RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Zittingsplaats Almelo
Parketnummer: 08-230784-24
Datum vonnis: 28 september 2026
Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde:
[veroordeelde] ,
geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] ,
wonende aan de [adres 1] ,
hierna te noemen: veroordeelde of [veroordeelde] .
1. De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 139.007,--.
2. De procedure
De vordering is behandeld op de openbare terechtzittingen van 24 augustus 2026, 28 augustus 2026 en 14 september 2026. De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig met de behandeling van de strafzaak plaatsgevonden. De veroordeelde, bijgestaan door zijn raadsman mr. U. Ural, advocaat in Enschede, is op de terechtzittingen van 24 en
28 augustus 2026 verschenen en is op de vordering gehoord. De officier van justitie en de raadsman hebben hun standpunten over de vordering kenbaar gemaakt.
Op de terechtzitting van 14 september 2026 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden geschat op een bedrag van € 58.719,36 en dat de betalingsverplichting € 58.719,36 bedraagt. Daarbij heeft de officier van justitie gesteld dat de omzet € 10.000,-- per week, dus € 1.428,-- per dag bedroeg. De kosten worden op 60% bepaald. Van de winst ontving de veroordeelde 30% in periode B (12 november 2022 tot 2 december 2022) ad
€ 2.913,12 als enige dealer en in de periodes C en D (2 december 2022 tot en met 2 februari 2025) in totaal € 55.806,24.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft gesteld dat de officier van justitie ten onrechte in de berekening uitgaat van een periode vanaf 17 november 2022. De raadsman heeft betoogd dat moet worden uitgegaan van 4 augustus 2023 als aanvangsdatum voor de winstdeling door de veroordeelde. De totale periode valt uiteen in twee periodes. Op basis van de rekenmethodiek van de officier van justitie leidt dat tot een wederrechtelijk verkregen voordeel van € 11.309,76 (periode 4 augustus 2023 tot 14 december 2023) en € 23.590,56 (periode 15 december 2023 tot 2 februari 2025). Het totale wederrechtelijk verkregen voordeel dient daarmee te worden vastgesteld op € 34.900,32, aldus de verdediging.
3. De beoordeling van de vordering
Veroordeling
De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van heden in de onderliggende strafzaak veroordeeld, voor zover van belang, voor de strafbare feiten:
feit 1
het misdrijf: medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd,
en
medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 2
het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 3
het misdrijf: opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
feit 4
het misdrijf: overtreding van artikel 8, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994.
De beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel
Aan diegene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit en die voordeel door dat feit of uit de baten daarvan heeft verkregen, kan de verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel worden opgelegd.
Vaststaat dat medeveroordeelde [medeveroordeelde 1] (hierna: [medeveroordeelde 1] ) sinds 2022 de drugslijn [alias 1] in beheer had. Veroordeelde heeft in opdracht van [medeveroordeelde 1] drugsbestellingen bezorgd voor deze drugslijn maar maakte ook weekplanningen voor de andere bezorgers en verrichte administratieve taken, zoals het collecteren en wegbrengen van geld. [veroordeelde] heeft uit deze strafbare feiten voordeel verkregen. Ook [medeveroordeelde 2] ,
[medeveroordeelde 3] en [medeveroordeelde 4] (hierna respectievelijk: [medeveroordeelde 2] , [medeveroordeelde 3] en [medeveroordeelde 4] ) hebben drugsbestellingen bezorgd voor [alias 1] .
De rechtbank gaat bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit van vijf periodes:
1 juli 2020 tot en met 16 november 2022, in welke periode [medeveroordeelde 1] alleen werkzaam was;
17 november 2022 tot en met 16 juli 2023, in welke periode [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] werkzaam waren;
17 juli 2023 tot en met 14 december 2023, in welke periode [medeveroordeelde 1] , [veroordeelde] en [medeveroordeelde 3] werkzaam waren;
15 december 2023 tot en met 2 augustus 2024, in welke periode [medeveroordeelde 1] , [veroordeelde] , [medeveroordeelde 3] en [medeveroordeelde 2] werkzaam waren;
3 augustus 2024 tot en met 2 februari 2025, in welke periode [medeveroordeelde 1] , [veroordeelde] , [medeveroordeelde 3] , [medeveroordeelde 2] en [medeveroordeelde 4] werkzaam waren.
Kosten
Gelet op de in de jurisprudentie als gebruikelijk aangenomen kostenpercentages, houdt de rechtbank voor alle periodes rekening met een kostenpercentage van 60%.
Omzet
Er is geen administratie aangetroffen op basis waarvan met zekerheid kan worden vastgesteld welke omzetten in de betreffende periodes zijn gehaald. De rechtbank zal daarom een schatting moeten maken van de omzet.
Naar het oordeel van de rechtbank kan de omzet voor alle periodes niet op € 10.000,-- per week, en dus de dagomzet op € 1.428,-- (1/7e deel van € 10.000,--), worden bepaald, enkel op basis van één chatbericht van 6 februari 2024 waarin [medeveroordeelde 1] aan [veroordeelde] bericht dat er elke week stabiel 10k wordt gedraaid. De bewezenverklaarde periode voor [medeveroordeelde 1] betreft een periode van ruim 4,5 jaar. Op het moment van het versturen van dit bericht was [medeveroordeelde 1] al 3,5 jaar bezig met zijn activiteiten. Aannemelijk is dat in die periode het klantenbestand is opgebouwd en de activiteiten zijn uitgebreid. Dat past ook bij de verklaring van [medeveroordeelde 1] dat hij pas vanaf eind 2022 hulp nodig had omdat hij alle bestellingen niet meer zelf kon afleveren naast zijn reguliere werk. Ook overigens zijn er in het dossier aanwijzingen dat de omzet wisselend was. De rechtbank zal hierna op basis van de bewijsmiddelen in het dossier per periode een schatting maken van de omzet in die betreffende periode.
Periode A
[medeveroordeelde 1] heeft verklaard dat hij vanaf 2020 kleinschalig drugs aan vrienden en bekenden ging verkopen. In het begin kreeg hij daarvoor gratis drugs, later kreeg hij er geld voor. Er zijn geen aanwijzingen in het dossier dat in deze periode een substantiële omzet werd behaald. De rechtbank gaat uit van een dagomzet van € 50,--.
In deze periode was [veroordeelde] nog niet aan het werk voor de drugslijn en daarom heeft hij geen wederrechtelijk verkregen voordeel verkregen in deze periode.
Periode B en C
Zoals hierna onder periode D verder is uitgewerkt, biedt het dossier voldoende aanwijzingen dat de omzet aan het begin van periode D, en dus aan het eind van periode C, € 10.000,-- per week bedroeg. In de periodes B en C ontwikkelt de omzet zich dus van € 50,-- per dag naar
€ 1.428,-- per dag (1/7e deel van € 10.000,--). Nu er geen concretere informatie uit het dossier volgt over de periodes B en C, terwijl wel evident is dat er in deze periodes gehandeld is, omzet is gedraaid én de organisatie is opgebouwd tot de omzet van € 10.000,-- per week, zal de rechtbank over deze periodes rekening houden met het gemiddelde van
€ 50,-- en € 1.428,--, te weten een dagomzet van € 739,--.
De totale omzet bedroeg zodoende over periode B: 242 dagen x € 739,-- = € 178.838,--. Wanneer de kosten van 60% in mindering worden gebracht, resteert een totale winst over periode B van € 71.535,20.
De totale omzet bedroeg over periode C: 151 dagen x € 739,-- = € 111.589,--. Rekening houdende met de kosten van 60% resteert een totale winst over periode C van € 44.635,60.
Aan [medeveroordeelde 1] kwam 60% van de winst toe in deze periodes. Nu veroordeelde en zijn medeveroordeelden geen concreet inzicht hebben gegeven in een andere verdeling, kan de rechtbank niet anders dan de resterende 40% winst evenredig verdelen over de anderen die in deze periode actief waren. Dat betekent dat het wederrechtelijk verkregen voordeel van [veroordeelde] over periode B € 28.614,08 bedraagt. Over periode C wordt de resterende winst verdeeld onder [veroordeelde] en [medeveroordeelde 3] . Per persoon bedraagt het wederrechtelijk verkregen voordeel over periode C € 8.927,12.
Periode D
Het dossier bevat veel chatberichten uit deze periode. Uit die chatberichten blijkt dat in de periode van 14 december 2023 tot 4 juli 2024 gemiddeld 14,7 bestellingen per dag in de chat worden doorgegeven van [medeveroordeelde 1] aan [veroordeelde] . Ook stuurt [medeveroordeelde 1] op 27 december 2023 de telling, waaruit blijkt dat [veroordeelde] gemiddeld over drie weken bijna € 10.000,-- per week heeft gedraaid. Dat komt ook overeen met het bericht van 6 februari 2024 waarin [medeveroordeelde 1] zegt dat er elke week stabiel € 10.000,-- wordt gedraaid. Gelet op al deze berichten acht de rechtbank voldoende aannemelijk dat in de periode vanaf 15 december 2023 tot en met 2 augustus 2024 een weekomzet van € 10.000,--, dus een dagomzet van € 1.428,--, werd behaald.
De totale omzet bedroeg zodoende: 233 dagen x € 1.428,-- = € 332.724,--. Daarop worden de kosten van 60% in mindering gebracht, zodat een winst van € 133.089,60 resteert. Die
winst kwam voor 60% toe aan [medeveroordeelde 1] . Net als in de periodes B en C zal de rechtbank de resterende 40% winst evenredig verdelen over de anderen die in deze periode actief waren. Dat betekent dat het wederrechtelijk verkregen voordeel bij ieder van hun geschat wordt op
€ 17.745,28.
Periode E
Uit de chatberichten maakt de rechtbank op dat de omzet in de periode van 3 augustus 2024 tot en met 2 februari 2025 terugloopt. Op 16 september 2024 bedraagt de dagomzet van [medeveroordeelde 4] € 695,--, dat zou een weekomzet van € 4.865,-- opleveren. Op 19 november 2024 spreken [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] over een omzet over twee weken van € 8.000,--, dus € 4.000,-- per week. Uit de berichten van 26 december 2024 maakt de rechtbank op dat de omzet sterk was gedaald tot € 50,-- per dag.
Deze periode heeft betrekking op zes maanden. Op basis van vorenstaande neemt de rechtbank voor de eerste vier maanden (3 augustus 2024 tot en met 30 november 2024) een gemiddelde omzet van € 4.000,-- per week, dus € 571,-- per dag. Over de laatste twee maanden (1 december 2024 tot en met 2 februari 2025) houdt de rechtbank een gemiddelde omzet van € 50,-- per dag aan.
De omzet over de eerste vier maanden bedroeg: 120 dagen x € 571,-- = € 68.520. Over het laatste gedeelte bedroeg de omzet: 64 dagen x € 50,-- = € 3.200.--. De totale omzet bedroeg € 71.720,--.
Wanneer daarop de kosten van 60% in mindering worden gebracht, resteert een winst van
€ 28.688,--. Daarvan kwam € 17.212,80 aan [medeveroordeelde 1] toe. De resterende € 11.475,20 wordt verdeeld over vier personen: € 2.868,80.
Conclusie
De rechtbank stelt op grond van wettige bewijsmiddelen de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel van [veroordeelde] vast op:
- Periode B: € 28.614,08
- Periode C: € 8.927,12
- Periode D: € 17.745,28
- Periode E: € 2.868,80 +
Totaal: € 58.155,-- (afgerond).
De vaststelling van de betalingsverplichting
De rechtbank is van oordeel dat aan [veroordeelde] de verplichting moet worden opgelegd tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 58.155,-- .
4. De wettelijke voorschriften
De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e lid 2 Sr.
5. De beslissing
Het proces-verbaal van de terechtzitting van 24 augustus 2026, inhoudende de bekennende verklaring verdachte, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Het proces-verbaal van bevindingen van 18 november 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 181 e.v.):
Het proces-verbaal van bevindingen van 10 december 2024, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 108 e.v.):
De rechtbank:
Dit vonnis is gewezen door mr. P.M.F. Schreurs, voorzitter, mr. R.A. Heblij en
mr. D.K. ten Cate, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.J. ten Brink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 28 september 2026.
Bijlage bewijsmiddelen
Leeswijzer
Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.
Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2024309770, onderzoek Boerderij24. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.
1.
Het klopt dat ik ‘ [alias 2] ’ ben en dat ik harddrugs heb gedeald voor de drugslijn ‘ [alias 1] ’. Vrij snel nadat ik daarmee begon, ben ik gestopt met mijn baan als elektricien. Mijn geld kwam binnen via [alias 1] . Die inkomsten gingen grotendeels op aan mijn drugsgebruik en schulden.
2.
Het proces-verbaal van verhoor van [medeveroordeelde 1] van 4 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 836):
V: Vanaf wanneer deal jij al drugs?
A: Dat zal vanaf 2020 of 2021 zijn. Vanaf toen ik in Oldenzaal gepakt werd ging ik
echt groot dealen om echt mijn boodschappen te bekostigen.
V: Vanaf wanneer werkt [alias 2] , [veroordeelde] , (de rechtbank begrijpt: veroordeelde) voor jou?
A: Ik denk begin 2023.
A: Uiteindelijk hield ik 60 procent over.
3.
Ik zag dat [veroordeelde] en [alias 3] (de rechtbank begrijpt: [medeveroordeelde 1] ) in meerdere berichten spraken over de verdiensten en andere financiële uitspraken. Ik kon uit de gesprekken opmaken dat de genoemde bedragen gebaseerd waren op 1 week dealen.
27-12-2023 11:45 [alias 3] : Ja doe nu telling
12:48 Owner: stuur
12:51 [alias 3] : 14265 [alias 2]
12:51 Owner: Van 1 week
12:53 [alias 3] : Totaal [alias 2] week l 9412
Totaal [alias 2] week 2 5665
Totaal [alias 2] week 3 14265
Totaal [alias 4] week l 4750
Totaal [alias 4] week 2 3585
17-01-2024 15:55 [alias 3] : Van afgelopen 2 weken
15:56 [alias 3] : [alias 4] 1470 + 4465
[alias 4] tank 155 + 141
[alias 2] 3995 + 3550
[alias 2] tank 250 + 200
06-02-2024 00:28 Owner: Afgelopen maand kk weinig gedraaid vergeleken met eerst.
00:30 [alias 3] : Elke week gwn stabiel 10k +/-
4.
[alias 5] + [telefoonnummer 1] (whatsapp) :
Ik zag dat er in totaal 47951 berichten waren verstuurd/ontvangen . Ik zag dat het
eerste bericht was verstuurd op 14 december 2023 om 17:50 uur. Ik zag dat het laatste
bericht was verstuurd op 4 juli 2024 om 20:57 uur.
Ik zag dat het gesprek verdeeld was over 204 dagen. Ik zag dat er gemiddeld 235
berichten per dag waren verstuurd/ontvangen in dit gesprek. Ik zag dat er elke dag
adressen/aflever locaties werden genoemd om drugs te verkopen, zijnde bestellingen.
Ik heb enkele dagen bekeken om een gemiddeld aantal bestellingen per dag te kunnen
berekenen, dit zijn verschillende dagen in de week in verschillende maanden:
Maandag 15 januari 2024: 10 bestellingen
Dinsdag 19 december 2023: 11 bestellingen
Woensdag 7 februari 2024: 3 bestellingen
Donderdag 23 maart 2024: 4 bestellingen
Vrijdag 29 maart 2024: 33 bestellingen
Zaterdag 18 mei 2024: 39 bestellingen
Zondag 14 april 2024 : 3 bestellingen
Totaal: 103 bestellingen
Gem. per dag: 14,7 bestellingen
5.
Het proces-verbaal van bevindingen van 12 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 413 e.v.):
Chat [alias 6] + [telefoonnummer 2] :
In de telefoon trof ik een chat aan onder het contact ‘ [alias 6] ’. Dit contact maakte gebruik van het volgende telefoonnummer: + [telefoonnummer 2] . Op dit nummer heb ik een CIOT bevraging gedaan. Uit antwoord op deze bevraging bleek dat dit nummer in gebruik is bij de volgende persoon:
- [medeveroordeelde 4] , wonende aan de [adres 2] .
In de chat met dit nummer trof ik de volgende berichten aan:
16-9-2024 00:49:07 [alias 6] : Totaal vandaag 695
6.
Het proces-verbaal van bevindingen van 7 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 316 e.v.):
[alias 7] + [telefoonnummer 1] :
Ik zag dat [veroordeelde] en [alias 7] ( [medeveroordeelde 1] ) berichten hadden verstuurd/ontvangen.
[afbeelding]
7.
Het schriftelijk bescheid, te weten een tapgesprek tussen [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4] ( [veroordeelde] ), voor zover inhoudende (pag. 441):
[afbeelding]