ECLI:NL:RBOVE:2026:5737

ECLI:NL:RBOVE:2026:5737

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 28-09-2026
Datum publicatie 28-09-2026
Zaaknummer 08-124239-25 (P)
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

De rechtbank veroordeelt een 23-jarige vrouw tot een taakstraf van 240 uren, een voorwaardelijke gevangenisstraf van zes maanden en een meldplicht bij de reclassering. De verdachte is gedurende een half jaar bezorger geweest voor een drugslijn en heeft samen met anderen op grootschalige wijze in harddrugs gedeald.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08-124239-25 (P)

Datum vonnis: 28 september 2026

Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum 1] 2003 in [geboorteplaats 1] ,

wonende aan de [adres 1] ,

hierna: verdachte of [verdachte] .

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzittingen van 24 augustus 2026, 28 augustus 2026 en 14 september 2026.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en haar raadsman mr. P.A. Speijdel, advocaat in Enschede, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte in de periode van 2 december 2022 tot en met 2 februari 2025 in Enschede, althans in Nederland, al dan niet samen met anderen, heeft gedeald in cocaïne, MDMA, 3-MMC en/of amfetamine (lijst I van de Opiumwet).

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

zij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 2 december 2022 tot en met

2 februari 2025 te Enschede, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of aanwezig heeft gehad,

- ( een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne en/of

- ( een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA en/of

- ( een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende 3-MMC, zijnde 3-MMC en/of

- ( een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine (speed), zijnde amfetamine,

(telkens) (een) middel/middelen als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

3. De bewijsmotivering

Inleiding

De zaak tegen verdachte maakt deel uit van onderzoek Boerderij24. In dit onderzoek is tegen vijf verdachten, te weten verdachte, [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en

[medeverdachte 4] (hierna respectievelijk: [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 4] ) de verdenking gerezen dat zij zich bezig hielden met de handel in harddrugs. Aanleiding hiervoor was de aanhouding van [medeverdachte 2] op 4 juli 2024 wegens verdenking van het besturen van een auto onder invloed van drugs en het opzettelijk aanwezig hebben van harddrugs. Bij zijn aanhouding zijn twee telefoons onder hem inbeslaggenomen en deze zijn later onderzocht. In die telefoons trof de politie verschillende chatberichten aan die erop duidden dat [medeverdachte 2] - samen met anderen - betrokken is geweest bij een drugslijn die bekend stond als ‘ [alias 1] ’. De bevindingen uit onderzoek in de telefoons van [medeverdachte 2] - en het verdere onderzoek dat als gevolg daarvan werd verricht - hebben geleid tot de aanhoudingen van [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 4] op 3 februari 2025. [medeverdachte 3] en verdachte zijn op 17 februari 2025 aangehouden.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het ten laste gelegde feit wettig en overtuigend kan worden bewezen verklaard, met uitzondering van het bereiden en bewerken. De officier van justitie acht bewezen dat verdachte drugs dealde onder de naam [alias 2] .

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het tenlastegelegde moet worden vrijgesproken, wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs. Op basis van het dossier kan niet worden bewezen dat verdachte drugsbezorger [alias 2] is.

Daarnaast is sprake van een onherstelbaar vormverzuim in de zin van artikel 359a Wetboek van Strafvordering (Sv), nu de vordering tot het verstrekken van camerabeelden, gericht aan getuige [getuige 1] , niet schriftelijk is gedaan en pas op een later moment is geformaliseerd. Dit is een onherstelbaar vormverzuim, met als gevolg dat die camerabeelden moeten worden uitgesloten van het bewijs.

Tot slot heeft de raadsman een voorwaardelijk verzoek ingediend tot het horen van de getuige [getuige 2] door de rechter-commissaris, indien de verklaring van deze getuige voor het bewijs wordt gebezigd.

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank stelt allereerst de relevante feiten en omstandigheden vast voor de ten laste gelegde feiten. Hierna overweegt de rechtbank waarom zij op basis hiervan tot conclusies komt en daarna wordt de bewijsvraag beantwoord.

De redengevende feiten en omstandigheden

De rechtbank stelt op grond van de inhoud van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting de volgende feiten en omstandigheden vast.

- Identificatie personen

Door de politie is onderzoek gedaan naar de telefoonnummers en aliassen van personen die in het strafdossier naar voren komen. De rechtbank heeft geen reden om te twijfelen aan de conclusies die de politie daarover in de processen-verbaal trekt. [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] hebben overigens zelf verklaard dat zij gebruik maakten van de hieronder weergegeven aliassen. De rechtbank stelt daarom het volgende vast:

- [medeverdachte 1] maakt gebruik van de alias ‘ [alias 3] ’, de telefoonnummers + [telefoonnummer 1] en + [telefoonnummer 2] en staat in verschillende onderzochte toestellen opgeslagen onder de namen ‘ [alias 3] , ‘ [alias 4] ’, ‘ [alias 5] ’ en ‘ [alias 1] ’;

- [medeverdachte 2] maakt gebruik van de alias ‘ [alias 6] ’, de telefoonnummers + [telefoonnummer 3] en + [telefoonnummer 4] en staat in verschillende onderzochte toestellen opgeslagen onder de namen ‘ [alias 7] ’, ‘ [alias 8] ’, ‘ [alias 9] ’ en ‘ [alias 10] ’;

- [medeverdachte 3] maakt gebruik van de alias ‘ [alias 11] ’, de telefoonnummers + [telefoonnummer 5] en + [telefoonnummer 6] en staat in verschillende onderzochte toestellen opgeslagen onder de namen ‘ [alias 11] ’ en ‘ [alias 12] ’;

- [medeverdachte 4] maakt in ieder geval gebruik van de telefoonnummers + [telefoonnummer 7] en + [telefoonnummer 8] en staat in verschillende onderzochte toestellen opgeslagen onder de naam ‘ [alias 13] ’;

- [verdachte] maakt in ieder geval gebruik van het telefoonnummer + [telefoonnummer 9] en staat in verschillende onderzochte toestellen opgeslagen onder de naam ‘ [alias 14] ’.

De rechtbank zal bij de bespreking van de feiten en omstandigheden niet de gebruikte telefoonnummers en bijbehorende aliassen benoemen, maar zal gebruik maken van de namen van de verdachten.

- [alias 1]

In de periode van 26 april 2022 tot en met 2 februari 2025 runde [medeverdachte 1] de drugslijn genaamd ‘ [alias 1] ’, handelend onder de naam ‘ [alias 3] ’. Via Whatsapp werd een prijslijst verspreid met daarop de diverse soorten drugs. Afnemers konden via Whatsapp bij [medeverdachte 1] bestellen, waarna de drugs werd bezorgd en veelal contant of via “Tikkies” werd afgerekend. Afnemers konden (onder meer) cocaïne, MDMA, 3-MMC en amfetamine bestellen. In de loop van 2022 namen de bestellingen dusdanig toe dat [medeverdachte 1] de drugsbestellingen niet meer alleen kon bezorgen. [medeverdachte 1] schakelde de hulp in van verschillende bezorgers die handelden onder de namen ‘ [alias 6] ’ ( [medeverdachte 2] ), ‘ [alias 11] ’ ( [medeverdachte 3] ) en ‘ [alias 2] ’. Daarnaast bezorgde er ook een meisje. Via chatberichten gaf [medeverdachte 1] de drugsbestellingen en de afleveradressen aan hen door, zodat zij de drugs konden afleveren en het geld van de klanten in ontvangst konden nemen. [medeverdachte 1] zorgde ervoor dat de handelsvoorraad van de bezorgers telkens werd aangevuld. De drugs werd verstopt op afgesproken plekken in bosschages, waar het van de klanten ontvangen geld door de bezorgers werd achtergelaten.

- De verklaring van [verdachte]

ontkent dat zij heeft gehandeld in harddrugs en dat zij de persoon is die de alias [alias 2] heeft gebruikt.

De overwegingen van de rechtbank

De rechtbank zal hierna eerst de vraag beantwoorden of [verdachte] de persoon is achter de alias [alias 2] en zij betrokken is geweest als bezorger van de bij [alias 1] bestelde drugs. Daarna zal worden ingegaan op de vragen of sprake is van medeplegen, en wat de pleegperiode is geweest. Ook zal het verweer met betrekking tot het vormverzuim omtrent het opvragen van de camerabeelden worden besproken.

- Drugsbezorger [alias 2]

De politie heeft onderzoek gedaan naar de identiteit van drugsbezorger [alias 2] en daartoe verschillende telefoons onderzocht. Daaruit is onder meer het volgende naar voren gekomen.

‘ [alias 2] ’ is een alias dat door [medeverdachte 4] wordt gebruikt en kan worden gekoppeld aan de activiteiten van [alias 1] . Dit blijkt ten eerste uit het door [medeverdachte 4] verstuurde chatbericht van 17 juli 2023 naar het contact ‘ [alias 15] ’ waarin hij vermeld dat hij [alias 2] is, “via deze nummer doorstuurt” en vervolgens opdrachten doorstuurt om verdovende middelen te bezorgen. Ook blijkt dit uit het feit dat [alias 2] in de groepschat met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] SNS-betaalverzoeken verstuurt die zijn gekoppeld aan de bankrekening van [medeverdachte 4] . Verder volgt dit uit de berichten over de persoonlijke omstandigheden van [alias 2] in een chatgesprek tussen [medeverdachte 1] en het contact ‘ [alias 16] ’ (drugsbezorger [alias 2] ). In dat laatstgenoemde chatgesprek wordt namelijk door [alias 2] gedeeld dat op

[overlijdensdatum] 2024 zijn schoonvader is overleden, hetgeen overeenkomt met de sterfdatum van de schoonvader van [medeverdachte 4] . Ook stuurt [alias 2] op [datum] 2025 dat zijn kind jarig was. Het kind van [medeverdachte 4] is geboren op [geboortedatum 2] 2024.

Het hiervoor genoemde chatgesprek tussen [medeverdachte 1] en ‘ [alias 16] ’ bestrijkt de periode van 6 juli 2024 tot en met 3 februari 2025. In totaal worden in dit gesprek 24.227 berichten naar elkaar verstuurd. Het gesprek bestaat voornamelijk uit dealopdrachten die door [medeverdachte 1] aan [alias 2] worden verstrekt. [alias 2] laat telkens weten wanneer hij de dealopdrachten daadwerkelijk heeft uitgevoerd. Vanaf [overlijdensdatum] 2024 wordt meermalen besproken dat het meisje op de scooter er is of ‘actief’ is. Op 24 december 2024 meldt [alias 2] “ik heb ongeluk gehad”. Een dag later stuurt [alias 2] dat het meisje een hersenschudding heeft en dat hij de ‘tl’ (de rechtbank begrijpt: telefoon) kwijt was, maar dat die bij haar moeder lag. Vaststaat dat [verdachte] op 24 december 2024 een verkeersongeluk heeft gehad en dat zij daarna door de politie naar de woning van haar ouders is gebracht. [alias 2] stuurt een foto - afkomstig van de website 112twente.nl - die te herleiden is naar het bromfietsongeval van [verdachte] , welke bromfiets op naam staat van de zwager van [medeverdachte 4] .

Uit het onderzoek is ook gebleken dat [medeverdachte 4] en [verdachte] veelvuldig onderling (chat)contact hebben. Zij chatten in mei 2024 met elkaar over ritjes, hoeveel er ‘gedraaid’ is en bespreken ook welk deel en welke geldbedragen aan wie toekomen. Daarnaast wisselen zij betaalverzoeken met elkaar uit. [medeverdachte 4] heeft 27 keer geld op zijn bankrekening ontvangen van [verdachte] , in totaal een bedrag van € 16.939,50.

- Herkenning door afnemers

Getuigen - tevens drugsafnemers - [getuige 3] , [getuige 4] , [getuige 5] , [getuige 6] , [getuige 7] en [getuige 8] herkennen [verdachte] als één van drugsbezorgers van de drugslijn [alias 1] , wanneer zij geconfronteerd worden met haar foto.

- Ringdeurbel camerabeelden

De Ringdeurbel camera van afnemer [getuige 1] heeft op 1 februari 2025 de bezorging van een drugsbestelling (via [alias 1] ) vastgelegd. Die beelden zijn aan de politie verstrekt. Daarop is de bezorger te zien die de drugsbestelling aflevert. Op die beelden wordt [verdachte] herkend door verbalisant [verbalisant 1] , die betrokken is geweest bij haar scooterongeval op 24 december 2024 en haar eerste hulp heeft verleend. [verbalisant 1] is degene die haar daarna naar de woning van haar ouders heeft gebracht.

Anders dan de raadsman twijfelt de rechtbank niet aan de betrouwbaarheid van de inhoud van het ambtsedig opgemaakte proces-verbaal van herkenning door verbalisant [verbalisant 1] . In het proces-verbaal is namelijk uitdrukkelijk beschreven aan welke specifieke uiterlijke kenmerken hij haar op de Ringdeurbel camerabeelden heeft herkend.

- Conclusie bezorger [alias 2]

Aan de hand van de bovengenoemde feiten en omstandigheden en de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen - in onderling verband en samenhang bezien - stelt de rechtbank vast dat zowel [medeverdachte 4] als [verdachte] gebruik maakten van de alias ‘ [alias 2] ’ en het telefoonnummer + [telefoonnummer 10] en dat zij in verschillende onderzochte toestellen opgeslagen staan onder de namen ‘ [alias 2] ’ en ‘ [alias 16] ’. Daar waar ‘het meisje op de scooter’ in de chatberichten wordt genoemd, gaat het over [verdachte] . Ook is de rechtbank van oordeel dat de gevoerde chatgesprekken tussen [medeverdachte 4] en [verdachte] verband houden met de drugshandel (en de opbrengsten daarvan) waar zij zich gezamenlijk mee bezig hielden. Daarmee stelt de rechtbank vast dat zowel [medeverdachte 4] als [verdachte] drugsbestellingen voor [alias 1] hebben bezorgd onder de naam [alias 2] en dat zij dit (telkens) afwisselend deden (via dezelfde dealtelefoon).

- Medeplegen

Voor een bewezenverklaring van medeplegen is vereist dat bij het begaan van het feit sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking tussen de daders. Die kwalificatie is slechts gerechtvaardigd als de intellectuele en/of materiële bijdrage van [verdachte] aan het delict van voldoende gewicht is. Bij de beoordeling of daaraan is voldaan, dient rekening te worden gehouden met onder meer de intensiteit van de samenwerking, de onderlinge taakverdeling en het belang van de rol van [verdachte] .

Uit de feiten en omstandigheden blijkt naar het oordeel van de rechtbank van een gezamenlijke uitvoering, waarbij [medeverdachte 4] en [verdachte] onderling met elkaar afstemden wie van hen wanneer werkzaam was als drugsbezorger [alias 2] . Zij maakten beiden gebruik van de dealtelefoon waarop [alias 2] de dealopdrachten binnenkreeg. De rechtbank is daarnaast van oordeel dat sprake is geweest van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [medeverdachte 4] , [verdachte] , [medeverdachte 1] , [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] , waarbij [verdachte] de essentiële taak had om de drugsbestellingen in opdracht van [medeverdachte 1] af te leveren. Daarmee acht de rechtbank de door [verdachte] verrichte handelingen van dusdanig gewicht dat sprake is geweest van een intellectuele en materiële bijdrage aan de handel in harddrugs.

- Pleegperiode

Voor verdachte geldt dat zij (‘het meisje op de scooter’) in het dossier voor het eerst wordt genoemd in een chatgesprek tussen [medeverdachte 1] en [alias 2] op [overlijdensdatum] 2024. De rechtbank is van oordeel dat verdachte in ieder geval vanaf dat moment actief was als drugsbezorger [alias 2] . De rechtbank overweegt dat het dossier onvoldoende aanwijzingen bevat voor haar betrokkenheid bij de drugshandel voorafgaand aan die datum.

Verder staat - op basis van de hierboven weergegeven chatberichten vast - dat [alias 2] onder meer dealopdrachten heeft ontvangen en verricht in de periode van [overlijdensdatum] 2024 tot en met 3 februari 2025.

De rechtbank merkt op dat het voor een bewezenverklaring van de pleegperiode niet gaat om de frequentie van het dealen, maar of er in de ten laste gelegde periode is gedeald. Aan de hand van het voorgaande stelt de rechtbank vast dat [verdachte] vanaf

[overlijdensdatum] 2024 dealopdrachten van [medeverdachte 1] heeft ontvangen en heeft uitgevoerd.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank het dealen in harddrugs gedurende de periode van [overlijdensdatum] 2024 tot en met 2 februari 2025 wettig en overtuigend bewezen.

- Vormverzuimverweer

De raadsman heeft aangevoerd dat sprake is van een onherstelbaar vormverzuim in het voorbereidend onderzoek, nu verstrekking van de camerabeelden van getuige [getuige 1] zonder machtiging van de officier van justitie is gevorderd en deze vordering pas op een later moment is geformaliseerd. Door deze gang van zaken zou inbreuk zijn gemaakt op het bepaalde in artikel 126ne Sv.

De rechtbank overweegt dat de vordering tot verstrekking van de camerabeelden is gebaseerd op artikel 126nda Sv. Op grond van het eerste en derde lid van dit artikel kan een dergelijke vordering mondeling door een opsporingsambtenaar worden gegeven. Hiervoor is dus geen tussenkomst van de officier van justitie vereist. Wel is vereist dat een dergelijke mondelinge vordering binnen drie dagen op schrift wordt gesteld (lid 3) en dat een proces-verbaal wordt opgemaakt (lid 4). Uit een ambtsedig proces-verbaal in het dossier volgt dat de vordering tot verstrekking van die beelden nadien is geformaliseerd en de rechtbank heeft geen reden te twijfelen aan de inhoud van dit proces-verbaal. Daarmee stelt de rechtbank vast dat is voldaan aan de vereisten in artikel 126nda Sv en dat geen sprake is van een onherstelbaar vormverzuim. De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsman.

- Afwijzing voorwaardelijk getuigenverzoek

De raadsman heeft een voorwaardelijk verzoek gedaan tot het horen van de getuige [getuige 2] , indien de bewezenverklaring steunt op zijn verklaring.

De rechtbank zal dit verzoek afwijzen. De eerder door deze getuige afgelegde verklaring is door de rechtbank niet gebruikt bij de bewijsvoering. Daarnaast acht de rechtbank zich door het verhandelde ter terechtzitting voldoende ingelicht en ziet zij dus geen noodzaak tot het (nader) horen van die getuige.

- Conclusie

Op grond van al het bovenstaande, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] het tenlastegelegde heeft begaan.

Het dossier bevat geen aanwijzingen dat [verdachte] zich ook bezighield met de productie van verdovende middelen. De rechtbank spreekt haar daarom vrij voor het ten laste gelegde bereiden en bewerken.

De bewezenverklaring

De rechtbank acht op grond van de in de bijlage opgenomen bewijsmiddelen, waarin zijn vervat de redengevende feiten en omstandigheden waarop de bewezenverklaring steunt, wettig en overtuigend bewezen dat [verdachte] het ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat:

zij in de periode van [overlijdensdatum] 2024 tot en met 2 februari 2025 in Nederland, tezamen en in vereniging met anderen, meermalen, opzettelijk heeft verkocht en afgeleverd en verstrekt en vervoerd en aanwezig heeft gehad,

- een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne, en

- een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA, en

- een hoeveelheid van een materiaal bevattende 3-MMC, zijnde 3-MMC, en

- een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine (speed), zijnde amfetamine,

telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I.

De rechtbank acht niet bewezen wat aan [verdachte] meer of anders is ten laste gelegd, zodat zij haar daarvan zal vrijspreken.

4. De strafbaarheid van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde is strafbaar gesteld in artikel 47 van het Wetboek van Strafrecht (Sr) en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Het bewezenverklaarde levert op:

het misdrijf: medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd,

en

medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

5. De strafbaarheid van verdachte

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluiten. De rechtbank oordeelt daarom dat verdachte strafbaar is voor het bewezen verklaarde feit.

6. De op te leggen straf of maatregel

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat aan verdachte zal worden opgelegd een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht.

Het standpunt van de verdediging

In het geval van een bewezenverklaring heeft de raadsman verzocht om te volstaan met oplegging van een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht. Bij de strafoplegging dient rekening te worden gehouden met de ondergeschikte rol van verdachte in het geheel, haar persoonlijke omstandigheden en haar jonge leeftijd.

De gronden voor een straf of maatregel

Bij de strafoplegging houdt de rechtbank rekening met de aard en de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte zoals die uit het dossier en tijdens de behandeling ter terechtzitting naar voren zijn gekomen. De rechtbank acht daarbij in het bijzonder het volgende van belang.

De ernst van het feit

Verdachte is gedurende een half jaar bezorger geweest voor de drugslijn ‘ [alias 1] ’ en heeft samen met anderen op grootschalige wijze in harddrugs gedeald. Deze drugslijn had een groot klantenbestand van ruim 1600 afnemers. [medeverdachte 1] kocht de drugs in, onderhield het klantencontact en ontving alle bestellingen. Verdachte had de taak om de drugsbestellingen in opdracht van [medeverdachte 1] bij de klanten te bezorgen. Het is algemeen bekend dat harddrugs zeer verslavend zijn en dat overmatig gebruik ervan kan leiden tot zeer ernstige gezondheidsrisico’s. Door haar handelen heeft verdachte een bijdrage geleverd aan het in stand houden van het illegale criminele circuit waarbinnen deze handel in en de productie van harddrugs plaatsvindt. De handel in drugs gaat gepaard met allerlei vormen van zware criminaliteit, zoals geweldsmisdrijven al dan niet in combinatie met wapens en andere ondermijnende criminaliteit. Verdachte heeft zich van dit alles geen rekenschap gegeven en heeft alleen haar eigen financieel gewin voor ogen gehad. De rechtbank rekent verdachte dit aan.

De persoon van verdachte

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie betreffende verdachte van 15 juli 2026. Hieruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld voor een strafbaar feit.

De rechtbank heeft ook kennisgenomen van het reclasseringsadvies over verdachte van

6 augustus 2026. Hierin is te lezen dat de reclassering geen delictgerelateerde of criminogene factoren heeft kunnen duiden en het recidiverisico niet kan worden ingeschat, vanwege de ontkenning van verdachte en het ontbreken van dossierinformatie. Verdachte kent een belast verleden, gekenmerkt door uithuisplaatsingen en verblijf in verschillende pleeggezinnen. Daarnaast heeft zij naar eigen zeggen nog steeds last van de negatieve gevolgen van een verkeersongeval van eind 2024, waaronder geheugenproblemen en lichamelijke klachten. Momenteel bevindt verdachte zich in een opbouwende fase. Na een periode waarin zij - als gevolg van het verkeersongeval - door gezondheidsproblemen beperkt was en ook haar uitkering en zelfstandige woonruimte verloor, lijkt zij haar leven geleidelijk weer meer richting te geven, al ontbreekt nog steeds een inkomen. Zij verblijft momenteel in een stabiele en ondersteunende woonomgeving bij haar moeder en stiefvader. Er zijn geen aanwijzingen gevonden voor actuele middelenproblematiek, structurele criminogene problematiek, antisociale leefpatronen of andere risicofactoren en aanknopingspunten waarop een gedragsinterventie vanuit de reclassering aangewezen lijkt. In de rapportage wordt ook opgemerkt dat er onvoldoende duidelijkheid bestaat over de achtergronden van de huidige verdenking, waardoor het recidiverisico niet goed kan worden ingeschat. In het geval van een bewezenverklaring adviseert de reclassering een strafafdoening zonder bijzondere voorwaarden. Geadviseerd wordt om het volwassenenstrafrecht toe te passen.

De op te leggen straf

In deze zaak is de rechtbank - net als de verdediging - van oordeel dat verdachte niet opnieuw in detentie moet verblijven. De rechtbank zal, naast een flinke voorwaardelijke gevangenisstraf, een taakstraf voor de maximale duur opleggen. Hierbij weegt mee dat verdachte - in vergelijking tot de medeverdachten - voor aanzienlijk kortere duur heeft gehandeld in drugs en dat zij een ondergeschikte rol had in het geheel. Daarentegen weegt de rechtbank bij de strafoplegging in het nadeel van verdachte mee dat zij geen verantwoordelijkheid heeft genomen voor haar daden en geen openheid van zaken heeft willen geven.

Alles afwegende, waaronder ook de straffen die aan de medeverdachten worden opgelegd, komt de rechtbank tot het oordeel dat aan verdachte moet worden opgelegd een taakstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen vervangende hechtenis, en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van zes maanden, met een proeftijd van drie jaren en met aftrek van de tijd die zij in verzekering heeft gezeten. Aan het voorwaardelijk strafdeel zal de rechtbank als bijzondere voorwaarde een meldplicht bij de reclassering koppelen. Hoewel de reclassering geen bijzondere voorwaarden heeft geadviseerd, acht de rechtbank het wenselijk dat verdachte voor de reclassering in beeld blijft, gelet op haar belaste verleden, haar huidige persoonlijke omstandigheden en het feit dat het recidiverisico moeilijk kan worden ingeschat door de reclassering.

7. De toegepaste wettelijke voorschriften

De hierna te nemen beslissing berust op de hiervoor genoemde wetsartikelen. Daarnaast berust deze beslissing op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d Sr.

8. De beslissing

Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] van 4 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 828-829 en 836):

Het proces-verbaal van bevindingen van 14 november 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 187-189):

Het proces-verbaal van bevindingen van 19 maart 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 584-588):

Het proces-verbaal van bevindingen van 12 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 413-414 en 419):

Het proces-verbaal van bevindingen van 19 december 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 219-221):

Het proces-verbaal van bevindingen van 18 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 466-468):

Het proces-verbaal van bevindingen van 12 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 402-406, 408-409 en 411-412):

Het proces-verbaal van bevindingen van 3 maart 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 493-495 en 498-503):

Het proces-verbaal van bevindingen van 19 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina 487-488):

Het aanvullende proces-verbaal, zijnde een fotoblad (betreffende foto 4) met proces-verbaalnummer PL0600-2024309609-236:

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 5] van 18 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina 715):

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 6] van 18 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina 718):

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7] van 18 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina 721):

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 8] van 20 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 730-731):

Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1] van 10 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina 712):

Het proces-verbaal van bevindingen van 8 april 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina 459):

De rechtbank:

voorwaardelijk verzoek

- wijst af het voorwaardelijk verzoek tot het horen van [getuige 2] als getuige;

bewezenverklaring

- verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, zoals hierboven omschreven;

- verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd en spreekt haar daarvan vrij;

strafbaarheid feit

- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar;

- verklaart dat het bewezenverklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

het misdrijf: medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd,

en

medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

strafbaarheid verdachte

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

straf

- veroordeelt de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid voor de duur van 240 (tweehonderd veertig) uren;

- beveelt, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 120 (honderd twintig) dagen;

- beveelt dat de tijd die de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering heeft doorgebracht, bij de uitvoering van de taakstraf in mindering wordt gebracht, waarbij als maatstaf geldt dat voor de eerste zestig dagen doorgebracht in verzekering of voorlopige hechtenis, twee uren per dag aftrek plaatsvindt;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 (zes) maanden;

- bepaalt dat deze gevangenisstraf in zijn geheel niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten. De rechter kan de tenuitvoerlegging gelasten indien de verdachte voor het einde van de proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende algemene voorwaarde niet is nagekomen:

- stelt als algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

De rechter kan de tenuitvoerlegging ook gelasten indien de verdachte gedurende de

proeftijd van 3 (drie) jaren de navolgende bijzondere voorwaarde niet is nagekomen:

- stelt als bijzondere voorwaarde dat verdachte:

- zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering (aan de [adres 2] ), zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn;

- draagt de reclassering op om toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;daarbij gelden als voorwaarden van rechtswege dat de verdachte:

- ten behoeve van het vaststellen van haar identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;

- medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, Sr, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.M.F. Schreurs, voorzitter, mr. R.A. Heblij en

mr. D.K. ten Cate, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.J. ten Brink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 28 september 2026.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2024309770, onderzoek Boerderij24. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar pagina’s van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

De bewijsmiddelen worden in onderlinge samenhang gebruikt. Voor zover in de bewijsmiddelen passages staan die als conclusies van verbalisanten zouden kunnen worden gekwalificeerd, zijn dit conclusies die naar het oordeel van de rechtbank op goede gronden getrokken zijn en neemt de rechtbank deze over en maakte deze tot de hare.

V: Concreet is dus de vraag: “Wie doet zich voor als [alias 3] ”?A: Ja, ik!

V: Beken jij dat deze lijn (de rechtbank begrijpt: [alias 1] ) van jou is en jij deze onderhoudt?A: Hij was van mij.

V: Hoeveel dealers rijden er voor jou?

V: Wat zijn de namen?

A: [alias 2] , [alias 11] , [alias 6] , dat meisje.

Ik, verbalisant, bekeek de inhoud van een Iphone 6. Deze telefoon is inbeslaggenomen onder verdachte [medeverdachte 1] .

In de telefoon is te zien dat de zogeheten ‘owner’, de gebruiker van de telefoon, gebruik maakt van de naam “ [alias 3] ” in de app ‘Whatsapp’.

Door de gebruiker van deze telefoon worden diverse prijslijsten aangeboden via

whatsapp. Zie hieronder één van de prijslijsten:

“ [alias 1]

24/7 TE BEREIKEN / REACHABLE

Minimale afname is 20.

Voor combi-bestellingen of overige vragen app gerust.

PURE COCAÏNE ORIGINELE PERUAANSE 93% PUUR

1. Halve 20

1. Hele 50

Weekend actie:

3 Halve 50

2 Hele + 1 halve 100

5 Hele 200

XTC ZILVEREN MYBRAND’S 250mg

6 stuks voor 30

10 stuks voor 40

20 stuks voor 70

50 stuks voor 120

XTC ORANJE SPONGEBOB’S 22Cmg

6 stuks voor 30

10 stuks voor 40

20 stuks voor 70

50 stuks voor 110

XTC DONKEY KONG’S 190mg

4 stuks voor 20

10 stuks voor 30

20 stuks voor 60

50 stuks voor 80

MDMA PUUR 84%

CHAMPAGNE KLEUR

1. gram voor 20

3 gram voor 50

5 gram voor 70

10 gram voor 100

ORIGINELE MIAUW MIAUW

1. gram voor 30

2 gram voor 50

3 gram voor 60

5 gram voor 90

10 gram voor 150

ZUIVERE SPEED ZONDER CAF 73%

6 gram voor 30

10 gram voor 40

20 gram voor 70

50 gram voor 150”

Aanleiding onderzoek

De inbeslaggenomen telefoon werd onder verdachte [medeverdachte 4] aangetroffen.

Omschrijving goed

Merk: Apple iPhone 11

Bijbehorende telefoonnummers: + [telefoonnummer 8]

Chat ‘ [alias 15] ’ [telefoonnummer 11] :

In de telefoon trof ik het telefoonnummer ‘ [telefoonnummer 11] ’ aan welke was opgeslagen onder de naam: “ [alias 15] ”. Het nummer betreft een prepaid nummer bij aanbieder Lebara. In de chat met dit telefoonnummer trof ik de volgende berichten:

17-7-2023 16:44:30 [medeverdachte 4] ik ben [alias 2] ik stuur via deze nr door

Uit onderzoek is gebleken dat de verdachten [medeverdachte 4] en [verdachte] gebruik maakten van de schuilnaam ‘ [alias 2] ’ en beiden onder deze naam werkzaam waren bij de drugslijn ‘ [alias 1] ’.

Vervolgens zag ik dat er door [medeverdachte 4] opdrachten werden verstrekt aan ‘ [alias 15] ’ om verdovende middelen te bezorgen. Ik zal hieronder een paar berichten citeren ter illustratie.

17-7-2023 18:19:01 [medeverdachte 4] [adres 3]

3 miauw 50 euro

Chat [alias 14] + [telefoonnummer 9] :

In de telefoon trof ik een chat aan onder het contact ‘ [alias 14] ’. Dit contact maakte gebruik van het volgende telefoonnummer: + [telefoonnummer 9] . Uit onderzoek is gebleken dat dit telefoonnummer in gebruik was bij [verdachte] .

Verder worden er in de chat met [alias 14] veel ‘ritjes’ besproken en er werd gedeeld hoeveel er ‘gedraaid’ is. Het is mij ambtshalve bekend dat zij met ‘ritjes’ doelen op een bestelling van verdovende middelen die moet worden gebracht. Daarnaast is het mij bekend dat zij met ‘gedraaid’ bedoelen hoeveel geld hiermee is verdiend.

Ik zal hieronder een paar berichten citeren ter illustratie. Hierbij maakt [medeverdachte 4] gebruik van de naam “ [alias 13] ”.

[afbeelding]

Naast deze chatberichten worden er tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] veel betaalverzoeken uitgewisseld.

Conclusie:

- [verdachte] en [medeverdachte 4] werkten beiden onder het nummer van ‘[alias 2] ’ uit de dealtelefoon van [medeverdachte 1] .

Aanleiding onderzoek

Op 3 februari 2025 werd verdachte [medeverdachte 4] aangehouden. De inbeslaggenomen telefoon werd onder verdachte [medeverdachte 4] aangetroffen.

Omschrijving goed

Merk: Apple iPhone 14

Chat [alias 14] + [telefoonnummer 9] :

In de telefoon trof ik een chat aan onder het contact ‘ [alias 14] ’ (de rechtbank begrijpt: verdachte [verdachte] ). Dit contact maakte gebruik van het volgende telefoonnummer: + [telefoonnummer 9] .

In de chat met dit nummer trof ik de volgende berichten aan:

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

In de chat wordt meerdere keren gesproken over bepaalde bedragen en ‘pap’. Ook werd er gesproken over hoeveel er ‘gedraaid’ is. Het is mij ambtshalve bekend dat het woord ‘pap’ geld betekent. Ook is het mij ambtshalve bekend dat met het woord ‘gedraaid’ wordt bedoeld hoeveel er verdiend is.

Op 4 december 2024 deed ik, verbalisant [verbalisant 2] , onderzoek naar een in beslag genomen telefoon van verdachte [medeverdachte 2] . Het betrof de telefoon Samsung Galaxy S20 met telefoonnummer + [telefoonnummer 4] .

Ik, verbalisant, zag een groepsapp met de volgende nummers:

+ [telefoonnummer 10] met de naam [alias 2]

+ [telefoonnummer 1] met de naam [alias 4]

+ [telefoonnummer 4] met de naam [alias 7] (owner)

Gezien de vele berichten over het leveren van drugs, met de bijbehorende adressen waar deze drugs bezorgd zouden moeten worden, zag ik dat het een appgroep betrof waarin het leveren van drugs en het doorgeven van bestellingen van drugs in werd besproken.

Ik zag dat de eerste zichtbare tijd van een bericht van deze groepsapp 20-02-2024 betrof.

Ik zag dat de laatste activiteit in deze groepsapp, volgens de tijden van de in

beslag genomen telefoon, 3-7-2024 betrof.

Ik zag dat er vaak gesproken werd wat klanten bestelden qua drugs en hoe zij wensten te betalen. Ik zag dat er soms middels een SNS-betaalverzoek kon worden betaald.

Soms werd er een betaallink ook daadwerkelijk verstuurd dan wel doorgestuurd. Hierdoor is voor mij de daadwerkelijke betaallink zichtbaar. Ik zag dat de volgende betaallinken voor mij zichtbaar waren in bijbehorend gesprek:

Op 12-4-2024 23:19:09 zegt [alias 4] :

[adres 4]

miauw 80? Tikki stuur vast

Op 12-4-2024 23:19:58 zegt [alias 2] :

Aanbellen?

Op 12-4-2024 23:20:45 stuurt [alias 2] een betaalverzoek van SNS-Bank door:

Hi! Wil je me ? 80,00 betalen voor Bootschappen ? Dat kan via [internetsite 1] Deze link is geldig t/m 13 mei. Dank je wel!

Op 12-4-2024 23:23:17 stuurt [alias 4] een screenshot door waarop zichtbaar is dat iemand dit betaalverzoek betaald heeft.

Ik deed onderzoek naar de gevorderde bankgegevens van verdachte [medeverdachte 4] . Ik zag dat de gegevens inzicht gaven over de bankrekening [rekeningnummer 1] , op naam van [medeverdachte 4] .

Betaalverzoeken:

Ik zag in het proces verbaal van bevindingen met volgnummer 62 dat er meerdere betaalverzoeken waren verstuurd in een groepsapp met [alias 4] , [alias 8] en [alias 11] (de rechtbank begrijpt: [alias 2] in plaats van [alias 11] ). Uit de gesprekken kon worden opgemaakt dat de betaalverzoeken waren om drugs te betalen. Ik zag dat alle genoemde betaalverzoeken waren betaald naar de bankrekening van verdachte [medeverdachte 4] . Ik had de volgende bevindingen:

Hi! Wil je me ? 80,00 betalen voor Bootschappen ? Dat kan via

[internetsite 2] Deze link is geldig t/m 13 mei. Dank je wel!

Ik zag dat dit betaalverzoek was betaald op 13 april 2024 om 01:22 uur door

[naam 1] , [rekeningnummer 2] .

Verdachte [verdachte] :

Ik zag dat verdachte [medeverdachte 4] 27 keer geld had ontvangen van verdachte [verdachte] , [rekeningnummer 3] . Ik zag dat er in totaal 16.939,50 euro was overgeboekt.

Ik deed onderzoek naar de inhoud van de dealtelefoon (+ [telefoonnummer 1] ), die onder verdachte [medeverdachte 1] in beslag was genomen. Het is mij uit onderzoek bekend dat deze telefoon werd gebruikt om te handelen onder de naam [alias 1] . De klanten bestelden via dit nummer de drugs en [alias 3] ( [medeverdachte 1] ) gaf de overige verdachten de opdracht om de drugs te leveren.

Ik heb op eerder genoemde dag en datum onderzoek gedaan naar het gesprek tussen [alias 3] en contactpersoon: ‘ [alias 16] ’, + [telefoonnummer 10] . Ik zag dat er in totaal 24227 waren verstuurd/ontvangen in dit gesprek. Ik zag dat het eerste bericht was verstuurd op 6 juli 2024. Ik zag dat het laatste bericht was verstuurd op

3 februari 2025. Ik had in het gesprek de volgende relevante bevindingen:

Identiteit [alias 2] :

[overlijdensdatum] -2024 12:24 [alias 2] :

Bro mijn schoonvader is vannacht overleden als het goed is is dinsdag de afscheid ik weet niet zeker ik laat je nog weten maar dan is die meisje op scooter even actief 1/2 uurtjes als je goed vind.

[overlijdensdatum] -2024 12:40 [alias 2] :

Ik moet sws strijden doekoe kan ik op dit moment goed gebruikten ik vergoed namelijk op dit moment alle kosten van die familie die hierheen is gekomen vanuit engeland

Het is mij uit onderzoek bekend dat verdachte [medeverdachte 4] een relatie heeft met [naam 2] , geboren op [geboortedatum 3] 1996 te [geboorteplaats 2] . Ik zag in de basisregistratie personen (BRP) dat de vader van [naam 2] , zijnde [naam 3] , was overleden op [overlijdensdatum] 2024. De familie van de overledene is afkomstig uit Engeland.

[datum] -2025 13:57 [alias 2] :

Bro mijn kind was jarig dan ben ik daar snap je ik kan ook niet ruiken dat dit bij hem zal gebeuren daar kan jr mij niet op aan kijken

Ik zag in de politiesystemen dat verdachte [medeverdachte 4] één kind heeft, geboren op [geboortedatum 2] 2024.

Dealen:

Ik herkende de inhoud van het gesprek als de structuur die [alias 3] gebruikt met al zijn dealers. Ik zag dat [alias 3] dealopdrachten verstrekte en [alias 2] bevestigde als hij de drugs bezorgd had. Ik zag dat dit een groot deel van alle berichten (24227) waren. Ik zag dat dit soort opdrachten dagelijks werden verstuurd.

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

Vrouwelijke dealer:

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

25-12-2024 21:02 [alias 2] :

*foto 112 twente* Ja die was dat

Ik zag dat de foto van 112twente.nl was te herleiden naar een ongeval op

24 december 2024. Ik zag in de politiesystemen dat de aanrijding had plaatsgevonden op de [adres 5] . Ik zag dat de bestuurder van de snorfiets was: [verdachte] , geboren op [geboortedatum 1] 2003 te

[geboorteplaats 1] . Ik zag dat zij gereden had op een snorfiets voorzien van kenteken: [kenteken] . Ik zag in de politiesystemen dat deze bromfiets op naam stond van: [naam 4] , geboren op [geboortedatum 4] 1997 te [geboorteplaats 3] . Ik zag in de politiesystemen dat [naam 4] de zwager en huisgenoot van verdachte [medeverdachte 4] was.

Conclusie:

Ik kan gezien de bovengenoemde bevindingen concluderen dat:

1. verdachte [medeverdachte 4] de persoon is die communiceerde onder de naam [alias 2] , met telefoonnummer + [telefoonnummer 10]

2. verdachte [medeverdachte 4] onder de dealnaam [alias 2] drugs dealde voor [alias 3] ( [medeverdachte 1] )

3. [verdachte] de vrouwelijke dealer is die samen met verdachte [medeverdachte 4] dealt onder de naam ‘ [alias 2] ’.

Ik bekeek de inhoud van de onder de verdachte [medeverdachte 1] in beslag genomen telefoon, zijnde de dealtelefoon. Ik had de volgende bevindingen:

Device Name: Apple Iphone 15 Pro

Ik zag dat er twee telefoonnummers gekoppeld waren aan de telefoon. Ik zag dat

telefoonnummer + [telefoonnummer 1] alleen gekoppeld was aan zijn Whatsapp Business. Uit onderzoek is gebleken dat dit telefoonnummer werd gebruikt als deallijn [alias 1] .

[alias 2] :

Ik zag dat de verdachte een gesprek had met ‘ [alias 16] ’, voorzien van telefoonnummer + [telefoonnummer 10] . Ik zag dat er in totaal 24227 berichten waren verstuurd en/of ontvangen in dit gesprek. Ik zag dat het eerste bericht was verstuurd op 6 juli 2024. Ik zag dat het laatste bericht was verstuurd op 3 februari 2025. Ik zag in dit gesprek dat er door [alias 3] dealopdrachten werden verstuurd die vervolgens door [alias 2] werden uitgevoerd.

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

[afbeelding]

Dit onderzoeksteam kreeg van de (zaak) officier van justitie, toestemming om de foto’s van de verdachten te tonen aan getuigen. Wij willen de foto’s gebruiken om aan te tonen dat de verdachte(n) drugs geleverd hebben bij de afnemers/kopers.

Foto 4: Verdachte [verdachte]

Op 10 februari 2025 werd getuige [getuige 3] gehoord. Op 18 februari 2025 werd haar alsnog een foto getoond van [verdachte] (foto nr 4). Ik zag dat zij mij volmondig, zonder twijfel, direct vertelde dat dit de persoon was waarvan zij verdovende middelen afneemt.

Op 10 februari 2025 werd getuige [getuige 4] gehoord. Op 18 februari 2025 werd haar alsnog een foto getoond van [verdachte] (foto nr 4). Ik zag dat zij mij volmondig, zonder twijfel, direct vertelde dat dit de persoon was waarvan zij verdovende middelen afneemt.

[afbeelding]

U heeft mij verteld dat u hier bent omdat ik drugs heb gekocht. Het nummer maakt gebruik van de naam ‘ [alias 1] ’. Zij maken gebruik van het telefoonnummer: [telefoonnummer 1] .

Ik deed via whatsapp een bestelling voor drugs. Ik bestelde dan miauw, dit is 3mmc. Ik vertelde wat ik wilde hebben en waar en wanneer dit bezorgd moest worden. Ik liet de drugs bij mijn woning bezorgen. Zij belden dan aan en dan deed ik de deur voor ze open. Aan de deur werd de drugs dan bezorgd.

Ik heb een aantal jaar geleden voor het eerst besteld bij deze drugslijn. Ik heb ongeveer drie weken geleden voor het laatst besteld.

U laat mij een paar foto’s zien. Ik herken de personen op foto 3 en 4. Zij hebben hier meerdere keren drugs bezorgd.

U heeft mij verteld dat ik word gehoord als getuige omdat ik meerdere keren drugs

heb gekocht. Ik heb wel een idee waar het over gaat. Namelijk ‘ [alias 1] ’. Ik bestel al jaren via deze drugslijn. Het laatste nummer waar [alias 3] gebruik van maakte is: [telefoonnummer 1] .

Ik bestelde voornamelijk cocaïne en pillen. Er kwamen altijd diverse personen bezorgen. Ik deed de bestelling altijd via Whatsapp.

U toont mij vier foto’s. Ik herken de personen op foto 1, 3 en 4. Deze personen hebben hier drugs bezorgd voor [alias 1] .

U vertelde mij dat ik als getuige wordt gehoord omdat ik meerdere keren drugs heb gekocht. Ik denk dat ik wel weet waar het over gaat, ik denk [alias 3] , [alias 17] (de rechtbank begrijpt: [alias 1] ).

Ik ben ongeveer 2 jaar geleden in contact gekomen met [alias 3] . Ik bestelde altijd via whatsapp. Het laatste nummer waar [alias 3] gebruik van maakte was [telefoonnummer 1] .

Er kwamen verschillende personen aan de deur. Soms een jongen en soms een meisje. Ik bestelde hier altijd 3mmc, ook wel miauw genoemd.

U laat mij vier foto’s zien. Ik herken de personen op foto 3 en 4 als de personen die drugs hebben bezorgd voor [alias 3] .

U noemt mij [alias 1] . Ik ken deze lijn en had dit nummer via vrienden. Ik denk dat ik dit een jaar tot anderhalf jaar geleden had gekregen. Dit betreft [telefoonnummer 1] . U vraagt mij of ik iets concreter kan zijn qua tijd. Mijn kind is [geboortedatum 5] 2023 geboren. Het zal kort daarna zijn.

Ik kocht altijd cocaïne bij deze lijn.

U vraagt mij of er door meerdere personen verdovende middelen werd gebracht. Meestal was het [medeverdachte 2] die kwam bezorgen. Ik denk dat er 10-15 keer een ander de verdovende middelen kwam brengen. Dit waren in totaal, als ik zo reken, vier personen. Drie mannen en één vrouw.

U laat mij 4 foto’s zien. Foto 4 is die vrouw die ik hierboven noemde. De mensen die ik aan wees kwamen vanaf het begin van het bestellen de verdovende middelen brengen.

Ik heb het nummer van [alias 3] via via gekregen. Ik heb naar dat nummer geappt en kreeg antwoord. Ik heb speed besteld. Ik heb met hem thuis afgesproken. Er kwam toen een vrouw aan de deur.

Ik zie op mijn deurbelcamera dat de dealer op beeld staat. Ik toon u de beelden van de deurbel. Zij is de vrouw die mij de drugs heeft geleverd.

Getuige [getuige 1] toonde ons beelden op zijn mobiele telefoon afkomstig van

een ringdeurbel. Deze ringdeurbel was gemonteerd op zijn kozijn van de voordeur.

Op 1 februari 2025, de dag van de afname, zag ik dat er een vrouw, op de beelden,

aan de deur kwam waarvan de getuige verklaarde dat zij de verdovende middelen

leverde.

Het aanvullende proces-verbaal, zijnde een fotoblad (betreffende de stills van de deurbelcamera van getuige [getuige 1] ) met proces-verbaalnummer

2024309609-214:

[afbeelding]

[afbeelding]

Het proces-verbaal van herkenning persoon door opsporingsambtenaar

[verbalisant 1] van 14 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pagina’s 461-462):

Herkenning De persoon op still 1 en de persoon op still 2 herken ik als:Achternaam : [verdachte]Voornamen : [verdachte]

Geboren : [geboortedatum 1] 2003

Grondslag herkenning Ik ken haar vanuit mijn werkzaamheden. Ik ben als verbalisant betrokken geweest bij een ongeval waar verdachte bij betrokken was.

Op 24 december 2024 ben ik, verbalisant [verbalisant 1] , tijdens een noodhulpdienst aanwezig geweest bij een ongeval tussen een scooterrijder en een bus. De scooterrijder betrof verdachte [verdachte] . Ik heb toen eerste hulp bij haar verleend met andere verbalisanten. Omdat er geen ambulance ter plaatse kwam hebben wij verdachte naar haar woning gebracht en haar daar overgedragen aan haar ouders. Ik heb haar toen voor de duur van ten minste een half uur goed meegemaakt. Ik herinner mij goed haar gelaatsvorm en opvallende kaaklijn.Ik herkende haar aan het totaalbeeld van haar kenmerken.

Toen ik de foto kreeg herkende ik de verdachte direct en zonder enige twijfel. Ik herken de verdachte aan haar uitkijk, neus, haarlijn, opvallende kaakstructuur en gelaatsvorm. Bij beide foto’s die ik kreeg herkende ik haar direct.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand