ECLI:NL:RBOVE:2026:6372

ECLI:NL:RBOVE:2026:6372

Instantie Rechtbank Overijssel
Datum uitspraak 22-10-2026
Datum publicatie 22-10-2026
Zaaknummer C/08/351181 / KG ZA 26-196
Rechtsgebied Civiel recht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Zittingsplaats Almelo

Samenvatting

Verbod tot uitlatingen op Facebook in verband met onrechtmatige uitlatingen; botsende grondrechten.

Uitspraak

RECHTBANK Overijssel

Civiel recht

Zittingsplaats Almelo

Zaaknummer: C/08/351181 / KG ZA 26-196

Vonnis in kort geding van 22 oktober 2026

in de zaak van

1. STICHTING HUIS VOOR DIEREN,

te Hengelo,2. [eiseres],

te [woonplaats 1] ,

eisende partijen,

hierna samen te noemen: de Stichting c.s.,

advocaat: mr. E.J.M. Maatman,

tegen

1. [gedaagde 1] ,

te [woonplaats 2] ,

verschenen in persoon,

hierna te noemen: [gedaagde 1] ,

2. 2. [gedaagde 2] ,

hierna te noemen: [gedaagde 2] ,

en3. [gedaagde 3] ,

hierna te noemen: [gedaagde 3] ,

beiden te [woonplaats 3] ,

advocaat: mr. F. Kolkman,

gedaagde partijen.

1. De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding met producties 1 tot en met 16 die op 24 september 2026 is betekend aan [gedaagde 1] en op 25 september 2026 is betekend aan [gedaagde 2] en [gedaagde 3] ;

- de conclusie van antwoord van [gedaagde 1] van 2 oktober 2026 met producties 1 tot en met 30;

- het bezwaar van de advocaat van de Stichting c.s. tegen de omvang van de conclusie van antwoord van [gedaagde 1] ;

- het bericht van [gedaagde 1] van 6 oktober 2026 met aanvullende stukken;

- het bericht van de advocaat van [gedaagde 2] en [gedaagde 3] van 7 oktober 2026 met producties 1 tot en met 5;

- de berichten van de advocaat van de Stichting c.s. van 7 oktober 2026 met aanvullende producties 17 tot en met 29 en een akte eiswijziging;

- het bericht van [gedaagde 1] van 7 oktober 2026 met een aanvullend verweer, met aanvullende producties en een bezwaar van [gedaagde 1] tegen de akte eiswijziging en aanvullende producties van de Stichting c.s.;

- het bericht van de advocaat van de Stichting c.s. van 7 oktober 2026 met een bezwaar tegen toelating van een productie (een (nog niet toegezonden) USB-stick) van [gedaagde 1] ;

- de reactie van [gedaagde 1] op het bezwaar van de Stichting c.s. tegen toelating van de USB-stick, met aanvulling daarop;- de mondelinge behandeling van 8 oktober 2026, waarbij (mede) namens de Stichting mevrouw [eiseres] en de heer [naam 2] zijn verschenen, samen met een woordvoerder mevrouw [naam 3] , bijgestaan door mr. Maatman en mr. Masselink. [gedaagde 1] is in persoon verschenen. [gedaagde 2] is samen met mr. Kolkman verschenen. Mr. Maatman, [gedaagde 1] en mr. Kolkman hebben gebruikgemaakt van spreekaantekeningen. Ter zitting heeft mr. Maatman haar bezwaar tegen de omvang van de conclusie van antwoord van [gedaagde 1] ingetrokken.

Zoals ter zitting al is meegedeeld, wordt (de inhoud van) de door [gedaagde 1] aangeboden USB-stick – waarvan zij in haar mail van 7 oktober 2026 heeft meegedeeld dat zij deze ter zitting, indien gewenst, met (alleen) de voorzieningenrechter wil delen – buiten beschouwing gelaten, gelet op het navolgende.

Uitgangspunt is a) dat stukken binnen 24 uur voorafgaand aan de zitting worden ingediend (artikel 3.16 van het Landelijk Procesreglement kort gedingen rechtbanken) en b) dat niet alleen de rechter, maar ook de wederpartij de beschikking heeft over alle door een partij ingediende stukken (artikel 3.10 van voormeld procesreglement).

Weliswaar biedt artikel 22 Rv de mogelijkheid voor een partij die bepaalde stukken wil overleggen waarvan zij vindt dat alleen de rechter daarvan mag kennisnemen, zich op gewichtige redenen te beroepen, maar dan moet de rechter wel de tijd hebben om kennis te nemen van die stukken en om te (kunnen) beslissen dat er inderdaad sprake is van gewichtige redenen. In dit geval was daarvan geen sprake. Bovendien moet dan de wederpartij toestemming geven om mede op grond van die stukken – waarvan de rechter kennis heeft genomen en heeft gevonden dat die niet aan de wederpartij te hoeven worden verstrekt – uitspraak te doen. Als die toestemming ontbreekt, mag de rechter die over de geheimhouding heeft beslist en in dat verband kennis heeft genomen van de betrokken stukken, het geding niet verder behandelen.

Dus zelfs als in dit geval de voorzieningenrechter tijdig kennis had kunnen nemen van de stukken én had gevonden dat er gewichtige redenen waren om de inhoud van de USB-stick niet ter kennis te brengen van de wederpartij, dan had de toestemming van de wederpartij ontbroken om op grond van die stukken uitspraak te doen (hetgeen had meegebracht dat de voorzieningenrechter het geding niet verder had kunnen behandelen).

De eiswijziging van de Stichting c.s. (schriftelijk meegedeeld aan de wederpartij en aan de voorzieningenrechter) wordt toegestaan (artikel 10.1 van voormeld procesreglement).

2. De samenvatting

De Stichting c.s. vordert kortgezegd dat aan [gedaagde 1] een verbod wordt opgelegd om zich op Facebook negatief uit te laten over [eiseres] , over de Stichting en over het (voormalig) dierencrematorium. Ook wil de Stichting c.s. dat [gedaagde 1] dergelijke berichten van haar Facebookaccount verwijdert en dat [gedaagde 1] een rectificatie op haar Facebookaccount plaatst, met een aantal daarmee samenhangende ver-/geboden, op straffe van een dwangsom. Volgens de Stichting c.s. zijn de uitlatingen van [gedaagde 1] onrechtmatig en moet haar recht op eerbiediging van privéleven en goede naam zwaarder wegen dan het recht op vrije meningsuiting van [gedaagde 1] . Tegenover [gedaagde 2] en [gedaagde 3] wil de Stichting c.s. dat zij geen bedrijfsinformatie van het voormalig dierencrematorium met derden delen.

[gedaagde 1] , [gedaagde 2] en [gedaagde 3] zijn het niet met de vorderingen eens.

De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de Stichting c.s. tegen [gedaagde 1] grotendeels toe. De vorderingen van de Stichting c.s. tegen [gedaagde 2] en [gedaagde 3] worden afgewezen. Hierna wordt uitgelegd waarom.

3. De feiten

[eiseres] is de voorzitter van Stichting Huis voor Dieren (hierna: de Stichting).

De Stichting is onder meer actief als particulier asiel en biedt opvangmogelijkheden voor honden met ‘een rugzakje’.

Daarnaast heeft [eiseres] tot en met september 2025 een eenmanszaak met (onder meer) de naam [eenmanszaak] (hierna: [eenmanszaak] ) gedreven op het gebied van de uitvaart en crematie van dieren. Op 30 september 2025 heeft [eiseres] de activa en passiva van [eenmanszaak] verkocht en overgedragen aan [gedaagde 2] . [eenmanszaak] is gevestigd aan de [adres] .

In 2021 heeft [gedaagde 1] haar hond [naam hond] laten cremeren bij [eenmanszaak] . [gedaagde 1] was niet tevreden met de gang van zaken omtrent de crematie, onder meer omdat de pootafdruk en naam van [naam hond] op de urn ontbraken.

In de periode daarna heeft [gedaagde 1] haar ontevredenheid geuit op Facebook. Daarbij roept [gedaagde 1] (ex-)medewerkers/-vrijwilligers van de Stichting en [eenmanszaak] op om zich bij haar te melden over vermeende misstanden onder leiding van ‘de oud eigenaresse’. Ook tagt [gedaagde 1] in haar berichten soms externe partijen, zoals de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), de Beroepsorganisatie voor dierenartsen in Nederland (KNMvD), de Rijksrecherche, Meld Misdaad Anoniem, Stichting Dierenlot en verschillende nieuwsmedia.

[eiseres] heeft in 2023 de politie ingeschakeld, waarna er een gesprek heeft plaatsgevonden.

In juni 2026 heeft de Tubantia een artikel gepubliceerd waarin [gedaagde 2] en [gedaagde 3] in verband worden gebracht met illegale fokactiviteiten van puppy’s, illegale verkoop van honden vanaf het adres de [adres] en andere misstanden. [gedaagde 2] en [gedaagde 3] verwijzen in hun reactie naar (vroegere eigenaren van) de Stichting. Het artikel in de Tubantia was voor [gedaagde 1] aanleiding om opnieuw berichten op Facebook over [eiseres] en de Stichting te posten.

Op 30 juli 2026 heeft [eiseres] aangifte van belediging door [gedaagde 1] gedaan bij de politie.

De advocaat van de Stichting c.s. heeft [gedaagde 1] bij aangetekende brief van 27 augustus 2026 gesommeerd om – kort samengevat – het plaatsen van berichten op haar sociale media kanalen waarin zij zich negatief uitlaat over de Stichting c.s. te staken en gestaakt te houden en om dergelijke berichten van haar sociale media kanalen binnen een dag te verwijderen. Op 28 augustus 2026 heeft de advocaat van de Stichting c.s. eenzelfde sommatie naar [gedaagde 2] en [gedaagde 3] gestuurd, kortgezegd ter voorkoming van het doorspelen en openbaar maken van vertrouwelijke informatie over de voormalige bedrijfsvoering van [eiseres] . [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en [gedaagde 3] hebben hier niet op gereageerd.

Op 17 september 2026 heeft [gedaagde 1] aangifte gedaan tegen (onder meer) [eiseres] van oplichting bij voormalig [eenmanszaak] en “het waarschijnlijk runnen van een netwerk met hondenhandel in het buitenland”, waar [gedaagde 1] – naar eigen zeggen – bij toeval op gestuit is.

4. Het geschil

De Stichting c.s. vordert, na wijziging van eis:

I. [gedaagde 1] met onmiddellijke ingang te verbieden berichten op haar en aan haar gelieerde social media kanalen, in het bijzonder Facebook en besloten (Facebook)groepen, te plaatsen waarin zij zich op enige wijze negatief uitlaat over [eiseres] en/of de Stichting en haar (voormalig) medewerkers, en/of het voormalig dierencrematorium van [eiseres] , dan wel waarin zij anderen oproept dit te doen;

II. [gedaagde 1] met onmiddellijke ingang te verbieden berichten op haar en aan haar gelieerde social media kanalen, in het bijzonder Facebook en besloten (Facebook)groepen, te plaatsen waarin zij persoonlijke of bedrijfsinformatie deelt van [eiseres] , de Stichting en haar (voormalig) medewerkers, en/of het voormalig dierencrematorium van [eiseres] , dan wel waarin zij anderen oproept dit te doen;

III. [gedaagde 1] te verbieden bedrijfsinformatie van het voormalig dierencrematorium van [eiseres] , waaronder maar niet uitsluitend salarisstroken, arbeidsovereenkomsten, ontslagbrieven, financiële gegevens, documenten van verzekeringen, documenten van beslagleggingen en andere documenten die betrekking hebben op voormalig werknemers, klanten en relaties van het dierencrematorium, op enigerlei wijze, geheel of gedeeltelijk, openbaar te maken of met derden te delen;

IV. [gedaagde 1] te bevelen binnen 24 uur na het in deze te wijzen vonnis, alle berichten op haar en aan haar gelieerde social media kanalen en besloten Facebookgroepen met betrekking tot [eiseres] en/of de Stichting en haar (voormalig) medewerkers, en/of het voormalig dierencrematorium van [eiseres] , waarin zij zich op enige wijze negatief uitgelaten heeft of waarin zij persoonlijke of bedrijfsinformatie gedeeld heeft, te verwijderen en verwijderd te houden;

V. [gedaagde 1] te bevelen binnen 24 uur na het in deze te wijzen vonnis, alle documenten en kopieën daarvan, die betrekking hebben op of afkomstig zijn van het voormalig dierencrematorium van [eiseres] , aan [eiseres] te verstrekken, en om het restant van deze digitale en fysieke documenten te vernietigen en van deze vernietiging bewijs te doen toekomen aan [eiseres] en de Stichting;

VI. [gedaagde 1] te bevelen binnen 24 uur na het in deze te wijzen vonnis een openbare rectificatie te plaatsen op haar Facebookprofiel en tevens in haar besloten Facebookgroep, met de inhoud en op de wijze zoals omschreven in punt 3.7 van de onderhavige dagvaarding, dan wel op een wijze in goede justitie te bepalen, en om daarvan een bewijsmiddel te doen toekomen aan [eiseres] en de Stichting;

VII. [gedaagde 1] te verbieden derden op enigerlei wijze te benaderen of op te roepen ten einde informatie te delen of te vergaren met betrekking tot [eiseres] , Stichting Huis voor Dieren, en/of het voormalig dierencrematorium van [eiseres] en haar voormalig medewerkers;

VIII. [gedaagde 1] te verbieden om bij de politie, de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), Landelijke Inspectiedienst Dierenwelzijn (LID), de Beroepsorganisatie voor dierenartsen in Nederland (KNMvD), de Rijksrecherche, Meld Misdaad Anoniem, Stichting Dierenlot, journalisten, reclassering, Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO) meldingen te doen met betrekking tot [eiseres] , haar voormalig dierencrematorium en (voormalig) medewerkers daarvan, en Stichting Huis voor Dieren en (voormalig) medewerkers daarvan, dan wel anderen daartoe aan te zetten of op te roepen;

IX. aan het onder I. tot en met VIII. gevorderde een dwangsom te verbinden ter hoogte van € 1.500,- per overtreding en bij het voortduren van de iedere overtreding € 1.500,- per dag of dagdeel, met dien verstande dat per dag maximaal een dwangsom van € 4.500,- kan worden verbeurd, een maximum van € 50.000,-;

X. [gedaagde 2] en [gedaagde 3] te verbieden bedrijfsinformatie ten aanzien van het voormalig dierencrematorium van [eiseres] over de periode tot 1 oktober 2025 met derden te delen, dan wel op enige andere wijze openbaar te maken, op straffe van een dwangsom ter hoogte van € 1.500,- per overtreding met een maximum van € 50.000,-

XI. [gedaagde 1] te veroordelen in de volledige kosten van deze procedure, tot op heden begroot op € 9.020,05 aan advocaatkosten, te vermeerderen met het griffierecht en te vermeerderen met de nakosten en de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW alsmede de explootkosten van betekening en overige ten gevolge van de executie gemaakte kosten, indien [gedaagde 1] niet binnen zeven dagen na het in deze te wijzen vonnis voor volledige voldoening zorgdraagt;

Subsidiair:

XII. [gedaagde 1] , [gedaagde 2] en [gedaagde 3] hoofdelijk te veroordelen tot betaling van de kosten van deze procedure, daaronder inbegrepen een bedrag aan salaris voor de advocaat van eiseres, alsmede de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 163,- aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder voorwaarde dat gedaagde niet binnen veertien dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 85,- aan salaris advocaat, waarbij betaling van de proceskosten en de nakosten dient plaats te vinden binnen zeven dagen, althans een door Uw Rechtbank te bepalen termijn, na dagtekening van het te wijzen vonnis, bij gebreke waarvan gedaagde over de proceskosten en de nakosten de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW verschuldigd is, alsmede de explootkosten van betekening van de uitspraak en de overige ten gevolge van de executie gemaakte kosten.

XIII. een voorziening te treffen door de rechtbank in goede justitie te bepalen.

De Stichting c.s. legt aan deze vorderingen ten grondslag dat de uitlatingen van [gedaagde 1] onrechtmatig zijn jegens [eiseres] en de Stichting, omdat zij (onder meer) worden beschuldigd van meerdere strafbare feiten terwijl daar geen bewijs voor is. Volgens de Stichting c.s. wordt [gedaagde 1] van informatie voorzien door [gedaagde 2] en [gedaagde 3] , hetgeen hen moet worden verboden.

[gedaagde 1] voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vorderingen van de Stichting c.s., met veroordeling van de Stichting c.s. in de kosten van deze procedure.

[gedaagde 2] en [gedaagde 3] voeren ook verweer. Zij concluderen tot niet-ontvankelijkheid van de Stichting c.s., dan wel tot afwijzing van de vorderingen van de Stichting c.s., met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van de Stichting c.s. in de kosten van deze procedure.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5. De beoordeling

Kort geding

Het gaat hier om een in kort geding gevorderde voorlopige voorziening. Voor toewijzing is nodig dat de Stichting c.s. daarbij een spoedeisend belang heeft. De voorzieningenrechter vormt zich een voorlopig oordeel over de vordering aan de hand van de stukken en de mondelinge behandeling. Of de gevraagde voorziening wordt verleend, hangt ook af van de afweging van de belangen van partijen.

Het spoedeisend belang van de Stichting c.s. vloeit voort uit de aard van haar vorderingen en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen en is overigens niet betwist.

Juridisch kader

De voorzieningenrechter dient in dit kort geding te beoordelen of het voldoende aannemelijk is dat in een bodemprocedure wordt geoordeeld dat [gedaagde 1] met haar uitlatingen via sociale media (Facebook) onrechtmatig jegens de Stichting c.s. handelt.

De beoordeling van de vraag in hoeverre de uitlatingen van [gedaagde 1] al dan niet onrechtmatig zijn, vindt plaats door twee botsende grondrechten tegen elkaar af te wegen: enerzijds het recht van de Stichting c.s. op bescherming van haar goede naam en eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer (artikel 10 Grondwet en artikel 8 EVRM), anderzijds het recht van [gedaagde 1] op haar vrijheid van meningsuiting (artikel 7 Grondwet en artikel 10 EVRM). Beide grondrechten zijn in beginsel gelijk aan elkaar. Het ene grondrecht weegt op voorhand niet zwaarder dan het andere. De vraag welk grondrecht in deze zaak zwaarder dient te wegen wordt beantwoord door alle omstandigheden van het geval mee te wegen, waaronder:

de aard van de geuite beschuldigingen en de ernst van de daarvan te verwachten gevolgen voor de Stichting c.s.;

de ernst van de misstand – bezien vanuit het algemeen belang – die [gedaagde 1] aan de kaak wilde stellen;

de mate waarin de publicaties destijds steun vonden in het toen beschikbare feitenmateriaal;

e inkleding van de geuite beschuldigingen, gezien in verhouding tot de onder a. tot en met c. genoemde factoren;

de mate van waarschijnlijkheid dat die beschuldigingen, ook zonder de gewraakte uitingen van [gedaagde 1] , in het algemeen belang langs andere, voor de Stichting c.s. minder schadelijke wijze openbaar zouden zijn geworden.

Beoordeling vorderingen tegen [gedaagde 1]

Uit de overgelegde stukken blijkt dat [gedaagde 1] haar onvrede uit over (onder meer) [eiseres] (veelal aangeduid als ‘mevrouw [naam 4]’) en de Stichting, voornamelijk op het openbaar toegankelijke platform Facebook. Hoewel [gedaagde 1] de volledige naam van [eiseres] niet noemt, is het wel duidelijk dat [gedaagde 1] doelt op [eiseres] . [gedaagde 1] noemt het geslacht en de initialen van [eiseres] (‘mevrouw [naam 4]’) en brengt die in verband met haar voorzitterschap van de Stichting en haar voormalig eigenaarschap van [eenmanszaak] . [gedaagde 1] zoekt ook bewust de grens op, door te stellen dat zij geen namen noemt en publiceert onder de noemer van vrijheid van meningsuiting. Voorts heeft [gedaagde 1] tijdens de mondelinge behandeling gesteld niets tegen de Stichting te hebben, maar het tegendeel blijkt uit de hierna geciteerde berichten die afkomstig zijn van [gedaagde 1] , waar zij de Stichting meerdere keren noemt.

Hieronder volgt een (niet limitatieve) opsomming van citaten uit de door [gedaagde 1] geplaatste berichten op Facebook:

“[…] JIJ krijgt echt je verdiende straf nog wel hoor mevrouw [naam 4] , wees maar niet bang

JIJ zult door iedereen uitgekotst worden vanwege de misselijkmakende en horror praktijken welke onder JOU leiding hebben plaatsgevonden bij zowel [eenmanszaak] onder jouw naam [naam 4] en bij Huis voor Dieren waar je voorzitter bent en oprichtster ook onder JOUW leiding . […]”

[…] En de gedachte alleen al dat er met [naam hond] ook omgegaan kan zijn als oud vuil ( lees : illegaal as dumpen na cremeren … of dat hij gedumpt kan zijn in een kliko bij Twente Milieu) maakt mij erg strijdlustig om deze vrouw die hoofdverantwoordelijke is in dit geheel te exposen voor wat zij allemaal op haar kerfstok heeft . En geloof mij … dat is niet best

Lusten de honden geen brood van.

Iemand die dit op haar geweten heeft en opdracht gaf aan anderen om dit uit te laten voeren, die dient in mijn ogen verplicht opgenomen te moeten worden en om behandeld te worden in een of andere inrichting voor haar zwaar Narcistische en Psychopatische stoornis. Want dan ben je echt ziek in je hoofd . iets anders kan ik er niet van maken . Een normaal denkend iemand met een hart voor dieren doet zoiets nml. niet . Hoeveel slachtoffers zij heeft gemaakt? Geen idee. Maar het zijn er erg veel dat weet ik wel .

En dan heb ik het alleen nog maar over het [eenmanszaak] wat zij had .

Daarnaast is zij oprichtster en Voorzitter van Stichting Huis voor Dieren in Hengelo.

Een stichting wat zogenaamd oude ,zieke en gehandicapte hondjes opvangt en waar ook van alles misgaat . […]”

“ik zie mijzelf meer als een klokkenluider die misstanden aan het licht brengt door zelf diepte onderzoek te doen en niet klakkeloos iets van een ander aan neemt zoals het grootste gros wel doet .”

“[…] Het is respectloos , onbeschoft en ze heeft hier fraude mee gepleegd . F-R-A-U-D-E . Laat dat even op je inwerken.

Wel geld incasseren van mensen en de dieren gratis dumpen in kliko’s /containers? Hoe wreed kun je zijn …

Dan ben je harteloos en heb je totaal geen greintje fatsoen in je donder . In mijn ogen ben je dan een psychopaat . Durf ik rustig te zeggen . Iemand die letterlijk over (dieren) lijken gaat . Dan ben je in mijn ogen zwaar ziek in je hoofd als je dit hebt gedaan . En ja ze heeft ex medewerkers dit laten uitvoeren. Dat weet ik. […]

Of de waarheid achter de adoptie honden van Stichting Huis voor Dieren. Want ook daar is veel niet pluis . Ik ben niet de boeman in dit verhaal ..

Ook dat wordt uitgebreid aan het licht gebracht. […]”

“[…] Zoals vervalsen van papieren van Aeres en daar dan vervolgens aangifte van doen . Knap staaltje werk van de woordvoerster van de hoofdpersoon in mijn verhalen. Hoe dom kun je zijn

Valsheid in geschrifte heet zoiets. […]”

“[…] Het feit dat er een directe lijn is met een ex agent die ook betrokken is bij misstanden waar ik over schrijf riekt naar vriendjespolitiek of corruptie. […] De rechercheur versprak zich namelijk dat hij meerdere keren met deze ex collega had gesproken. […]

Want ja de hoofdpersoon waar ik over schrijf heeft natuurlijk een ‘ mannetje ‘ bij de politie zoals ze mij ooit eens aangaf

Beetje dom ook om dat te melden . Net als haar ‘ mannetje ‘ bij de krant . Dat zal dan wel de misdaadjournalist van Dagblad Tubantia zijn . […]

Ze zijn in paniek omdat deze ‘ criminele ‘ misstanden blijkbaar niet aan het licht gebracht mogen worden . Ja ik noem het crimineel als er mensen bewust opgelicht worden met cremeren van huisdieren […]”

“[…] WTF …. dit begrijp ik vast verkeerd toch ? Zeg me dat het niet waar is … de nek omdraaien ? Dit is vast een misselijkmakende grap toch ? Er was hun medegedeeld door mevrouw [naam 4] dat ze net zolang moesten blijven rijden tot ze dood waren en anders moesten ze ze maar in de kliko bij Twente Milieu gooien. […]”

“[…] Laten we het eens hebben over oplichtings praktijken en sjoemelen met gegevens in de computer .

Ja ook deze gebeurde onder leiding van mevrouw [naam 4] de oud eigenaresse van het dierencrematorium in [plaats] . […]

Hieronder een aantal bewijzen van dieren waarbij dit gebeurd is . De nieuwe eigenaresse heeft dit netjes voor ons nagekeken omdat ze nog bij die gegevens kan . Ik kreeg nml zoveel vragen van mensen waar ik zelf het antwoord niet op kon geven. Dus heb ik contact opgenomen met de nieuwe eigenaresse of zij dit aub na zou willen / kunnen kijken . En ik heb nodige personen rechtstreeks doorgestuurd naar hen als ze vragen hebben. Wellicht kunnen die dan beantwoord worden .

De nieuwe eigenaresse krijgt heel veel telefoontjes welke betrekking hebben op de oud eigenaresse. Zelfs het verhaal over ‘ de spaarpotjes ‘ . Mensen hebben geld gespaard voor als hun huisdier komt te overlijden . Tja de oud eigenaresse trok de kuierlatten aan en vertrok met de noorderzon naar Spanje. En hup … hun geld ook weg

Ook oplichting […]

Dus heb jij of hebben jullie je geliefde huisdier ook laten cremeren bij de oud eigenaresse van [eenmanszaak] in [vestigingsplaats] ? Laat het dan weten . Dan kan ik kijken of ik kan helpen de gegevens oven water te krijgen . […]”

“[…] Gaat u nu het slachtoffer uithangen voor wat u allemaal op uw geweten heeft en wat u uw medewerkers heeft laten uitvoeren zodat u geen vieze handjes kreeg ? Zieltjes winnen bij uw volgers ? O wacht … ja dat doen narcisten .

Tuurlijk , dom van mij . Zou het haast vergeten

Een narcist doet wrede dingen en legt vervolgens daarna altijd de schuld bij een ander en speelt het slachtoffer en wijst met het vingertje […]”

“[…] Als ‘ klokkenluider ‘ kom ik namelijk dingen te weten die ik liever nooit had geweten . Maar ja ik heb mij ergens in vastgebeten dus laat ook maar zo niet los . Dreigementen doe ik ook niet aan . […]

Jullie zijn bewust ergens bij ingestapt waar jullie nu niet meer uit kunnen.

En die keus hebben jullie zelf gemaakt , niemand anders .

Dus voor wie zijn dan de consequenties?

Karma komt vanzelf . What goes around comes around…

The truth always comes out .

[…]”

“[…] Vanmorgen stond er een jonge vrouwelijke deurwaarder hier op de stoep . Met het ' exploot ' van de dagvaarding . Ik heb het gefilmd voor mijzelf ( Dan is zo'n video

deurbel camera toch wel erg handig )

Jawel … ik heb nog nooit zoiets onpersoonlijks gezien als dit ' vodje ' papier.

Het was gebundeld maar daar hield het ook mee op.

Geen enveloppe, gewoon onbeschermd werd mij dat in de handen gedrukt .

Ik vroeg waar ik moest tekenen. Dat hoefde niet kreeg ik als antwoord . Hoeft niet ? Dus ik zei dan is het mijn woord tegen de jouwe of ik het wel of niet heb ontvangen.

Geen een instantie doet iets ‚ dus duidelijk dat alles op het gat ligt. Wat wil de rechtbank dan in deze doen ? Als de rest niet rechtmatig handelt zoals het hoort bij overheidsinstanties, zouden zij dat dan wel doen ?

Als wakkere persoon weet ik wat er wereldwijd speelt .

En kan iemand uitleggen hoe men een valse aangifte kan doen bij de politie ?

In deze papieren zit nml een aangifte … getekend uit naam van de hoofdpersoon in mijn verhalen…. maar getekend door iemand anders omschreven als gemachtigde van haar . Deze persoon heeft haar initialen er staan met achternaam en vervolgens tekent ze met een hele andere achternaam ! Hoe dom

Valsheid in geschrifte? […]”

“[…] Goh u bent regelmatig bij Huis voor Dieren geweest schrijft u ? Waarom meld u niet dat U de secretaris bent van deze stichting? Of weten ze dat bij de reclassering niet die U in het gareel moeten houden na wat U heeft gedaan en waar u voor gestraft bent ?

Nou geloof mij , sinds vandaag weten ze het wel . Een uitdraai van de K.v.K is niet zo moeilijk op te vragen hoor en doormailen ook niet ... en U praat over respect en waardigheid? U had toch niets met dieren ? En de honden voelden aan u toch ook dat er iets niet in orde was ?

Intuïtie van een hond is nml heel erg goed .... en de opgestapelde dieren in de koelcel/ vriezer ? Die heeft u al in mijn vorige post gezien. Jullie wouden bewijs dus dat heb ik gegeven. Crematie meester ? Wie van de zoveel? [naam 7] en [naam 8] stond er achter de oven . 1 grote bende .Meneer [naam 5] cremeerde. De Penningmeester van Huis voor Dieren de heer [naam 9] . De ex politie agent de heer [naam 6] . En nog veel meer . Niet zo gek dat het zo'n puinhoop was daar […]”

In deze citaten worden [eiseres] en de Stichting door [gedaagde 1] beschuldigd van onder meer (aanzetten tot) dierenmishandeling/-moord, illegale dierenhandel, fraude, afpersing, oplichting, valsheid in geschrifte, criminele activiteiten, machtsmisbruik en/of corruptie met/vanuit de politie. Daarnaast beticht [gedaagde 1] [eiseres] van het hebben van een (of meer) psychische stoornis(sen) en meldt zij dat “mevrouw [naam 4] haar verdiende loon nog wel krijgt” en dat “iedereen haar uit zal kotsen vanwege de misselijkmakende en horror praktijken” die onder haar leiding plaatsgevonden zouden hebben.

In haar verweer schrijft [gedaagde 1] onder meer (met onderstreping door de voorzieningenrechter):

“[...] Voor mijn eigen hond [naam hond] beschik ik over crematiegegevens waarop een gewicht van 44 kg staat, terwijl tevens een tarief-/gewichtscategorie ‘Hond 70-80 kg’ is vermeld. Dat document toont in ieder geval een discrepantie die voor mij aanleiding was tot vragen. Of daaruit juridisch fraude of oplichting volgt, is een afzonderlijke beoordeling. Andere onderwerpen waarover ik informatie ontving, zoals dierenpaspoorten, vaccinaties of gestelde gedragingen van derden, berusten deels op verklaringen en berichten van derden. Die stukken worden als zodanig overgelegd; ik stel niet dat een verklaring van een derde op zichzelf de juistheid van ieder onderliggend feit bewijst. [...]”

De in dit verweer gemaakte voorbehouden/voorzichtige formuleringen hanteert [gedaagde 1] echter geenszins in de hiervoor onder 5.6. weergegeven citaten en onder 5.7. genoemde kwalificaties.

De voorzieningenrechter is op basis van de in het geding gebrachte stukken voorlopig van oordeel dat de uitlatingen van [gedaagde 1] met (in ieder geval) de hiervoor weergegeven inhoud onrechtmatig zijn jegens zowel [eiseres] als de Stichting. Als er dingen zijn misgegaan omtrent het cremeren van haar hond [naam hond] , mag [gedaagde 1] zich daar best over uitlaten en haar onvrede uiten. Verder is op zichzelf niet onbegrijpelijk dat [gedaagde 1] zich afvraagt waarom het systeem van [eenmanszaak] bij haar hond [naam hond] (van 44 kg) een gewicht van 70-80 kg vermeldt. De uitlatingen van [gedaagde 1] gaan echter veel verder dan dat. Zij uit bijvoorbeeld niet enkel zorgen over of kritiek op (de kwaliteit van) de dienstverlening die de Stichting aanbiedt of die [eiseres] met haar voormalig [eenmanszaak] heeft aangeboden. Het gaat om ernstige beledigingen en beschuldigingen die verwijzen naar strafbaar verboden gedrag.

Bovendien presenteert [gedaagde 1] deze uitlatingen op haar Facebookaccount als vaststaande feiten, terwijl zij in haar verweer in wezen erkent dat zij met de overgelegde stukken “niet de juistheid van ieder onderliggend feit erkent”. Uit de door [gedaagde 1] ingebrachte stukken kan inderdaad niet worden afgeleid dat de door haar geuite beledigingen, verdachtmakingen en beschuldigingen feitelijk juist zijn.

Weliswaar is komen vast te staan dat [eenmanszaak] destijds een wijziging heeft doorgevoerd in het door haar gehanteerde systeem met betrekking tot de verschillende gewichtscategorieën – hetgeen ertoe heeft kunnen leiden dat bij een hond van 44 kg werd vermeld dat deze viel in de categorie 70-80 kg – maar daaruit volgt niet zonder meer, zoals door [gedaagde 1] wel gesteld, maar door de Stichting c.s. betwist, dat [eenmanszaak] bij de crematie van de betreffende honden ook een verkeerd (te hoog) tarief heeft gehanteerd. Voor overige beschuldigingen bieden de stukken evenmin voldoende grond. Desondanks is (en blijft) [gedaagde 1] kennelijk overtuigd van haar gelijk. Dat staat haar vrij, maar daarmee is niet gezegd dat zij ook het recht heeft om een (rechts)persoon publiekelijk – op Facebook – te beschuldigen van strafbare feiten en/of psychische stoornissen.

De voorzieningenrechter is op grond van het voorgaande dan ook voorlopig van oordeel dat in casu het belang van de Stichting c.s. op bescherming van haar eer en goede naam zwaarder weegt dan het recht van [gedaagde 1] om zich op deze manier publiekelijk – zowel op haar Facebookaccount als in de door haar opgerichte besloten Facebookgroep – te uiten. Door dit toch te doen heeft [gedaagde 1] de grens die aan de vrijheid van meningsuiting wordt gesteld, overschreden.

Voorgaande heeft tot gevolg dat de vorderingen van de Stichting c.s. grotendeels worden toegewezen als hierna in de beslissing te melden, met inachtneming van het volgende.

Vorderingen I. (verbod tot negatief uitlaten) en II. (verbod tot delen van persoonlijke en bedrijfsinformatie)

De verboden als bedoeld in vorderingen I. en II. worden toegewezen, met dien verstande dat geen sprake kan zijn van een algemeen en onbeperkt verbod tot het doen van negatieve uitlatingen. Dat zou het recht op vrije meningsuiting te ver inperken en kan vanwege de onbepaaldheid ervan stuiten op mogelijke executieproblemen. Ook zal de veroordeling zich slechts uitstrekken tot [gedaagde 1] Facebookaccount en de door haar opgerichte besloten Facebookgroep, nu gesteld noch gebleken is dat tot dusverre sprake is van andere door [gedaagde 1] gebruikte kanalen. Dit betekent uiteraard niet dat, voor zover [gedaagde 1] zou doorgaan met haar niet onderbouwde uitlatingen op deze andere kanalen, geen sprake is van een onrechtmatige daad.

Vorderingen III. (verbod tot openbaar maken bedrijfsinformatie voormalig dierencrematorium), IV. (gebod tot verwijderen berichten), V. (gebod tot verstrekken en vernietigen documenten) en VII. (verbod tot benaderen van en oproeping tot derden)

Het verbod voor zover dat ziet op het openbaar maken van bedrijfsinformatie van het voormalig dierencrematorium (vordering onder III.) en het gebod om binnen 24 uur alle documenten en kopieën daarvan die betrekking hebben op het voormalig dierencrematorium van [eiseres] (vordering onder V.) kunnen niet worden toegewezen. Wel gesteld, maar onvoldoende onderbouwd is immers dat [eiseres] en/of de Stichting na de overdracht van (de activa en passiva van) [eenmanszaak] nog de rechthebbende is/zijn met betrekking tot deze bedrijfsinformatie. De enkele stelling van [eiseres] ter zitting dat het (onder meer) gaat om informatie die zij destijds in het door [eenmanszaak] gehanteerde systeem (Docasoft) heeft gezet met betrekking tot debiteuren/eigenaren van honden is daarvoor onvoldoende.

Hetzelfde geldt voor het gebod om binnen 24 uur berichten te verwijderen (vordering onder IV.), voor zover die vordering betrekking heeft op het voormalig dierencrematorium van [eiseres] . Deze vordering wordt aldus beperkt toegewezen als in de beslissing te melden.

Het verbod om derden te benaderen en op te roepen informatie te delen (vordering VII.) wordt afgewezen, omdat de Stichting c.s. onvoldoende heeft gesteld waarom dat op zichzelf onrechtmatig is jegens haar.

Vordering VI. (rectificatie)

Of een rectificatie van een onrechtmatige publieke uitlating nodig en passend is, staat ter vrije beoordeling van de voorzieningenrechter. De voorzieningenrechter gaat er voorshands vanuit dat door toewijzing van voornoemde vorderingen en met dit vonnis voldoende aan de belangen van [eiseres] en de Stichting wordt toegekomen. Daarom wordt de door de Stichting c.s. gevorderde rectificatie afgewezen.

Vordering VIII. (verbod tot het doen van meldingen bij instanties)

De voorzieningenrechter begrijpt dat de Stichting c.s. met deze vordering bedoelt dat [gedaagde 1] valse aangifte(s) bij de politie, of vergelijkbare meldingen bij andere instanties doet, en wil dat [gedaagde 1] daarmee stopt. De voorzieningenrechter overweegt dat een aangifte, buiten het geval dat zij opzettelijk onjuist is, slechts bij uitzondering zodanig onzorgvuldig kan zijn dat deze een toerekenbare onrechtmatige daad oplevert jegens degene tegen wie de aangifte is gericht. De Stichting c.s. heeft echter onvoldoende gesteld om aan te kunnen nemen dat sprake is van een valse aangifte (of meldingen) door [gedaagde 1] . Ook is niet gebleken dat [gedaagde 1] de aangifte (of meldingen) opzettelijk onjuist heeft gedaan. Dat betekent dat er onder deze omstandigheden geen grond bestaat om deze vordering toe te wijzen.

Vordering IX. (dwangsom)

De gevorderde dwangsom zal worden toegewezen, maar wordt beperkt en gemaximeerd zoals in de beslissing te melden.

Vordering XI. (proceskostenveroordeling)

[gedaagde 1] is tegenover de Stichting c.s. grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van de Stichting c.s. betalen. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om [gedaagde 1] te veroordelen in de volledige proceskosten van de Stichting c.s., zodat een proceskostenveroordeling conform het liquidatietarief in de rede ligt (zie ook de subsidiaire vordering XII.). De proceskosten van de Stichting c.s. tegenover [gedaagde 1] worden begroot op:

- kosten van de dagvaarding

€

153,02

- griffierecht

€

735,00

- salaris advocaat

€

1.177,00

- nakosten

€

189,00

(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)

Totaal

€

2.254,02

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

Beoordeling vorderingen tegen [gedaagde 2] en [gedaagde 3]

Vordering X. (verbod tot delen bedrijfsinformatie voormalig dierencrematorium)

Deze vordering is ingesteld vanwege twee vermeende handelingen: verstrekkingen van gegevens vanuit het programma Docasoft en een anoniem overgelegde USB-stick, waarvan volgens de Stichting c.s. aannemelijk is dat (de informatie op) deze USB-stick afkomstig is van [gedaagde 2] en/of [gedaagde 3] . Zoals hiervoor in rechtsoverweging 5.14. is overwogen, is het niet aannemelijk dat [eiseres] en/of de Stichting een vordering tegen [gedaagde 2] en [gedaagde 3] kan/kunnen instellen voor zover dat betrekking heeft op het (voormalig) dierencrematorium, gelet op hetgeen blijkens de koopovereenkomst aan [gedaagde 2] is overgedragen. Daarom wordt de vordering van de Stichting c.s. tegen [gedaagde 2] en [gedaagde 3] afgewezen. Daarbij wordt, ten overvloede, opgemerkt dat onvoldoende is onderbouwd dat (alleen) [gedaagde 2] en [gedaagde 3] achter het achterlaten van de USB-stick bij [gedaagde 1] kunnen zitten.

De proceskosten van [gedaagde 2] en [gedaagde 3]

De Stichting c.s. is met betrekking tot haar vordering(en) tegenover [gedaagde 2] en [gedaagde 3] in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) van [gedaagde 2] en [gedaagde 3] betalen. De proceskosten van [gedaagde 2] en [gedaagde 3] worden begroot op:

- griffierecht

€

341,00

- salaris advocaat

€

1.177,00

- nakosten

€

189,00

Totaal

€

1.707,00

De veroordeling wordt (deels) hoofdelijk uitgesproken. Dat betekent dat iedere veroordeelde kan worden gedwongen het hele bedrag te betalen. Als de één (een deel) betaalt, hoeft de ander dat (deel van het) bedrag niet meer te betalen aan de wederpartij.

6. De beslissing

De voorzieningenrechter

In de vorderingen van de Stichting c.s. tegen [gedaagde 1] :

verbiedt [gedaagde 1] per vandaag om berichten op haar Facebookaccount en de door haar opgerichte besloten Facebookpagina te plaatsen, waarin zij zich uitlaat op een vergelijkbare wijze als genoemd in rechtsoverweging 5.6. over [eiseres] en/of de Stichting,

veroordeelt [gedaagde 1] om binnen 24 uur na betekening van het vonnis de berichten te verwijderen die op haar Facebookaccount en de door haar opgerichte besloten Facebookpagina staan, waarin zij zich uitlaat op een vergelijkbare wijze als genoemd in rechtsoverweging 5.6. over [eiseres] en/of de Stichting, en die berichten verwijderd te houden,

veroordeelt [gedaagde 1] om aan de Stichting c.s. een dwangsom te betalen van € 250,00 voor iedere dag of gedeelte daarvan dat zij niet aan de onderdelen 6.1. en 6.2. van dit vonnis voldoet, tot een maximum van € 15.000,00 is bereikt,

veroordeelt [gedaagde 1] in de proceskosten van € 2.254,02 van de Stichting c.s., te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als [gedaagde 1] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

veroordeelt [gedaagde 1] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,

wijst het meer of anders gevorderde af,

In de vorderingen van de Stichting c.s. tegen [gedaagde 2] en [gedaagde 3] :

wijst de vorderingen van de Stichting c.s. tegen [gedaagde 2] en [gedaagde 3] af,

veroordeelt de Stichting c.s. hoofdelijk in de proceskosten van € 1.707,00 van [gedaagde 2] en [gedaagde 3] , te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als de Stichting c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,

In alle vorderingen:

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E. Horsthuis en in het openbaar uitgesproken door

mr. K.J. Haarhuis op 22 oktober 2026.

!

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand