ECLI:NL:RBOVE:2026:5766

ECLI:NL:RBOVE:2026:5766

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 28-09-2026
Datum publicatie 28-09-2026
Zaaknummer 08-124239-25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

Ontneming. De rechtbank legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling van € 2.868,-- aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Zittingsplaats Almelo

Parketnummer: 08-124239-25

Datum vonnis: 28 september 2026

Vonnis op tegenspraak van de rechtbank Overijssel, meervoudige kamer voor strafzaken, rechtdoende op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht (Sr) van de officier van justitie ten aanzien van de veroordeelde:

[veroordeelde] ,

geboren op [geboortedatum] 2003 in [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres 1] ,

hierna te noemen: de veroordeelde of [veroordeelde] .

1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert dat de rechtbank het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e Sr wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel tot een bedrag van € 65.105,--.

2. De procedure

De vordering is behandeld op de openbare terechtzittingen van 24 augustus 2026,

28 augustus 2026 en 14 september 2026. De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig met de behandeling van de strafzaak plaatsgevonden. De veroordeelde, bijgestaan door haar raadsman mr. P.A. Speijdel, advocaat in Enschede, is op de terechtzittingen van

24 en 28 augustus 2026 verschenen en is op de vordering gehoord. De officier van justitie en de raadsman hebben hun standpunten over de vordering kenbaar gemaakt.

Op de terechtzitting van 14 september 2026 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten.

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden geschat op een bedrag van € 27.903,12 en dat de betalingsverplichting € 27.903,12 bedraagt. Daarbij heeft de officier van justitie gesteld dat de omzet € 10.000,-- per week, dus € 1.428,-- per dag bedroeg. De kosten worden op 60% bepaald. Van de winst ontvingen de dealers 30%. Omdat [veroordeelde] alleen in de periodes C en D (2 december 2023 tot en met 2 februari 2025) heeft gedeald met anderen en zij haar deel van de winst vervolgens deelde met een andere dealer bedraagt haar wederrechtelijk verkregen voordeel € 27.903,12.

Het standpunt van de verdediging

Nu de raadsman vrijspraak in de strafzaak heeft bepleit wordt primair de

niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie gevorderd. Subsidiair wordt betoogd dat [veroordeelde] nagenoeg niks heeft verdiend met het rondbrengen van de drugs en de berekende periode veel te ruim is.

3. De beoordeling van de vordering

Veroordeling

De veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van heden in de onderliggende strafzaak veroordeeld, voor zover van belang, voor het strafbare feit:

het misdrijf: medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd,

en

medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.

De beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel

Aan diegene die is veroordeeld wegens een strafbaar feit en die voordeel door dat feit of uit de baten daarvan heeft verkregen, kan de verplichting tot betaling van een geldbedrag aan de staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel worden opgelegd.

Vaststaat dat medeveroordeelde [medeveroordeelde 1] (hierna: [medeveroordeelde 1] ) sinds 2022 de drugslijn [alias 1] in beheer had. [veroordeelde] heeft, net als [medeveroordeelde 2] , [medeveroordeelde 3] en [medeveroordeelde 4] (hierna respectievelijk: [medeveroordeelde 2] , [medeveroordeelde 3] en [medeveroordeelde 4] ) drugsbestellingen bezorgd voor deze drugslijn en heeft uit deze strafbare feiten voordeel verkregen.

De rechtbank gaat bij de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel uit van vijf periodes:

1 juli 2020 tot en met 16 november 2022, in welke periode [medeveroordeelde 1] alleen werkzaam was;

17 november 2022 tot en met 16 juli 2023, in welke periode [medeveroordeelde 1] en [medeveroordeelde 2] werkzaam waren;

17 juli 2023 tot en met 14 december 2023, in welke periode [medeveroordeelde 1] , [medeveroordeelde 2] en [medeveroordeelde 4] werkzaam waren;

15 december 2023 tot en met 2 augustus 2024, in welke periode [medeveroordeelde 1] , [medeveroordeelde 2] , [medeveroordeelde 4] en [medeveroordeelde 3] werkzaam waren;

3 augustus 2024 tot en met 2 februari 2025, in welke periode [medeveroordeelde 1] , [medeveroordeelde 2] , [medeveroordeelde 4] , [medeveroordeelde 3] en [veroordeelde] werkzaam waren.

Kosten

Gelet op de in de jurisprudentie als gebruikelijk aangenomen kostenpercentages, houdt de rechtbank voor alle periodes rekening met een kostenpercentage van 60%.

Omzet

Er is geen administratie aangetroffen op basis waarvan met zekerheid kan worden vastgesteld welke omzetten in de betreffende periodes zijn gehaald. De rechtbank zal daarom een schatting moeten maken van de omzet.

Naar het oordeel van de rechtbank kan de omzet voor alle periodes niet op € 10.000,-- per week, en dus de dagomzet op € 1.428,-- (1/7e deel van € 10.000,--), worden bepaald, enkel op basis van één chatbericht van 6 februari 2024 waarin [medeveroordeelde 1] aan [medeveroordeelde 2] bericht dat er elke week stabiel 10k wordt gedraaid. De bewezenverklaarde periode voor [medeveroordeelde 1] betreft een periode van ruim 4,5 jaar. Op het moment van het versturen van dit bericht was [medeveroordeelde 1] al 3,5 jaar bezig met zijn activiteiten. Aannemelijk is dat in die periode het klantenbestand is opgebouwd en de activiteiten zijn uitgebreid. Dat past ook bij de verklaring van [medeveroordeelde 1] dat hij pas vanaf eind 2022 hulp nodig had omdat hij alle bestellingen niet meer zelf kon afleveren naast zijn reguliere werk. Ook overigens zijn er in het dossier aanwijzingen dat de omzet wisselend was.

