RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08-035831-25 (P)
Datum vonnis: 28 september 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum 1] 1994 in [geboorteplaats 1] ,
wonende aan [adres 1] ,
hierna: verdachte of [verdachte] .
1. Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 24 augustus 2026, 28 augustus 2026 en 14 september 2026.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. J. Michels, advocaat in Oldenzaal, naar voren is gebracht.
2. De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 2 december 2022 tot en met 2 februari 2025 in Enschede, althans in Nederland, al dan niet samen met anderen, heeft gedeald in cocaïne, MDMA, 3-MMC en/of amfetamine (lijst I van de Opiumwet).
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 december 2022 tot en met
2 februari 2025 te Enschede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad,
- ( een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne en/of
- ( een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA en/of
- ( een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende 3-MMC, zijnde 3-MMC en/of
- ( een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine (speed), zijnde amfetamine,
(telkens) (een) middel/middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
3. De bewijsmotivering
Inleiding
De zaak tegen verdachte maakt deel uit van onderzoek Boerderij24. In dit onderzoek is tegen vijf verdachten, te weten verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en
[medeverdachte 4] (hierna respectievelijk: [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] ) de verdenking gerezen dat zij zich bezig hielden met de handel in harddrugs. Aanleiding voor het onderzoek was de aanhouding van [medeverdachte 2] op 4 juli 2024 wegens verdenking van het besturen van een auto onder invloed van drugs en het opzettelijk aanwezig hebben van harddrugs. Bij zijn aanhouding zijn twee telefoons onder hem inbeslaggenomen en deze zijn later onderzocht. In die telefoons trof de politie verschillende chatberichten aan die erop duidden dat [medeverdachte 2] - samen met anderen - betrokken is geweest bij een drugslijn die bekend stond als ‘ [alias 1] ’. De bevindingen uit onderzoek in de telefoons van [medeverdachte 2] - en het verdere onderzoek dat als gevolg daarvan werd verricht - hebben geleid tot de aanhoudingen van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en verdachte op 3 februari 2025. [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] zijn op 17 februari 2025 aangehouden.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen verklaard, met uitzondering van het bereiden en bewerken. De officier van justitie acht bewezen dat verdachte drugs dealde onder de naam [alias 2] .
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het tenlastegelegde moet worden vrijgesproken, wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Op basis van het dossier kan niet worden bewezen dat verdachte drugsbezorger [alias 2] is.
Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat de startdatum van de pleegperiode moet worden vastgesteld op 1 juli 2024 en dat verdachte daarom partieel moet worden vrijgesproken van de ten laste gelegde periode van 2 december 2022 tot en met 30 juni 2024.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank stelt allereerst de relevante feiten en omstandigheden vast voor de ten laste gelegde feiten. Hierna overweegt de rechtbank waarom zij op basis hiervan tot conclusies komt en daarna wordt de bewijsvraag beantwoord.
De redengevende feiten en omstandigheden
De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.
- Identificatie personen
Door de politie is onderzoek gedaan naar de telefoonnummers en aliassen van personen die in het strafdossier naar voren komen. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de conclusies die de politie daarover in de processen-verbaal trekt. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hebben overigens zelf verklaard dat zij gebruik maakten van de hieronder weergegeven aliassen. De rechtbank stelt daarom het volgende vast:
- [medeverdachte 1] maakt gebruik van de alias ‘ [alias 3] ’, de telefoonnummers + [telefoonnummer 1] en + [telefoonnummer 2] en staat in verschillende onderzochte toestellen opgeslagen onder de namen ‘ [alias 3] , ‘ [alias 4] ’, ‘ [alias 5] ’ en ‘ [alias 1] ’;
- [medeverdachte 2] maakt gebruik van de alias ‘ [alias 6] ’, de telefoonnummers + [telefoonnummer 3] en + [telefoonnummer 4] en staat in verschillende onderzochte toestellen opgeslagen onder de namen ‘ [alias 7] ’, ‘ [alias 8] ’, ‘ [alias 9] ’ en ‘ [alias 10] ’;
- [medeverdachte 3] maakt gebruik van de alias ‘ [alias 11] ’, de telefoonnummers + [telefoonnummer 5] en + [telefoonnummer 6] en staat in verschillende onderzochte toestellen opgeslagen onder de namen ‘ [alias 11] ’ en ‘ [alias 12] ’;
- [verdachte] maakt in ieder geval gebruik van de telefoonnummers + [telefoonnummer 7] en + [telefoonnummer 8] en staat in verschillende onderzochte toestellen opgeslagen onder de naam ‘ [alias 13] ’;
- [medeverdachte 4] maakt in ieder geval gebruik van het telefoonnummer + [telefoonnummer 9] en staat in verschillende onderzochte toestellen opgeslagen onder de naam ‘ [alias 14] ’.
De rechtbank zal bij de bespreking van de feiten en omstandigheden niet de gebruikte telefoonnummers en bijbehorende aliassen benoemen, maar zal gebruik maken van de namen van de verdachten.
- [alias 1]
In de periode van 26 april 2022 tot en met 2 februari 2025 runde [medeverdachte 1] de drugslijn genaamd ‘ [alias 1] ’, handelend onder de naam ‘ [alias 3] ’. Via Whatsapp werd een prijslijst verspreid met daarop de diverse soorten drugs. Afnemers konden via Whatsapp bij [medeverdachte 1] bestellen, waarna de drugs werd bezorgd en veelal contant of via “Tikkies” werd afgerekend. Afnemers konden (onder meer) cocaïne, MDMA, 3-MMC en amfetamine bestellen. In de loop van 2022 namen de bestellingen dusdanig toe dat [medeverdachte 1] de drugsbestellingen niet meer alleen kon bezorgen. [medeverdachte 1] schakelde de hulp in van verschillende bezorgers die handelden onder de namen ‘ [alias 6] ’ ( [medeverdachte 2] ), ‘ [alias 11] ’ ( [medeverdachte 3] ) en ‘ [alias 2] ’. Daarnaast bezorgde er ook een meisje. Via chatberichten gaf [medeverdachte 1] de drugsbestellingen en de afleveradressen aan hen door, zodat zij de drugs konden afleveren en het geld van de klanten in ontvangst konden nemen. [medeverdachte 1] zorgde ervoor dat de handelsvoorraad van de bezorgers telkens werd aangevuld. De drugs werd verstopt op afgesproken plekken in bosschages, waar ook het van de klanten ontvangen geld door de bezorgers werd achtergelaten.
- De verklaring van [verdachte]
ontkent dat hij handelt in harddrugs en dat hij drugsbezorger [alias 2] is.
De overwegingen van de rechtbank
De rechtbank zal hierna eerst de vraag beantwoorden of [verdachte] de persoon is achter de alias [alias 2] en hij betrokken is geweest als bezorger van de bij [alias 1] bestelde drugs. Daarna zal worden ingegaan op de vragen of sprake is van medeplegen, en wat de pleegperiode is geweest.
- Drugsbezorger [alias 2]
De politie heeft onderzoek gedaan naar de identiteit van drugsbezorger [alias 2] en daartoe verschillende telefoons onderzocht. Daaruit is onder meer het volgende naar voren gekomen.
Op 17 juli 2023 stuurt [verdachte] vanaf zijn telefoon een chatbericht naar het (niet-geïdentificeerde) contact ‘ [alias 15] ’ waarin hij vermeldt dat hij [alias 2] is, “via deze nummer doorstuurt” en vervolgens opdrachten doorstuurt om verdovende middelen te bezorgen. [alias 2] betreft dus een alias dat door [verdachte] wordt gebruikt.
In de periode van 20 februari 2024 tot en met 3 juli 2024 maakt [alias 2] deel uit van een groepschat samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] waarin drugsbestellingen worden doorgegeven en drugsleveringen worden besproken. Ook worden in die groepschat door [alias 2] SNS-betaalverzoeken gestuurd op verzoek van [medeverdachte 1] , ter betaling van drugsbestellingen. De betaalverzoeken zijn gekoppeld aan de bankrekening van [verdachte] . De betalingen van de drugsbestellingen kwamen dus binnen op de bankrekening van [verdachte] .
[verdachte] en [medeverdachte 4] hebben veelvuldig onderling (chat)contact met elkaar. Zij chatten in mei 2024 met elkaar over ritjes, hoeveel er ‘gedraaid’ is en bespreken ook welk deel en welke geldbedragen aan wie toekomen. Daarnaast wisselen zij betaalverzoeken met elkaar uit. [verdachte] heeft 27 keer geld op zijn bankrekening ontvangen van [medeverdachte 4] , in totaal een bedrag van € 16.939,50.
In het dossier bevindt zich ook een chatgesprek tussen [medeverdachte 1] en het contact ‘ [alias 2] ’ (drugsbezorger [alias 2] ) over de periode van 6 juli 2024 tot en met 3 februari 2025. In totaal worden in dit gesprek 24.227 berichten naar elkaar verstuurd. Het gesprek bestaat voornamelijk uit dealopdrachten die door [medeverdachte 1] aan [alias 2] worden verstrekt. [alias 2] laat telkens weten wanneer hij de dealopdrachten daadwerkelijk heeft uitgevoerd.
In dit chatgesprek worden ook de persoonlijke omstandigheden van [alias 2] besproken. Zo deelt [alias 2] op [overlijdensdatum ] 2024 mee dat zijn schoonvader is overleden en dat het meisje op de scooter actief is, wanneer hij naar het afscheid moet. Hij moet de kosten van de overgekomen familie uit Engeland vergoeden. De uit Engeland afkomstige schoonvader van [verdachte] blijkt op diezelfde datum te zijn overleden. Op [datum] 2025 stuurt [alias 2] dat zijn kind jarig was. Het kind van [verdachte] is geboren op [geboortedatum 2] 2024. Vanaf [overlijdensdatum ] 2024 wordt meermalen besproken dat het meisje op de scooter er is of ‘actief’ is. Op 24 december 2024 meldt [alias 2] “ik heb ongeluk gehad”. Een dag later stuurt [alias 2] dat het meisje een hersenschudding heeft en dat hij de ‘tl’ (de rechtbank begrijpt: telefoon) kwijt was, maar dat die bij haar moeder lag. Vaststaat dat [medeverdachte 4] na haar scooterongeluk door de politie naar de woning van haar ouders is gebracht. [alias 2] stuurt een foto - afkomstig van de website 112twente.nl - die te herleiden is naar het bromfietsongeval van [medeverdachte 4] , welke bromfiets op naam staat van de zwager van [verdachte] .
Aan de hand van de bovengenoemde feiten en omstandigheden en de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen - in onderling verband en samenhang bezien - komt de rechtbank tot de conclusie dat [verdachte] en [medeverdachte 4] gezamenlijk gebruik maken van de alias ‘ [alias 2] ’ en het telefoonnummer + [telefoonnummer 10] , dat zij in verschillende onderzochte toestellen opgeslagen staan onder de namen ‘ [alias 2] ’ en ‘P [alias 2] ’ en dat zij drugsbestellingen voor [alias 1] hebben bezorgd onder de naam [alias 2] .
- Medeplegen
Voor een bewezenverklaring van medeplegen is vereist dat bij het begaan van het feit sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de daders. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de intellectuele en/of materiële bijdrage van [verdachte] aan het delict van voldoende gewicht is. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, dient rekening te worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling en het belang van de rol van [verdachte] .
Uit de feiten en omstandigheden blijkt naar het oordeel van de rechtbank van een gezamenlijke uitvoering, waarbij [verdachte] en [medeverdachte 4] onderling met elkaar afstemden wie van hen wanneer werkzaam was als drugsbezorger [alias 2] . Zij maakten beiden gebruik van de dealtelefoon waarop [alias 2] de dealopdrachten binnenkreeg. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [verdachte] , [medeverdachte 4] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , waarbij [verdachte] de essentiële taak had om de drugsbestellingen in opdracht van [medeverdachte 1] af te leveren. Daarmee acht de rechtbank de door [verdachte] verrichte handelingen van dusdanig gewicht dat sprake is geweest van een intellectuele en materiële bijdrage aan de handel in harddrugs.
- Pleegperiode
De raadsman heeft betoogd dat de startdatum van de pleegperiode ligt op 1 juli 2024. De rechtbank overweegt op basis van de opgenomen bewijsmiddelen op dit punt het volgende.
In de onderzochte telefoon van [medeverdachte 2] is een chatgesprek aangetroffen waarin hij vanaf
2 december 2022 opdrachten tot het afleveren van drugsbestellingen (hierna ook: dealopdrachten) verstrekt aan een telefoonnummer (+ [telefoonnummer 11] ) dat volgens de politie kan worden gekoppeld aan [verdachte] . Het dossier biedt echter geen inzage op basis waarvan die koppeling door de politie is gemaakt. Enkel op basis hiervan kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden bewezen dat [verdachte] het telefoonnummer + [telefoonnummer 11] op 2 december 2022 in gebruik had.
[verdachte] vermeldt op 17 juli 2023 (via zijn privé-telefoon) in een chatgesprek dat hij [alias 2] is, waarna hij dealopdrachten doorstuurt naar zijn tegencontact in dezelfde vorm zoals [medeverdachte 1] die doorgaans verstrekt. De rechtbank is van oordeel dat [verdachte] in ieder geval vanaf dat moment actief is geweest als drugsbezorger [alias 2] .
Verder staat - op basis van de hierboven weergegeven chatberichten vast - dat [verdachte] ook daarna dealopdrachten heeft ontvangen en verricht, namelijk in de periode van 20 februari 2024 tot en met 3 juli 2024 en in de periode van 6 juli 2024 tot en met 3 februari 2025.
De rechtbank merkt op dat het voor een bewezenverklaring van de pleegperiode niet gaat om de frequentie van het dealen, maar of er in de ten laste gelegde periode is gedeald. Aan de hand van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat [verdachte] vanaf 17 juli 2023 dealopdrachten heeft ontvangen en heeft uitgevoerd.
Op grond van het voorgaande acht de rechtbank het dealen in harddrugs gedurende de periode van 17 juli 2023 tot en met 2 februari 2025 wettig en overtuigend bewezen.
- Conclusie
Op grond van al het bovenstaande, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] het tenlastegelegde heeft begaan in de periode 17 juli 2023 tot en met
2 februari 2025.
Het dossier bevat geen aanwijzingen dat [verdachte] zich ook bezighield met de productie van verdovende middelen. De rechtbank spreekt hem daarom vrij voor het ten laste gelegde bereiden en bewerken.
De bewezenverklaring
De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:
hij in de periode van 17 juli 2023 tot en met 2 februari 2025 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd en aanwezig heeft gehad,
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, en
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA, en
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende 3-MMC, zijnde 3-MMC, en
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (speed), zijnde amfetamine,
telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.
De rechtbank acht niet bewezen wat aan [verdachte] meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken.
4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:
het misdrijf: medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd,
en
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid 3-MMC
De stof 3-MMC is vanaf 16 april 2024 opgenomen op lijst I van de Opiumwet. De rechtbank stelt daarom vast dat de bewezen verklaarde handelingen van verdachte met betrekking tot de stof 3-MMC pas strafbaar zijn vanaf die datum.
5. De strafbaarheid van verdachte
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezen verklaarde feit.
6. De op te leggen straf of maatregel
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte zal worden opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van het voorarrest.
Het standpunt van de verdediging
In het geval van een bewezenverklaring heeft de raadsman verzocht om de duur van de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf te beperken tot de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden, met een proeftijd van drie jaren, en een taakstraf voor de duur van 150 uren aan verdachte op te leggen. Als verdachte weer naar de gevangenis moet, zal dit het beschermende traject waar hij in zit doorkruisen. Verzocht is om in strafverminderende zin rekening te houden met de kortere pleegperiode, het strafblad van verdachte en de vergaande mate van vrijheidsbeperking waar verdachte aan is onderworpen vanwege de strenge voorwaarden tijdens het schorsingstoezicht.
Tot slot is verzocht het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op de datum van de uitspraak op te heffen, wegens het ontbreken van gronden.
De gronden voor een straf of maatregel
Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.
De ernst van het feit
Verdachte is ruim anderhalf jaar bezorger geweest voor de drugslijn ‘ [alias 1] ’ en heeft samen met anderen op grootschalige wijze in harddrugs gedeald. Deze drugslijn had een groot klantenbestand van ruim 1600 afnemers. [medeverdachte 1] kocht de drugs in, onderhield het klantencontact en ontving alle bestellingen. Verdachte had de taak om de drugsbestellingen in opdracht van [medeverdachte 1] bij de klanten te bezorgen. Het is algemeen bekend dat harddrugs zeer verslavend zijn en dat overmatig gebruik ervan kan leiden tot zeer ernstige gezondheidsrisico’s. Door zijn handelen heeft verdachte een bijdrage geleverd aan het in stand houden van het illegale criminele circuit waarbinnen deze handel in en de productie van harddrugs plaatsvindt. De handel in drugs gaat gepaard met allerlei vormen van zware criminaliteit, zoals geweldsmisdrijven al dan niet in combinatie met wapens en andere ondermijnende criminaliteit. Verdachte heeft zich van dit alles geen rekenschap gegeven en heeft alleen zijn eigen financieel gewin voor ogen gehad. De rechtbank rekent verdachte dit aan.
De persoon van verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 15 juli 2026. Hieruit blijkt dat hij niet eerder is veroordeeld voor Opiumwet-feiten.
De rechtbank heeft ook kennisgenomen van de reclasseringsadviezen over verdachte. In het meest recente reclasseringsadvies van 5 augustus 2026 is te lezen dat verdachte tijdens het schorsingstoezicht een meewerkende houding laat zien en zich conformeert aan de voorwaarden. Risicofactoren die ten tijde van de tenlastelegging aanwezig waren, zijn veelal omgezet naar beschermende factoren. Verdachte is gestopt met gokken en het gebruik van cannabis. Ook is het contact met het negatieve sociale netwerk verbroken. Er is geen sprake van een pro-criminele houding en hij voelt zich verantwoordelijk voor de zorg voor zijn dochter. Gedurende het schorsingstoezicht heeft verdachte gewerkt aan recidivebeperking en daarom acht de reclassering interventies vanuit het strafrechtelijk kader niet langer noodzakelijk en wordt geadviseerd om een straf zonder bijzondere voorwaarden op te leggen. Verdachte heeft voldoende en de juiste hulpverlening om zich heen van Stichting [stichting] , die ook betrokken kunnen blijven als het forensisch kader eindigt. Verder werkt verdachte aan gedragsverandering middels de gedragsinterventie CoVa+. Het recidiverisico wordt door de reclassering ingeschat als laag.
De op te leggen straf
Voor langdurige handel in harddrugs wordt in de regel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd. De oriëntatiepunten van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) geven voor het dealen van gebruikershoeveelheden harddrugs voor een periode van zes tot twaalf maanden als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden. De pleegperiode in de zaak van verdachte is minstens een half jaar langer. Dat maakt dat - gezien de ernst van het gepleegde feit en de pleegperiode - niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij de strafoplegging houdt de rechtbank ook rekening met het feit dat verdachte een ondergeschikte rol had in het geheel. Daartegenover staat zijn negatieve proceshouding. Verdachte heeft zijn betrokkenheid bij de drugshandel steevast ontkend en heeft hierover geen openheid van zaken gegeven.
Alles afwegende, waaronder ook de straffen die aan de medeverdachten worden opgelegd, komt de rechtbank tot het oordeel dat aan verdachte moet worden opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van de tijd die hij in voorarrest heeft gezeten. Aan het voorwaardelijk strafdeel zal de rechtbank als bijzondere voorwaarde een meldplicht bij de reclassering koppelen. Hoewel de reclassering geen bijzondere voorwaarden heeft geadviseerd, acht de rechtbank het wenselijk dat verdachte voor de reclassering in beeld blijft, gelet op zijn persoonlijke omstandigheden en de kennelijke noodzaak tot hulpverlening (met name in het geval de begeleiding van Stichting [stichting] zou wegvallen).
Voorlopige hechtenis
De raadsman heeft verzocht het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis op te heffen. Hoewel uit de bewezenverklaring blijkt dat sprake is van ernstige bezwaren, zijn er op dit moment geen gronden meer die de voorlopige hechtenis van verdachte kunnen dragen, nu er geen sprake meer is van een reële kans op herhaling. Uit het meest recente reclasseringsrapport blijkt immers dat veel van de risicofactoren in het leven van verdachte niet meer aan de orde zijn, hij geen pro-criminele houding (meer) heeft en verdachte voldoende en passende hulpverlening heeft. De kans op recidive wordt gelet hierop ingeschat als laag. De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen en het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis van verdachte opheffen.
De inbeslaggenomen voorwerpen
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder verdachte inbeslaggenomen telefoon (voorwerp 1, PL0600-2024309609-G3385494) verbeurd moet worden verklaard, omdat deze telefoon is gebruikt ten behoeve van het strafbaar feit.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen verweer gevoerd met betrekking tot het beslag, maar heeft aangevoerd dat ook een Apple iPhone 11 onder verdachte in beslag zou zijn genomen, waarover nog geen beslissing is genomen.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank is van oordeel dat de, op de beslaglijst van 20 januari 2026 vermelde, Apple telefoon (voorwerp 1, PL0600-2024309609-G3385494) moet worden verbeurdverklaard, omdat het een voorwerp betreft met betrekking tot welke het feit is begaan.
Op de beslaglijst staan geen andere inbeslaggenomen telefoons vermeld, waardoor de rechtbank zich van iedere andere beslagbeslissing zal onthouden.
7. De toegepaste wettelijke voorschriften
De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 14a, 14b, 14c, 33 en 33a Sr.
8. De beslissing
De rechtbank:
bewezenverklaring
- verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;
- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt hem daarvan vrij;
strafbaarheid feit
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar, met uitzondering van de gedragingen ter zake 3-MMC in de periode van 17 juli 2023 tot en met 15 april 2024;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
het misdrijf: medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd,
en
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
strafbaarheid verdachte
- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;
straf
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 12 (twaalf) maanden;
- bepaalt dat van deze gevangenisstraf een gedeelte van 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:
- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.
De rechter kan de tenuitvoerlegging ook gelasten indien de verdachte gedurende de
proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende bijzondere voorwaarde niet is nagekomen:
- stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte:
- zich gedurende de proeftijd meldt bij Tactus Reclassering, aan het adres [adres 2] , op de door de reclassering te bepalen tijdstippen, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt;
- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;
- bepaalt dat de tijd die de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;
het in beslag genomen voorwerp
- verklaart verbeurd het in beslag genomen voorwerp, te weten het op de beslaglijst van 20 januari 2026 genoemde telefoontoestel (Apple) (voorwerp 1, PL0600-2024309609-G3385494);
voorlopige hechtenis
- heft het (geschorste) bevel tot voorlopige hechtenis op.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.M.F. Schreurs, voorzitter, mr. R.A. Heblij en
mr. D.K. ten Cate, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.J. ten Brink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 28 september 2026.
Bijlage bewijsmiddelen
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2024309770, onderzoek Boerderij24. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
De bewijsmiddelen worden in onderlinge samenhang gebruikt. Voor zover in de bewijsmiddelen passages staan die als conclusies van verbalisanten zouden kunnen worden gekwalificeerd, zijn dit conclusies die naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden getrokken zijn en neemt de rechtbank deze over en maakte deze tot de hare.
1.
Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] van 4 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 828-829 en 836):
V: Concreet is dus de vraag: “Wie doet zich voor als [alias 3] ”?A: Ja, ik!
V: Beken jij dat deze lijn (de rechtbank begrijpt: [alias 1] ) van jou is en jij deze onderhoudt?A: Hij was van mij.
V: Hoeveel dealers rijden er voor jou?
V: Wat zijn de namen?
A: [alias 2] , [alias 11] , [alias 6] , dat meisje.
2.
Het proces-verbaal van bevindingen van 14 november 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 187-189):
Ik, verbalisant, bekeek de inhoud van een Iphone 6. Deze telefoon is inbeslaggenomen onder verdachte [medeverdachte 1] .
In de telefoon is te zien dat de zogeheten ‘owner’, de gebruiker van de telefoon, gebruik maakt van de naam “ [alias 3] ” in de app ‘Whatsapp’.
Door de gebruiker van deze telefoon worden diverse prijslijsten aangeboden via
whatsapp. Zie hieronder één van de prijslijsten:
“ [alias 1]
24/7 TE BEREIKEN / REACHABLE
Minimale afname is 20.
Voor combi-bestellingen of overige vragen app gerust.
PURE COCAÏNE ORIGINELE PERUAANSE 93% PUUR
1. Halve 20
1. Hele 50
Weekend actie:
3 Halve 50
2 Hele + 1 halve 100
5 Hele 200
XTC ZILVEREN MYBRAND’S 250mg
6 stuks voor 30
10 stuks voor 40
20 stuks voor 70
50 stuks voor 120
XTC ORANJE SPONGEBOB’S 22Cmg
6 stuks voor 30
10 stuks voor 40
20 stuks voor 70
50 stuks voor 110
XTC DONKEY KONG’S 190mg
4 stuks voor 20
10 stuks voor 30
20 stuks voor 60
50 stuks voor 80
MDMA PUUR 84%
CHAMPAGNE KLEUR
1. gram voor 20
3 gram voor 50
5 gram voor 70
10 gram voor 100
ORIGINELE MIAUW MIAUW
1. gram voor 30
2 gram voor 50
3 gram voor 60
5 gram voor 90
10 gram voor 150
ZUIVERE SPEED ZONDER CAF 73%
6 gram voor 30
10 gram voor 40
20 gram voor 70
50 gram voor 150”
3.
Het proces-verbaal van bevindingen van 19 maart 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 584-588):
Aanleiding onderzoek
De inbeslaggenomen telefoon werd onder verdachte [verdachte] aangetroffen.
Omschrijving goed
Merk: Apple iPhone 11
Bijbehorende telefoonnummers: + [telefoonnummer 8]
Chat ‘ [alias 15] ’ [telefoonnummer 12] :
In de telefoon trof ik het telefoonnummer ‘ [telefoonnummer 12] ’ aan welke was opgeslagen onder de naam: “ [alias 15] ”. Het nummer betreft een prepaid nummer bij aanbieder Lebara. In de chat met dit telefoonnummer trof ik de volgende berichten:
17-7-2023 16:44:30 [verdachte] ik ben [alias 2] ik stuur via deze nr door
Uit onderzoek is gebleken dat de verdachten [verdachte] en [medeverdachte 4] gebruik maakten van de schuilnaam ‘ [alias 2] ’ en beiden onder deze naam werkzaam waren bij de drugslijn ‘ [alias 1] ’.
Vervolgens zag ik dat er door [verdachte] opdrachten werden verstrekt aan ‘ [alias 15] ’ om verdovende middelen te bezorgen. Ik zal hieronder een paar berichten citeren ter illustratie.
17-7-2023 18:19:01 [verdachte] [adres 3]
3 miauw 50 euro
Chat [alias 14] + [telefoonnummer 9] :
In de telefoon trof ik een chat aan onder het contact ‘ [alias 14] ’. Dit contact maakte gebruik van het volgende telefoonnummer: + [telefoonnummer 9] . Uit onderzoek is gebleken dat dit telefoonnummer in gebruik was bij [medeverdachte 4] .
Verder worden er in de chat met [alias 14] veel ‘ritjes’ besproken en er werd gedeeld hoeveel er ‘gedraaid’ is. Het is mij ambtshalve bekend dat zij met ‘ritjes’ doelen op een bestelling van verdovende middelen die moet worden gebracht. Daarnaast is het mij bekend dat zij met ‘gedraaid’ bedoelen hoeveel geld hiermee is verdiend.
Ik zal hieronder een paar berichten citeren ter illustratie. Hierbij maakt [verdachte] gebruik van de naam “ [alias 13] ”.
[afbeelding]
Naast deze chatberichten worden er tussen [medeverdachte 4] en [verdachte] veel betaalverzoeken uitgewisseld.
Conclusie:
- [medeverdachte 4] en [verdachte] werkten beiden onder het nummer van ‘ [alias 2] ’ uit de dealtelefoon van [medeverdachte 1] .
4.
Het proces-verbaal van bevindingen van 12 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 413-414 en 419):
Aanleiding onderzoek
Op 3 februari 2025 werd verdachte [verdachte] aangehouden. De inbeslaggenomen telefoon werd onder verdachte [verdachte] aangetroffen.
Omschrijving goed
Merk: Apple iPhone 14
Chat [alias 14] + [telefoonnummer 9] :
In de telefoon trof ik een chat aan onder het contact ‘ [alias 14] ’ (de rechtbank begrijpt: verdachte [medeverdachte 4] ). Dit contact maakte gebruik van het volgende telefoonnummer: + [telefoonnummer 9] .
In de chat met dit nummer trof ik de volgende berichten aan:
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
In de chat wordt meerdere keren gesproken over bepaalde bedragen en ‘pap’. Ook werd er gesproken over hoeveel er ‘gedraaid’ is. Het is mij ambtshalve bekend dat het woord ‘pap’ geld betekent. Ook is het mij ambtshalve bekend dat met het woord ‘gedraaid’ wordt bedoeld hoeveel er verdiend is.
5.
Het proces-verbaal van bevindingen van 19 december 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 219-221):
Op 4 december 2024 deed ik, verbalisant [verbalisant] , onderzoek naar een in beslag genomen telefoon van verdachte [medeverdachte 2] . Het betrof de telefoon Samsung Galaxy S20 met telefoonnummer + [telefoonnummer 4] .
Ik, verbalisant, zag een groepsapp met de volgende nummers:
+ [telefoonnummer 10] met de naam [alias 2]
+ [telefoonnummer 1] met de naam [alias 4]
+ [telefoonnummer 4] met de naam [alias 7] (owner)
Gezien de vele berichten over het leveren van drugs, met de bijbehorende adressen waar deze drugs bezorgd zouden moeten worden, zag ik dat het een appgroep betrof waarin het leveren van drugs en het doorgeven van bestellingen van drugs in werd besproken.
Ik zag dat de eerste zichtbare tijd van een bericht van deze groepsapp 20-02-2024 betrof.
Ik zag dat de laatste activiteit in deze groepsapp, volgens de tijden van de in
beslag genomen telefoon, 3-7-2024 betrof.
Ik zag dat er vaak gesproken werd wat klanten bestelden qua drugs en hoe zij wensten te betalen. Ik zag dat er soms middels een SNS-betaalverzoek kon worden betaald.
Soms werd er een betaallink ook daadwerkelijk verstuurd dan wel doorgestuurd. Hierdoor is voor mij de daadwerkelijke betaallink zichtbaar. Ik zag dat de volgende betaallinken voor mij zichtbaar waren in bijbehorend gesprek:
Op 12-4-2024 23:19:09 zegt [alias 4] :
[adres 4]
3 miauw 80? Tikki stuur vast
Op 12-4-2024 23:19:58 zegt [alias 2] :
Aanbellen?
Op 12-4-2024 23:20:45 stuurt [alias 2] een betaalverzoek van SNS-Bank door:
Hi! Wil je me ? 80,00 betalen voor Bootschappen ? Dat kan via [internetsite 1] Deze link is geldig t/m 13 mei. Dank je wel!
Op 12-4-2024 23:23:17 stuurt [alias 4] een screenshot door waarop zichtbaar is dat iemand dit betaalverzoek betaald heeft.
6.
Het proces-verbaal van bevindingen van 18 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 466-468):
Ik deed onderzoek naar de gevorderde bankgegevens van verdachte [verdachte] . Ik zag dat de gegevens inzicht gaven over de bankrekening [rekeningnummer 1] , op naam van [verdachte] .
Betaalverzoeken:
Ik zag in het proces verbaal van bevindingen met volgnummer 62 dat er meerdere betaalverzoeken waren verstuurd in een groepsapp met [alias 4] , [alias 8] en [alias 11] (de rechtbank begrijpt: [alias 2] in plaats van [alias 11] ). Uit de gesprekken kon worden opgemaakt dat de betaalverzoeken waren om drugs te betalen. Ik zag dat alle genoemde betaalverzoeken waren betaald naar de bankrekening van verdachte [verdachte] . Ik had de volgende bevindingen:
Hi! Wil je me ? 80,00 betalen voor Bootschappen ? Dat kan via
[internetsite 2] Deze link is geldig t/m 13 mei. Dank je wel!
Ik zag dat dit betaalverzoek was betaald op 13 april 2024 om 01:22 uur door
[naam 1] , [rekeningnummer 2] .
Verdachte [medeverdachte 4] :
Ik zag dat verdachte [verdachte] 27 keer geld had ontvangen van verdachte [medeverdachte 4] , [rekeningnummer 3] . Ik zag dat er in totaal 16.939,50 euro was overgeboekt.
7.
Het proces-verbaal van bevindingen van 12 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 402-406, 408-409 en 411-412):
Ik deed onderzoek naar de inhoud van de dealtelefoon (+ [telefoonnummer 1] ), die onder verdachte [medeverdachte 1] in beslag was genomen. Het is mij uit onderzoek bekend dat deze telefoon werd gebruikt om te handelen onder de naam [alias 1] . De klanten bestelden via dit nummer de drugs en [alias 3] ( [medeverdachte 1] ) gaf de overige verdachten de opdracht om de drugs te leveren.
Ik heb op eerder genoemde dag en datum onderzoek gedaan naar het gesprek tussen [alias 3] en contactpersoon: ‘ [alias 2] ’, + [telefoonnummer 10] . Ik zag dat er in totaal 24227 waren verstuurd/ontvangen in dit gesprek. Ik zag dat het eerste bericht was verstuurd op 6 juli 2024. Ik zag dat het laatste bericht was verstuurd op
3 februari 2025. Ik had in het gesprek de volgende relevante bevindingen:
Identiteit [alias 2] :
[overlijdensdatum ] -2024 12:24 [alias 2] :
Bro mijn schoonvader is vannacht overleden als het goed is is dinsdag de afscheid ik weet niet zeker ik laat je nog weten maar dan is die meisje op scooter even actief 1/2 uurtjes als je goed vind.
[overlijdensdatum ] -2024 12:40 [alias 2] :
Ik moet sws strijden doekoe kan ik op dit moment goed gebruikten ik vergoed namelijk op dit moment alle kosten van die familie die hierheen is gekomen vanuit engeland
Het is mij uit onderzoek bekend dat verdachte [verdachte] een relatie heeft met [naam 2] , geboren op [geboortedatum 3] 1996 te [geboorteplaats 2] . Ik zag in de basisregistratie personen (BRP) dat de vader van [naam 2] , zijnde [naam 3] , was overleden op [overlijdensdatum ] 2024. De familie van de overledene is afkomstig uit Engeland.
[datum] -2025 13:57 [alias 2] :
Bro mijn kind was jarig dan ben ik daar snap je ik kan ook niet ruiken dat dit bij hem zal gebeuren daar kan jr mij niet op aan kijken
Ik zag in de politiesystemen dat verdachte [verdachte] één kind heeft, geboren op [geboortedatum 2] 2024.
Dealen:
Ik herkende de inhoud van het gesprek als de structuur die [alias 3] gebruikt met al zijn dealers. Ik zag dat [alias 3] dealopdrachten verstrekte en [alias 2] bevestigde als hij de drugs bezorgd had. Ik zag dat dit een groot deel van alle berichten (24227) waren. Ik zag dat dit soort opdrachten dagelijks werden verstuurd.
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
Vrouwelijke dealer:
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
25-12-2024 21:02 [alias 2] :
*foto 112 twente* Ja die was dat
Ik zag dat de foto van 112twente.nl was te herleiden naar een ongeval op
24 december 2024. Ik zag in de politiesystemen dat de aanrijding had plaatsgevonden op de [adres 5] . Ik zag dat de bestuurder van de snorfiets was: [medeverdachte 4] , geboren op [geboortedatum 4] 2003 te
[geboorteplaats 3] . Ik zag dat zij gereden had op een snorfiets voorzien van kenteken: [kenteken] . Ik zag in de politiesystemen dat deze bromfiets op naam stond van: [naam 4] , geboren op [geboortedatum 5] 1997 te [geboorteplaats 5] . Ik zag in de politiesystemen dat [naam 4] de zwager en huisgenoot van verdachte [verdachte] was.
Conclusie:
Ik kan gezien de bovengenoemde bevindingen concluderen dat:
1. verdachte [verdachte] de persoon is die communiceerde onder de naam [alias 2] , met telefoonnummer + [telefoonnummer 10]
2. verdachte [verdachte] onder de dealnaam [alias 2] drugs dealde voor [alias 3] ( [medeverdachte 1] )
3. [medeverdachte 4] de vrouwelijke dealer is die samen met verdachte [verdachte] dealt onder de naam ‘ [alias 2] ’.
8.
Het proces-verbaal van bevindingen van 3 maart 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 493-495 en 498-503):
Ik bekeek de inhoud van de onder de verdachte [medeverdachte 1] in beslag genomen telefoon, zijnde de dealtelefoon. Ik had de volgende bevindingen:
Device Name: Apple Iphone 15 Pro
Ik zag dat er twee telefoonnummers gekoppeld waren aan de telefoon. Ik zag dat
telefoonnummer + [telefoonnummer 1] alleen gekoppeld was aan zijn Whatsapp Business. Uit onderzoek is gebleken dat dit telefoonnummer werd gebruikt als deallijn [alias 1] .
[alias 2] :
Ik zag dat de verdachte een gesprek had met ‘ [alias 2] ’, voorzien van telefoonnummer + [telefoonnummer 10] . Ik zag dat er in totaal 24227 berichten waren verstuurd en/of ontvangen in dit gesprek. Ik zag dat het eerste bericht was verstuurd op 6 juli 2024. Ik zag dat het laatste bericht was verstuurd op 3 februari 2025. Ik zag in dit gesprek dat er door [alias 3] dealopdrachten werden verstuurd die vervolgens door [alias 2] werden uitgevoerd.
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]
[afbeelding]