ECLI:NL:RBOVE:2026:5778

ECLI:NL:RBOVE:2026:5778

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 15-09-2026
Datum publicatie 29-09-2026
Zaaknummer 71.147150.25
Rechtsgebied Strafrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

De rechtbank spreekt een 21-jarige vrouw vrij van meineed. Niet gewezen op verschoningsrecht als bedoeld in artikel 219 van het Wetboek van Strafvordering. Bewijsuitsluiting.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Team Strafrecht

Meervoudige kamer

Zittingsplaats Zwolle

Parketnummer: 71.147150.25 (P)

Datum vonnis: 15 september 2026

Verstekvonnis in de zaak van de officier van justitie tegen:

[verdachte] ,

geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats],

ingeschreven (BRP) aan de [adres],

thans zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.

1. Het onderzoek op de terechtzitting

Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 15 september 2026.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte haar raadsman mr. M.P.J.W.M. Govers, advocaat in Tilburg, naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 28 januari 2025 meineed heeft gepleegd door als beëdigd getuige bij de rechtercommissaris opzettelijk een valse verklaring af te leggen.

Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:

Zij op of omstreeks 28 januari 2025 te Zwolle bij de Rechter-Commissaris op 28

januari 2025, als getuige gehoord zijnde tegen verdachten [medeverdachte 1]

(parketnummer 71.301923.23) en [medeverdachte 2] (parketnummer

71.270173.22), nadat zij op de bij de wet voorgeschreven wijze de eed had afgelegd

de gehele waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen, in elk geval een geval

waarin een wettelijk voorschrift een verklaring onder ede vordert of daaraan

rechtsgevolgen verbindt, mondeling persoonlijk opzettelijk vals en ten dele in strijd

met de waarheid heeft verklaard dat

- zij in juni 2022 is aangekomen in Nederland, en/of

- zij op het vliegveld hier in Nederland is aangekomen, en/of

- zij [medeverdachte 1] niet kent, en/of

- zij [medeverdachte 2] niet kent, en/of

- zij [medeverdachte 3] niet kent, en/of

- zij op 8 maart 2022 niet in een auto in Nederland is aangetroffen door de politie,

en/of

- zij op 8 maart 2022 nog niet in Europa was, maar in Congo, en/of

- zij geen Rwandees paspoort heeft, en/of

- zij de personen op de door de Rechter-Commissaris voorgehouden afbeeldingen

(zaaksdossier 1, p. 468 en 469) niet herkent.

3. De bewijsoverwegingen

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het tenlastegelegde feit, omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is voor dit feit.

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte is op 28 januari 2025 als getuige onder ede gehoord door de rechtercommissaris. Van dit verhoor is een proces-verbaal opgemaakt door de rechter-commissaris. Uit dit proces-verbaal volgt dat verdachte, in de hoedanigheid van getuige, vragen zijn gesteld bij beantwoording waarvan zij zich aan het gevaar van een strafrechtelijke veroordeling zou kunnen blootstellen. Desondanks is zij niet gewezen op het in artikel 219 van het Wetboek van Strafvordering neergelegde verschoningsrecht. Naar het oordeel van de rechtbank kan dit proces-verbaal van verhoor dan ook niet bijdragen aan het bewijs van het ten laste gelegde en zal dit van het bewijs worden uitgesloten. Daarmee vervalt de grondslag voor vervolging voor meineed, zodat verdachte zal worden vrijgesproken.

De rechtbank merkt nog op dat in casu het wijzen op het verschoningsrecht van groot belang was. Daarbij speelt een rol dat verdachte zichzelf bij beantwoording van vragen hoe dan ook zou belasten. Óf zij zou moeten verklaren over het gebruik van een vals document óf zij zou de verdenking van meineed op zich laden. Onder die omstandigheden klemt het temeer dat de rechterlijke autoriteiten verdachte, in haar toenmalige hoedanigheid van getuige niet bijgestaan door een rechtsgeleerd raadsman- of vrouw, naast haar plichten ook op haar rechten wijzen.

4. De beslissing

De rechtbank:

vrijspraak

- verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt haar daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.M.M. Bordenga, voorzitter, mr. M. Melaard en mr. W.B. Bruins, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Lautenbag, griffier, en is in het openbaar uitgesproken op 15 september 2026.

Buiten staat

Mr. Melaard is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. S.M.M. Bordenga
  • mr. M. Melaard
  • mr. W.B. Bruins

Griffier

  • mr. A. Lautenbag

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand