ECLI:NL:RBOVE:2026:6343

ECLI:NL:RBOVE:2026:6343

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 21-10-2026
Datum publicatie 22-10-2026
Zaaknummer ZWO 26/1050
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Zwolle

Samenvatting

In deze uitspraak verklaart de voorzieningenrechter het beroep van de vereniging niet-ontvankelijk, omdat de vereniging niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Gelet op de uitkomst van het beroep is er geen reden meer om een voorlopige voorziening te treffen. Dat verzoek wordt daarom afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK OVERIJSSEL

Zittingsplaats Zwolle

Bestuursrecht

zaaknummers: ZWO 26/1050 en ZWO 26/2370

uitspraak van de voorzieningenrechter op het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening in de zaken tussen

Vereniging De Veldmaat voor natuur en leefbaarheid, uit Haaksbergen,

hierna: de vereniging,

en

het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen,

hierna: het college,

(gemachtigden: [gemachtigde 1] en [gemachtigde 2] ).

1. Samenvatting

In deze uitspraak verklaart de voorzieningenrechter het beroep van de vereniging niet-ontvankelijk, omdat de vereniging niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb). Gelet op de uitkomst van het beroep is er geen reden meer om een voorlopige voorziening te treffen. Dat verzoek wordt daarom afgewezen.

2. Inleiding: feiten en procesverloop

De gemeente Haaksbergen is voornemens om voor de duur van tien jaar een aantal flexwoningen te realiseren op het perceel aan de Morgensterweg in Haaksbergen, kadastraal bekend als gemeente Haaksbergen, sectie L, nummers 1851 en 1852 . Ten tijde van het verlenen van de omgevingsvergunning waren dat er dertien, maar vanwege de waterstand op het perceel heeft het college dit aantal inmiddels bijgesteld naar zes. De woningen worden geplaatst ten behoeve van het bieden van flexibele woonruimten voor spoedzoekers, statushouders en Oekraïense ontheemden en worden mede gerealiseerd in het kader van de opgave en wettelijke verplichting om deze laatste twee doelgroepen te huisvesten.

Omdat het perceel aan de Morgensterweg waarop de flexwoningen gerealiseerd moeten worden in het omgevingsplan een agrarische functie heeft, heeft de gemeente Haaksbergen een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (hierna: bopa), om het betreffende perceel te kunnen gebruiken ten behoeve van de activiteit wonen.

Met het besluit van 4 februari 2026 heeft het college de omgevingsvergunning bopa (hierna: omgevingsvergunning) verleend.

De vereniging is het niet eens met de verleende omgevingsvergunning. Zij heeft met name kritiek op de onderliggende rapporten en het ontbreken van (voldoende) participatie. Zij heeft om die reden tegen de omgevingsvergunning bezwaar gemaakt. Omdat er al werkzaamheden zouden hebben plaatsgevonden, heeft zij daarnaast op 30 maart 2026 de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Door het college is desgevraagd op 31 maart 2026 kenbaar gemaakt dat op dat moment nog niet duidelijk was wanneer de werkzaamheden voor de realisatie van de flexwoningen zou starten, omdat een technische vergunning ontbrak. Het was daarmee voor het college niet in te schatten of überhaupt zou worden gestart met de werkzaamheden tijdens de looptijd van de bezwaarprocedure.

Door de voorzieningenrechter is naar aanleiding van deze reactie besloten het verzoek van de vereniging aan te houden, in afwachting van een verdere reactie van het college over de start van de werkzaamheden of de ontvangst van de beslissing op bezwaar.

Op 10 juli 2026 heeft het college de voorzieningenrechter geïnformeerd dat een beslissing op het bezwaar van de vereniging is genomen.

Op 23 augustus 2026 heeft de vereniging beroep ingesteld. Daarbij is verzocht het verzoek om voorlopige voorziening in behandeling te nemen.

Het verzoek om voorlopige voorziening is daarmee omgezet naar een verzoek om voorlopige voorziening gedurende de beroepsfase.

Naar aanleiding van een verzoek daartoe door de voorzieningenrechter heeft het college op 15 september 2025 aangegeven akkoord te zijn te wachten met de start van de realisatie van de flexwoningen totdat de behandeling van het verzoek om voorlopige voorziening is afgerond.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 7 oktober 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de vereniging, vertegenwoordigd door [naam 1] en [naam 2] , en de gemachtigden van het college.

Omdat de voorzieningenrechter na afloop van de zitting tot de conclusie is gekomen dat nader onderzoek niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak beslist zij ook op het beroep van de vereniging daartegen.

3. Beoordeling door de voorzieningenrechter

De voorzieningenrechter verklaart het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

De vereniging is geen belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb

Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard, omdat de voorzieningenrechter van oordeel is dat de vereniging niet kan worden aangemerkt als belanghebbende bij de door het college verleende omgevingsvergunning. Hieronder legt zij dit verder uit.

Ambtshalve beoordeling

Voordat de voorzieningenrechter toekomt aan een inhoudelijke behandeling van een beroep moet zij ambtshalve beoordelen of diegene die beroep instelt tegen een besluit van een bestuursorgaan kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb. Dit dient de rechter te doen, omdat als een partij niet als belanghebbende kan worden aangemerkt, de rechterlijke procedure niet kan worden voortgezet. Het beroep is dan niet-ontvankelijk. Alleen een belanghebbende heeft namelijk toegang tot de bestuursrechter en recht op een inhoudelijke behandeling van het ingestelde beroep. Van een wettelijke uitzondering op die situatie is hier geen sprake.

Waar kijkt de voorzieningenrechter naar bij haar beoordeling

De vereniging is een rechtspersoon die volgens haar statuten opkomt voor meerdere algemene belangen. Op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb kunnen rechtspersonen, net als natuurlijke personen, worden aangemerkt als belanghebbende indien de eigen belangen van die rechtspersoon rechtstreeks bij het besluit betrokken zijn. Op grond van artikel 1:2, derde lid, van de Awb worden ten aanzien van rechtspersonen als hun eigen belangen ook beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij in het bijzonder behartigen, hetgeen moet blijken uit hun doelstellingen en feitelijke werkzaamheden.

De vraag of de vereniging belanghebbende is bij de omgevingsvergunning dient dus beoordeeld te worden aan de hand van artikel 1:2, eerste en derde lid van de Awb. Zoals volgt uit artikel 1:2, derde lid, van de Awb zijn bij de beantwoording van die vraag in eerste instantie de statutaire doelstelling en de feitelijke werkzaamheden tezamen bepalend. Als daaruit niet blijkt dat de vereniging opkomt voor een bepaald belang, kan zij in beginsel niet aangemerkt worden als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb.

Ten aanzien van het verrichten van feitelijke werkzaamheden is het vaste rechtspraak dat bij de beoordeling daarvan moet worden uitgegaan van de feitelijke werkzaamheden die zijn verricht tot uiterlijk de dag voor het eind van de termijn waarbinnen beroep kan worden ingesteld. Daarbij geldt dat aan de werkzaamheden verricht in het jaar vóór het instellen van beroep het meeste gewicht toekomt, maar dat ook werkzaamheden langer dan een jaar geleden van belang kunnen zijn. Verder geldt dat het enkel voeren van juridische procedures tegen besluiten niet kan worden aangemerkt als feitelijke werkzaamheden in de zin van artikel 1:2, derde lid, van de Awb. Ook werkzaamheden die verband houden met het voeren van juridische procedures, zoals het indienen van zienswijzen over ontwerpbesluiten, het vergaren van informatie ten behoeve van bestuursrechtelijke procedures en het via de website informeren van derden over aanhangige of afgeronde procedures, zijn geen feitelijke werkzaamheden.

Een uitzondering geldt als de rechtspersoon een bundeling van individuele belangen die rechtstreeks bij het bestreden besluit betrokken zijn tot stand brengt. In feite is dat een verzameling van belanghebbenden die ook afzonderlijk als belanghebbende zouden worden aangemerkt op grond van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Als een rechtspersoon zo een bundeling van belangen tot stand brengt, dan wordt ervan uitgegaan dat de feitelijke werkzaamheden van de rechtspersoon daarin besloten liggen. Hiermee wordt effectieve rechtsbescherming gediend in vergelijking met het afzonderlijke optreden van een groot aantal individuen die door het bestreden besluit rechtstreeks in hun belangen worden getroffen.

De vereniging kan aan die behartiging van de belangen van haar leden echter alleen de hoedanigheid van belanghebbende ontlenen, als de belangen van meer dan één van die leden rechtstreeks bij de omgevingsvergunning zijn betrokken. In het omgevingsrecht – wat hier aan de orde is – geldt daarbij als uitgangspunt dat sprake is van een belanghebbende indien diegene rechtstreeks feitelijke gevolgen van enige betekenis ondervindt van een activiteit die het bestreden besluit toestaat. Om te bepalen wat de gevolgen van enige betekenis voor de woon-, leef- of bedrijfssituatie zijn, wordt gekeken naar factoren zoals de afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (onder andere geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit die het besluit toestaat. Ook de aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn.

Toegepast op deze zaak

De vereniging is opgericht op 9 februari 2025 en telt 94 leden. De voorzieningenrechter begrijpt dat alle leden in de wijk de Veldmaat wonen en stelt op basis van de door de vereniging overgelegde ledenlijst vast dat in ieder geval een gedeelte van de leden rondom of in de buurt van het perceel woont waarop de flexwoningen gerealiseerd zullen worden.

Uit artikel 2 van de statuten van de vereniging volgt dat het doel van de vereniging is:

Voorkom verdere aantasting van Natura 2000 gebied Buurserzand. Daarom geen extra permanente of tijdelijke bebouwing in de omgeving van het Buurserzand.

Behoud van leefbaarheid in de Veldmaat. Daarom geen extra permanente of tijdelijke bebouwing in het buitengebied van de Veldmaat. En het verrichten van alle verdere handelingen, die hiermee in de ruimste zin verband houden of daarvoor bevorderlijk kunnen zijn.

De voorzieningenrechter heeft de vereniging verzocht een overzicht te sturen van de feitelijke werkzaamheden die zijn verricht. In het aangeleverde overzicht staat:

Het deelnemen aan de werkgroep Morgensterweg ;

Het inspreken tijdens commissie en raadsvergaderingen bij de gemeente;

Het bijwonen van bijeenkomsten en het onderhouden van contact met de gemeente, fracties en andere overheidsinstanties (zie o.a. productie 9,10,11,12,13,14,15,16,17);

Het informeren van de leden middels ‘nieuwsbrieven’/e-mails waarin we de huidige stand van zaken omtrent de ontwikkelingen uiteenzetten (zie o.a. productie 13);

4 oktober 2026

20 juli 2025

23 mei 2025 naar aanleiding van de bespreking bij de Kappen;

23 januari 2025

- Het deelnemen aan verzoeken van de wijkraad De Veldmaat om het pad in het nabijgelegen bospark ‘het Grintenbosch’ op te knappen. Het schoffelen/harken van nieuwe toplaag aangelegd pad.

Op zitting is door de vereniging daarnaast desgevraagd aangegeven dat de vereniging ten aanzien van het statutaire doel dat ziet op de bescherming van het Natura 2000-gebied geen feitelijke werkzaamheden heeft verricht, anders dan is aangegeven in het overzicht.

Op basis van het overzicht en wat door de vereniging op zitting is verklaard komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat de feitelijke werkzaamheden die de vereniging sinds haar oprichting tot aan het instellen van het beroep heeft verricht bijna geheel bestaan of verband houden met het voeren van juridische procedures. Het deelnemen aan de werkgroep, het inspreken bij commissie- en raadsvergaderingen, het onderhouden van contact met de gemeente en het informeren van de leden over de ontwikkeling aan de Morgensterweg houden allemaal verband of zijn voorbereidend op de verleende omgevingsvergunning en de daarop volgende bezwaar- en beroepsprocedure. Ook de inhoud van de producties 9 tot en met 17 zien daarop, waarin onder meer vragen worden gesteld naar aanleiding van het rapport van Arcadis waarin de ontwikkeling aan de Morgensterweg – kort gezegd – is beoordeeld.

Als overige werkzaamheden blijft dan staan het opknappen van een pad in het nabijgelegen bospark ‘Het Grintenbosch’. Enkel deze deelname is naar het oordeel van de voorzieningenrechter echter te gering om van feitelijke werkzaamheden in de zin van artikel 1:2, derde lid, van de Awb te kunnen spreken. Dit maakt dat de statutaire doelstellingen en de feitelijke werkzaamheden tezamen niet kunnen leiden tot de conclusie dat de vereniging moet worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb bij de verleende omgevingsvergunning.

Voorts overweegt de voorzieningenrechter dat er geen sprake is van een bundeling van rechtstreeks bij de omgevingsvergunning betrokken individuele belangen, waarin de feitelijke werkzaamheden al zijn gelegen, voor zover de statutaire doelstelling ziet op de het voorkomen van de verdere aantasting van het Natura 2000-gebied. Deze doelstelling is namelijk gericht op het behartigen van ideële algemene belangen. De vereniging kan in zoverre dus ook niet worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb.

Voor zover de doelstelling ziet op de leefbaarheid van (de wijk) de Veldmaat overweegt de voorzieningenrecht als volgt. De voorzieningenrechter vindt het aannemelijk dat verschillende leden van de vereniging (en andere omwonenden) gevolgen voor de leefbaarheid van hun omgeving kunnen ondervinden door de realisatie van de flexwoningen aan de Morgensterweg . De vereniging brengt daarmee door het optreden in rechte naar het oordeel van de voorzieningenrechter een bundeling van rechtstreeks bij de omgevingsvergunning individuele belangen tot stand.

De vereniging kan echter – zoals uiteengezet in rechtsoverweging 3.8 – aan die behartiging van de belangen van haar leden alleen de hoedanigheid van belanghebbende ontlenen, als de belangen van meer dan één van die leden rechtstreeks bij de omgevingsvergunning zijn betrokken. Op zitting heeft de voorzieningenrechter aan de vereniging gevraagd welke feitelijke gevolgen van enige betekenis zij verwacht te ondervinden voor de leefbaarheid van de wijk als uitvoering wordt gegeven aan deze omgevingsvergunning. Door de vereniging is daarop geantwoord dat zij deze niet verwacht met de komst van (slechts) zes of dertien flexwoningen. Dit betekent dat de vereniging ook op grond daarvan niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin artikel 1:2 van de Awb.

Concluderend komt de voorzieningenrechter daarmee tot het oordeel dat de vereniging niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb bij de verleende omgevingsvergunning. Dit betekent dat het beroep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Aan een inhoudelijke bespreking van de gronden komt de voorzieningenrechter daarom niet toe.

4. Conclusie en gevolgen

De voorzieningenrechter verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Door de uitkomst van het beroep is er geen reden meer om een voorlopige voorziening te treffen. Dat verzoek wordt afgewezen.

Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter:

verklaart het beroep niet-ontvankelijk;

wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Deze uitspraak is gedaan door mr. K. Ides, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. J.C. Smitstra, griffier. Uitgesproken in het openbaar op:

griffier

voorzieningenrechter

Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak voor zover deze gaat over het beroep. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen. Tegen deze uitspraak voor zover deze gaat over de voorlopige voorziening staat geen hoger beroep open.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand