ECLI:NL:RBOVE:2026:6214

ECLI:NL:RBOVE:2026:6214

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 16-10-2026
Datum publicatie 16-10-2026
Zaaknummer 12376956 \ CV EXPL 26-3105
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

Kort geding. Ontruiming. Overlast.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Zwolle

Zaaknummer: 12376956 \ CV EXPL 26-3105

Vonnis in kort geding van 16 oktober 2026

in de zaak van

Woonstichting De Marken,

te Schalkhaar,

eisende partij,

hierna genoemd: ‘De Marken’,

gemachtigde: mr. R. Boekhoff,

tegen

Stichting Bureau Degen, in haar hoedanigheid van bewindvoerder van [betrokkene],

te Deventer,

gedaagde partij,

hierna genoemd: ‘de bewindvoerder’ en ‘ [betrokkene] ’,

gemachtigde: mr. V.W.J.H. Kobossen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 9 september 2026, - de aanvullende producties van De Marken.

De zaak is mondeling behandeld op de zitting van 2 oktober 2026. Daarbij was [naam] aanwezig namens De Marken, met gemachtigde mr. Boekhoff. Verder was de bewindvoerder aanwezig met gemachtigde mr. Kobossen. [betrokkene] was niet op de zitting aanwezig. Mr. Kobossen heeft spreekaantekeningen voorgedragen en de griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat verder is besproken.

2. De kern

De Marken is een woningcorporatie. Zij verhuurt sinds 16 januari 2024 de woning aan de [adres] aan [betrokkene] . [betrokkene] is een alleenstaande vrouw van 59 jaar, die onder bewind staat van gedaagde. Zij ontvangt hulpverlening vanuit ggz-instelling Dimence. Het gehuurde betreft een appartement in een seniorencomplex. De andere bewoners van het wooncomplex zijn ook huurders van De Marken. De Marken eist dat [betrokkene] de woning ontruimt, waartoe zij onder meer aanvoert dat [betrokkene] ernstige overlast veroorzaakt. De bewindvoerder voert verweer en vraagt om de eis af te wijzen. De kantonrechter wijst de vordering toe, maar bepaalt wel een langere ontruimingstermijn dan gevorderd. Dit wordt hierna uitgelegd.

3. De beoordeling

De Marken heeft de ontruimingsvordering terecht ingesteld tegen de bewindvoerder als formele procespartij, en niet tegen [betrokkene] zelf. Dat neemt niet weg dat de kantonrechter op de zitting graag met [betrokkene] zelf had gesproken. Het gaat immers om haar huurwoning. [betrokkene] is echter niet op de zitting verschenen. De bewindvoerder en zijn gemachtigde hebben toegelicht dat [betrokkene] wel van plan was om naar de zitting te komen, maar dat dit niet is gelukt vanwege een paniekaanval. Desgevraagd heeft de gemachtigde van de bewindvoerder aangegeven geen aanhoudingsverzoek te doen. De kantonrechter heeft besloten om de zitting door te laten gaan buiten aanwezigheid van [betrokkene] . Tegenover het belang van [betrokkene] om op de zitting aanwezig te zijn staan de belangen van De Marken en de andere bewoners van het complex. Die belangen verzetten zich tegen uitstel van de zitting, zoals de gemachtigde van De Marken heeft toegelicht. Het belang van [betrokkene] is ter zitting behartigd door de bewindvoerder en zijn gemachtigde. Verder weegt mee dat niet zeker is of het [betrokkene] zou zijn gelukt om een volgende keer wel op de zitting aanwezig te zijn als die zou zijn uitgesteld.

De bewindvoerder betoogt dat De Marken niet-ontvankelijk moet worden verklaard in haar eis, omdat De Marken hem veel te laat bij de voorliggende kwestie heeft betrokken. De bewindvoerder licht toe tot aan het opvragen van de verhinderdata niets van De Marken te hebben vernomen, terwijl hij direct op de hoogte gesteld had moeten worden van de klachten waar deze procedure om draait. Volgens de bewindvoerder is [betrokkene] hierdoor ernstig benadeeld, omdat hij voorafgaand aan deze procedure niet heeft kunnen ingrijpen.

De kantonrechter oordeelt dat hoewel het ongelukkig is dat de bewindvoerder niet eerder bij deze kwestie is betrokken, dit er niet toe leidt dat de vordering van De Marken moet worden afgewezen. De Marken heeft op de zitting toegelicht dat zij door een systeemfout pas kort voor het moment van dagvaarden bekend werd met het bewind. Er zijn geen aanwijzingen dat de positie van de bewindvoerder moedwillig is genegeerd. Niet ter discussie staat dat toen De Marken bekend raakte met het bewind, zij direct telefonisch contact heeft opgenomen met de bewindvoerder. Zij heeft toen uitgebreid uitgelegd waar de kwestie over gaat en aangeboden om alle relevante correspondentie toe te sturen. Volgens De Marken heeft de bewindvoerder daarop geantwoord dat hij de correspondentie niet hoefde te ontvangen, en dat hij gelet op de ernst van de klachten en de betrokkenheid van Dimence toch geen verschil had kunnen maken. De bewindvoerder heeft dat op de zitting niet ontkend. Wel tekende de bewindvoerder daarbij aan dat hij tijdens het telefoongesprek is afgegaan op de mededelingen van De Marken en dat hij het dossier nog niet had gelezen. Dat De Marken hem een verkeerde voorstelling heeft gegeven, heeft de bewindvoerder echter niet gesteld. Hij heeft ook niet verklaard dat hij, bij nader inzien, concrete aanleiding ziet om aan te nemen dat zijn optreden, naast de hulpverlening van Dimence, wel verschil had kunnen maken in deze kwestie. Tot slot heeft de bewindvoerder ook niet betoogd dat hij is belemmerd in de mogelijkheid om verweer te voeren. In het licht van de belangen van De Marken en de andere huurders, vormt de late betrokkenheid van de bewindvoerder daarom onvoldoende grond om De Marken haar vordering te ontzeggen.

Toetsingskader

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. De kantonrechter moet daarom eerst beoordelen of De Marken bij die voorziening een spoedeisend belang heeft. Daarnaast moet beoordeeld worden of de vordering in een bodemprocedure een zodanige kans van slagen heeft, dat vooruitlopend daarop toewijzing van de voorlopige voorziening gerechtvaardigd is. Daarbij moet het belang dat De Marken bij de ontruimingsvordering heeft worden afgewogen tegen het belang van [betrokkene] om in het gehuurde te kunnen blijven wonen.

Een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming is een maatregel die diep ingrijpt in het gebruiksrecht van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet grote terughoudendheid worden betracht, omdat er in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een diepgaand onderzoek naar bestreden feiten en omdat een ontruiming in kort geding vergaande en vaak onomkeerbare gevolgen heeft. Een dergelijke vordering kan daarom alleen worden toegewezen als in hoge mate waarschijnlijk is dat de bodemrechter, in een eventuele bodemprocedure, de vordering zal toewijzen.

Spoedeisend belang

De Marken heeft voldoende spoedeisend belang bij haar ontruimingsvordering. Gelet op de ernst van de gestelde overlast kan niet van De Marken worden verlangd dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht.

De ontruimingsvordering

De vordering tot ontruiming wordt toegewezen. Dit wordt hierna toegelicht.

De kantonrechter acht het in hoge mate waarschijnlijk dat een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden toegewezen. De Marken heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat [betrokkene] al geruime tijd structureel ernstige overlast veroorzaakt voor omwonenden. De overlast bestaat onder andere uit schreeuwen, krijsen, stampen, bonken op muren en met een stok slaan op voorwerpen. Verder gooit [betrokkene] spullen uit haar woning naar beneden, wat gevaarlijke situaties oplevert. [betrokkene] vertoont ook onvoorspelbaar en agressief gedrag. Zo heeft zij een medewerkster van De Marken op de arm geslagen. De overlast is begonnen in april 2026 en komt zeer regelmatig voor. De geluidshinder vindt niet alleen overdag plaats, maar ook in de avond en de nachtelijke uren. De Marken heeft de overlast uitgebreid onderbouwd aan de hand van, onder meer, schriftelijke verklaringen van een tiental omwonenden, interne klachtregistraties, klachtmails en video- en geluidsfragmenten. De overlastmeldingen vinden steun in elkaar en laten eenzelfde overlastbeeld zien. De kantonrechter gaat dan ook niet mee in het betoog van de bewindvoerder dat de klachten (deels) ongegrond of overtrokken zijn. [betrokkene] heeft gelet op het voorgaande niet voldaan aan haar verplichtingen om zich als een goed huurder te gedragen, ook richting medewerkers van De Marken, en geen overlast te veroorzaken aan omwonenden. Deze verplichtingen volgen uit de Algemene Huurvoorwaarden die op de huurovereenkomst van toepassing zijn en ook uit de wet (artikel 7:213 BW).

De door De Marken ingebrachte stukken laten zien dat de impact van het wangedrag van [betrokkene] op een groot aantal andere, hoofdzakelijk bejaarde bewoners in het wooncomplex groot is. Zij verklaren zich angstig te voelen binnen de muren van hun eigen woning en ook bang te zijn om naar buiten te gaan. Enkelen melden zelfs dat zij hun woning tijdelijk zijn ontvlucht. De Marken heeft als verhuurder niet alleen een verantwoordelijkheid tegenover [betrokkene] , maar ook tegenover de andere bewoners van het complex, die ook van haar huren. Een van de taken van De Marken is het zorgen voor een rustig en veilig woongenot van haar huurders. Nu De Marken al een tijdlang veelvuldig is geconfronteerd met klachten van omwonenden, is zij gehouden om stappen te ondernemen om een einde aan de overlast te maken. Verder moet De Marken erop kunnen vertrouwen dat haar personeel niet agressief wordt behandeld.

De kantonrechter ziet geen reëel perspectief dat de situatie op korte termijn zal verbeteren. Uit de stukken is op te maken dat De Marken heeft geprobeerd het gedrag van [betrokkene] bij te sturen door gesprekken met haar te voeren. [betrokkene] heeft ook verschillende waarschuwingen ontvangen, waarbij zij erop gewezen is dat haar huurovereenkomst kan worden beëindigd als de overlast aanhoudt. Dit alles heeft echter geen effect gehad. Vele huisbezoeken van politie en hulpverlening hebben ook niet geleid tot vermindering van de overlast. Hetzelfde geldt voor een recente klinische opname, die kennelijk voortijdig is afgebroken wegens wangedrag van [betrokkene] . Ook nadat de dagvaarding was uitgebracht heeft De Marken nog diverse overlastmeldingen ontvangen.

Het belang van [betrokkene] bij het voortgezette gebruik van het gehuurde is groot. Een ontruiming zal ingrijpende gevolgen voor haar hebben, zeker gelet op haar psychische kwetsbaarheid. De bewindvoerder heeft daarbij toegelicht dat [betrokkene] geen sociaal vangnet heeft, dat er geen alternatieve woonplek voorhanden is en dat [betrokkene] bij ontruiming waarschijnlijk is aangewezen op de daklozenopvang. Toch is de kantonrechter van oordeel dat het belang van De Marken in dit geval zwaarder moet wegen. Er is sprake van een onhoudbare situatie. Onder de gegeven omstandigheden kan niet van De Marken worden verlangd om aan [betrokkene] nog langer huurgenot te verschaffen, terwijl het woongenot van andere bewoners al lange tijd ernstig wordt verstoord door de overlast die [betrokkene] veroorzaakt.

Ontruimingstermijn

De kantonrechter ziet in de omstandigheden van [betrokkene] wel aanleiding om een langere ontruimingstermijn te bepalen dan gevorderd. De ontruimingstermijn wordt bepaald op vier weken na betekening van dit vonnis, in plaats van de gevraagde zeven dagen.

Proceskosten

De kantonrechter ziet aanleiding de proceskosten te compenseren, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt. Doordat de bewindvoerder pas in een zeer laat stadium door De Marken op de hoogte is gesteld van deze kwestie, heeft hij geen redelijke gelegenheid gehad om te proberen deze procedure te voorkomen.

Uitvoerbaar bij voorraad

Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. De belangen van [betrokkene] om in de woning te kunnen blijven wonen voor de duur van een eventueel hoger beroep wegen niet op tegen het zwaarwegende belang van De Marken bij het direct beëindigen van de onhoudbare woonsituatie.

4. De beslissing

De kantonrechter

veroordeelt de bewindvoerder om binnen vier weken na betekening van dit vonnis de woning gelegen aan de [adres], gemeente Deventer, te ontruimen en te verlaten met al wie en al wat zich daarin vanwege [betrokkene] moge bevinden, en dit pand ter vrije en algehele beschikking van De Marken te stellen,

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

compenseert de proceskosten, in die zin dat elke partij de eigen kosten draagt,

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Berends en in het openbaar uitgesproken op 16 oktober 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand