ECLI:NL:RBOVE:2026:6317

ECLI:NL:RBOVE:2026:6317

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 02-10-2026
Datum publicatie 21-10-2026
Zaaknummer 12350195 \ CV EXPL 26-2786
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Enschede

Samenvatting

Toewijzingsregels nieuwe woonwagenlocatie van WBO blijft in stand in kort geding. Niet in strijd met de wet- en/of regelgeving en ook niet onrechtmatig jegens eisers.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Civiel recht

Kantonrechter

Zittingsplaats Enschede

Zaaknummer: 12350195 \ CV EXPL 26-2786

Vonnis in kort geding van 2 oktober 2026

in de zaak van

1. [eiseres 1] , 2. [eiseres 2] , 3. [eiseres 3] , 4. [eiseres 4] ,

allen wonende te [woonplaats] ,

eisende partijen,

hierna samen te noemen: [eiseressen] ,

gemachtigde: mr. S.J.M. Jaasma,

tegen

de stichting STICHTING WBO WONEN,

gevestigd en kantoorhoudende te Oldenzaal,

gedaagde partij,

hierna te noemen: WBO,

gemachtigde: mr. M. Douwenga.

De zaak in het kort

WBO is bezig met de ontwikkeling van een nieuwe woonwagenlocatie in [plaats] en wil daar zes woonwagens gaan verhuren. Zij wil die woonwagens gaan toewijzen door middel van verloting en heeft daar toewijzingsregels voor opgesteld. [eiseressen] stellen dat zij door de toewijzingsregels van WBO in feite worden uitgesloten van de loting. Zij vorderen daarom in dit kort geding dat het WBO verboden wordt om een loting te houden zonder dat [eiseressen] daaraan mee mogen doen en dat zij een gelijke kans krijgen op een aanbod van een huurovereenkomst voor één van de nieuwe woonwagens. De kantonrechter wijst de vorderingen van [eiseressen] af, omdat niet is gebleken dat de toewijzingsregels in strijd zijn met wet- en/of regelgeving en onrechtmatig zijn jegens [eiseressen] Zij worden daarom (hoofdelijk) in de proceskosten veroordeeld. De motivering van deze beslissing volgt hierna.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met vier producties,- de conclusie van antwoord met vier producties,- de mondelinge behandeling van 25 september 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt,- de pleitnota van [eiseressen] ,- de pleitnota van WBO.

2. De feiten

WBO is eigenaar van twee woonwagenlocaties met elk vijf standplaatsen in [plaats] . In het beleid van de gemeente [gemeente] (hierna: de gemeente) is een nieuwe woonwagenlocatie met zes standplaatsen in de nieuw te bouwen wijk [wijk] aangekondigd. WBO wordt de eigenaar van de zes standplaatsen en zal hierop zes woonwagens gaan plaatsen die zij gaat verhuren. De voorlopige planning is dat de woonwagens in mei 2027 worden geplaatst.

De gemeente heeft geen huisvestingsverordening en heeft de uitwerking van het toewijzingsbeleid van de woonwagens aan WBO opgedragen. Door WBO en de gemeente is een zogenoemde belangstellendencommissie samengesteld, waarin medewerkers van WBO met vertegenwoordigers van verschillende families plaatsnemen. WBO heeft meerdere gesprekken met de belangstellendencommissie over het toewijzingsbeleid gevoerd. WBO heeft daarna het beleidsdocument ‘Toewijzingsregels woonwagens WBO Wonen’ (hierna: de toewijzingsregels) opgesteld. Daarin staat, voor zover hier van belang, het volgende:

“(…)

In [plaats] geldt het lokaal afstammingsbeginsel. Geïnteresseerden die wonen in een woonwagen op een wettelijke woonwagenlocatie in [plaats] of waarvan de (voor)ouders zijn geboren of ooit gewoond hebben in een woonwagen op een wettelijke woonwagenlocatie in [plaats] komen als eerste aan de beurt voor vrijkomende woonwagens en/of woonwagenstandplaatsen. Daarna volgen geïnteresseerden die voldoen aan het afstammingsbeginsel (zonder het 'lokale'). Daarna geïnteresseerden die niet voldoen aan dit afstammingsbeginsel.

(…)

Uitgangspunten bij toewijzing

Familie samenwonen is belangrijk voor het behoud van de woonwagenbewonerscultuur. Dit betekent streven naar drie plekken* bij elkaar per familie waar mogelijk. (*plekken staan voor: standplaats evt. met woonwagen). Drie is een minimaal aantal vanwege het meer generatie wonen bij elkaar (kleinkind, kind en grootouders). Gegeven de beperkte omvang van de locaties in [plaats] is het uitgangspunt minimaal twee plekken per familie op een locatie en maximaal drie.

(…)

Welke familie gaat voor bij toewijzing:

Het aantal families dat kans maakt op een vrijgekomen plek is te achterhalen door terug te gaan naar de grootouders of overgrootouders. Basis hiervoor zijn de families die geregistreerd zijn op de belangstellendenlijst.

Bestaande locatie:

Bij een vrijgekomen woonwagen/standplaats wordt geloot tussen de families (voldoen aan lokaal afstammen en op belangstellendenlijst staan) die op die locatie wonen . Heeft één familie al twee plekken en is er geen tweede familie op die locatie woonachtig die voldoet aan het lokale afstammingsbeginsel, dan wordt eerst geloot tussen families die nog geen plek hebben en op de belangstellendenlijst staan.

Nieuwe locatie:

Eerst loten tussen families die nog geen plek hebben en op de belangstellendenlijst staan. Daarna loten tussen alle families die interesse hebben en op de belangstellendenlijst staan. (…) ”

[eiseressen] staan geregistreerd op de belangstellendenlijst. Hun families wonen al in één of meerdere woonwagens op een bestaande woonwagenlocatie in [plaats] . Hierdoor vallen ze niet onder de eerste loting voor de woonwagens op de nieuwe woonwagenlocatie. [eiseressen] zijn het daar niet mee eens en zijn daarom dit kort geding gestart.

De loting van de woonwagens stond aan het begin van dit najaar gepland, maar is door WBO vanwege deze procedure uitgesteld.

3. Het geschil

[eiseressen] vorderen dat de kantonrechter WBO verbiedt om de loting voor de zes nieuwe woonwagens te houden zonder dat [eiseressen] mee mogen loten en dat zij een gelijke kans krijgen op een aanbod van een huurovereenkomst voor één van de nieuwe woonwagens aan de [wijk] in [plaats] . Daarnaast vorderen zij dat WBO veroordeeld wordt in de kosten van deze procedure.

WBO voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen en hoofdelijke veroordeling van [eiseressen] in de proceskosten.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat [eiseressen] daarbij een spoedeisend belang hebben. De kantonrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.

De kantonrechter is van oordeel dat het spoedeisend belang door het voornemen van WBO om op korte termijn de woonwagens op de nieuwe locatie te gaan verloten een gegeven is.

In dit kort geding staan de toewijzingsregels van WBO voor woonwagens in [plaats] centraal. [eiseressen] stellen dat zij door deze toewijzingsregels in feite worden uitgesloten van de loting voor de zes woonwagens op de nieuwe woonwagenlocatie van WBO. De toewijzingsregels zijn volgens [eiseressen] in strijd met de wet, omdat uit de Huisvestingswet volgt dat geen bindingseisen gesteld mogen worden zonder huisvestingsverordening. Daarnaast stellen [eiseressen] dat de toewijzingsregels leiden tot ongelijke behandeling en discriminatie op grond van afkomst dan wel op grond van het feit dat [eiseressen] familieleden hebben op een woonwagenstandplaats in [plaats] . Dit alles wordt door WBO betwist.

De kantonrechter stelt voorop dat WBO als eigenaar van de woonwagens in beginsel vrij is in de keuze aan wie zij ze verhuurt. De kantonrechter kan daarom slechts toetsen of de toewijzingsregels van WBO in strijd zijn met wet- en/of regelgeving. Zij zal de stellingen die [eiseressen] naar voren hebben gebracht in dat licht beoordelen.

Bindingseisen

Volgens [eiseressen] is het stellen van bindingseisen in strijd met de wet en daarom is een loting waarbij deze eisen worden toegepast onrechtmatig. In dit geval hanteert WBO als bindingseis het lokaal afstammingsbeginsel, wat volgens de toewijzingsregels inhoudt dat geïnteresseerden die wonen in een woonwagen op een wettelijke woonwagenlocatie in [plaats] of waarvan de (voor)ouders zijn geboren of ooit gewoond hebben in een woonwagen op een wettelijke woonwagenlocatie in [plaats] als eerste aan de beurt komen voor vrijkomende woonwagens en/of woonwagenstandplaatsen (zie hiervoor rechtsoverweging 2.2). Deze bindingseis hanteert WBO om woonwagenbewoners met een lokale binding de kans te geven om in een woonwagen in [plaats] te kunnen wonen.

De kantonrechter is van oordeel dat het lokaal afstammingsbeginsel dat WBO hanteert niet in strijd is met de wet. WBO heeft daar terecht het volgende over naar voren gebracht. Artikel 14 van de Huisvestigingswet bepaalt dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening kan bepalen dat voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de woningmarktregio. Daaruit volgt dat het de gemeente niet is toegestaan om zonder huisvestingsverordening een bindingseis te hanteren. Dit artikel ziet alleen op de gemeente en niet op de woningcorporatie (WBO). In de Memorie van Toelichting behorend bij de wijziging van de Huisvestingswet staat dat als er geen huisvestingsverordening is, de corporatie (WBO) meer mogelijkheden heeft bij het toewijzen van sociale woonruimte, maar zij [wel] een open, eerlijk en transparant woningtoewijzingsbeleid moet voeren. Het is WBO als eigenaar van de woonwagenstandplaatsen dan ook toegestaan eigen selectie- en toewijzingscriteria te hanteren, zolang die maar open, eerlijk en transparant zijn. Het is de kantonrechter niet duidelijk geworden waarom [eiseressen] bezwaar hebben tegen het lokaal afstammingsbeginsel, terwijl zij hier alle vier aan voldoen. Zij staan daarom op de belangstellendenlijst en genieten voorrang op deelnemers die daarop niet staan. De reden dat zij niet bij de eerste loting meedoen, houdt ook geen verband met bindingseisen.

Door [eiseressen] is er nog op gewezen dat gemeenten binnenkort verplicht zijn om een huisvestingsverordening te maken met daarin onder andere regels over woonwagenplekken. Dit volgt uit de Wet versterking regie volkshuisvesting. [eiseressen] hebben daarnaast erop gewezen dat de VNG daar een modelverordening voor heeft opgesteld, waar de toewijzingsregels van WBO volgens [eiseressen] absoluut niet aan voldoen. Naar het oordeel van de kantonrechter is dit voor de onderhavige zaak niet van belang. De modelverordening van de VNG betreft, zoals de naam al zegt, een model. Daarmee is niet gezegd dat gemeenten verplicht zijn om de toewijzingsregels die daarin staan over te nemen. De verplichting voor gemeenten om een huisvestingsverordening te maken geldt bovendien pas vanaf 1 januari 2028. Zolang de gemeente nog geen huisvestingsverordening heeft waarin wat anders staat, is het WBO die over de toewijzingsregels gaat. WBO mag daarin bindingseisen zoals het lokaal afstammingsbeginsel hanteren.

Uitsluiting, ongelijke behandeling en discriminatie

WBO betwist dat [eiseressen] geheel worden uitgesloten van de loting. Zij hebben slechts geen voorrangspositie. Anders dan [eiseressen] stellen, leidt dat volgens WBO niet tot ongelijke behandeling en discriminatie op grond van afkomst dan wel op grond van het feit dat [eiseressen] familieleden hebben op een woonwagenstandplaats in [plaats] . WBO gaat eerst loten tussen families op de belangstellendenlijst die nog geen plek op een woonwagenlocatie hebben, omdat die er op bestaande locaties moeilijk tussen kunnen komen. Meerderjarige kinderen die in een woonwagen wonen waarvan de huurder overlijdt, krijgen namelijk de woonwagen in beginsel toegewezen. Daarnaast hebben bij het vrijkomen van een woonwagen op een bestaande locatie de families die al een woonwagen op die locatie hebben voorrang, waarbij een maximum geldt van drie woonwagens per familie op een locatie. Die voorrang hebben families die op dit moment nog geen woonwagen op een locatie in [plaats] hebben, niet. Er is dus geen sprake van gelijke gevallen. Het gemaakte onderscheid is daardoor volgens WBO niet in strijd met de Wet gelijke behandeling.

De kantonrechter volgt de uitleg van WBO en is van oordeel dat daarom geen sprake is van ongelijke behandeling en/of discriminatie. WBO probeert met haar toewijzingsregels alle woonwagenfamilies met lokale binding een kans te geven om met een aantal familieleden te wonen op een woonwagenlocatie in [plaats] . De vraag naar woonwagens is in Nederland veel groter dan het aanbod, wat het verdelen van de woonwagens lastig maakt. Om zo veel mogelijk families met lokale binding de kans te geven om met een aantal familieleden op een woonwagenlocatie te wonen, hanteert WBO de regels van maximaal drie plekken per familie per locatie en dat families zonder woonwagenplekken voorrang krijgen bij nieuwe locaties. De kantonrechter begrijpt dat dit kans voor [eiseressen] om een woonwagen toegewezen te krijgen op de nieuwe locatie verkleint, maar dat maakt nog niet dat de toewijzingsregels onrechtmatig zijn.

Conclusie

De kantonrechter is van oordeel dat de toewijzingsregels niet in strijd zijn met wet- en/of regelgeving. Met het hanteren daarvan handelt WBO dan ook niet onrechtmatig jegens [eiseressen] De kantonrechter zal daarom het door [eiseressen] gevorderde afwijzen. Dat betekent niet dat [eiseressen] geheel zijn uitgesloten van de loting van de nieuwe woonwagens, zoals het petitum lijkt te veronderstellen. [eiseressen] mogen niet meedoen met de eerste ronde van de loting tussen de families die nog geen plek hebben op een woonwagenlocatie in [plaats] en die op de belangstellendenlijst staan. Als er daarna nog woonwagens over zijn, dan loten [eiseressen] met de tweede ronde mee.

Proceskosten

[eiseressen] zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van WBO worden begroot op:

- salaris gemachtigde

€

865,00

- nakosten

€

144,00

(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

1.009,00

De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de wederpartij.

5. De beslissing

De kantonrechter

wijst de vorderingen van [eiseressen] af,

veroordeelt [eiseressen] hoofdelijk in de proceskosten van € 1.009,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eiseressen] niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,

verklaart dit vonnis wat betreft de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.M.S. Kuipers en in het openbaar uitgesproken op

2 oktober 2026.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand