RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Enschede
Zaaknummer: 11883558 \ CV EXPL 25-2780
Vonnis van 13 januari 2026
in de zaak van
de naamloze vennootschap ZILVEREN KRUIS ZORGVERZEKERINGEN N.V.,
statutair gevestigd te Leiden,
eisende partij, hierna te noemen: Zilveren Kruis,
gemachtigde: drs. M.D. Brouwer MSc, werkzaam bij Syncasso Gerechtsdeurwaarders,
tegen
[gedaagde] ,
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij, hierna te noemen: [gedaagde],
procederend in persoon.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding- de conclusie van antwoord- de conclusie van repliek- de conclusie van dupliek.
Ten slotte is vonnis bepaald.
2. Het geschil
Zilveren Kruis vordert - samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een hoofdsom van € 943,50, vermeerderd met rente en kosten.
Zilveren Kruis legt aan haar vordering ten grondslag dat tussen haar als zorgverzekeraar en [gedaagde] als verzekeringnemer een zorgverzekeringsovereenkomst tot stand is gekomen en dat [gedaagde] toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de op haar rustende betalingsverplichtingen. [gedaagde] heeft de premies voor de maanden maart 2025 tot en met augustus 2025, ondanks sommatie, onbetaald gelaten. Het gaat om een bedrag van € 156,25 per maand aan premie basisverzekering, in totaal een bedrag van € 943,50 (zes maanden van € 156,25 per maand) plus € 6,00 (zes keer € 1,00 acceptgirotoeslag).
[gedaagde] voert verweer. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat zij geen zorgovereenkomst heeft afgesloten met Zilveren Kruis. CAK heeft op naam van [gedaagde] een zorgverzekering afgesloten maar dit is tegen de wil van [gedaagde] gebeurd.
[gedaagde] stelt verder dat zij, om haar moverende redenen, met ingang van 1 januari 2023 geen zorgverzekering meer heeft. Zij is van mening dat de kwaliteit van de gezondheidzorg te wensen overlaat. Ook de communicatie met diverse instanties laat volgens haar te wensen over.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
3. De beoordeling
Aan de kantonrechter ligt ter beoordeling voor de vraag of [gedaagde] gehouden is tot betaling aan Zilveren Kruis van een bedrag van € 943,50 aan ziektekostenpremie, te vermeerderen met rente en kosten. De kantonrechter overweegt daarover als volgt.
Ten aanzien van het verweer van [gedaagde] dat de zorgverzekering tussen haar en Zilveren Kruis tegen haar wil is afgesloten, overweegt de kantonrechter als volgt.
In de Zorgverzekeringswet (verder Zvw), in samenhang met de Wet Langdurige Zorg, is bepaald (in artikel 2) dat iedereen die in Nederland woont of werkt verplicht is om een zorgverzekering af te sluiten. Dat is anders indien een ontheffing verleend is wegens gemoedsbezwaren (artikel 2, lid 2, onderdeel b, Zvw juncto artikel 64, lid 1, Wet financiering sociale verzekeringen). Gesteld noch gebleken is dat aan [gedaagde] een ontheffing wegens gemoedsbezwaren is verleend. De uitzondering is dus niet van toepassing.
Dat betekent dat de verzekeringsplicht ook voor [gedaagde] geldt en dat zij verplicht is premie te betalen: dit volgt uit artikel 17 Zvw. Het CAK (Centraal Administratie Kantoor) heeft namens de overheid de bevoegdheid om niet-verzekerden te dwingen toch een verzekering af te sluiten. Weigert een niet-verzekerde na herhaalde aanmaningen een verzekering af te sluiten, dan kan het CAK als wettelijk vertegenwoordiger namens die persoon een verzekering afsluiten.
Op grond van de zorgverzekeringsovereenkomst is [gedaagde] gehouden verzekeringspremies te betalen aan Zilveren Kruis. Zilveren Kruis heeft gesteld en voldoende toegelicht dat en welke bedragen over welke periode openstaan. Het gevorderde bedrag van € 943,50 is dan ook verschuldigd.
De gevorderde wettelijke rente zal, als onweersproken en op de wet gegrond, eveneens worden toegewezen.
Zilveren Kruis vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De hoogte van de vordering wordt getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De door de eisende partij verzonden aanmaning voldoet in beginsel aan de in artikel 6:96 lid 6 BW gestelde eisen. Alleen wordt daarin een lager bedrag genoemd dan het bedrag waarop het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten in dit geval eigenlijk recht geeft en dat door Zilveren Kruis in deze procedure wordt gevorderd. Omdat in de aanmaning een lager bedrag wordt genoemd, zal voor wat betreft de gevorderde buitengerechtelijke kosten het in de aanmaning vermelde bedrag, te weten € 72,60 (incl. 21% BTW), worden toegewezen. Het meerdere zal worden afgewezen en [gedaagde] is hierdoor aldus niet in haar belangen geschaad.
Mediation?
[gedaagde] heeft in haar conclusie van dupliek de suggestie gedaan om een mediator in te schakelen. De kantonrechter ziet geen aanleiding om een mediator in te schakelen. Het gaat immers om een zorgverzekering die verplicht is voor een ieder die in Nederland woont of werkt en de verplichting om voor die verzekering premie te betalen.
Aanvullende verzekering?
[gedaagde] heeft aangevoerd dat zij geen aanvullende verzekering heeft afgesloten. Bij conclusie van repliek heeft Zilveren Kruis daarover opgemerkt:
“Eiseres merkt op dat dit een (voorwaardelijk toepasselijke) standaardtekst in de dagvaarding is, voor het geval sprake is van een door de betreffende gedaagde afgesloten aanvullende verzekering (bij Achmea Zorgverzekeringen N.V.). In het onderhavige geval van gedaagde, is er echter geen sprake van een aanvullende verzekering, en dus ook niet van enige overdracht in eigendom. De betreffende standaardtekst kan in die zin worden genegeerd.”
In de dagvaarding staat onder “A. De vordering” te lezen:
“Eiseres meldt dat Achmea Zorgverzekeringen N.V. (hierna te noemen Achmea), gevestigd te Zeist, haar vordering op u, aan eiseres in eigendom heeft overgedragen. Deze vordering heeft betrekking op de aanvullende verzekering(en) die u (via eiseres) bij Achmea heeft afgesloten. In deze zaak zal eiseres de rechter ook vragen u te veroordelen tot het betalen van deze vordering(en).”
De kantonrechter kan zich voorstellen dat het voor [gedaagde] niet direct duidelijk was dat de vordering enkel betrekking had op de basisverzekering en niet ook op een aanvullende verzekering. In de dagvaarding wordt niet vermeld dat dit een voorwaardelijke standaardtekst betreft. De kantonrechter is van oordeel dat het op de weg van Zilveren Kruis had gelegen om dit in de dagvaarding duidelijk te maken. Nu Zilveren Kruis dit niet heeft gedaan, zal voor de dagvaarding een half punt salaris gemachtigde voor rekening van Zilveren Kruis blijven.
De proceskosten
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Zilveren Kruis Zorgverzekeringen worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
146,14
- griffierecht
€
340,00
- salaris gemachtigde
€
202,50
(1,5 punten × € 135,00)
- nakosten
€
67,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
756,14
4. De beslissing
De kantonrechter:
veroordeelt [gedaagde] om aan Zilveren Kruis te betalen een bedrag van € 1.033,26 (€ 943,50 + € 17,16 + € 72,60), te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 943,50, met ingang van 9 september 2025, tot de dag van volledige voldoening,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 756,14, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen te Enschede door mr. A.M.S. Kuipers en in het openbaar uitgesproken op 13 januari 2026.