RECHTBANK OVERIJSSEL
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zwolle
Zaaknummer: 12310464 \ CV EXPL 26-2294
Vonnis in kort geding van 24 september 2026
in de zaak van
WONINGSTICHTING SWZ,
te Zwolle,
eisende partij,
hierna te noemen: Woningstichting SWZ,
gemachtigde: mr. B.J. van den Berg,
tegen
[gedaagde] ,
te [woonplaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
niet verschenen.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,- de mondelinge behandeling van 10 september 2026 waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2. Het geschil
Woningstichting SWZ vordert samengevat - uitvoerbaar bij voorraad,
Primair:
[gedaagde] te veroordelen de woning aan [adres] binnen veertien dagen te ontruimen,
Subsidiair:
A. Woningstichting SWZ te machtigen om, steeds wanneer [gedaagde] in gebreke is gebleven en zolang [gedaagde] huurder van de woning is, voor rekening van [gedaagde] de door hem van Woningstichting SWZ gehuurde woning, te laten reinigen en daar waar nodig vloer-, muur- en/of plafonddelen te laten slopen en vervangen, zodat de ruimtes volledig toegankelijk en schoon en zonder stank zijn en deze ruimtes kunnen worden gebruikt voor hun woondoeleinden,
[gedaagde] te veroordelen om de dringende werkzaamheden onder A. te gedogen en daaraan zijn medewerking te verlenen, waaronder het verschaffen van toegang tot de woning,
[gedaagde] te veroordelen om alle kosten die samenhangen met het (laten) verrichten van de werkzaamheden onder A. aan Woningstichting SWZ te betalen,
[gedaagde], wanneer hij niet vrijwillig aan de onder B. opgenomen veroordeling voldoet, te veroordelen de woning tijdelijk voor de duur van de noodzakelijke werkzaamheden te verlaten,
Zowel primair als subsidiair:
[gedaagde] te veroordelen in de proceskosten.
Woningstichting SWZ legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] zich niet als goed huurder gedraagt omdat zijn woning ernstig vervuild is en hij daardoor stankoverlast veroorzaakt voor zijn buren, die ook huurder zijn van Woningstichting SWZ. Ook brengt [gedaagde] schade toe aan het gehuurde omdat de stank in de vloeren en muren is getrokken, waardoor Woningstichting SWZ hoge kosten zal moeten maken voor reiniging van de woning. Woningstichting SWZ heeft naar aanleiding van het kort geding vonnis van de rechtbank Overijssel, locatie Zwolle, van 26 september 2024, de woning eerder grondig laten reinigen terwijl [gedaagde] elders verbleef. [gedaagde] is in januari 2025 teruggekeerd naar de woning en vanaf 2026 ontving Woningstichting SWZ opnieuw klachten van omwonenden over stankoverlast. Omdat [gedaagde] elke vorm van contact en zorg mijdt, is de situatie volgens Woningstichting SWZ onhoudbaar en zal [gedaagde] het gehuurde moeten verlaten.
3. De beoordeling
Verstek
De kantonrechter heeft tijdens de mondelinge behandeling geconstateerd dat [gedaagde] niet is verschenen. Omdat de bij dagvaarding voorgeschreven termijnen en formaliteiten in acht zijn genomen, is tijdens de mondelinge behandeling verstek tegen [gedaagde] verleend. Dat brengt op grond van artikel 139 Rv mee dat de kantonrechter de vorderingen van Woningstichting SWZ zal toewijzen, tenzij deze haar onrechtmatig of ongegrond voorkomen.
Woningstichting SWZ heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat de stankoverlast die [gedaagde] veroorzaakt dusdanig ernstig is dat Woningstichting SWZ een spoedeisend belang bij haar vordering heeft en van haar niet gevergd kan worden dat zij een bodemprocedure afwacht. De vordering tot ontruiming komt de kantonrechter gelet op wat Woningstichting SWZ heeft aangevoerd, niet ongegrond of onrechtmatig voor en zal daarom worden toegewezen.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Woningstichting SWZ worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
€
153,02
- griffierecht
€
139,00
- salaris gemachtigde
€
577,00
- nakosten
€
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
941,02
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
4. De beslissing
De kantonrechter
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis de woning aan [adres] te ontruimen met alle daarin aanwezige personen en zaken, tenzij deze zaken van Woningstichting SWZ zijn, en de sleutels af te geven aan Woningstichting SWZ,
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 941,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW als de proceskosten niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.W. Eshuis en in het openbaar uitgesproken op 24 september 2026.