ECLI:NL:RBOVE:2026:564

ECLI:NL:RBOVE:2026:564

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 06-01-2026
Datum publicatie 05-02-2026
Zaaknummer 11829179 \ CV EXPL 25-2357
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Enschede

Samenvatting

Gedaagde heeft werkzaamheden verricht in de woning van de eisers, aan onder meer de badkamer. De werkzaamheden zijn niet afgerond en er is sprake van gebreken in het uitgevoerde werk. De eisers hebben voor de verrichte werkzaamheden gaandeweg een bedrag van € 9.500,00 betaald. De kantonrechter stelt vast dat gedaagde teveel in rekening heeft gebracht en dat in verband met gebreken/herstelkosten gedaagde een bedrag van € 5.197,00 met rente en kosten terug moet betalen aan de eisers.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 11829179 \ CV EXPL 25-2357

Vonnis van 6 januari 2026

in de zaak van

1. [eiser 1] ,

en

2. [eiser 2],

beiden wonende te [woonplaats 1] ,

eisende partijen,

hierna samen te noemen: [eisers] ,

gemachtigde: mr. L.R. Bakker,

tegen

[gedaagde] ,

h.o.d.n. [bedrijfsnaam] ,

wonende te [woonplaats 2] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

procederend in persoon.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding;- de conclusie van antwoord;- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;

- de mondelinge behandeling van de zaak op 4 december 2025 waarbij [eisers] zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde en [gedaagde] in persoon.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2. Samenvatting

[gedaagde] heeft werkzaamheden verricht in de woning van [eisers] , aan onder meer de badkamer. De werkzaamheden zijn niet afgerond en er is sprake van gebreken in het uitgevoerde werk. [eisers] hebben voor de verrichte werkzaamheden gaandeweg een bedrag van € 9.500,00 betaald. De kantonrechter stelt vast dat [gedaagde] teveel in rekening heeft gebracht en dat in verband met gebreken/herstelkosten [gedaagde] een bedrag van € 5.197,00 met rente en kosten terug moet betalen aan [eisers] .

3. De feiten

Partijen hebben vanaf mei 2022 plannen gemaakt voor de renovatie van de woning van [eisers] . [gedaagde] heeft vanaf juni 2022 voor [eisers] diverse werkzaamheden verricht in hun woning, onder meer aan de badkamer en de bijkeuken/uitbouw.

[eisers] hadden voor de verbouwing een totaal budget (bouwdepot) van

€ 30.000,00 inclusief btw. Het bouwdepot verliep op 1 december 2022.

Over de te verrichten werkzaamheden hebben partijen vooraf niets op schrift gesteld. Wel hebben partijen via WhatsApp met elkaar gecommuniceerd en een enkele keer via de mail.

[eisers] hebben in de periode juni 2022 tot en met september 2022 een viertal facturen van [gedaagde] betaald, tot een bedrag van € 9.500,00.

Bij e-mailbericht van 13 juni 2022 heeft [gedaagde] aan [eisers] onder meer het volgende meegedeeld:

‘(…) Vertragingen buiten jullie schuld om hebben geleid tot extra drukte bij onze planning voor de komende maanden. (…) Het is wel onze bedoeling om het meeste werk eerst bij jullie uit te voeren. Belangrijk om vooraf te vermelden is dat wij geen oplevertermijn kunnen geven.

(…)

Qua financiële compensatie werken wij met een wekelijkse factuur van de reeds geleverde werkzaamheden van de afgelopen week, eventueel met de kosten van bouwmaterialen.

Het bedrag van de aanbetaling is € 2.500,- en ken eventueel op woensdag 15 juni 2022 worden gefactureerd. (…)”.

Ondanks verzoeken van [eisers] heeft [gedaagde] de werkzaamheden in december 2022 nog niet afgerond. Hun gemachtigde stuurt [gedaagde] op 3 maart 2023 voor het eerst een ingebrekestelling. In de brief staat onder meer dat [gedaagde] heeft aangegeven dat de verbouwing haalbaar is binnen het budget, omdat [eisers] zelf veel van de werkzaamheden oppakken en de materialen zelf betalen, dat de verbouwing niet afgemaakt is en er sprake is van diverse gebreken/niet nagekomen afspraken. [gedaagde] wordt gesommeerd om schriftelijk te bevestigen dat hij de gebreken gaat herstellen en de overige werkzaamheden deugdelijk gaat uitvoeren. [gedaagde] heeft hierna nog wat werkzaamheden verricht maar tot een afronding komt het niet.

Op 4 juli 2023 krijgt [gedaagde] een uitnodiging om aanwezig te zijn bij een expertise inzake de door hem verrichte werkzaamheden in de woning van [eisers] . [gedaagde] is aanwezig geweest bij het expertiseonderzoek op 29 augustus 2023 door ZNEB Expertise en Taxatie B.V. te Breda (hierna: ZNEB). ZNEB heeft het werk van [gedaagde] bekeken en beoordeeld.

In het uitvoerige rapport van ZNEB staat onder meer:

“(…)

8. BEANTWOORDING ONDERZOEKSVRAGEN

(…)

Wij constateerden dat de volgende werkzaamheden in relatie tot de omschrijving op de facturen waren uitgevoerd:

Factuur 20220074: Sloopwerk tegels en bestaand sanitair in de badkamer was uitgevoerd, stucwerk was deels gereed.

Factuur 20220076: Montage wanden in de badkamer (wand naast douche) is deels gereed. Leidingwerk is deels gereed.

Factuur 20220077: Sloopwerk bijkeuken is deels gereed en fundering hebben wij niet kunnen waarnemen.

Factuur 20220078: Montage sanitair in de badkamer is grotendeels nog niet gereed, de dekvloer is aangebracht en eerste deel van het tegelwerk (tegelwerk is deels uitgevoerd).

(…)

10. SCHADEVASTSTELLING/-RAMING

Wij hebben in deze kostenraming ten eerste de kosten voor het herstel van reeds uitgevoerd werk geraamd.

Ten tweede hebben wij de kosten geraamd voor het afronden van de door beide partijen besproken Renovatiewerkzaamheden, te weten de badkamerrenovatie, de renovatie van de aanbouw en het herstel van de windveer.

Voor de gebreken op de zolderverdieping, te weten de rioolontluchting en het ventilatiekanaal zijn wij van mening dat [bedrijfsnaam] daar in het kader van de middels Whatsapp besproken renovatiewerken geen werkzaamheden aan zou uitvoeren.

[eiser 1] stelde ons een offerte van [bedrijf], gevestigd te [vestigingsplaats] en hierna te noemen ‘ [bedrijf] ’, als gedateerd op 15 januari 2023 (bijlage A) ter beschikking welke wij niet integraal hebben overgenomen. Wij beoordeelden deze offerte als niet bruikbaar omdat deze offerte niet gespecificeerd is in hoeveelheden, arbeids- en materiaalkosten.

Herstelkosten van het reeds uitgevoerd werk aan badkamer, aanbouw en luifel

- Punt a. De kosten voor het op de juiste hoogte stellen van het inbouwreservoir

worden door ons, gebaseerd op 2 manuur (2 x € 70,00) en materiaal (€ 15,00),

geraamd op, inclusief 21% btw € 155,00

- Punt b. De kosten voor het controleren van de hoogte van de douchewand aan de

hand van de montagehandleiding van de douchedeuren en het zo nodig verhogen

van de wand worden door ons, gebaseerd op 2 manuur (2 x € 70,00) en materiaal

(€50,00), geraamd op, inclusief 21% btw € 190,00

Punt c. De kosten voor het uitkrabben van de tegelvoegen en het aanbrengen van

voegwerk worden door ons, gebaseerd op 2 manuur (2 x €70,00) en materiaal

(€30,00), geraamd op, inclusief 21% btw € 170,00

Punt d. De kosten voor het aanpassen van de bevestiging/montage van het ligbad

en het aanpassen van de afvoerleiding worden door ons, gebaseerd op

1,5 mandag (1,5 x 8 x €70,00) en materiaal (€ 100,00), geraamd op, inclusief 21%

btw € 940,00

- Punt e. De kosten voor het afronden en het aanpassen van het installatietechnisch

leidingwerk worden door ons, gebaseerd op 6 manuur (6 x € 70,00) en materiaal

(€ 150,00), geraamd op, inclusief 21% btw € 570,00

- Punt f. De kosten voor het door [bedrijfsnaam] afwerken van de aansluiting boven het

kozijn in de badkamer worden door ons, gebaseerd op 2 manuur (2 x € 70,00) en

materiaal (€ 100,00), geraamd op, inclusief 21% btw € 240,00

- Punt g. De kosten voor het herstellen dan wel aanpassen van het wandstucwerk

ten behoeve van het later aanbrengen van wandtegelwerk in de badkamer worden

door ons, gebaseerd op 1 mandag (1 x 8 x €63,00) en materiaal (€ 150,00), geraamd

op, inclusief 9% btw € 654,00

(…)

Punt h. De kosten voor het elektrisch aansluiten en afmonteren van de

vloerverwarming in de badkamer worden door ons, gebaseerd op 3 manuur (3 x

€ 70,00) en materiaal (€20,00), geraamd op, inclusief 21% btw € 230,00

Punt i. De kosten voor het aanbrengen van een kimband bij de aansluiting van de

vloertegels bij de douchevloer, uitgaande van het tijdelijk verwijderen van de

randtegels worden door ons, gebaseerd op 2 manuur (2 x € 70,00) en materiaal

(€50,00), geraamd op, inclusief 21% btw € 190,00

Punt j. De kosten voor het vervangen van de gebrekkige boeiboorden middels het

aanbrengen van multiplex gegronde boeiboorden met inachtname van de

ventilatievoorzieningen en het waterdicht afwerken van het dak van de luifel

worden door ons, gebaseerd op 1,5 mandag (1,5 x 8 x €70,00) en materiaal

(€ 100,00), geraamd op, inclusief 21% btw € 940,00

Punt k. De kosten voor het afwerken van het plafond van de entreehal middels

gipsplaten worden door ons, gebaseerd op 1 mandag (1 8 x €70,00) en materiaal

(€250,00), geraamd op, inclusief 21% btw € 810,00

Punt l. De kosten voor het afronden van het sloopwerk aan de binnenzijde van de

aanbouw worden door ons, gebaseerd op 2 manuur (2 x € 70,00) en materiaal en

afvoer (€50,00), geraamd op, inclusief 21% btw € 190,00

Punt m. De kosten voor het herstellen/sluiten van de binnenwandbekleding en het

fixeren van het leidingwerk in de aanbouw worden door ons, gebaseerd op

1. mandag (1 x 8 x €70,00) en materiaal (€200,00) geraamd op, inclusief 21% btw € 760,00

Totaal inclusief btw € 6.039,00

(…)

Afrondingskosten van de renovatiewerkzaamheden aan badkamer, aanbouw en windveer

(…)

Totaal inclusief btw € 15.257,00

Na het expertiserapport stuurt de gemachtigde van [eisers] nog een laatste ingebrekestelling op 2 oktober 2024 waarbij [gedaagde] in de gelegenheid wordt gesteld om binnen twee weken de gebreken op te lossen en de werkzaamheden af te ronden. Op 5 december 2024 volgt een brief van de gemachtigde van [eisers] waarin onder meer staat:

“Geachte heer [gedaagde] ,

Inmiddels heeft cliënt u meermaals in de gelegenheid gesteld om de tekortkomingen en gebreken in het door u uitgevoerde werk zelf op te (laten) lossen. Van deze gelegenheid heeft u geen gebruik gemaakt. Derhalve verkeert u nu in wettig verzuim.

Cliënt is daarom gerechtigd om de met u gesloten overeenkomst met betrekking tot de door u uitgevoerde werkzaamheden buitengerechtelijk te ontbinden ex artikel 6:265 Burgerlijk Wetboek, welke ontbinding bij dezen wordt ingeroepen. U dient dit bericht op te vatten als een verklaring strekkende tot ontbinding van de overeenkomst.

Dit houdt concreet in dat u een ongedaanmakingsverplichting heeft, waardoor u gehouden bent om het door cliënt te veel betaalde bedrag ad € 9.500,- terug te betalen. Hiernaast heeft cliënt op grond van artikel 6:96 lid 2 sub b van het Burgerlijk Wetboek recht op vergoeding van de kosten die gemoeid gingen met het vaststellen van zijn schade, te weten € 5.491,59 (incl. btw). In mijn vorige bericht heb ik u verzocht dit bedrag te voldoen, maar betaling is uitgebleven (…).”

4. Het geschil, samengevat

[eisers] vorderen te verklaren voor recht dat de overeenkomst tussen [eisers] enerzijds en [gedaagde] anderzijds (gedeeltelijk) is ontbonden althans deze alsnog (gedeeltelijk) te ontbinden en [gedaagde] daarbij te veroordelen tot terugbetaling van het aan hem betaalde bedrag van € 9.500,00, dan wel aan [eisers] een (vervangende) schadevergoeding toe te kennen van € 6.039,00 inclusief btw, te vermeerderen met rente, kosten van de deskundige en (buiten-)gerechtelijke kosten.

Volgens [eisers] is er gelet op het rapport van ZNEB sprake van diverse gebreken in het werk van [gedaagde] , is [gedaagde] niet tijdig overgegaan tot herstel en het afronden van de werkzaamheden en is de ontbinding van de overeenkomst bij brief van 5 december 2024 rechtsgeldig geweest. Door de ontbinding moet [gedaagde] het aan hem betaalde bedrag van € 9.500,00 aan [eisers] terugbetalen, terwijl het door [gedaagde] inmiddels verrichte werk te waarderen is op nihil. Naast terugbetaling van de

€ 9.500,00 dient [gedaagde] ook de kosten van de deskundige van € 5.491,59 te betalen, net als de rente en (buiten-)gerechtelijke kosten.

[gedaagde] voert verweer tegen onder meer de gestelde oplevertermijn en tegen enkele gestelde gebreken/schadeposten. Op dat verweer zal hier onder nader worden ingegaan.

5. De beoordeling

Zoals al staat vermeld in 3.2. hebben partijen vrijwel niets vastgelegd over de door [gedaagde] te verrichten werkzaamheden, over prijzen, oplevertermijn e.d. Op grond van de processtukken en de verkregen informatie tijdens de mondelinge behandeling staat daarover het navolgende voldoende vast:

- [gedaagde] zou werkzaamheden verrichten in de woning van [eisers] aan de badkamer, de bijkeuken/uitbouw en aan een windveer;

- [gedaagde] was in die periode al druk met andere klanten;

- [eisers] hadden de beschikking over een bouwdepot tot een bedrag van

€ 30.000,00. Dit bouwdepot liep tot 1 december 2022;

- een uurtarief is niet afgesproken: [gedaagde] heeft tussentijds gefactureerd aan de hand van verrichte werkzaamheden en die facturen zijn door [eisers] betaald;

- [eiser 1] die zelf ook handig is, zou [gedaagde] helpen bij enkele klussen en dat zou de kosten verlagen;

- het benodigde materiaal wordt uitgezocht en gekocht door [eisers] .

De kantonrechter kan op grond hiervan niet tot de conclusie komen dat er sprake is van een aannemingsovereenkomst waarbij is afgesproken dat [gedaagde] alle werkzaamheden vóór december 2022 zou verrichten, voor een bedrag van maximaal

€ 30.000,00. Door [gedaagde] is gemotiveerd betwist dat is afgesproken dat de werkzaamheden vóór december 2022 afgerond zouden zijn en [eisers] hebben het in dit verband over een “streefdatum” in combinatie met het feit dat het bouwdepot liep tot december 2022. Dat is onvoldoende voor het aannemen van een overeengekomen oplevertermijn in december 2022. In dit verband is ook de inhoud van het hiervoor onder 3.4. opgenomen e-mailbericht van [gedaagde] aan [eisers] van belang waarin [gedaagde] expliciet vermeldt dat hij geen oplevertermijn kan geven.

Voor zover [gedaagde] voorafgaand aan de overeenkomst terloops heeft gezegd dat, rekening houdende met het meewerken door [eiser 1] en het feit dat [eisers] de materialen zouden betalen, het hele project voor € 30.000,00 ‘te doen zou moeten zijn’, is dit onvoldoende voor het aannemen van een overeengekomen verplichting van [gedaagde] om het werk tegen die prijs op te leveren. Daarbij wordt overwogen dat hier geen sprake is van een standaard aannemingsovereenkomst waarbij de aannemer zelf een bepaald werk realiseert en oplevert tegen een bepaalde prijs. [eiser 1] zou immers in een bepaalde mate meewerken en [eisers] zouden zelf de materialen halen en hadden daarmee zelf ook invloed op de totaalprijs. De kantonrechter neemt daarom voor de beoordeling van de gestelde tekortkomingen aan de zijde van [gedaagde] als uitgangspunt de werkzaamheden die hij daadwerkelijk heeft verricht en gefactureerd en niet het uitgangspunt dat [gedaagde] zich heeft verbonden om alle werkzaamheden te verrichten tegen een prijs van maximaal € 30.000,00.

Vast staat dat de werkzaamheden tot op de dag van vandaag niet zijn afgerond en dat [gedaagde] voor zijn gewerkte uren [eisers] een viertal facturen heeft gestuurd:

- de factuur van 16 juni 2022 (20220074) van € 2.500,00, met als omschrijving van de werkzaamheden ‘Badkamer renovatie: Sloopwerk en Stucwerk’;

- de factuur van 27 juli 2022 (20220076) van € 2.000,00, met als omschrijving van de werkzaamheden ‘Badkamer renovatie: Montage wanden en Leidingwerk’;

- de factuur van 26 augustus 2022 (20220077) van € 2.500,00, met als omschrijving van de werkzaamheden ‘Bijkeuken renovatie: Sloopwerk en fundering bouwen’;

- de factuur van 29 september 2022 (20220078) van € 2.500,00, met als omschrijving van de werkzaamheden ‘Badkamer renovatie: Montage sanitair, dekvloer maken en eerste deel tegelwerk’. In totaal dus € 9.500,00 inclusief btw.

Volgens [eisers] heeft [gedaagde] gelet op de omschrijving op de facturen en gelet op de daadwerkelijk uitgevoerde werkzaamheden, teveel gefactureerd. Zij worden daarin gesteund door het rapport van ZNEB. Volgens ZNEB zijn -los van eventuele gebreken in het werk- de gefactureerde werkzaamheden maar deels uitgevoerd:

- de werkzaamheden op de factuur van 16 juni 2022 zijn voor 90% gereed;

- de werkzaamheden op de factuur van 27 juli 2022 voor 60%;

- de werkzaamheden op de factuur van 26 augustus 2022 voor 80%

- en de werkzaamheden op de factuur van 29 september 2022 voor 50%.

[gedaagde] heeft hiertegen geen verweer gevoerd en daarmee staat vast dat hij [eisers] ten opzichte van de door hem verrichte werkzaamheden teveel heeft gefactureerd: bij de factuur van 16 juni 2022 10% teveel, dus € 250,00, bij de factuur van 27 juli 2022 40% teveel, dus € 800,00, bij de factuur van 26 augustus 2022 20% teveel, dus

€ 500,00 en bij de factuur van 29 september 2022 50% teveel, dus € 1.250,00, samen

€ 2.800,00 inclusief btw. Dat bedrag zal [gedaagde] in elk geval moeten terug betalen aan [eisers] .

Volgens [eisers] is er naast het feit dat [gedaagde] teveel in rekening heeft gebracht, ook sprake van gebreken in het werk dat hij heeft verricht. Het werk voldoet (deels) niet aan de eisen van goed en deugdelijk werk. [eisers] verwijzen naar de punten a tot en met m in het rapport van ZNEB, hiervoor opgenomen onder 3.7.

De kantonrechter zal de verschillende posten beoordelen aan de hand van het daartegen door [gedaagde] gevoerde verweer.

a. kosten inbouwreservoir

[eisers] vorderen een bedrag van € 155,00 voor de kosten van het alsnog op de juiste hoogte stellen van het inbouwreservoir. Volgens het rapport van ZNEB hebben [eisers] aan [gedaagde] aangegeven de toiletpot op een hoogte van circa 43 cm te plaatsen. [gedaagde] heeft dat niet betwist. Uit het rapport van ZNEB volgt dat de standaard toiletpothoogte circa 41 cm is en dat de door [gedaagde] geplaatste combinatie uit zou komen op een hoogte van 45 cm. De kantonrechter constateert dat de bijbehorende montagehandleiding aangeeft dat het hart van de afvoer voor een standaard hoogte van 41 cm had moeten worden geplaatst op 23 cm. [gedaagde] had het hart geplaatst op 27 cm en dat zou neerkomen op een hoogte van 45 cm. Mede gelet op het feit dat de montagetekening de maten vermeldt in mm’s, heeft [gedaagde] niet gemonteerd binnen de marges van circa 43 cm. Met een hoogte van 45 cm valt de plaatsing buiten de marges. De stellage kan, zo volgt uit het rapport, door het uitschuifmechanisme zo worden aangepast dat de toiletpot alsnog op een hoogte komt van circa 43 cm en de kosten hiervan komen als herstelkosten voor rekening van [gedaagde] .

b. kosten controleren en zo nodig verhogen douchewand/douchedeuren

Gevorderd wordt een bedrag van € 190,00 voor kosten voor het controleren van de hoogte van de douchewand aan de hand van de montagehandleiding van de douchedeuren en het zonodig verhogen van de wand. Naar het oordeel van de kantonrechter is deze post niet toewijsbaar als herstelkostenpost. De vraag of de linkerwand hoog genoeg is geplaatst voor de aangeschafte deuren met een hoogte van 1.90m blijft in het rapport onbeantwoord en eventueel kan er nog een laag kalkzandsteen blokken worden aangebracht om plaatsing van de door [eisers] gekochte deuren wel mogelijk te maken. Als de wand al niet hoog genoeg is, betreft het meer het afmaken van het werk dan herstel van al uitgevoerd werk. Deze post is niet toewijsbaar.

c. kosten van uitkrabben en aanbrengen van voegen

Gevorderd wordt een bedrag van € 170,00 voor de kosten voor het uitkrabben van de tegelvloeren en het aanbrengen van voegwerk. Het rapport vermeldt verder dat [gedaagde] de vloertegels niet heeft aangebracht zoals had gemoeten. In het algemeen dienen geen tegeldelen te worden gelegd kleiner dan 1/3-e van een tegel en [gedaagde] heeft dat wel gedaan. Dit is meer een esthetisch gebrek, aldus het rapport. Naar het oordeel van de kantonrechter is ook deze post niet toewijsbaar omdat het hier gaat om het afmaken van het tegelwerk in die zin dat het voegwerk na het uitkrabben van de ruimte tussen de tegels nog moet worden uitgevoerd. Hier is geen sprake van herstel van door [gedaagde] uitgevoerd werk.

d. kosten aanpassen bevestiging/montage van het ligbad en aanpassen afvoerleiding

[eisers] vorderen een bedrag van € 940,00 voor het aanpassen van de bevestiging/montage van het ligbad en het aanpassen van de afvoerleiding. Volgens het rapport is het bad niet geplaatst op de hoogte die volgens [eisers] door hen was aangegeven om een afgedopte afvoer weg te werken. Daarnaast is er sprake van gebreken aan het uitgevoerde werk: het bad is niet stabiel aangebracht, ribben/balken zijn niet deugdelijk bevestigd, het bad is niet waterpas afgesteld, de afvoer heeft een tegenschot in plaats van een afschot richting de verzamelafvoer en de badmengkraan is niet deugdelijk bevestigd. [gedaagde] heeft hierover gezegd dat het bad is verschoven/verplaatst doordat [eisers] zelf folie zouden hebben aangebracht aan het bad. Er zijn bovendien stelvoeten voor het bad en er wordt pas gesteld na het aanbrengen van tegelwerk, aldus [gedaagde] .

De kantonrechter zal deze post toewijzen omdat voldoende aannemelijk is dat hier herstelwerk uitgevoerd moet worden. De kantonrechter neemt op basis van het rapport aan dat het bad niet stabiel is bevestigd op de ribben/balken en dat dit los staat van het stellen met stelvoeten. Bovendien dienen er werkzaamheden te worden uitgevoerd met betrekking tot de afvoer en de badmengkraan die niet goed is bevestigd. Deze post van

€ 940,00 is toewijsbaar.

e. kosten afronden en aanpassen van leidingwerk

Gevorderd wordt een bedrag van € 570,00 voor het afronden en het aanpassen van het installatietechnisch leidingwerk. Volgens het rapport zijn de waterleidingen en elektra leiding niet of onvoldoende ingefreesd in de muur en zijn ze niet goed in de muur verwerkt. De kantonrechter constateert dat sprake is van een gebrek in het verrichte werk: er is wel ingefreesd maar blijkbaar niet afdoende. De kantonrechter ziet aanleiding om deze post voor de helft toe te wijzen omdat het enerzijds gaat om afmaken van werkzaamheden maar anderzijds ook om werk dat [gedaagde] in één keer goed had moeten doen. Voor deze post zal worden toegewezen € 285,00.

f. kosten afwerken aansluiting boven kozijn badkamer

[eisers] vorderen een bedrag van € 240,00 als kosten voor het afwerken van de aansluiting boven het kozijn in de badkamer. Deze post is niet toewijsbaar omdat het hier om het afmaken van het werk gaat en niet om herstel van al uitgevoerd werk.

g. kosten herstellen/aanpassen wandstucwerk t.b.v. wandtegelwerk

Gevorderd wordt een bedrag van € 654,00 voor kosten voor het herstellen dan wel aanpassen van het wandstucwerk ten behoeve van het later aanbrengen van wandtegelwerk in de badkamer. Het gaat om voor een deel nog niet gereed stucwerk. Ook deze post zal voor de helft worden toegewezen omdat het enerzijds gaat om het afmaken van het stucwerk (het alsnog aanbrengen van stucwerk op bepaalde delen), maar anderzijds ook om werk dat [gedaagde] in één keer goed had moeten doen in die zin dat de donkergrijze stuclaag ook moest worden aangebracht op andere niet vrij van vervuiling zijnde delen zoals omschreven in het rapport. Voor deze post zal worden toegewezen € 327,00.

h. kosten voor aansluiten en afmonteren vloerverwarming

[eisers] vorderen een bedrag van € 230,00 voor kosten voor het elektrisch aansluiten en afmonteren van de vloerverwarming in de badkamer. Deze post is niet toewijsbaar omdat het hier gaat om het afmaken van werkzaamheden die door [gedaagde] zijn gestart, maar niet zijn afgerond en niet om herstel van door [gedaagde] al uitgevoerd werk.

i. kosten aanbrengen kimband

Gevorderd wordt een bedrag van € 190,00 voor kosten voor het aanbrengen van een kimband bij de aansluiting van de vloertegels bij de douchevloer, uitgaande van het tijdelijk verwijderen van de randtegels. Deze post is toewijsbaar. Volgens het rapport had een kimband toegepast moeten worden bij een dergelijke inwendige hoek en [gedaagde] heeft dat niet weersproken. Toegewezen zal worden € 190,00.

j. kosten vervangen gebrekkige boeidelen boven de voordeur

[eisers] vorderen een bedrag van € 940,00 voor het vervangen van de gebrekkige boeidelen middels het aanbrengen van multiplex gegronde boeiboorden met inachtneming van de ventilatievoorzieningen en het waterdicht afwerken van het dak van de luifel.

Het gaat hier om gebreken in de aangebrachte boeiboordbeplating. Volgens het rapport zit er te weinig ruimte tussen de platen, zijn ze niet voorzien van grondverf en zijn ze niet in één rechte lijn aangebracht. De stagiair van [gedaagde] heeft werkzaamheden verricht aan de balken en de boeidelen en heeft hier € 200,00 voor ontvangen. De materialen zijn gekocht door [eisers] . Het gaat te ver om deze door [eisers] gekochte materialen te vervangen door ander (multiplex en gegrond) materiaal, op kosten van [gedaagde] . [gedaagde] is wel verantwoordelijk voor de door zijn stagiaire uitgevoerde arbeid. De door de stagiaire uitgevoerde werkzaamheden zullen moeten worden aangepast (meer ruimte tussen de platen en in één rechte lijn brengen van de delen). Hiervoor zullen nieuwe materialen aangeschaft dienen te worden. De kantonrechter zal voor deze post ex aequo et bono een bedrag van € 500,00 toewijzen.

k. kosten afwerken plafond entreehal

Gevorderd wordt een bedrag van € 810,00 voor het afwerken van het plafond van de entreehal middels gipsplaten. Vast staat dat in de hal een lekkage heeft plaatsgevonden na het verkeerd aanbrengen van een afvoerleiding door [gedaagde] , maar dat dit inmiddels door [gedaagde] is hersteld. Er is verder geen vocht meer gemeten door ZNEB. Niet bekend is wat de schade van de lekkage is. De gevorderde kosten betreffen het nog aanbrengen van gipsplaten en dat betreft het afmaken van werkzaamheden, niet het herstellen van al uitgevoerd werk. Deze post is daarom niet toewijsbaar.

l. kosten afronden sloopwerk aanbouw

Gevorderd wordt een bedrag van € 190,00 voor het afronden van het sloopwerk aan de binnenzijde van de aanbouw. Voor zover het al werk is dat [gedaagde] zou moeten doen, betreft het hier het afmaken van sloopwerk, niet om het herstellen van al uitgevoerd werk. Deze post is niet toewijsbaar.

m. kosten herstellen/sluiten binnenwandbekleding en fixeren leidingwerk

[eisers] vorderen een bedrag van € 760,00 voor het herstellen/sluiten van de binnenwandbekleding en het fixeren van het leidingwerk in de aanbouw. Ook voor deze post geldt dat, voor zover het werk door [gedaagde] zou moeten worden uitgevoerd, dit het afmaken van werkzaamheden betreft en niet het herstel van al uitgevoerd werk.

De conclusie van het voorgaande is dat de werkzaamheden deels gebrekkig zijn uitgevoerd en de voor vergoeding in aanmerking komen posten behelzen een totaalbedrag van (€ 500,00 + € 190,00 + € 327,00 + € 285,00 + € 940,00 + € 155,00=) € 2.397,00.

Gelet op de vastgestelde gebreken mochten [eisers] de overeenkomst ontbinden op 5 december 2024 in die zin dat partijen voor de toekomst van hun verbintenissen over en weer zijn bevrijd en voor zover het werk wel is verricht, ongedaanmakingsverbintenissen zijn ontstaan. De door [gedaagde] verrichte prestatie kan naar zijn aard niet ongedaan worden gemaakt, zodat moet worden gekeken naar de waarde die de prestatie in de gegeven omstandigheden daadwerkelijk heeft gehad voor [eisers] . Dat is in dit geval de waarde die overblijft nadat de herstelkosten (€ 2.397,00) zijn afgetrokken van de (terecht) in rekening gebrachte bedragen (€ 9.500,00 - € 2.800,00 =

€ 6.700,00). De waarde van de door [gedaagde] verrichte werkzaamheden is dus € 4.303,00. Het overige, het verschil tussen dit bedrag en de € 6.700,00, zijnde een bedrag van € 2.397,00, zal [gedaagde] dienen terug te betalen aan [eisers] .

Totaal dient [gedaagde] daarom een bedrag van € 2.800,00 in verband met teveel in rekening gebrachte werkzaamheden en een bedrag van € 2.397,00 in verband met hetgeen hiervoor is overwogen, zijnde een totaalbedrag van € 5.197,00 te voldoen aan [eisers] .

Gelet op de verhouding tussen hetgeen is gevorderd en hetgeen zal worden toegewezen, waaruit volgt dat [gedaagde] deels gelijk heeft gekregen in de discussie over de gestelde gebreken en de kosten van herstel daarvan zal de kantonrechter de omvang van de redelijke kosten als bedoeld in art. 6:96 BW als volgt bepalen. De buitengerechtelijke kosten zullen worden gerelateerd aan de hoofdsom die zal worden toegewezen (een bedrag van € 5.197,00) en de kosten van de deskundige zullen deels worden toegewezen omdat ook de vordering deels wordt toegewezen. Het deskundigenrapport was nodig om vast te stellen dat [gedaagde] voor een bedrag van € 2.800,00 teveel in rekening heeft gebracht en dat er herstelkosten gemaakt moeten worden tot een bedrag van € 2.397,00 (in plaats van de gevorderde € 6.039,00). Het was niet nodig om vast te stellen wat de totale afrondingskosten waren omdat niet overeengekomen is dat [gedaagde] alles zou doen voor € 30.000,00. De kantonrechter ziet gelet hierop aanleiding om ⅔ van de gevorderde deskundigenkosten ten laste van [gedaagde] te laten komen en ⅓ dus voor rekening van [eisers] te laten.

Voor kosten van de deskundige zal daarom worden toegewezen een bedrag van

€ 3.661,00. De gevorderde buitengerechtelijke kosten worden gerelateerd aan het toe te wijzen bedrag van € 5.197,00, zijnde een bedrag van € 768,17. Omdat deze kosten nog niet zijn betaald door [eisers] , zal de wettelijke rente over de buitengerechtelijke kosten en over de kosten van de deskundige worden toegewezen vanaf de dag van dagvaarding (22 juli 2025). De wettelijke rente over de hoofdsom van € 5.197,00 is toewijsbaar vanaf de dag waarop de overeenkomst is ontbonden en de ongedaanmakingsverbintenissen zijn ontstaan, dat is 5 december 2024.

[gedaagde] is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eisers] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

152,65

- griffierecht

732,00

- salaris gemachtigde

678,00

(2 punten × € 339,00)

- nakosten

135,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

1.697,65

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

6. De beslissing

De kantonrechter

verklaart voor recht dat de overeenkomst tussen [gedaagde] en [eisers] buitengerechtelijk rechtsgeldig is ontbonden,

veroordeelt [gedaagde] om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 5.197,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 5 december 2024, tot de dag van volledige betaling,

veroordeelt [gedaagde] in de buitengerechtelijke kosten van € 768,17 en in de kosten van de deskundige tot een bedrag van € 3.661,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de dag van dagvaarding,

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten van € 1.697,65, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [gedaagde] in de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 Burgerlijk Wetboek over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers en in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?