RECHTBANK OVERIJSSEL
Team Strafrecht
Meervoudige kamer
Zittingsplaats Zwolle
Parketnummer: 08.335237.25 (P)
Datum vonnis: 6 oktober 2026
Vonnis op tegenspraak in de zaak van de officier van justitie tegen:
[verdachte] ,
geboren op [geboortedatum] 2005 in [geboorteplaats],
wonende aan de [woonplaats].
1. Het onderzoek op de terechtzitting
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de openbare terechtzitting van 22 september 2026.
De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie en van wat door verdachte en zijn raadsman mr. R.W. van Faassen, advocaat in Zwolle, naar voren is gebracht.
Ook heeft de rechtbank kennis genomen van de namens [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] voorgedragen slachtofferverklaringen en van wat namens de benadeelde partijen door mr. K.D. Regter, advocaat in Heerlen, is aangevoerd.
2. De tenlastelegging
De verdenking komt er, kort en zakelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1: op 23 maart 2025 in Zwolle samen met anderen meerdere goederen van
[slachtoffer 1] heeft weggenomen. terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van (bedreiging met) geweld (feit 1 primair), dan wel dat hij samen met anderen [slachtoffer 1] heeft mishandeld (feit 1 subsidiair);
feit 2: op 23 maart 2025 in Zwolle samen met anderen meerdere goederen van
[slachtoffer 2] heeft weggenomen. terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van (bedreiging met) geweld (feit 2 primair), dan wel dat hij samen met anderen [slachtoffer 2] heeft mishandeld (feit 2 subsidiair);
Voluit luidt de tenlastelegging aan verdachte, dat:
feit 1 primair hij op of omstreeks 23 maart 2025 te Zwolle tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, enig geldbedrag, een Samsung Galaxy A25, een telefoonoplader, OV-kaart, identiteitskaart, een zilveren ring en/of twee sleutels, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 1] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 1] - meermalen in het gezicht en/of tegen het hoofd, althans tegen het lichaam, te slaan en/of - meermalen in het gezicht en/of tegen het hoofd, althans tegen het lichaam, te schoppen en/of - met een mes in de rug, althans in het lichaam, te steken; ( art 310 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 1 Wetboek van Strafrecht, art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht )
feit 1 subsidiair
hij op of omstreeks 23 maart 2025 te Zwolle tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer 1] heeft mishandeld door die [slachtoffer 1] - meermalen in het gezicht en/of tegen het hoofd, althans tegen het lichaam, te slaan en/of - meermalen in het gezicht en/of tegen het hoofd, althans tegen het lichaam, te schoppen.
feit 2 primair hij op of omstreeks 23 maart 2025 te Zwolle tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, vijf euro, een pakje sigaretten, een iPhone 13, AirPods en/of een identiteitskaart, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan [slachtoffer 2], in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door die [slachtoffer 2] - een mes te tonen en/of een mes tegen de buik te drukken en (hierbij) te zeggen dat die [slachtoffer 2] moest blijven staan en/of - meermalen in het gezicht en/of de ribben en/of de buik, althans tegen het lichaam, te slaan;
feit 2 subsidiair hij op of omstreeks 23 maart 2025 te Zwolle tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] meermalen in het gezicht en/of de ribben en/of de buik, althans tegen het lichaam, te slaan.
3. De bewijsmotivering
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat verdachte wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs integraal moet worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank acht niet bewezen wat aan verdachte is ten laste gelegd, zodat zij hem daarvan zal vrijspreken. De rechtbank overweegt daartoe het volgende.
Verdachte heeft verklaard dat hij enkel aanwezig is geweest in de steeg waar de onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde feiten plaatsvonden, maar dat hij niets heeft gedaan. Dit wordt bevestigd door de verklaring van [getuige]. [slachtoffer 2] heeft verklaard dat verdachte wel actief heeft deelgenomen aan de onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde (gewelds)handelingen. De verklaring van [slachtoffer 1] vindt geen steun in ander bewijs. De rechtbank is daarom van oordeel dat op grond van het procesdossier en het verhandelde ter terechtzitting onvoldoende wettig bewijs voorhanden is om vast te kunnen stellen dat verdachte een zodanige bijdrage heeft geleverd aan de onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde feite dat hij als medepleger moet worden gezien. Verdachte zal daarom integraal van het ten laste gelegde worden vrijgesproken.
4. De schade van de benadeelden
Verdachte wordt volledig van het ten laste gelegde vrijgesproken. De rechtbank zal [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] als benadeelde partijen daarom op grond van artikel 361, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering niet-ontvankelijk verklaren in de vorderingen tot schadevergoeding en bepalen dat zij en verdachte ieder de eigen kosten dragen, die ten aanzien van de vorderingen zijn gemaakt.
5. De beslissing
De rechtbank:
vrijspraak
- verklaart niet bewezen dat verdachte het onder feit 1 en feit 2 ten laste gelegde heeft begaan en spreekt hem daarvan integraal vrij;
de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
- bepaalt dat de benadeelde partij in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering;
- bepaalt dat de benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten dragen, die ten aanzien van deze vordering zijn gemaakt;
de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]
- bepaalt dat de benadeelde partij in het geheel niet-ontvankelijk is in de vordering;
- bepaalt dat de benadeelde partij en verdachte ieder de eigen kosten dragen, die ten aanzien van deze vordering zijn gemaakt.
Dit vonnis is gewezen door mr. J. van Bruggen, voorzitter, mr. A. van Holten en
mr. W.B. Bruins, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.G. Drent, griffier, en in het
openbaar uitgesproken op 6 oktober 2026.