ECLI:NL:RBOVE:2026:6034

ECLI:NL:RBOVE:2026:6034

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 30-09-2026
Datum publicatie 08-10-2026
Zaaknummer C/08/350156 / KG ZA 26-181
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

Toewijzing vordering op grond van artikel 4:78 BW tot het verstrekken van stukken voor de berekening van de legitieme portie

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: C/08/350156 / KG ZA 26-181

Vonnis in kort geding van 30 september 2026

in de zaak van

1.[bewindvoerder],

wonende te [woonplaats 1] ,

in haar hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van

[eiser] , wonende te [woonplaats 2] ,

2. [eiser] , voornoemd,

eisende partij,

advocaat: mr. W.B. Brusse,

[bewindvoerder] en [eiser] hierna respectievelijk te noemen:

de bewindvoerder en [eiser] ,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats 3] ,

gedaagde partij,

hierna te noemen: [gedaagde] ,

advocaat: mr. J.A.A.M. Rupert.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding- de mondelinge behandeling van 16 september 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

2. De feiten

[eiser] en [gedaagde] zijn de (enige) kinderen van de heer [de vader] (hierna: de vader) en mevrouw [de moeder] (hierna: de moeder). De vader is overleden op [overlijdensdatum 1] 2021 en de moeder op [overlijdensdatum 2] 2024. De vader en de moeder hebben beiden bij testament van 29 oktober 2021 over hun nalatenschappen beschikt en daarbij beiden [eiser] onterfd. In beide testamenten is de partner tot executeur benoemd en voor het geval de partner de executeursbenoeming niet kan of wil aanvaarden [gedaagde] .

Bij brief van 4 april 2024 schrijft mr. [naam] , notaris te [vestigingsplaats] onder meer aan [eiser] :

Indien u een beroep wilt doen op u legitieme portie, dan kunt u dat melden bij de executeur. In de kopie van het testament, dat ik heb bijgevoegd, kunt u lezen dat uw zus tot executeur is benoemd. Zij dient vervolgens openheid van zaken te geven omtrent de omvang en samenstelling van de nalatenschappen van uw ouders, zodat daarmee ook de omvang van de legitieme portie kan worden berekend.

De advocaat van [eiser] heeft namens hem bij aangetekende en door de deurwaarder betekende brieven van 5 en 10 december 2024 aan [gedaagde] een beroep gedaan op zijn legitieme portie in de nalatenschappen van de vader en de moeder. Hierin is [gedaagde] verzocht om de noodzakelijke informatie te verstrekken voor het berekenen van de legitieme porties. Tevens is vermeld dat zij ook een notaris kan inschakelen.

De toenmalige advocaat van [gedaagde] heeft bij e-mail van 7 januari 2025 bericht op dat moment niet bereid te zijn om de verzochte gegevens te verstrekken.

Bij beschikking van 17 december 2025 is de echtgenote van [eiser] ,

[bewindvoerder] , tot bewindvoerder benoemd over het vermogen van [eiser] . De advocaat van de bewindvoerder heeft bij aangetekende en door de deurwaarder betekende brief van 11 mei 2026 aan [gedaagde] nogmaals een beroep gedaan op de legitieme portie van [eiser] in de nalatenschappen van de vader en de moeder. Hierin is wederom verzocht om de noodzakelijke informatie te verstrekken voor het berekenen van de legitieme porties en vermeld dat zij een notaris in kan schakelen.

Bij mailbericht van 2 juni 2026 schrijft [gedaagde] voor zover van belang aan de advocaat van de bewindvoerder:

In antwoord op uw onderstaande e-mail bericht ik u dat de afwikkeling van de nalatenschappen in handen is van de notaris.

Daarnaast heb ik de belangenbehartiging voor deze zaak inmiddels overgedragen aan een advocaat. De inhoudelijke afspraken met zowel de notaris als mijn advocaat staan gepland op 9 juni aanstaande. (…)

Direct na de geplande besprekingen met mijn adviseurs zal ik u uiterlijk op vrijdag 19 juni 2026 een inhoudelijke reactie doen toekomen.

De toenmalige advocaat van [gedaagde] heeft bij e-mail van 19 juni 2026 hierop voor zover van belang als volgt gereageerd:

(…) Ik heb cliënte uitgelegd dat, nu er formeel aanspraak is gemaakt op de legitieme portie, er het recht bestaat op informatie om de hoogte van de legitieme portie te kunnen bepalen. Zij was zich hiervan tot aan ons gesprek niet bewust. Zij zal nu dan ook de door u gevraagde informatie gaan verzamelen (…). Daar komt bij dat cliënte een zware tijd achter de rug heeft en nog altijd kampt zij dagelijks met de gevolgen hiervan. Ik vraag u ook in dat kader om begrip dat de aanlevering van de gevraagde informatie mogelijk iets langer de tijd kost, ook dan zij zelf zou willen overigens.

Ik bericht u zodra ik (een deel van de) gevraagde informatie heb ontvangen.

3. Het geschil

De bewindvoerder vordert uitvoerbaar bij voorraad:I. [gedaagde] te veroordelen om binnen twee weken na betekening van dit vonnis dan wel binnen een andere in goede justitie te bepalen termijn het volgende aan de bewindvoerder te verstrekken: a. een volledige en verifieerbare boedelbeschrijving van de nalatenschappen van de vader en de moeder en als deze (nog) niet zijn opgemaakt hiertoe een notaris binnen twee weken na betekening van het vonnis opdracht te geven dan wel zelf binnen een maand na betekening van het vonnis een volledige en verifieerbare boedelbeschrijving op te maken, b. alle onderliggende bewijsstukken van de bezittingen en schulden vermeld in de boedelbeschrijvingen onder a., waaronder in ieder geval de aanwezige taxatierapporten of andere bewijsstukken van de waarde van de bezittingen van de vader en de moeder op het moment van hun overlijden, c. een opgave van de verkoopopbrengst van alle na het overlijden van de vader en de moeder verkochte bezittingen van de vader en de moeder met een kopie van de koopovereenkomst of een ander verkoopbewijs of een bewijs van ontvangst van de verkoopprijs, waaruit eveneens valt af te leiden aan wie deze bezittingen zijn verkocht, d. een overzicht van alle betaal-, spaar- en/of beleggingsrekeningen van de vader en de moeder in Nederland en in het buitenland in de periode vijf jaren voor hun overlijden met vermelding van de saldi op de overlijdensdatum, e. kopieën van de bankafschriften van de betreffende betaal-, spaar- en/of beleggingsrekeningen of een vergelijkbaar overzicht van alle mutaties op deze betaal-, spaar- en/of beleggingsrekeningen over de periode vijf jaren voor het overlijden van de vader en de moeder, f. aangiften inkomstenbelasting van de vader en de moeder over de drie jaren voorafgaande aan hun overlijden en van het jaar van hun overlijden, g. aangifte erfbelasting van de nalatenschappen van de vader en de moeder, h. een opgave van alle schenkingen en giften die de vader en de moeder aan [gedaagde] hebben gedaan in de tien jaren voor hun overlijden met een waarde hoger dan € 200,-,i. een afschrift van de akte van huwelijkse voorwaarden voorzover opgemaakt,II. aan het gevorderde onder I een dwangsom te verbinden van € 500,- per dag voor iedere dag dat gedaagde in gebreke blijft aan dit vonnis te voldoen met een maximum van € 25.000,-,III. veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten inclusief rente.

De bewindvoerder legt aan de vordering samengevat het volgende ten grondslag.

[gedaagde] is in de testamenten van de vader en de moeder tot enig erfgenaam benoemd en [eiser] is daarin onterfd. Om de legitieme porties in de nalatenschappen van de vader en de moeder te kunnen berekenen dient op grond van artikel 4:65 BW de waarde van de legitimaire massa van deze nalatenschappen te worden bepaald. Op grond van artikel 4:78 BW heeft een legitimaris jegens de erfgenamen en de executeur recht op informatie voor de berekening van zijn legitieme portie. De moeder en [gedaagde] waren op grond van de beide testamenten in hun hoedanigheid van executeur verplicht tot het opmaken van een volledige boedelbeschrijving met een staat van schulden van de nalatenschappen. Ook al zouden zij hun benoeming niet hebben aanvaard dan mag van hen als erfgenaam worden verwacht dat een boedelbeschrijving wordt opgemaakt, omdat dit het enige middel is voor eisers om de omvang van de nalatenschappen te kunnen vaststellen en controleren. Indien een boedelbeschrijving is opgemaakt dan dient hiervan een afschrift te worden verstrekt. Indien geen boedelbeschrijving is opgemaakt dan dient deze alsnog opgemaakt te worden door [gedaagde] of door een door haar in te schakelen notaris. [gedaagde] werkt niet mee aan het overleggen van informatie voor de berekening van de legitieme porties, terwijl zij door haar eigen advocaat gewezen is op deze verplichting. Zij heeft ook nog geen (boedel)notaris ingeschakeld. Op grond van artikel 4:78 BW vordert de bewindvoerder dat [gedaagde] de in de vordering vermelde informatie verstrekt. Nu er geen reden is om te veronderstellen dat [gedaagde] alsnog vrijwillig gevolg geeft aan het verstrekken van de noodzakelijke informatie dient er een dwangsom opgelegd te worden.

[gedaagde] voert verweer en voert het volgende aan. [gedaagde] geeft toe dat de stukken moeten worden overgelegd, maar alleen de stukken in het kader van de nalatenschap van de moeder. De moeder was de langstlevende en zij heeft de nalatenschap van de vader afgewikkeld. Er kan daarom niet worden verlangd dat de stukken in het kader van de nalatenschap van de vader overgelegd moeten worden. [gedaagde] is bereid de stukken over te leggen, maar zij heeft daarvoor een langere termijn van ongeveer twee tot drie maanden nodig. De gevorderde dwangsom dient volgens haar afgewezen te worden.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Vast staat dat [gedaagde] tot op heden niet heeft meegewerkt aan het overleggen van de door de bewindvoerder gevraagde informatie. Onweersproken stelt de bewindvoerder dat banken gegevens met betrekking tot de bankrekeningen veelal niet langer dan vijf tot zeven jaar bewaren. Volgens haar begint daarom de tijd te dringen en wordt het lastiger om deze maar ook andere gegevens boven tafel te krijgen. Daarmee is het spoedeisend belang bij de vorderingen voldoende gegeven.

Op grond van artikel 4:78 BW kan een legitimaris die erfgenaam is tegenover de erfgenamen en de executeurs aanspraak maken op inzage en een afschrift van alle bescheiden die hij voor de berekening van zijn legitieme portie behoeft. Er is een beroep op de legitieme portie gedaan door [eiser] en zijn bewindvoerder in de nalatenschappen van de vader en de moeder. De bewindvoerder heeft gesteld dat de vader en de moeder beiden in hun testament [gedaagde] tot enig erfgenaam hebben benoemd en dit is niet, althans onvoldoende weersproken door [gedaagde] . Daarom kan de bewindvoerder, zoals zij stelt, bij [gedaagde] aanspraak maken op het verstrekken van alle bescheiden die voor de berekening van de legitieme porties van [eiser] in de nalatenschappen van de vader en de moeder noodzakelijk zijn. Uit artikel 4:65 BW volgt dat de legitieme porties worden berekend over de waarde van de goederen van de nalatenschap, welke waarde wordt vermeerderd met de bij deze berekening in aanmerking te nemen giften en verminderd met de schulden, vermeld in artikel 7 lid 1 onder a tot en met c en f. In artikel 4:67 BW is bepaald welke giften bij de berekening van de legitieme portie in aanmerking moeten worden genomen. [gedaagde] heeft niet betwist dat de bewindvoerder in dat verband over de gevorderde informatie moet kunnen beschikken en zij heeft de vorderingen en de daarin onder I.d. tot en met f. en h. vermelde perioden waarover deze stukken dienen te worden overgelegd ook niet specifiek weersproken. Ook is door haar niet onderbouwd betwist dat zij als erfgenaam of executeur boedelbeschrijvingen dient op te maken om de omvang van de nalatenschappen te kunnen vaststellen en controleren. De te verstrekken stukken kunnen daarom zoals gevorderd worden toegewezen.

Nu [gedaagde] in deze procedure haar bereidheid heeft getoond om de door de bewindvoerder gevorderde stukken te verstrekken maar nog onduidelijk is over welke stukken zij thans beschikt of de beschikking kan krijgen, ziet de voorzieningenrechter op dit moment nog geen aanleiding om een dwangsom op te leggen. Dit kan anders worden wanneer blijkt dat [gedaagde] weigerachtig blijft om de nodige informatie te verstrekken.

[gedaagde] zal zich dienen in te spannen om de betreffende stukken over te leggen en zo nodig te verkrijgen. Mocht zij bepaalde stukken niet kunnen verstrekken dan zal zij aan de bewindvoerder dienen uit te leggen waarom dit niet kan.

De bewindvoerder is ter zitting akkoord gegaan met een verlenging van de termijn tot één maand na betekening van het vonnis voor het overleggen van de stukken en voor het opdracht geven aan een notaris. [gedaagde] heeft een nog langere termijn onvoldoende nader onderbouwd. Zij stelt in dit verband dat zij meer tijd nodig heeft vanwege een burn-out. De bewindvoerder heeft daartegen ingebracht dat de vordering ook de mogelijkheid biedt om binnen de gevorderde termijn een notaris in te schakelen en dat de vordering niet behelst dat deze notaris de boedelbeschrijvingen al binnen de gevorderde termijn klaar dient te hebben. [gedaagde] heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dat zij inmiddels weet welke notaris zij hiervoor wil benaderen. De advocaat van de bewindvoerder heeft al op 5 december 2024 om de noodzakelijke bescheiden bij [gedaagde] gevraagd. Nu ondertussen de toenmalige advocaat van [gedaagde] bij e-mail van 19 juni 2026 ook heeft bericht dat [gedaagde] de gevraagde informatie zou gaan verzamelen, zal een termijn van één maand na betekening van het vonnis worden toegewezen voor het overleggen van de stukken en voor het opdracht geven aan een notaris.

[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van de bewindvoerder worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

153,02

- griffierecht

€

341,00

- salaris advocaat

€

760,00

- nakosten

€

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.443,02

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter

veroordeelt [gedaagde] om binnen één maand na betekening van dit vonnis het volgende aan de bewindvoerder te verstrekken: a. een volledige en verifieerbare boedelbeschrijving van de nalatenschappen van de vader en de moeder en als deze (nog) niet zijn opgemaakt hiertoe binnen één maand na betekening van het vonnis een notaris opdracht te geven dan wel zelf binnen één maand na betekening van het vonnis een volledige en verifieerbare boedelbeschrijving op te maken, b. alle onderliggende bewijsstukken van de bezittingen en schulden vermeld in de boedelbeschrijvingen onder a., waaronder in ieder geval de aanwezige taxatierapporten of andere bewijsstukken van de waarde van de bezittingen van de vader en de moeder op het moment van hun overlijden, c. een opgave van de verkoopopbrengst van alle na het overlijden van de vader en de moeder verkochte bezittingen van de vader en de moeder met een kopie van de koopovereenkomst of een ander verkoopbewijs of een bewijs van ontvangst van de verkoopprijs, waaruit eveneens valt af te leiden aan wie deze bezittingen zijn verkocht, d. een overzicht van alle betaal-, spaar- en/of beleggingsrekeningen van de vader en de moeder in Nederland en in het buitenland in de periode vijf jaren voor hun overlijden met vermelding van de saldi op de overlijdensdatum, e. kopieën van de bankafschriften van de betreffende betaal-, spaar- en/of beleggingsrekeningen of een vergelijkbaar overzicht van alle mutaties op deze betaal-, spaar- en/of beleggingsrekeningen over de periode vijf jaren voor het overlijden van de vader en de moeder, f. aangiften inkomstenbelasting van de vader en de moeder over de drie jaren voorafgaande aan hun overlijden en van het jaar van hun overlijden, g. aangifte erfbelasting van de nalatenschappen van de vader en de moeder, h. een opgave van alle schenkingen en giften die de vader en de moeder aan [gedaagde] hebben gedaan in de tien jaren voor hun overlijden met een waarde hoger dan € 200,-,i. een afschrift van de akte van huwelijkse voorwaarden voorzover opgemaakt,

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 1.443,02, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.E. Zweers en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand