug kreeg. Ik kreeg toen mijn telefoon terug en [verdachte] zijn tas. Ik zag en hoorde dat [verdachte] vervolgens weer heel had begon te schreeuwen. Ik voelde dat hij hard aan mijn haar trok. Dit deed mij veel pijn aan mijn hoofdhuid. Ik zag vervolgens dat [verdachte] weer naar binnen ging bij het huis van [slachtoffer 1]. Ik hoorde dat hij hard schreeuwde: "Ik maak je dood". Ik hoorde [slachtoffer 1] hard gillen.

5.

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van verbalisant

[verbalisant 4] van 22 februari 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina 38 en 39:

Adres: [adres 2] in [plaats].

Op 22 februari 2024 omstreeks 00.30 uur hoorde ik veel lawaai buiten. Ik werd wakker van geschreeuw en gescheld. Ik zag dat er twee vrouwen buiten stonden, de buurvrouw en een vriendin van de buurvrouw. De partner/ex-partner van de buurvrouw zag ik ook buiten, ik herkende hem. Ik keek zag dat de man de vriendin van de buurvrouw aan de haren

trok. Ik hoorde dat de vrouw zei: “geef mijn telefoon terug”. Ik zag en hoorde dat de man een ruit kapotsloeg.

6.

Het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 5] van 26 februari 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven, op pagina 52 tot en met 54:

Ik was belast met het uitkijken van de camerabeelden van de ringdeurbel van de [adres 2] (de rechtbank begrijpt: in [plaats]).

Ik zag links bovenin beeld staan: 2024-02-22 00:24:59.

Ik zag dat er een langere persoon vanaf de auto in de richting van perceel 31 liep.

hoorde een mannenstem iets zeggen. Ik hoorde vervolgens drie bonken alsof er ergens tegenaan geslagen werd. Ik hoorde een harde klap en glasgerinkel. Ik zag dat er een vrouw uit de woning liep. Ik zag dat de man en vrouw elkaar vast pakten. Ik hoorde dat een vrouwenstem zei: Dat is mijn telefoon, dat is mijn telefoon. Ik zag dat de man, de vrouw naar beneden trok. Ik hoorde de vrouwstem schreeuwen: Niet weer aan mijn haren trekken vieze kanker mongool. Ik hoorde dat de vrouwen stem zei: Mijn telefoon terug. Ik wil mijn telefoon. Ik hoorde dat de vrouw wederom zei: Teruggeven. Omruil'n. Omruil'n.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand