RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 11891501 \ CV EXPL 25-2847
Vonnis van 20 januari 2026
in de zaak van
INFOMEDICS B.V.,
te Almere,
eisende partij,
hierna te noemen: Infomedics,
gemachtigde: Yards deurwaardersdiensten B.V.,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 12 september 2025;- de conclusie van antwoord van 14 oktober 2025;- de conclusie van repliek van 11 november 2025.
[gedaagde] heeft hierna, hoewel daartoe behoorlijk in de gelegenheid gesteld, niet meer gereageerd.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Het geschil
Wat vordert Infomedics?
Volgens Infomedics heeft [gedaagde] een (medische) behandeling ondergaan bij [bedrijf] (hierna: de zorgaanbieder). De zorgaanbieder heeft de uit deze behandeling voorvloeiende vordering overgedragen aan Infomedics. Infomedics stelt dat zij de kosten van de behandeling ter hoogte van € 1.465,79 bij factuur van 5 februari 2025 aan [gedaagde] in rekening heeft gebracht en dat [gedaagde] deze factuur tot op heden niet heeft voldaan. Omdat betaling van de factuur door [gedaagde] , ondanks aanmaning uitbleef, is Infomedics deze procedure gestart. Infomedics vordert, naast betaling van de openstaande factuur, ook betaling van de wettelijke rente, de buitengerechtelijke incassokosten en de proceskosten.
Wat vindt [gedaagde] ?
[gedaagde] erkent, kort samengevat, dat hij bij de zorgaanbieder is geweest voor een gebitsprothese. Echter dacht [gedaagde] dat de factuur voor het grootste gedeelte zou worden betaald door de zorgverzekering. Volgens [gedaagde] heeft de zorgaanbieder aan hem geen kosten genoemd en ook heeft hij geen offerte ontvangen. [gedaagde] vindt dat de zorgaanbieder hem onjuist en onvolledig heeft voorgelicht.
De reactie van Infomedics op het verweer van [gedaagde]
Infomedics heeft hierop naar voren gebracht dat de zorgaanbieder bij het eerste consult op 19 december 2024 een offerte met een volledig overzicht van de te declareren kosten heeft opgesteld en aan [gedaagde] heeft meegegeven. Verder heeft de zorgaanbieder op dat moment ook aan [gedaagde] te kennen gegeven dat hij zelf contact moet opnemen met de zorgverzekeraar om de exacte hoogte van de eigen bijdrage en/of het eigen risico te verifiëren en om te controleren of de huidige prothese daadwerkelijk vijf jaar of ouder is om in aanmerking te komen voor vergoeding van de kosten, aldus Infomedics. Ook is afgesproken dat [gedaagde] telefonisch contact zou opnemen voor een akkoord en voor het eventueel verder inplannen van het behandeltraject. Volgens de zorgaanbieder heeft [gedaagde] dat op 8 januari 2025 telefonisch gedaan en is de behandeling voortgezet, aldus Infomedics. Verder heeft Infomedics naar voren gebracht dat de factuur is ingediend bij de zorgverzekeraar, Menzis, maar dat Menzis heeft gezegd dat de kosten voor de nieuwe prothese niet vergoed worden omdat de oude prothese van [gedaagde] van 11 maart 2021 dateert en daarmee niet ouder is dan 5 jaar. De kosten voor de nieuwe prothese dient [gedaagde] daarom zelf te voldoen, aldus Infomedics. Tot slot heeft Infomedics naar voren gebracht dat een eventuele vergoeding van de zorgverzekeraar een kwestie is tussen [gedaagde] en zijn zorgverzekeraar, omdat het een rechtsverhouding betreft tussen [gedaagde] en de zorgverzekeraar.
3. De beoordeling
Ambtshalve toetsing informatieplichten
De medische (behandel)overeenkomst die [gedaagde] met de zorgaanbieder heeft gesloten is een overeenkomst tussen een handelaar (zorgverlener) en een consument. De kantonrechter moet daarom ambtshalve, dus ook als dat door partijen niet aan de orde is gesteld en/of de vordering is erkend, toetsen aan het Europese en Nederlandse consumentenrecht.
Toetsing van informatieplichten is hier niet aan de orde, omdat een medische (behandel)overeenkomst op grond van artikel 6:230h lid 2 sub d Burgerlijk Wetboek (BW) is uitgezonderd van de betreffende afdeling uit het BW.
De hoofdsom
De kantonrechter oordeelt als volgt. [gedaagde] heeft niet meer gereageerd op de reactie van Infomedics op het verweer. Als niet weersproken staat de reactie van Infomedics dan vast. De kantonrechter gaat er daarom vanuit dat het verhaal van de zorgaanbieder klopt. Dus dat afgesproken was dat [gedaagde] zelf met zijn verzekering contact op zou nemen om de hoogte van de vergoeding te verifiëren en te controleren of de huidige prothese wel vijf jaar of ouder is. [gedaagde] heeft vervolgens telefonisch akkoord gegeven op de aan hem meegegeven prijs in de offerte en met voortzetting van de behandeling tegen die prijs.
Niet in geschil is dat de behandeling ook heeft plaatsgevonden. [gedaagde] is zelf verantwoordelijk voor betaling van de kosten voor de overeengekomen behandeling, al dan niet via zijn zorgverzekering. Of de zorgverzekering wel of niet betaalt kan hier niet aan de zorgaanbieder worden tegengeworpen. Nu vaststaat dat de factuur nog niet is betaald terwijl [gedaagde] deze wel had moeten betalen, kan de hoofdsom van € 1.465,79 worden toegewezen.
Ambtshalve toetsen algemene voorwaarden
De kantonrechter heeft ambtshalve beoordeeld of in de algemene voorwaarden bepalingen zijn opgenomen ten aanzien van de gevorderde vergoeding voor gemaakte buitengerechtelijke incassokosten en/of de gevorderde vergoeding van rente, die zodanig afwijken van de wettelijke regelingen dat de consument daardoor aanzienlijk wordt benadeeld en door de kantonrechter vernietigd moeten worden. Dat is niet het geval.
De wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten
Vaststaat dat [gedaagde] de factuur niet op tijd heeft betaald en hierdoor in verzuim is geraakt. De daarna in rekening gebrachte wettelijke rente moet [gedaagde] daarom ook betalen.
Infomedics vordert een bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten. Infomedics heeft [gedaagde] bij brief van 6 augustus 2025 een termijn van vijftien dagen gegeven om zonder bijkomende kosten het openstaande bedrag van de factuur te voldoen. Vast staat dat [gedaagde] het bedrag niet binnen de gestelde termijn heeft voldaan. Bovendien voldoet de aanmaning aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW. [gedaagde] heeft de ontvangst van deze brief van Infomedics ook niet betwist. Infomedics heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat er buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief en daarom moeten [gedaagde] ook deze kosten betalen.
Wat betekent dit voor [gedaagde] ?
[gedaagde] moet aan Infomedics betalen het bedrag van in totaal € 1.730,48 (aan hoofdsom € 1.465,78 + aan wettelijke rente tot 9 september 2025 € 44,82 + aan buitengerechtelijke incassokosten € 219,87) te vermeerderen met de wettelijke rente over
€ 1.465,79 vanaf 9 september 2025 tot dag waarop alles is betaald.
De proceskosten
[gedaagde] krijgt ongelijk en hij moet daarom de kosten van deze procedure betalen.
De kosten aan de zijde van Infomedics worden begroot op:
- dagvaarding € 120,78 - griffierecht € 385,00 - salaris gemachtigde € 408,00 (2 punten x tarief € 204,00)
- nakosten € 102,00Totaal € 1.015,78.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal eveneens worden toegewezen.
4. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om aan Infomedics te betalen een bedrag van € 1.730,48, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over € 1.465,79 vanaf 9 september 2025 tot de dag van volledige betaling,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.015,78, te betalen binnen veertien dagen na dit vonnis, te vermeerderen de kosten van betekening, indien [gedaagde] niet binnen genoemde termijn betaalt en vervolgens betekening van het vonnis plaatsvindt en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het bedrag € 1.015,78 vanaf de vijftiende dag na dit vonnis en over het bedrag van de kosten van betekening vanaf de vijftiende dag na de betekening;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Marsman en in het openbaar uitgesproken op
20 januari 2026. (ak)