Periodes A tot en met D

In deze periodes was [veroordeelde] nog niet aan het werk voor de drugslijn en daarom heeft zij geen wederrechtelijk verkregen voordeel verkregen in deze periodes.

Periode E

De rechtbank zal op basis van de bewijsmiddelen in het dossier een schatting maken van de omzet in deze periode.

Uit de chatberichten maakt de rechtbank op dat de omzet in de periode van 3 augustus 2024 tot en met 2 februari 2025 terugloopt. Op 16 september 2024 bedraagt de dagomzet van [veroordeelde] € 695,--, dat zou een weekomzet van € 4.865,-- opleveren. Op 19 november 2024 spreken [medeveroordeelde 1] en [medeveroordeelde 2] over een omzet over twee weken van € 8.000,--, dus € 4.000,-- per week. Uit de berichten van 26 december 2024 maakt de rechtbank op dat de omzet sterk was gedaald tot € 50,-- per dag.

Deze periode heeft betrekking op zes maanden. Op basis van vorenstaande neemt de rechtbank voor de eerste vier maanden (3 augustus 2024 tot en met 30 november 2024) een gemiddelde omzet van € 4.000,-- per week, dus € 571,-- per dag. Over de laatste twee maanden (1 december 2024 tot en met 2 februari 2025) houdt de rechtbank een gemiddelde omzet van € 50,-- per dag aan.

De omzet over de eerste vier maanden bedroeg: 120 dagen x € 571,-- = € 68.520. Over het laatste gedeelte bedroeg de omzet: 64 dagen x € 50,-- = € 3.200.--. De totale omzet bedroeg € 71.720,--.

Wanneer daarop de kosten van 60% in mindering worden gebracht, resteert een winst van

€ 28.688,--. Daarvan kwam € 17.212,80 aan [medeveroordeelde 1] toe. De resterende € 11.475,20 wordt verdeeld over vier personen: € 2.868,80.

Conclusie

De rechtbank stelt op grond van wettige bewijsmiddelen de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel van [veroordeelde] vast op € 2.868,-- (afgerond).

De vaststelling van de betalingsverplichting

De rechtbank is van oordeel dat aan de veroordeelde de verplichting moet worden opgelegd tot betaling aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van € 2.868,--.

4. De wettelijke voorschriften

De oplegging van de maatregel is gegrond op artikel 36e lid 2 Sr.

5. De beslissing

Het proces-verbaal van bevindingen van 12 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 413 e.v.):

De rechtbank:

Dit vonnis is gewezen door mr. P.M.F. Schreurs, voorzitter, mr. R.A. Heblij en

mr. D.K. ten Cate, rechters, in tegenwoordigheid van mr. K.J. ten Brink, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 28 september 2026.

Bijlage bewijsmiddelen

Leeswijzer

Deze bijlage maakt deel uit van het vonnis en bevat de bewijsmiddelen.

Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, zijn dit pagina’s uit het dossier van de politie eenheid Oost-Nederland met nummer PL0600-2024309770, onderzoek Boerderij24. Tenzij hieronder anders wordt vermeld, wordt steeds verwezen naar bladzijden van een in de wettelijke vorm, door daartoe bevoegde personen, opgemaakt proces-verbaal.

1.

Het proces-verbaal van verhoor van [medeveroordeelde 1] van 4 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 836):

V: Vanaf wanneer deal jij al drugs?

A: Dat zal vanaf 2020 of 2021 zijn. Vanaf toen ik in Oldenzaal gepakt werd ging ik

echt groot dealen om echt mijn boodschappen te bekostigen.

V: Hoeveel dealers rijden er voor jou?

A: Stuk of vier a vijf.

V: Wat zijn de namen?

A: [alias 2] , [alias 3] , [alias 4] , dat meisje en nog een neefje of broertje van hem.

V: Wie is [alias 2] ?

A: Dit is een man. Volgens mij heeft er ook wel eens een meisje gereden.

A: Uiteindelijk hield ik 60 procent over.

2.

Chat [alias 5] + [telefoonnummer 1] :

In de telefoon trof ik een chat aan onder het contact ‘ [alias 5] ’. Dit contact maakte gebruik van het volgende telefoonnummer: + [telefoonnummer 1] . Op dit nummer heb ik een CIOT bevraging gedaan. Uit antwoord op deze bevraging bleek dat dit nummer in gebruik is bij de volgende persoon:

- [veroordeelde] , wonende aan de [adres 2] .

In de chat met dit nummer trof ik de volgende berichten aan:

16-9-2024 00:49:07 [alias 5] : Totaal vandaag 695

3.

Het proces-verbaal van bevindingen van 7 februari 2025, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven (pag. 316 e.v.):

[alias 6] + [telefoonnummer 2] :

Ik zag dat [medeveroordeelde 2] en [alias 6] ( [medeveroordeelde 1] ) berichten hadden verstuurd/ontvangen.

[afbeelding]

4.

Het schriftelijk bescheid, te weten een tapgesprek tussen [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4] ( [medeveroordeelde 2] ), voor zover inhoudende (pag. 441):

[afbeelding]

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand